Duurzame landbouw en gezond voedsel


Alleen duurzame landbouw levert gezond voedsel voor iedereen

Voedsel is een basisbehoefte voor ons bestaan. De totstandkoming van ons voedsel verdient dus onze volle aandacht. De Nederlandse voedselvoorziening is ernstig uit balans. Zij legt op dit moment een groot en onverantwoord beslag op de hulpbronnen en landbouwgronden wereldwijd. Dat komt onder andere door de massale import van veevoer en het gebruik van kunstmest en landbouwgif in de landbouw. De EU verstrekt miljarden euro’s aan landbouw- en visserijsubsidies. Dit veroorzaakt oneerlijke concurrentie en ontneemt boeren in ontwikkelingslanden, die geen subsidies ontvangen, een kans om hun producten voor reële prijzen te verkopen. Deze boeren zullen alle mogelijkheden moeten krijgen om op rendabele wijze voedsel te telen voor de eigen regio. Een gezonde, duurzame landbouw is mogelijk als we de natuurlijke kringlopen herstellen en boeren een eerlijke prijs betalen voor hun producten. Ook moet er volledig inzicht komen in waar ons voedsel vandaan komt, hoe het is geproduceerd en of de prijs de kosten dekt. De voedselketen moet kort en open zijn, om gesjoemel met voedsel te voorkomen. Stunten met de prijs van vlees is ontoelaatbaar en we binden de strijd aan tegen voedselverspilling. Uiteraard komt er een einde aan de bio-industrie!

De intensieve landbouw in ons land maakt vele slachtoffers. Elk jaar worden in Nederland ruim 500 miljoen dieren geslacht na een kort en ellendig leven. Door het vele gebruik van landbouwgif verdwijnen onder meer bijen en vlinders en worden omwonenden van akkers en bollenvelden ziek. De uitstoot van broeikasgassen en ammoniak door onze enorme veestapel gaat ten koste van de natuur en draagt bij aan de opwarming van de aarde. Mes en vork zijn de belangrijkste wapens in de strijd tegen klimaatverandering, armoede, honger, dierenleed en biodiversiteitsverlies. Bij veel boeren in Nederland staat het water tot aan de lippen: elke week moeten vijf boerenbedrijven de deuren sluiten omdat ze te weinig geld verdienen en niet mee kunnen of willen in het steeds meer en/of intensiever houden van dieren. Denk aan megastallen en de miljoenenleningen die boeren daarvoor moeten afsluiten. Dat kan anders.

  • De vis wordt (te) duur betaald

    Onze idealen

    • We zetten in op verandering: vissen eten is niet nodig voor de gezondheid. Gezonde vetzuren kunnen we halen uit algenolie en zeewier. Er komt een effectieve campagne om mensen bewust te maken van de nieuwe inzichten. De plantaardige optie wordt goedkoper door de btw af te schaffen.
    • De visserij en viskwekerijen worden afgebouwd. Visserijsubsidies worden per direct afgeschaft.
    • Ecosystemen en vissoorten die er slecht aan toe zijn, krijgen de kans zich te herstellen door een totaalverbod op de visserij in het gebied. Voor de kwetsbaarste soorten als paling, kabeljauw en tonijn wordt onmiddellijk een vangstverbod ingesteld.
    • Boten met destructieve visserijtechnieken komen de zee niet meer op. Monstertrawlers, diepzeevisserij, schepen die met sleepnetten de zeebodem verwoesten (boomkorren) of dieren onder stroom zetten (pulsvisserij), worden onder Nederlandse vlag verboden.
    Meer informatie
  • Duurzaam voedsel, duurzame handel
  • Duurzame, regionale landbouw voor een rechtvaardige wereld

    Onze idealen

    • Grote internationale handelsketens werken verwoesting van ecosystemen in de hand, creëren kwetsbare monoculturen en pakken desastreus uit voor de positie van meisjes en vrouwen in de landen waar de productie plaatsvindt. Duurzame, kleinschalige landbouweconomieën versterken de positie van meisjes en vrouwen juist. We breken de grote handelsketens af en helpen de mensen in ontwikkelingslanden met het opbouwen van een duurzame, regionale landbouweconomie.
    • Visserijakkoorden tussen de Europese Unie en andere landen zijn roofakkoorden en gaan van tafel of worden opgezegd.
    • Nederland stopt met het stimuleren en exporteren van systemen en producten voor industriële landbouw zoals slachterijen, megastallen, kunstmest, landbouwgif en genetisch gemanipuleerde gewassen. In plaats daarvan wordt geïnvesteerd in regionale, agro-ecologische voedselvoorziening en in regionale infrastructuur.
    • We stoppen de dumping van goedkope, gesubsidieerde landbouwproducten op de markten van landen in het mondiale zuiden. Alle budgetten voor exportpromotie verdwijnen en de Europese landbouw- en visserij-subsidies worden afgeschaft.
    • Grote buitenlandse bedrijven maken vaak misbruik van corrupte regeringsfunctionarissen in ontwikkelingslanden om landbouwgronden te huren of te kopen. Die gronden zijn echter veelal van lokale boerenfamilies. De Partij voor de Dieren wil dat Nederland zich in internationaal verband sterk maakt tegen deze landroof. Investeringen in land en grond behoren te voldoen aan de criteria van de VN-mensenrechtenrapporteur voor het Recht op voedsel.
    • We stoppen met de import van producten die ten koste gaan van de leefomgeving elders of die gepaard gaan met schendingen van mensenrechten en dierenwelzijn.
    Meer informatie
  • Gentechvrij

    Onze idealen

    • Nederland verklaart zich gentechvrij: de teelt en import van genetisch gemanipuleerde gewassen wordt verboden. Zolang een Europees import- en teeltverbod nog niet is gerealiseerd willen we dat lidstaten en regio’s zelf de mogelijkheid krijgen om de teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen te verbieden.
    • Het genetisch manipuleren en klonen van dieren is ethisch onaanvaardbaar en brengt ernstig dierenleed met zich mee. Nederland maakt zich sterk voor een importverbod op gekloonde en genetisch gemanipuleerde dieren, hun nakomelingen en de producten die van deze dieren worden gemaakt. Nederland zet zich actief in voor een wereldwijd traceersysteem om de handel in gekloonde dieren te kunnen controleren.
    Meer informatie
  • Gezonde teelt op een gezonde bodem

    Onze idealen

    • Diverse, natuurinclusieve land- en tuinbouw wordt de norm, zoals biologisch, permacultuur, agroforestry en regeneratieve en agro-ecologische systemen. Gangbare boeren en tuinders worden geholpen met de omschakeling naar deze duurzame vormen van voedselproductie.
    • We gaan scherpere keuzes maken over het gebruik van onze landbouwgrond. We nemen afscheid van teelten die geen duurzaam doel dienen maar wel veel schade veroorzaken door bijvoorbeeld een hoge mate van gifgebruik en uitputting van de bodem. We stoppen per direct met de lelieteelt en gaan de gangbare bollenteelt als geheel afbouwen. De bodem krijgt de kans te herstellen en de telers worden geholpen bij het omschakelen naar duurzame teelten.
    • Het gebruik van de bodem wordt gebaseerd op de grondsoort en het natuurlijke waterpeil (functie volgt bodem en peil), in plaats van andersom. Zo zal in veenweidegebieden, bij een natuurlijk grondwaterpeil dat veel hoger ligt, overgeschakeld moeten worden naar natte teelten, of worden weilanden teruggegeven aan de natuur. Dit is essentieel tegen bodemdaling.
    • Duurzaam geteelde plantaardige eiwitgewassen voor menselijke consumptie hebben de toekomst: de bodem knapt er zichtbaar van op en voor boeren bieden ze een duurzaam perspectief. De omschakeling naar deze teelten wordt volop gestimuleerd, gefaciliteerd en gesteund.
    • Door de keuze voor een plantaardige toekomst komt er veel landbouwgrond vrij die we beter kunnen benutten: voor meer natuur, voor het oplossen van het woningtekort én voor de duurzame teelt van oliehoudende gewassen (zoals koolzaad) en gewassen voor duurzame toepassingen, zoals hennep en vlas. Deze teelten worden gestimuleerd.
    • Gewassen die de bodem uitputten, zoals aardappelen, kunnen niet langer om de twee of drie jaar geteeld worden op hetzelfde perceel: een ruimere gewasrotatie (maximaal één keer per zes jaar) wordt verplicht.
    • Monoculturen maken plaats voor strokenteelt of andere vormen van natuur-inclusieve, regeneratieve landbouw.
    • We stoppen het kapot bemesten van onze bodems. Aan de structurele overbemesting in Nederland komt een einde. We vragen geen uitzondering (derogatie) meer aan op de mestregels die voor andere Europese boeren ook gelden. Het injecteren van mest wordt verboden, evenals het gebruik van kunstmest. De huidige bemesting gaan we vergaand vervangen door plantaardige mest en groenbemesters.
    • De bodem krijgt weer lucht. Met minimale of niet-kerende grondbewerking voorkomen we bodemverdichting en krijgen bodemleven en een gezonde wortelgroei meer kans. Water wordt hiermee beter vastgehouden en meer CO2 wordt afgebroken en opgeslagen. Intensieve grondbewerking, zoals ploegen, wordt niet meer toegestaan. Zware landbouwmachines maken plaats voor kleine, lichte machines, die bovendien op elektriciteit rijden.
    • De bodem krijgt weer water. Water wordt niet langer versneld afgevoerd, maar juist opgevangen voor droge periodes. Het grondwaterpeil wordt niet langer kunstmatig verlaagd, maar er wordt een natuurlijk peil aangehouden.
    • De land- en tuinbouw worden gifvrij. Het gebruik van landbouwgif wordt snel en verplicht afgebouwd.
    • Lokale productie van compost wordt gestimuleerd (waaronder het fermenteren van bermmaaisel). Door gebruik van (biologische) compost wordt het gehalte organische stof in de bodem hersteld.
    • Agrobosbouw (de combinatie van landbouw en bosbouw op hetzelfde perceel) wordt sterk gestimuleerd.
    • Biologische (traditionele) gewasveredeling wordt gestimuleerd, voor de ontwikkeling van gezonde en weerbare rassen.
    Meer informatie
  • Pijn bij vissen

    Lange tijd heeft men gedacht dat vissen geen pijn kunnen voelen. Inmiddels staat onomstotelijk vast dat vissen gevoelens van pijn en stress kunnen ervaren. De discussie over het eten van vis terwijl er alternatieven zijn, moet gevoerd worden. Ook moedigt de PvdD de innovatie van alternatieven voor visproducten aan. Er moeten wettelijke regels komen voor het doden van vissen, net zoals bij landbouwdieren het geval is. Uitgangspunt daarbij is dat het dier zo min mogelijk stress en pijn ervaart voordat het gedood wordt. Dit kan onder meer door de dieren vooraf snel en pijnloos buiten bewustzijn te brengen.

    Meer informatie
  • Stoppen met de vee-industrie, stoppen met produceren voor de wereldmarkt

    Onze idealen

    • We slaan de weg in naar een duurzame, plantaardige toekomst. Om te beginnen krimpt het aantal dieren in de veehouderij met 75%. We gebruiken onder meer de Europese landbouwsubsidies om boeren te helpen omschakelen naar duurzame plantaardige voedselproductie.
    • Nederlandse boeren gaan primair werken voor de eigen markt: we stoppen met produceren voor de export.
    • We besparen de belastingbetaler veel geld en de boeren veel regeldruk door te stoppen met de symptoombestrijding. Er worden geen subsidies meer besteed aan technologische lapmiddelen om de milieuschade van de veehouderij te beperken. Dat beleid heeft aantoonbaar gefaald en ook voor de toekomst hoeven we er niets van te verwachten. We spelen deze subsidies vrij voor een veel betere oplossing: boeren helpen de overstap te maken naar werkelijk duurzame landbouw.
    • Gezonde plantaardige voeding wordt goedkoper: de btw op groente en fruit gaat naar het nultarief. De maatschappelijke kosten van dierlijke producten worden doorberekend in de prijs.
    • Het voedselaanbod wordt ingericht op de duurzame keuze. Plantaardig voedsel wordt de norm, dierlijke producten de uitzondering. Het succesvolle concept ‘Carnivoor? Geef het door!’ wordt volop aangemoedigd en in elk geval doorgevoerd bij alle overheidsinstellingen.
    • De miljoenensubsidies voor de promotie van dierlijke producten kunnen veel beter worden besteed. We zetten ze om naar campagnes gericht op de bevordering van een plantaardig voedingspatroon.
    • Schoolmelkregelingen worden stopgezet.
    • Plantaardige alternatieven voor vlees, vis, zuivel en eieren hebben de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. Dit succes bouwen we uit door de ontwikkeling van deze innovaties volop te stimuleren en ondersteunen. Onder voorwaarde dat er geen gebruik wordt gemaakt van het serum van kalfjes of andere producten die gepaard gaan met dierenleed, kunnen ook kweekalternatieven worden gestimuleerd.
    Meer informatie
  • Tussenstappen in de transitie: gezondheid van mens en dier voorop

    Onze idealen

    Tussenstappen voor de landbouw

    • Hoe minder dieren op een kluitje, hoe kleiner de risico’s op ziekte-uitbraken en het overslaan van ziekten van dier op mens (zoönosen). Er komt een maximumaantal dieren per bedrijf én per regio.
    • Het tijdperk van de megastallen is voorbij. Er komen geen nieuwe vergunningen voor de bouw van megastallen of voor de uitbreiding van bestaande veehouderijen.
    • Hoe minder gesleep met dieren, hoe kleiner de kans op het binnenhalen of verspreiden van dierziekten en zoönosen. De import van levende dieren, zoals kalfjes, om vet te mesten in Nederlandse stallen wordt verboden.
    • Er komen strikte regels voor antibioticagebruik in de veehouderij. De preventieve toediening van antibiotica stopt definitief. Er komen extra controles voor de sectoren waarin veel antibiotica wordt gebruikt.
    • De sterk afgeslankte veehouderij wordt volledig grondgebonden. We stoppen met de import van grondstoffen voor veevoer, zoals soja en palmolie. Export van mest is niet langer toegestaan en de mestfraude wordt hard aangepakt.
    • Mestfabrieken verdwijnen uit Nederland. De (miljarden!) subsidies voor mestvergisters kunnen we veel beter besteden aan echt duurzame energie. Er komen geen vergunningen meer voor de bouw van nieuwe mestvergisters, en de bestaande worden ontmanteld.
    • De gezondheid van omwonenden van akker- en tuinbouwbedrijven gaat voor de economische belangen van de telers. In de buurt van woonhuizen, schoolpleinen en andere plekken waar mensen wonen en werken en kinderen spelen mag niet meer met pesticiden worden gespoten. Deze spuitvrije zones gaan ook gelden rond openbare wegen, fiets- en wandelpaden en rondom plekken waar dieren verblijven, zoals weilanden.
    • Er komt een verbod op het gestunt met vlees en zuivel. Kiloknallers, plofkippen en plofmelk verdwijnen uit de schappen.
    • Het produceren van overschotten aan vlees, eieren en zuivel is ontoelaatbaar. We verzetten ons daarom tegen Europese opkoopregelingen en het subsidiëren van de opslag van overschotten.
    • Er komt verplichte etikettering voor vlees, zuivel en eieren afkomstig van dieren die zijn gevoed met genetisch gemanipuleerde gewassen. Wanneer gentech-ingrediënten zijn verwerkt in een product, wordt dit duidelijk vermeld op de voorkant van het product of de verpakking.
    • In pachtcontracten komen strenge voorwaarden voor een duurzaam bodembeheer.
    • Blijvend grasland wordt niet langer ‘gescheurd’ (kapot gemaakt en vervolgens opnieuw ingezaaid).
    • Met het inzaaien van gevarieerde inheemse kruidenmengsels brengen we weilanden weer tot leven.

    Tussenstappen voor de visserij

    • Het voorzorgsbeginsel wordt leidend in het visserijbeleid. Dit houdt in dat we niet meer vissen dan onafhankelijke biologen verantwoord vinden. En als wetenschappelijke gegevens onvoldoende beschikbaar zijn, wordt er niet gevist, of er worden flinke veiligheidsmarges ingebouwd met vangstquota op een zeer laag niveau.
    • Nederland bouwt de overcapaciteit van de vissersvloot in hoog tempo af. De vangstcapaciteit van de Europese vissersvloot mag niet groter zijn dan de ecosystemen in de Europese wateren kunnen dragen.
    • Er komt een strikte naleving van bestaande afspraken om schadelijke visserijpraktijken tegen te gaan. Het verbod op het dumpen van gevangen vis op zee wordt streng gehandhaafd, onder andere via camera’s of toezicht aan boord. Vissersboten van reders die zich niet aan de regels houden gaan aan de ketting.
    • Bijvangsten worden fors verminderd door een verbod op niet-selectieve visserijmethoden.
    Meer informatie
  • Van handelsbeleid naar voedselbeleid

    Onze idealen

    • Er komt een voedselbeleid, waarin het recht op voedsel en de positie van duurzame boeren centraal staan.
    • Het ministerie van LNV wordt afgeschaft. Er komt een minister van Voedsel en Landbouw.
    • Scholen breiden hun programma’s voor gezonde maaltijden en schoolfruit uit en kopen biologisch, plantaardig en duurzaam in. Lesprogramma’s besteden ruim aandacht aan gezonde en duurzame voeding.
    • Er komt een effectieve, integrale aanpak om voedselverspilling te stoppen. Doorgeslagen regels over houdbaarheidsdata en uiterlijke kenmerken zorgen er nog altijd voor dat voedsel dat verder prima is toch wordt weggegooid. Deze regels gaan in elk geval van tafel.
    Meer informatie
  • Vee-industrie afschaffen
  • Verbinding tussen boer(in) en burger: een gezonde voedselmarkt

    Onze idealen

    • Voor al het voedsel waarbij dat kan, gaan we de productie regionaal organiseren.
    • Boeren worden beschermd tegen oneerlijke concurrentie van buitenaf. We blokkeren alle Europese vrijhandelsverdragen die leiden tot import van goedkope producten die beneden onze eigen standaarden zijn geproduceerd.
    • Er komen heffingen aan de Europese buitengrenzen voor voedsel dat we zelf ook (kunnen) produceren, maar dan duurzamer. Zo wordt de negatieve spiraal van bulkproductie tegen zo laag mogelijke kosten doorbroken en komt er ruimte voor kwaliteit, boerenvakmanschap en de menselijke maat.
    • Nederland stopt met het opbouwen en faciliteren van vee-industrie elders, zoals in Oekraïne is gebeurd. De export van fokdieren of stalsystemen naar andere landen wordt niet meer toegestaan.
    • Boeren en tuinders krijgen de mogelijkheid om zich samen sterk te maken voor een eerlijke inkoopprijs voor hun product. Ook komt er een eerlijke-prijs-bewijs: tussenhandelaren, supermarkten en andere retailers moeten aantonen dat zij een faire inkoopprijs betalen aan de boer. Contracten met een leveringsplicht voor een niet-kostendekkende prijs worden verboden. De prijs die de consument betaalt in de winkel moet een true price zijn.
    • Initiatieven voor regionale voedselproductie en de verbinding tussen boer en burger worden volop gestimuleerd. Ruim baan voor stadslandbouw, voedselbossen en boerderijen waarbij burgers samen het eigenaarschap vormgeven en samenwerken met de boer!
    • Het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, dat productieverhoging nog altijd officieel als enige doel heeft, gaat grondig op de schop. De honderden miljarden (!) euro’s landbouw- en visserijsubsidies uit de komende meerjarenbegroting van de EU (2021-2028) worden gebruikt om boeren en vissers te helpen omschakelen naar ecologische, plantaardige voedselproductie. Daarna worden de subsidies afgeschaft.
    • Planten- en dierenrassen mogen geen eigendom van bedrijven zijn. Octrooien op vormen van leven worden verboden. We verzetten ons tegen pogingen van bedrijven als Bayer-Monsanto en BASF om genen van planten en dieren te patenteren en zo de voedselmarkt te beheersen.
    • Nederland zet zich internationaal in voor een sterk kwekersrecht voor boeren en gewasveredelaars.
    Meer informatie
  • Antibioticagebruik visserij

    De Partij voor de Dieren is tegen het gebruik van (gentech) vaccins tegen dierziektes in de visindustrie. Door de ontwikkeling van de intensieve viskwekerij kunnen virussen zich gemakkelijk verspreiden.

    In kwekerijen worden vissen in hoge dichtheden gehouden, krijgen ze hormonen toegediend en worden ze op verschillende manieren gemanipuleerd om voortplanting en groei te bevorderen en om de uitbraak van ziekten te voorkomen. Het injecteren en de bijbehorende verdoving van bijvoorbeeld zalmen zorgt bovendien voor veel stress, die zelfs in het overlijden van de vissen kan resulteren.

    Meer informatie
  • Diervriendelijke vispassages, gemalen en sluizen

    Jaarlijks vinden miljoenen vissen de dood in gemalen. Daarnaast wordt het leefgebied en de migratie van vissen beperkt door sluizen. De Partij voor de Dieren wil dat 'vispasseerbaarheid' een harde voorwaarde wordt voor waterkrachtinstallaties. Er moet een actieplan opgesteld worden om sluizen en gemalen aan te passen zodat vissen erlangs kunnen zwemmen. Vispassages worden nu helaas nog nauwelijks toegepast. Ook de Haringvlietsluizen moeten op een kier, om migratie van vissen weer mogelijk te maken.

    Meer informatie
  • Levend koken kreeften, krabben, schelpdieren

    De Partij voor de Dieren is fel tegenstander van het levend koken van schaal- en schelpdieren. Het levend koken van schaal- en schelpdieren is volstrekt onnodig en stelt het dier bloot aan grote en langdurige stress. De doodsstrijd kan 3 minuten duren waarbij het dier probeert te ontsnappen. Wij vinden het onacceptabel dat schaal- en schelpdieren levend in kokend water worden gegooid ten behoeve van menselijke consumptie. Wij vinden dat het slachten van dieren altijd gepaard moet gaan met voorafgaande verdoving.

    Meer informatie
  • Mondiaal verbod op haaien ontvinnen

    De Partij voor de Dieren wil dat er per direct een mondiaal verbod komt op het ontvinnen van haaien voor haaienvinnensoep. Sinds 2013 is het ontvinnen van haaien verboden in de Europese unie, nu de rest van de wereld nog.
    Het ontvinnen van haaien is een gruwelijke verminking van de haai. De haai wordt gevangen, van zijn vinnen ontdaan en teruggegooid in zee. De haai sterft hierna een vreselijke dood. Daarnaast is extra aandacht voor de haai hard nodig: de meeste populaties haaien en roggen in Europa worden overbevist, en een derde wordt zelfs met uitsterven bedreigd.

    Meer informatie
  • Ophokplicht

    De Partij voor de Dieren is tegen de ophokplicht.

    Een ophokplicht is een maatregel die vaak meteen wordt opgelegd, wanneer er een dierziekte als vogelgriep is geconstateerd op een boerderij. Dit houdt in dat alle dieren op dat bedrijf, en vaak ook op bedrijven en bij particulieren in de omgeving, verplicht binnen gehouden moeten worden en niet vervoerd mogen worden.

    Maatregelen als de ophokplicht zijn vaak bedoeld om daadkracht te suggereren in het geval van de uitbraak van een dierziekte als vogelgriep, maar de werkelijke oorzaak van het probleem wordt niet aangepakt: de bio-industrie. Nederland is namelijk het meest veedichte land ter wereld en de intensieve veehouderij zorgt er, door grootschalige import en export van dieren, enorme bedrijfsdichtheid en een non-vaccinatiebeleid, voor dat de uitbraak van een enkele dierziekte al snel kan leiden tot een niet te stoppen epidemie.

    Dit leidt er vaak toe dat vele duizenden dieren uit voorzorg 'geruimd' moeten worden en dat diervriendelijke boeren hier ook economische schade door ondervinden. Wij zien daarom meer in verplicht vaccineren, strengere controles en een drastische inperking van het aantal gehouden dieren, dan in een ophokplicht.

    Meer informatie
  • Radicale herziening MSC-keurmerk

    Zolang de rücksichtslose plundering van de zee niet is gestopt, is duurzame vis een fabeltje. Het MSC-etiket geeft een groene goedkeuring aan het eten van vis, ook als de getroffen maatregelen nog lang niet genoeg zijn om de vis als "verantwoord" te bestempelen. Er is een radicale herziening van het beleid nodig en niet het in slaap sussen van bezorgde consumenten. Er moet dan ook een einde komen aan de subsidiëring van zogenaamde duurzaamheidskeurmerken voor vis, zoals het MSC-keurmerk. Deze gelden kunnen beter worden benut voor een krimp van de sector via een warme sanering.

    Meer informatie
  • Verbod op hormoonverstorende stoffen

    Hormoonverstorende stoffen zitten in allerlei producten waar mensen dagelijks mee in aanraking komen, zoals plastic verpakkingen en op groente en fruit die zijn bespoten met landbouwgif. Deze chemische stoffen kunnen vruchtbaarheidsproblemen, kanker en obesitas veroorzaken en zijn zeer risicovol voor ongeboren baby’s en jonge kinderen. De Partij voor de Dieren wil zo snel mogelijk een verbod op hormoonverstorende stoffen.

    Meer informatie
  • Verbod palingvangst

    De Partij voor de Dieren pleit voor een totaal vangstverbod voor paling en een sociaal plan voor de sanering van de palingsector. De toekomst van de paling hangt aan een zijden draadje. In vijftig jaar is de palingstand in ons land met meer dan 90 procent teruggelopen, en is de hoeveelheid paling die ons land via de zee binnentrekt nog maar 1 procent van het oorspronkelijke niveau. Eén ding is duidelijk: als we nu geen maatregelen nemen, sterft de paling uit. Deskundigen zijn het erover eens dat een (tijdelijk) vangstverbod hoe dan ook nodig is om de bedreigde paling te redden. En zelfs als er vanaf nu geen enkele paling meer gevangen wordt, zal het nog minstens 60 tot 80 jaar duren voor de soort zich heeft hersteld.

    Meer informatie
  • Vissen op blauwvintonijn

    De blauwvintonijn is een van de grootste tonijnsoorten ter wereld. De dieren, die vanwege hun bijzondere warmbloedige biologie snelheden van wel 100 km/uur kunnen bereiken, spelen als grote roofdieren een belangrijke rol in het mariene ecosysteem. Sinds 1970 vormt de blauwe tonijn een zeer gewild ingrediënt voor de sushi industrie.

    Populaties worden sindsdien met behulp van moderne technieken als vliegtuigjes en sonar technologieën systematisch bejaagd en als gevolg daarvan ernstig overbevist. De handel is bijzonder lucratief: één tonijn kan wel 100.000 dollar opbrengen. De blauwvintonijn staat op de internationale lijst van bedreigde diersoorten.

    Wetenschappers waarschuwen al jaren dat met de huidige vangsttrends de populatie afstevent op ineenstorting. Desondanks kan er wereldwijd nog steeds op de soort worden gevist, ook in Europa. De Europese wateren zijn belangrijk voor de blauwvintonijn. De vis plant zich voort in de Middellandse zee, maar wordt juist daar intensief bejaagd. De Partij voor de Dieren wil dat Europese wateren worden gesloten voor visserij op de blauwvintonijn.

    Meer informatie
  • Visserijbeleid radicaal wijzigen

    De Partij voor de Dieren zal er alles aan doen om het Nederlandse en Europese visserijbeleid radicaal te wijzigen. Allereerst moet Nederland haar eigen verantwoordelijkheid nemen. Het ‘Duurzame Visserijbeleid’ dat in 2007 door de Nederlandse regering is ingezet, is volstrekt onvoldoende om de visbestanden te redden en de mariene biodiversiteit te beschermen. De capaciteit van de Nederlandse vissersvloot is veel te groot voor een verantwoorde visserij en zal dus flink moeten worden ingekrompen.

    Ook op Europees niveau wordt structureel veel te veel vis gevangen. Quota voor Europese vissers komen 42 tot 57 procent hoger uit dan onafhankelijke wetenschappers adviseren voor een duurzaam beheer van de visbestanden. Het resultaat van 25 jaar Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) is dat de visbestanden in de Europese wateren ernstig worden bedreigd in hun voortbestaan: 47 procent van de bestanden in de Atlantische Oceaan en ongeveer 90 procent in de Middellandse Zee is overbevist. Bovendien kan 30 procent van de vissoorten zich waarschijnlijk niet meer herstellen. Als we in dit tempo doorgaan, zijn in 2048 de zeeën leeg, voorspellen toonaangevende visserijbiologen.

    De overcapaciteit in de Europese vissersvloot brengt ook mariene ecosystemen buiten Europa in groot gevaar. Zo plunderen megatrawlers uit Nederland en andere EU-lidstaten de zeeën voor de kust van onder meer Afrika en Australië, gesubsidieerd met Europees belastinggeld. De grootste trawlers van Europa zijn in Nederlandse handen.

    De PvdD wil dat nationale en Europese visserijsubsidies worden afgeschaft. Het voorzorgbeginsel moet leidend zijn. Gezien de uiterst zorgelijke visstand betekent dit dat er in de EU en dus ook in de Nederlandse wateren in principe niet meer kan worden gevist. Ook de roofcontracten met landen buiten de EU moeten worden beëindigd. En er moet in elk geval een vangstverbod worden ingesteld voor de meest kwetsbare soorten, zoals haring en kabeljauw.
    Destructieve visserijtechnieken en gebruik van staand want moeten worden verboden. Alleen wanneer kan worden aangetoond dat een (beperkte) vangst verantwoord is en binnen de draagkracht blijft van de mariene ecosystemen, kan visserij nog worden toegestaan.

    Meer informatie
  • Vissers weren uit zeereservaten in de Noordzee

    De biodiversiteit in de Noordzee staat onder grote druk. De Noordzee is één van de meest intensief gebruikte zeegebieden ter wereld. Bijzonder bodemleven verdwijnt en karakteristieke vissoorten worden bedreigd door de negatieve invloeden van visserij, maar ook van scheepvaart, zandwinning, baggerstort, militaire oefeningen, aanleg van kabels en leidingen, olie- en gasplatforms en windmolenparken.
    De zeereservaten de Doggersbank, de Klaverbank en het Friese Front moeten dan ook worden beschermd. Maar de gebieden beslaan slechts een deel van de natuurlijke rijkdom van de Noordzee. Belangrijke andere gebieden als de Centrale Oestergronden, het Noordkromp-gebied, de Borkumse Stenen, de Bruine Bank, de Zeeuwse Banken en de Gasfonteinen zullen ook de beschermde status moeten krijgen die zij verdienen.
    De Partij voor de Dieren hamert al jaren op het belang van het aanwijzen van beschermde zeereservaten. Maar een zeereservaat is pas een reservaat als het gebied wordt beschermd tegen alle negatieve invloeden, dus ook tegen visserij. De Partij voor de Dieren wil daarom dat het mogelijk wordt om vissers te weren uit beschermde natuurgebieden op de Noordzee. Zeereservaten moeten plekken zijn waar vispopulaties kunnen herstellen en bodemleven kan opbloeien.
    Ook moet er speciale aandacht komen voor scheepswrakken. Veel soorten die op scheepswrakken leven komen nergens anders voor in de Noordzee.

    Meer informatie
  • Vissterfte door baggeren

    De Partij voor de Dieren is van mening dat bij het schonen en baggeren van wateren onnodig veel dierenleed wordt veroorzaakt. Het maaien van de planten langs en in de oevers en het schonen en baggeren van wateren zoals sloten en kanalen dienen vooral om de waterafvoercapaciteit in stand te houden.

    Voor de dieren die in en om het water leven betekent dit waterbeheer meestal een levensbedreigende ingreep. Vogels verliezen nesten, eieren en beschutting langs de kanten. Vissen en amfibieën verliezen hetzelfde in het water en de bodem. Daarnaast zijn er veel dieren die het leven laten; hetzij in het water, hetzij verwond of verstikt in de bagger op de kant.

    Onderzoek is nodig om te bepalen welke aantallen dieren sterven bij de verschillende methoden en hoe dit voorkomen kan worden. Ook ecologisch gezien betekent het huidige opschonen een drastische ingreep in de ontwikkeling van soorten zoals die in en om het water plaatsvindt.

    Gelet op deze overwegingen stelt de Partij voor de Dieren een Nee, tenzij-beleid voor: niet maaien, schonen of baggeren, tenzij het voor de waterafvoer of waterkwaliteit aantoonbaar noodzakelijk is. Het kan nodig zijn om in te grijpen om de leefsituatie van een bedreigde soort te behouden en bijvoorbeeld de verruiging aan de kant tegen te gaan.

    Meer informatie
  • Zet in op bestrijden coronacrisis én voorkom nieuwe uitbraken

    Het coronavirus COVID-19 is een zogeheten zoönose: een infectieziekte die kan overgaan van dieren op de mens.

    In dit geval is dat naar alle waarschijnlijkheid gebeurd op een markt waar wilde dieren werden verhandeld en gedood. Het overslaan van het virus heeft een wereldwijde epidemie met vele dodelijke slachtoffers als gevolg. De crisis die hieruit voortvloeit raakt iedereen. Onzekerheden en zorgen over gezondheid, veiligheid, voedsel en inkomen vragen om solidariteit en effectieve maatregelen. Dat betekent dat we de verspreiding van het virus moeten beperken en de zorg bereikbaar moeten houden voor wie zorg nodig heeft, met de beste kennis die er is. Daarbij moeten we varen op de kennis van experts en wetenschappers. Voor de Partij voor de Dieren is het van groot belang dat de maatregelen van het Kabinet in lijn zijn met adviezen van zowel nationale als internationale deskundigen, waaronder de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

    Zorgvuldig versoepelen
    Het coronavirus is een ernstig virus dat vele slachtoffers heeft gemaakt, en waarvan als een paal boven water staat dat de verspreiding voorkomen moet worden. Tegelijkertijd zien we dat de mentale en sociale gevolgen van de coronamaatregelen groot zijn. Mensen zijn sociale wezens, en worden door de coronamaatregelen beperkt in hun contacten. Deze inperkingen leiden tot mentale klachten, en zelfs tot meer depressies en suïcides. Ook deze gevolgen van de coronamaatregelen wil de Partij voor de Dieren niet negeren, en daarom vraagt elke maatregel om een zorgvuldige afweging: in hoeverre is deze effectief tegen het indammen van het virus, en welke gevolgen heeft het voor mensen?

    Daarom steunt de Partij voor de Dieren veelal de inperkingen, maar bekijken wij wel bij elke maatregel afzonderlijk wat de neveneffecten zijn. Dit was bijvoorbeeld ook de reden dat de Partij voor de Dieren tegen de avondklok heeft gestemd: voor alleenstaanden werd het steeds moeilijker om andere mensen te zien.

    Houd de zorg beschikbaar
    Er moet alles aan gedaan worden om de verspreiding van het coronavirus te beperken en zorg beschikbaar te houden. Hiervoor is het noodzakelijk om in te zetten op het verminderen van het aantal ziektegevallen, om zo onder de kritische grens te kunnen blijven van wat onze zorg aankan. Het is belangrijk dat zowel mensen die getroffen zijn door het coronavirus, maar ook de mensen die om andere redenen zorg en behandeling nodig hebben deze kunnen krijgen. Zorg- en hulpverleners moeten hun werk veilig kunnen blijven uitvoeren; het Kabinet moet zich maximaal inspannen om te voorzien in voldoende beschermende materialen, waaronder beschermende kleding en mondkapjes.
    Om zorg voor dieren ook toegankelijk te houden, wil de Partij voor de Dieren dat dierenartsen, dierenverzorgers en dierenambulancepersoneel toegevoegd worden aan de lijst van vitale beroepen waardoor hun kinderen opgevangen kunnen worden in perioden waarin scholen en kinderdagverblijven gesloten zijn.

    Voorkom nieuwe zoönose-uitbraken
    Naast het nemen van maatregelen om de huidige coronapandemie te bestrijden, wil de Partij voor de Dieren dat het Kabinet inzet op het voorkomen van nieuwe uitbraken van dierziekten. Niet alleen de handel en consumptie van wilde dieren vormen een belangrijk risico voor de uitbraak van nieuwe zoönosen (op de mens overdraagbare dierziekten). Tal van vooraanstaande (Nederlandse) virologen wijzen nadrukkelijk naar de vee-industrie als een van de grootste risico’s die er voor de (wereldwijde) volksgezondheid zijn. Driekwart van de nieuwe infectieziekten is immers afkomstig van dieren, waaronder Ebola, MERS, de Mexicaanse griep (varkensgriep), HIV, SARS, Q-Koorts, ESBL, MRSA, TBC en nu dit coronavirus COVID-19.
    Om mens en dier te beschermen moet de wijze waarop we met dieren omgaan drastisch veranderen. Nederland zal, als meest vee-dichte land ter wereld, een voortrekkersrol moeten nemen om dat risico te minimaliseren. Het huidige veehouderijsysteem - waarin niet het welzijn van dieren maar maximale productie voorop staat - werkt dierziekten in de hand. Ook daarom wil de Partij voor de Dieren dat er een einde komt aan de bio-industrie en dat het aantal dieren in de veehouderij met 70% wordt verminderd.
    Daarbij zorgt de grootschalige en wereldwijde ontbossing ervoor dat dieren die hun leefgebied hadden in die bossen en mogelijk zoönosen bij zich dragen op zoek moeten naar andere leefgebieden. Vaak zal dat zijn in gebieden waar ook mensen leven. Om de ontbossing een halt toe te roepen moet er een importverbod komen op producten afkomstig uit gebieden waar de natuur recent heeft moeten wijken voor landbouwgrond, zoals palmolie en soja voor veevoer. Ook moet de handel en consumptie van wilde dieren onmiddellijk worden verboden. De rol van de financiële wereld, die een groot belang heeft deze praktijken in stand te houden, moet ontmaskerd en aangepakt worden.


    Meer informatie

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer

Gerelateerd

Nieuwe Wet Dieren belooft grote verbe­te­ringen voor dieren in de bio-industrie

De Eerste Kamer heeft ingestemd met de vernieuwde Wet Dieren, waarin drie wetswijzigingen van de Partij voor de Dieren zijn opgenomen die voor grote dierenwelzijnsverbeteringen in de veehouderij gaan zorgen. Dieren mogen vanaf 2023 niet langer worden aangepast aan het systeem, maar het systeem wordt aangepast aan de dieren: een belofte die kabinetten al sinds 2002 doen, maar tot op heden niet hebb...

Bijdragen Moties Initiatiefvoorstellen Vragen Nieuws
Bijdragen Moties Initiatiefvoorstellen Vragen Nieuws