Verkiezingsprogramma Tweede Kamer 2017

1. Economie en werk

Je geld of je leven?

 

De economische crisis is niet ontstaan door schaarste aan producten en diensten, maar door ingesleten fouten in het economisch systeem. We leven in een tijd waarin we met steeds minder menskracht alles kunnen produceren en organiseren wat we nodig hebben. Dit biedt in potentie een geweldige kans om meer tijd in andere dingen te steken, zoals zorg voor elkaar en voor de natuur, persoonlijke ontwikkeling, innovatie, sport, kunst, et cetera. De wijze waarop we de economie nu hebben georganiseerd, zit deze kansen echter in de weg: mensen moeten steeds harder en langer werken, in plaats van minder. Of kunnen helemaal niet werken, wanneer de economie hen heeft afgeschreven, wat op steeds jongere leeftijd het geval lijkt te zijn. Productie en consumptie moeten maar blijven groeien, los van de vraag of mensen daar behoefte aan hebben. Arbeid blijft duur door hoge belastingen, terwijl er een overvloed aan is. Grondstoffen daarentegen zijn spotgoedkoop, terwijl ze schaars en in veel gevallen eindig zijn.

Het huidige economische systeem veroorzaakt een groei- en schuldverslaving met alle gevolgen voor de leefbaarheid van de aarde van dien en loopt daarin volkomen vast. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft berekend dat de schulden van particulieren, bedrijven en overheden zijn opgelopen tot het duizelingwekkende bedrag van 135.000.000.000.000 (135 biljoen) euro. Een onverantwoord voorschot op een onzekere toekomst. We zullen het dus anders moeten gaan organiseren. En dat kan ook! Door te werken aan een duurzame, reële economie creëren we groene en echte banen. 

Welvaart anders meten.
De overheid stuurt op dit moment teveel op het verhogen van inkomsten in Nederland: het bruto binnenlands product (bbp). Maar een groeiend bbp betekent niet per definitie dat het goed gaat met de samenleving of dat burgers gelukkig zijn. Vrijwilligerswerk en mantelzorg tellen bij de berekening van het bbp niet mee als een positieve bijdrage aan onze welvaart. Activiteiten die het milieu, de volksgezondheid of het dierenwelzijn schaden, zoals de vee-industrie, kolencentrales en gaswinning, echter wel. Dat is niet logisch. De Partij voor de Dieren wil betere instrumenten om de koers van de economie te bepalen. 

  • Voor het bepalen en sturen van beleid gaat de overheid de reeds ontwikkelde Monitor Brede Welvaart gebruiken. Daarbij kunnen ook andere instrumenten ingezet worden die een beeld geven van het welbevinden van mens en dier, van een schone leefomgeving, biodiversiteit, innovatiekracht, gemeenschapszin, aanwezigheid van zorg, et cetera. Zo worden de positieve en negatieve effecten van overheidsmaatregelen en economische activiteiten op de samenleving duidelijk in kaart gebracht en kunnen we de juiste koers bepalen richting een duurzame en solidaire economie.

Sluitende begrotingen.
De overheid richt zich al jaren op het verkleinen van het financiële begrotingstekort. Daarbij vergeet ze de grondstoffentekorten die we veroorzaken met onze manier van leven. We gebruiken elk jaar veel meer grondstoffen dan de aarde kan bieden. Het tekort aan zoet water, hout en andere 'diensten' die de aarde jaarlijks kan leveren, neemt elk jaar toe. In 2016 hadden we wereldwijd alle hernieuwbare grondstoffen voor dat jaar al op 8 augustus opgebruikt. Deze Earth Overshoot Day valt elk jaar eerder. Het ecologische tekort is daardoor al opgelopen tot meer dan 30%. We hebben de grondstoffen hard nodig, ook voor mensen in ontwikkelingslanden en voor toekomstige generaties. Zorg voor dieren, milieu en natuur is niet een luxe waar nu even geen geld voor is, maar essentieel voor duurzame economische ontwikkeling.

  • Er komt een houdbare begroting voor de overheidsfinanciën.

  • Daarnaast komt er een groene staatsbalans: een verlies- en winstrekening die de effecten van beleid op mens, dier, natuur, klimaat en milieu laat zien.

Regionalisering van de economie.
Veel producten kunnen beter regionaal dan ver weg worden geproduceerd. Denk aan voedsel en energie. Sinds lange tijd maakt Nederland nauwelijks meer zelf producten als kleding, schoenen en meubels. Ook laten we producten steeds minder vaak repareren of herstellen en zijn we geen koploper in het ontwikkelen en maken van duurzame producten zoals zonnepanelen. Dit is een gemiste kans; veel mensen in ons land beschikken over sterke ondernemingszin en veel creativiteit. Laten we die gebruiken!

  • Nederland gaat zich veel meer richten op een echte maak- en hersteleconomie. We gaan duurzame producten maken en veel meer producten herstellen of een nieuwe bestemming geven.

  • De landbouw richt zich niet langer op bulkproductie en verlaat haar agressieve exportstrategie. In plaats daarvan verlegt Nederland haar aandacht naar duurzame productie voor de regionale markt.

  • De Nederlandse overheid besteedt jaarlijks ruim 60 miljard euro aan producten en diensten. Dat is bijna 10% van het bruto binnenlands product (bbp). Hiermee hebben overheden en semioverheden een krachtig instrument in handen voor verduurzaming, innovatie en versterking van het midden- en kleinbedrijf. De aanbestedingsprocedures worden zodanig aangepast dat alle inkopen gegarandeerd duurzaam, diervriendelijk en sociaal verantwoord zijn. Met name het midden- en kleinbedrijf moet hiervan kunnen profiteren.

Meer banen, minder grondstoffengebruik: een nieuw, groen belastingstelsel.
Als we belastingen gaan heffen op grondstoffen en onduurzame producten, kan de belasting op arbeid fors omlaag. Hierdoor is het voor bedrijven eenvoudiger om mensen in dienst te nemen, kan Nederland banen behouden en creëren en krijgen mensen meer bestedingsruimte. Het gaat lonen om het gebruik van grondstoffen te verminderen en om te recyclen.

  • De belasting op arbeid wordt verlaagd en de belasting op grondstoffen wordt verhoogd.

  • We kunnen jaarlijks miljarden euro’s besparen als de milieuschadelijke (indirecte) subsidies worden afgeschaft. Zo moet er een einde komen aan de belastingkortingen voor producenten en (groot)verbruikers van fossiele energie.

  • Nederland stelt een nultarief in voor duurzame producten zoals (biologische) groenten en fruit en een hoog tarief voor producten die schadelijk zijn voor mensen, dieren, natuur en milieu.

  • De Partij voor de Dieren pleit voor het beprijzen van schaarse grondstoffen en producten die grote negatieve milieueffecten hebben, zoals hout, kolen en fosfaat.

  • Er worden onnodig veel (plastic) verpakkingen gebruikt. Producenten moeten daarvoor gaan betalen om zo het gebruik van verpakkingsmateriaal terug te dringen.

  • Het wordt fiscaal goedkoper om te bouwen in reeds bestaande bebouwde ruimte. Denk aan renovaties, bouwen op eigen erf, tiny houses (verplaatsbare kleine huizen), et cetera. Bouwen op eerder onbebouwde grondpercelen wordt duurder.

  • De energiebelasting wordt gedifferentieerd: kolenstroom wordt duurder dan gas, groene stroom wordt minder belast. Zelf opgewekte groene stroom blijft onbelast.

  • De belastingvrijstelling voor werkgeversvergoedingen voor reiskosten met het openbaar vervoer blijft bestaan.

  • De fiscale stimulering van fietsen blijft behouden.

  • Er komt een gerichte kilometerheffing die rekening houdt met tijdstip en plaats van het autoverkeer. De privacy van de gebruiker wordt daarbij gegarandeerd.

  • Er komt een kilometerheffing voor vrachtverkeer van 15 cent.

  • De negatieve milieueffecten van vliegverkeer worden in de prijs van vliegtickets verwerkt. Nederland voert deze accijns zelf in en gaat deze ook bepleiten in de Europese Unie.

  • Nederland stopt het faciliteren van grootschalige belastingontwijking door multinationals, en maakt alle deals (tax rulings) die gesloten zijn met bedrijven openbaar.

Een betere verdeling van werk.
Veel mensen verkeren in onzekerheid en vragen zich af of ze ooit nog wel een baan of een vast contract krijgen. Tegelijkertijd zorgt het toegenomen werktempo en de noodzaak om continu te presteren voor meer stress en haast in onze samenleving. Meer mensen vallen buiten de boot. Bovendien loont werken voor steeds meer mensen in Nederland minder. Zeker voor mensen met een laag opleidingsniveau. De ontwikkeling van de lonen en salarissen stagneert, terwijl de winsten en reserves van multinationals recordhoogtes bereiken. Flexwerk blijkt vooral te bestaan uit kortdurende baantjes. Ouderen en jongeren hebben steeds meer moeite de eindjes aan elkaar te knopen bij gebrek aan voldoende werkuren.

Kortere werkweken dragen bij aan een betere verdeling van het beschikbare werk en moeten voor iedereen mogelijk gemaakt worden. Ze brengen tegelijkertijd de werkloosheid en de milieudruk van onze samenleving omlaag. Een betaalde baan wordt zo ook beter te combineren met mantelzorg, ouderschap of vrijwilligerswerk. Het illustreert ons ideaal om in een maatschappij te leven waarin betaalde arbeid niet langer als het enige of voornaamste doel in het leven wordt gezien. Voor je inkomen mag het bovendien niet uitmaken waar je vandaan komt, of je man of vrouw bent, getrouwd, samenwonend of alleenstaand, lesbisch of transgender, et cetera.

Een basisinkomen zou het mogelijk kunnen maken dat veel meer maatschappelijke activiteiten kunnen worden ontplooid die nuttig zijn voor de samenleving. Uitkeringsgerechtigden hebben nu te weinig mogelijkheden om naast een uitkering iets bij te verdienen, waardoor een parttime baan vaak niets oplevert. We willen dat werkzoekenden vrijwilligerswerk en stages kunnen doen, ook als dat werk niet direct op terugkeer naar de arbeidsmarkt gericht is. Minder uitvoeringskosten, meer helderheid voor de burger.

  • Er komt een onderzoek naar de mogelijkheden voor het (gefaseerd) invoeren van een basisinkomen voor iedere Nederlandse burger. Pilots op dit gebied worden gestimuleerd.

  • Er komt een wettelijke regeling die de ontslagvergoeding koppelt aan het aantal jaren dat een werknemer gewerkt heeft, volgens de bekende systematiek van de kantonrechtersformule.

  • Bij- en herscholing worden aangemoedigd en gefaciliteerd door de overheid, ook door het aanbieden van stageplaatsen en het opnieuw inrichten van een goed stelsel van volwasseneneducatie; onderwijs moet niet langer louter jeugdonderwijs zijn.

  • De overheid gaat armoede actiever bestrijden met onder meer laagdrempelige schuldhulpverlening en met maatwerk voor steden en platteland. Veel boeren staat het water aan de lippen wegens de moordende concurrentie bij schaalvergroting en intensivering: de overheid zal hulp moeten bieden in het organiseren van laagdrempelige (psychosociale) hulpverlening en eventuele omschakeling.

  • Jongeren zonder baan kunnen werken aan betere kansen op de arbeidsmarkt in werkgelegenheidsprojecten in onder meer de zorg en de biologische landbouw.

  • Er komt geen inkomenstoets per huishouden, de bijstandsuitkering wordt gebaseerd op het individu.

  • Het vangnet voor jongeren met een beperking (de Wajong) blijft bestaan. Zij krijgen kansen op een zinvolle en nuttige dagbesteding met doorgroeimogelijkheden naar een betaalde baan.

  • De regeling voor sociale werkplaatsen blijft behouden en wordt zodanig ingezet dat mensen dichtbij hun huis betekenisvol werk kunnen doen, op hun eigen niveau, met voldoende begeleiding en voor een fatsoenlijk loon.

  • De kinderbijslag wordt afhankelijk gemaakt van het inkomen van de ouders.

  • Drie maanden betaald ouderschapsverlof voor vaders wordt mogelijk, zodat ouders hun zorgtaken goed kunnen combineren met hun werk.

  • Onderzocht wordt of kinderopvang standaard onderdeel kan worden van het door de overheid aangeboden basisonderwijs, naar Scandinavisch model.

  • De modelovereenkomst vervalt zo snel mogelijk. Er komt een eenvoudige en fraudebestendige Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Hierdoor krijgen zzp’ers en hun opdrachtgevers meer zekerheid.

  • Het wordt voor zzp’ers eenvoudiger om vrijwillig te sparen voor pensioen of zich te verzekeren. Zzp'ers krijgen toegang tot een (collectieve) arbeidsongeschiktheids- en pensioenverzekering.

  • Het urencriterium wordt vervangen door een progressief winstboxenstelsel, waardoor de belasting afhangt van het inkomen en het aantrekkelijker wordt om parttime als zzp’er te werken.

Een zekere oude dag.
De Partij voor de Dieren wil oud en jong eerlijk behandelen.

  • Een samenleving met veel werkzoekende ouderen kan niet doorgaan met het verhogen van de AOW-leeftijd. Er moet daarom een flexibele AOW-leeftijd komen, mede gebaseerd op het aantal gewerkte jaren. Wie 40 jaar gewerkt heeft, krijgt vanaf 65 jaar AOW. Wie een uitkering heeft op 65-jarige leeftijd, krijgt vanaf dan AOW. Het wordt mogelijk te kiezen voor een lagere AOW-leeftijd in ruil voor een in evenredigheid aangepaste AOW-uitkering. 

  • Gelet op de werkloosheidscijfers en het gebrek aan vacatures voor 60-plussers wordt de sollicitatieplicht voor deze leeftijdscategorie afgeschaft.

  • Waar de bestedingsruimte van 30-minners en ouderen is achtergebleven bij andere groepen, wordt deze hersteld.

  • De gevolgen van de slecht presterende beurzen en de lage rentestand mogen niet eenzijdig bij de ouderen worden gelegd.

  • De vermogensrendementsheffing op basis van een fictief rendement wordt geschrapt. Het gemiddeld gerealiseerde rendement over de laatste vijf jaar wordt de nieuwe heffingsgrondslag.

  • De mantelzorgboete wordt geschrapt.

  • Er komt duidelijkheid over alle kosten van pensioenfondsen. De pensioenfondsen worden gedemocratiseerd, zodat werknemers zeggenschap krijgen over het belonings- en provisiebeleid en over wat pensioenfondsen met hun geld doen.

  • De 1300 miljard euro investeringsruimte van de pensioenfondsen biedt een geweldige kans om bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen te stimuleren en te belonen. Het beleid van pensioenfondsen om te investeren in onduurzame sectoren als de vee-industrie, fossiele brandstoffen en in de wapenindustrie, wordt aangepakt. Pensioenfondsen mogen geen nieuwe investeringen doen in deze sectoren zonder een bindend ledenreferendum.

  • Werknemers krijgen meer vrijheid en flexibiliteit om keuzes te maken in hun eigen pensioenopbouw. Zij kunnen het pensioen onderbrengen bij een groen investeringsfonds indien dat bij hun huidige pensioenfonds niet mogelijk is. Ook kunnen zij kiezen voor een flexibele pensioenleeftijd of een deeltijdpensioen. 

Banken aan banden.
Het onverantwoorde gedrag van veel banken, gekenmerkt door winstbejag, torenhoge bonussen en investeringen in onduurzame industrieën, heeft de wereld in een diepe crisis gestort. Het toezicht op de banken heeft ernstig gefaald. Regulering van de bankensector is hard nodig. Banken die ‘te groot zijn om te falen’ horen te worden opgesplitst. 

  • Banken worden opgedeeld in nutsbanken, voor betalingsverkeer, spaargeld en lokale kredietverlening, en zakenbanken. In geval van calamiteiten zijn de publieke functies dan eenvoudiger overeind te houden, zonder dat zakenbanken gered hoeven te worden met belastinggeld.

  • Nederland moet ervoor zorgen dat het binnen de EU de mogelijkheid behoudt om de banken strengere regels op te leggen dan internationaal is overeengekomen.

  • De kapitaalbuffers (eigen vermogen uitgedrukt als percentage van het bedrag aan uitgeleend geld) van Nederlandse banken moeten veel hoger worden dan momenteel het geval is: vier procent is te laag, het streefcijfer moet vijftien zijn.

  • Er komt een groene investeringsbank, in handen van de overheid. In samenwerking met private groene banken kan zo geïnvesteerd worden in een duurzame en solidaire economie. De groene investeringsbank maakt het voor het midden- en kleinbedrijf en groene start-ups makkelijker om aan kapitaal te komen.

  • Banken worden verplicht om investeringen, beleggingen en speculaties transparant te maken.

  • Vanuit haar platformfunctie bevordert de EU een gecoördineerde totstandkoming van bankenbelastingen en belastingen op financiële transacties in de lidstaten.

  • Banken mogen geen risico’s nemen die los staan van het klantbelang. Handel voor eigen rekening wordt verboden. Wij willen af van complexe financiële producten.

  • Geen bonussen in de financiële sector. Dat past niet bij de maatschappelijke functie. Er wordt op toegezien dat het schrappen van bonussen niet gecompenseerd wordt via omwegen.

  • Commerciële banken hebben te veel macht over het creëren van geld en ze houden de schuldeneconomie in stand. Er moet worden onderzocht hoe een nieuw democratisch, transparant systeem van geldcreatie kan worden ingevoerd.