Gezonde landbouw en duurzaam voedsel


Alleen een gezonde landbouw levert duurzaam voedsel

Voedsel is een basisbehoefte voor ons bestaan. De totstandkoming van ons voedsel verdient dus onze volle aandacht. De Nederlandse voedselvoorziening is ernstig uit balans. Zij legt op dit moment een groot en onverantwoord beslag op de hulpbronnen en landbouwgronden wereldwijd. Dat komt onder andere door de massale import van veevoer en het gebruik van kunstmest en landbouwgif in de landbouw. De EU verstrekt miljarden euro’s aan landbouw- en visserijsubsidies. Dit veroorzaakt oneerlijke concurrentie en ontneemt boeren in ontwikkelingslanden, die geen subsidies ontvangen, een kans om hun producten voor reële prijzen te verkopen. Deze boeren zullen alle mogelijkheden moeten krijgen om op rendabele wijze voedsel te telen voor de eigen regio. Een gezonde, duurzame landbouw is mogelijk als we de natuurlijke kringlopen herstellen en boeren een eerlijke prijs betalen voor hun producten. Ook moet er volledig inzicht komen in waar ons voedsel vandaan komt, hoe het is geproduceerd en of de prijs de kosten dekt. De voedselketen moet kort en open zijn, om gesjoemel met voedsel te voorkomen. Stunten met de prijs van vlees is ontoelaatbaar en we binden de strijd aan tegen voedselverspilling. Uiteraard komt er een einde aan de bio-industrie!

De intensieve landbouw in ons land maakt vele slachtoffers. Elk jaar worden in Nederland ruim 500 miljoen dieren geslacht na een kort en ellendig leven. Door het vele gebruik van landbouwgif verdwijnen onder meer bijen en vlinders en worden omwonenden van akkers en bollenvelden ziek. De uitstoot van broeikasgassen en ammoniak door onze enorme veestapel gaat ten koste van de natuur en draagt bij aan de opwarming van de aarde. Mes en vork zijn de belangrijkste wapens in de strijd tegen klimaatverandering, armoede, honger, dierenleed en biodiversiteitsverlies. Bij veel boeren in Nederland staat het water tot aan de lippen: elke week moeten vijf boerenbedrijven de deuren sluiten omdat ze te weinig geld verdienen en niet mee kunnen of willen in het steeds meer en/of intensiever houden van dieren. Denk aan megastallen en de miljoenenleningen die boeren daarvoor moeten afsluiten. Dat kan anders.

  • Duurzaam voedsel, duurzame handel
  • Pijn bij vissen

    Lange tijd heeft men gedacht dat vissen geen pijn kunnen voelen. Inmiddels staat onomstotelijk vast dat vissen gevoelens van pijn en stress kunnen ervaren. De discussie over het eten van vis terwijl er alternatieven zijn, moet gevoerd worden. Ook moedigt de PvdD de innovatie van alternatieven voor visproducten aan. Er moeten wettelijke regels komen voor het doden van vissen, net zoals bij landbouwdieren het geval is. Uitgangspunt daarbij is dat het dier zo min mogelijk stress en pijn ervaart voordat het gedood wordt. Dit kan onder meer door de dieren vooraf snel en pijnloos buiten bewustzijn te brengen.

    Meer informatie
  • Vee-industrie afschaffen
  • Antibioticagebruik visserij

    De Partij voor de Dieren is tegen het gebruik van (gentech) vaccins tegen dierziektes in de visindustrie. Door de ontwikkeling van de intensieve viskwekerij kunnen virussen zich gemakkelijk verspreiden.

    In kwekerijen worden vissen in hoge dichtheden gehouden, krijgen ze hormonen toegediend en worden ze op verschillende manieren gemanipuleerd om voortplanting en groei te bevorderen en om de uitbraak van ziekten te voorkomen. Het injecteren en de bijbehorende verdoving van bijvoorbeeld zalmen zorgt bovendien voor veel stress, die zelfs in het overlijden van de vissen kan resulteren.

    Meer informatie
  • Diervriendelijke vispassages, gemalen en sluizen

    Jaarlijks vinden miljoenen vissen de dood in gemalen. Daarnaast wordt het leefgebied en de migratie van vissen beperkt door sluizen. De Partij voor de Dieren wil dat 'vispasseerbaarheid' een harde voorwaarde wordt voor waterkrachtinstallaties. Er moet een actieplan opgesteld worden om sluizen en gemalen aan te passen zodat vissen erlangs kunnen zwemmen. Vispassages worden nu helaas nog nauwelijks toegepast. Ook de Haringvlietsluizen moeten op een kier, om migratie van vissen weer mogelijk te maken.

    Meer informatie
  • Levend koken kreeften, krabben, schelpdieren

    De Partij voor de Dieren is fel tegenstander van het levend koken van schaal- en schelpdieren. Het levend koken van schaal- en schelpdieren is volstrekt onnodig en stelt het dier bloot aan grote en langdurige stress. De doodsstrijd kan 3 minuten duren waarbij het dier probeert te ontsnappen. Wij vinden het onacceptabel dat schaal- en schelpdieren levend in kokend water worden gegooid ten behoeve van menselijke consumptie. Wij vinden dat het slachten van dieren altijd gepaard moet gaan met voorafgaande verdoving.

    Meer informatie
  • Mondiaal verbod op haaien ontvinnen

    De Partij voor de Dieren wil dat er per direct een mondiaal verbod komt op het ontvinnen van haaien voor haaienvinnensoep. Sinds 2013 is het ontvinnen van haaien verboden in de Europese unie, nu de rest van de wereld nog.
    Het ontvinnen van haaien is een gruwelijke verminking van de haai. De haai wordt gevangen, van zijn vinnen ontdaan en teruggegooid in zee. De haai sterft hierna een vreselijke dood. Daarnaast is extra aandacht voor de haai hard nodig: de meeste populaties haaien en roggen in Europa worden overbevist, en een derde wordt zelfs met uitsterven bedreigd.

    Meer informatie
  • Ophokplicht

    De Partij voor de Dieren is tegen de ophokplicht.

    Een ophokplicht is een maatregel die vaak meteen wordt opgelegd, wanneer er een dierziekte als vogelgriep is geconstateerd op een boerderij. Dit houdt in dat alle dieren op dat bedrijf, en vaak ook op bedrijven en bij particulieren in de omgeving, verplicht binnen gehouden moeten worden en niet vervoerd mogen worden.

    Maatregelen als de ophokplicht zijn vaak bedoeld om daadkracht te suggereren in het geval van de uitbraak van een dierziekte als vogelgriep, maar de werkelijke oorzaak van het probleem wordt niet aangepakt: de bio-industrie. Nederland is namelijk het meest veedichte land ter wereld en de intensieve veehouderij zorgt er, door grootschalige import en export van dieren, enorme bedrijfsdichtheid en een non-vaccinatiebeleid, voor dat de uitbraak van een enkele dierziekte al snel kan leiden tot een niet te stoppen epidemie.

    Dit leidt er vaak toe dat vele duizenden dieren uit voorzorg 'geruimd' moeten worden en dat diervriendelijke boeren hier ook economische schade door ondervinden. Wij zien daarom meer in verplicht vaccineren, strengere controles en een drastische inperking van het aantal gehouden dieren, dan in een ophokplicht.

    Meer informatie
  • Radicale herziening MSC-keurmerk

    Zolang de rücksichtslose plundering van de zee niet is gestopt, is duurzame vis een fabeltje. Het MSC-etiket geeft een groene goedkeuring aan het eten van vis, ook als de getroffen maatregelen nog lang niet genoeg zijn om de vis als "verantwoord" te bestempelen. Er is een radicale herziening van het beleid nodig en niet het in slaap sussen van bezorgde consumenten. Er moet dan ook een einde komen aan de subsidiëring van zogenaamde duurzaamheidskeurmerken voor vis, zoals het MSC-keurmerk. Deze gelden kunnen beter worden benut voor een krimp van de sector via een warme sanering.

    Meer informatie
  • Verbod op hormoonverstorende stoffen

    Hormoonverstorende stoffen zitten in allerlei producten waar mensen dagelijks mee in aanraking komen, zoals plastic verpakkingen en op groente en fruit die zijn bespoten met landbouwgif. Deze chemische stoffen kunnen vruchtbaarheidsproblemen, kanker en obesitas veroorzaken en zijn zeer risicovol voor ongeboren baby’s en jonge kinderen. De Partij voor de Dieren wil zo snel mogelijk een verbod op hormoonverstorende stoffen.

    Meer informatie
  • Verbod palingvangst

    De Partij voor de Dieren pleit voor een totaal vangstverbod voor paling en een sociaal plan voor de sanering van de palingsector. De toekomst van de paling hangt aan een zijden draadje. In vijftig jaar is de palingstand in ons land met meer dan 90 procent teruggelopen, en is de hoeveelheid paling die ons land via de zee binnentrekt nog maar 1 procent van het oorspronkelijke niveau. Eén ding is duidelijk: als we nu geen maatregelen nemen, sterft de paling uit. Deskundigen zijn het erover eens dat een (tijdelijk) vangstverbod hoe dan ook nodig is om de bedreigde paling te redden. En zelfs als er vanaf nu geen enkele paling meer gevangen wordt, zal het nog minstens 60 tot 80 jaar duren voor de soort zich heeft hersteld.

    Meer informatie
  • Vissen op blauwvintonijn

    De blauwvintonijn is een van de grootste tonijnsoorten ter wereld. De dieren, die vanwege hun bijzondere warmbloedige biologie snelheden van wel 100 km/uur kunnen bereiken, spelen als grote roofdieren een belangrijke rol in het mariene ecosysteem. Sinds 1970 vormt de blauwe tonijn een zeer gewild ingrediënt voor de sushi industrie.

    Populaties worden sindsdien met behulp van moderne technieken als vliegtuigjes en sonar technologieën systematisch bejaagd en als gevolg daarvan ernstig overbevist. De handel is bijzonder lucratief: één tonijn kan wel 100.000 dollar opbrengen. De blauwvintonijn staat op de internationale lijst van bedreigde diersoorten.

    Wetenschappers waarschuwen al jaren dat met de huidige vangsttrends de populatie afstevent op ineenstorting. Desondanks kan er wereldwijd nog steeds op de soort worden gevist, ook in Europa. De Europese wateren zijn belangrijk voor de blauwvintonijn. De vis plant zich voort in de Middellandse zee, maar wordt juist daar intensief bejaagd. De Partij voor de Dieren wil dat Europese wateren worden gesloten voor visserij op de blauwvintonijn.

    Meer informatie
  • Visserijbeleid radicaal wijzigen

    De Partij voor de Dieren zal er alles aan doen om het Nederlandse en Europese visserijbeleid radicaal te wijzigen. Allereerst moet Nederland haar eigen verantwoordelijkheid nemen. Het ‘Duurzame Visserijbeleid’ dat in 2007 door de Nederlandse regering is ingezet, is volstrekt onvoldoende om de visbestanden te redden en de mariene biodiversiteit te beschermen. De capaciteit van de Nederlandse vissersvloot is veel te groot voor een verantwoorde visserij en zal dus flink moeten worden ingekrompen.

    Ook op Europees niveau wordt structureel veel te veel vis gevangen. Quota voor Europese vissers komen 42 tot 57 procent hoger uit dan onafhankelijke wetenschappers adviseren voor een duurzaam beheer van de visbestanden. Het resultaat van 25 jaar Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) is dat de visbestanden in de Europese wateren ernstig worden bedreigd in hun voortbestaan: 47 procent van de bestanden in de Atlantische Oceaan en ongeveer 90 procent in de Middellandse Zee is overbevist. Bovendien kan 30 procent van de vissoorten zich waarschijnlijk niet meer herstellen. Als we in dit tempo doorgaan, zijn in 2048 de zeeën leeg, voorspellen toonaangevende visserijbiologen.

    De overcapaciteit in de Europese vissersvloot brengt ook mariene ecosystemen buiten Europa in groot gevaar. Zo plunderen megatrawlers uit Nederland en andere EU-lidstaten de zeeën voor de kust van onder meer Afrika en Australië, gesubsidieerd met Europees belastinggeld. De grootste trawlers van Europa zijn in Nederlandse handen.

    De PvdD wil dat nationale en Europese visserijsubsidies worden afgeschaft. Het voorzorgbeginsel moet leidend zijn. Gezien de uiterst zorgelijke visstand betekent dit dat er in de EU en dus ook in de Nederlandse wateren in principe niet meer kan worden gevist. Ook de roofcontracten met landen buiten de EU moeten worden beëindigd. En er moet in elk geval een vangstverbod worden ingesteld voor de meest kwetsbare soorten, zoals haring en kabeljauw.
    Destructieve visserijtechnieken en gebruik van staand want moeten worden verboden. Alleen wanneer kan worden aangetoond dat een (beperkte) vangst verantwoord is en binnen de draagkracht blijft van de mariene ecosystemen, kan visserij nog worden toegestaan.

    Meer informatie
  • Vissers weren uit zeereservaten in de Noordzee

    De biodiversiteit in de Noordzee staat onder grote druk. De Noordzee is één van de meest intensief gebruikte zeegebieden ter wereld. Bijzonder bodemleven verdwijnt en karakteristieke vissoorten worden bedreigd door de negatieve invloeden van visserij, maar ook van scheepvaart, zandwinning, baggerstort, militaire oefeningen, aanleg van kabels en leidingen, olie- en gasplatforms en windmolenparken.
    De zeereservaten de Doggersbank, de Klaverbank en het Friese Front moeten dan ook worden beschermd. Maar de gebieden beslaan slechts een deel van de natuurlijke rijkdom van de Noordzee. Belangrijke andere gebieden als de Centrale Oestergronden, het Noordkromp-gebied, de Borkumse Stenen, de Bruine Bank, de Zeeuwse Banken en de Gasfonteinen zullen ook de beschermde status moeten krijgen die zij verdienen.
    De Partij voor de Dieren hamert al jaren op het belang van het aanwijzen van beschermde zeereservaten. Maar een zeereservaat is pas een reservaat als het gebied wordt beschermd tegen alle negatieve invloeden, dus ook tegen visserij. De Partij voor de Dieren wil daarom dat het mogelijk wordt om vissers te weren uit beschermde natuurgebieden op de Noordzee. Zeereservaten moeten plekken zijn waar vispopulaties kunnen herstellen en bodemleven kan opbloeien.
    Ook moet er speciale aandacht komen voor scheepswrakken. Veel soorten die op scheepswrakken leven komen nergens anders voor in de Noordzee.

    Meer informatie
  • Vissterfte door baggeren

    De Partij voor de Dieren is van mening dat bij het schonen en baggeren van wateren onnodig veel dierenleed wordt veroorzaakt. Het maaien van de planten langs en in de oevers en het schonen en baggeren van wateren zoals sloten en kanalen dienen vooral om de waterafvoercapaciteit in stand te houden.

    Voor de dieren die in en om het water leven betekent dit waterbeheer meestal een levensbedreigende ingreep. Vogels verliezen nesten, eieren en beschutting langs de kanten. Vissen en amfibieën verliezen hetzelfde in het water en de bodem. Daarnaast zijn er veel dieren die het leven laten; hetzij in het water, hetzij verwond of verstikt in de bagger op de kant.

    Onderzoek is nodig om te bepalen welke aantallen dieren sterven bij de verschillende methoden en hoe dit voorkomen kan worden. Ook ecologisch gezien betekent het huidige opschonen een drastische ingreep in de ontwikkeling van soorten zoals die in en om het water plaatsvindt.

    Gelet op deze overwegingen stelt de Partij voor de Dieren een Nee, tenzij-beleid voor: niet maaien, schonen of baggeren, tenzij het voor de waterafvoer of waterkwaliteit aantoonbaar noodzakelijk is. Het kan nodig zijn om in te grijpen om de leefsituatie van een bedreigde soort te behouden en bijvoorbeeld de verruiging aan de kant tegen te gaan.

    Meer informatie
  • Zet in op bestrijden coronacrisis én voorkom nieuwe uitbraken

    Het coronavirus COVID-19 is een zogeheten zoönose: een infectieziekte die kan overgaan van dieren op de mens. In dit geval is dat naar alle waarschijnlijkheid gebeurd op een markt waar wilde dieren werden verhandeld en gedood. Het overslaan van het virus heeft een wereldwijde epidemie met vele dodelijke slachtoffers als gevolg. De crisis die hieruit voortvloeit raakt iedereen. Onzekerheden en zorgen over gezondheid, veiligheid, voedsel en inkomen vragen om solidariteit en effectieve maatregelen. Dat betekent dat we er alles aan moeten doen om de verspreiding van het virus te beperken en de zorg bereikbaar te houden voor wie zorg nodig heeft, met de beste kennis die er is. Daarbij moeten we varen op de kennis van experts en wetenschappers. Voor de Partij voor de Dieren is het van groot belang dat de maatregelen van het Kabinet in lijn zijn met adviezen van zowel nationale als internationale deskundigen, waaronder de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

    Houd de zorg beschikbaar
    Er moet alles aan gedaan worden om de verspreiding van het coronavirus te beperken en zorg beschikbaar te houden. Hiervoor is het noodzakelijk om in te zetten op het verminderen van het aantal ziektegevallen, om zo onder de kritische grens te kunnen blijven van wat onze zorg aankan. Het is belangrijk dat zowel mensen die getroffen zijn door het coronavirus, maar ook de mensen die om andere redenen zorg en behandeling nodig hebben deze kunnen krijgen. Zorg- en hulpverleners moeten hun werk veilig kunnen blijven uitvoeren; het Kabinet moet zich maximaal inspannen om te voorzien in voldoende beschermende materialen, waaronder beschermende kleding en mondkapjes.
    Om zorg voor dieren ook toegankelijk te houden, wil de Partij voor de Dieren dat dierenartsen, dierenverzorgers en dierenambulancepersoneel toegevoegd worden aan de lijst van vitale beroepen waardoor hun kinderen opgevangen kunnen worden in perioden waarin scholen en kinderdagverblijven gesloten zijn.

    Voorkom nieuwe zoönose-uitbraken
    Naast het nemen van maatregelen om de huidige coronapandemie te bestrijden, wil de Partij voor de Dieren dat het Kabinet inzet op het voorkomen van nieuwe uitbraken van dierziekten. Niet alleen de handel en consumptie van wilde dieren vormen een belangrijk risico voor de uitbraak van nieuwe zoönosen (op de mens overdraagbare dierziekten). Tal van vooraanstaande (Nederlandse) virologen wijzen nadrukkelijk naar de vee-industrie als een van de grootste risico’s die er voor de (wereldwijde) volksgezondheid zijn. Driekwart van de nieuwe infectieziekten is immers afkomstig van dieren, waaronder Ebola, MERS, de Mexicaanse griep (varkensgriep), HIV, SARS, Q-Koorts, ESBL, MRSA, TBC en nu dit coronavirus COVID-19.
    Om mens en dier te beschermen moet de wijze waarop we met dieren omgaan drastisch veranderen. Nederland zal, als meest vee-dichte land ter wereld, een voortrekkersrol moeten nemen om dat risico te minimaliseren. Het huidige veehouderijsysteem - waarin niet het welzijn van dieren maar maximale productie voorop staat - werkt dierziekten in de hand. Ook daarom wil de Partij voor de Dieren dat er een einde komt aan de bio-industrie en dat het aantal dieren in de veehouderij met 70% wordt verminderd.
    Daarbij zorgt de grootschalige en wereldwijde ontbossing ervoor dat dieren die hun leefgebied hadden in die bossen en mogelijk zoönosen bij zich dragen op zoek moeten naar andere leefgebieden. Vaak zal dat zijn in gebieden waar ook mensen leven. Om de ontbossing een halt toe te roepen moet er een importverbod komen op producten afkomstig uit gebieden waar de natuur recent heeft moeten wijken voor landbouwgrond, zoals palmolie en soja voor veevoer. Ook moet de handel en consumptie van wilde dieren onmiddellijk worden verboden. De rol van de financiële wereld, die een groot belang heeft deze praktijken in stand te houden, moet ontmaskerd en aangepakt worden.


    Meer informatie

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer

Gerelateerd

Nert­sen­fok­kerij mogelijk groter gevaar volks­ge­zondheid dan minister beweert

Deense RIVM noemt de virusvarianten die zijn ontstaan in de nertsenfokkerij bijzonder zorgwekkend

Het Deense RIVM (Statens Serum Institut) waarschuwt dat de varianten van het coronavirus die zijn ontstaan in de Deense nertsenfokkerij, een ernstige bedreiging kunnen vormen voor de volksgezondheid. De ‘nertsenvarianten’ van het virus zouden mogelijk ongevoelig zijn voor de ontwikkelde vaccins, wat zou betekenen dat vaccins niet zullen werken. Intussen zijn er al minstens 150 Deense nertsenfokker...

Bijdragen Moties Initiatiefvoorstellen Vragen Nieuws
Bijdragen Moties Initiatiefvoorstellen Vragen Nieuws