Bijdrage Thieme aan het debat over het regeerakkoord Rutte III - tweede termijn

Voorzitter,

Gisteren hebben de coalitiepartijen gesproken over het terug krijgen van het vertrouwen in de democratie. Maar: Wanneer je stelselmatig de mogelijkheden tot directe democratie, referenda, één voor één de nek omdraait en tegelijkertijd de regie overgeeft aan het bedrijfsleven. Wanneer je alles doet om het multinationals en aandeelhouders zoveel mogelijk naar de zin te maken. Wanneer je steevast economische groei boven de belangen van deze planeet en haar bewoners stelt. Dan zal dit vertrouwen alleen maar verder afbrokkelen.

Op het gebied van klimaat, één van de grootste crises van onze tijd, heeft het kabinet haar huiswerk nog niet eens voor de helft gedaan. Noodzakelijke maatregelen, onontkoombare maatregelen om het klimaatprobleem aan te pakken, zoals inzetten op gedragsverandering van burger, overheid en bedrijfsleven, worden angstvallig vermeden. Dat is een enorme gemiste kans. Ik citeer Bert Metz, wetenschapper, voormalig lid IPCC en fellow van de European Climate Foundation, hoofd onderhandelingen namens Nederland en de EU tijdens Kyoto:  “We hebben nog maar 5 jaar om binnen de 1.5 graag opwarming te blijven.” Dat betekent dat het deze kabinetsperiode moet gebeuren.

Hulp, bijvoorbeeld bij het invullen van het klimaatbeleid, is dan ook hard nodig. Misschien moeten we de deur van de Trevezaal er maar gewoon uit halen. D66 en ChristenUnie hebben mij gisteren uitgenodigd om te blijven aanjagen en mee te doen om de klimaatdoelstellingen dichterbij te brengen. Die uitnodiging neemt mijn partij graag aan.
Pechtold en Segers willen een duurzamere samenleving. Dat bleek tijdens de verkiezingen en in hun verkiezingsprogramma. Veel van die ideeën en maatregelen omarmt de Partij voor de Dieren en wellicht nog veel meer partijen in deze Kamer. Graag breng ik in dit kader ook in herinnering het klimaatmanifest van Jan Terlouw ondertekend door álle politieke jongerenorganisaties. Ik dien daarom zes moties in waarin een aantal prachtige duurzaamheidswensen van D66 en ChristenUnie uit de verkiezingsprogramma’s en kieswijzers 2017 zijn opgenomen. Wij steunen die van harte en hopen dat ook andere partijen zich aansluiten.

Voorzitter, D66 vindt net als de Partij voor de Dieren dat je vooral energie moet besparen en niet alleen maar verduurzamen. Daarom warme steun voor hun topidee alles wat we nog nieuw bouwen minimaal energie-neutraal te doen. [motie]

Voorzitter, de salderingsregeling geeft de eigenaar van de zonnepanelen zekerheid. De regeling wordt vanaf 2020 versoberd en dat vindt de Partij voor de Dieren een volstrekt verkeerd signaal. Want dat leidt volgens het PBL tot minder zonne-energie. Daarom de motie de salderingsregeling van opgewekte zonne-energie te handhaven.

Voorzitter, zowel D66 als de CU hebben in de verkiezingen gesteld dat de overheid een taak heeft om het gebruik van plantaardige alternatieven voor dierlijke eiwitten, zoals vlees, zuivel en eieren, te stimuleren. Alsof we het zelf bedacht hebben, voorzitter: WIj verzoeken de regering om opschaling van de productie van vleesvervangers te stimuleren en zo de vleesconsumptie en –productie te verlagen. [motie]

Voorzitter, de ChristenUnie stelt in hun verkiezingsprogramma dat de ondergrondse opslag van CO2 een dure techniek is die veel energie kost en geen bijdrage levert aan de energietransitie. Ze hebben hartstikke gelijk. Daarom voorzitter, verzoeken wij de regering om geen prioriteit en overheidsgeld te geven aan de ondergrondse opslag van CO2. [motie]

Voorzitter, de 1300 miljard euro investeringsruimte van de pensioenfondsen biedt een geweldige kans om te investeren in duurzame bedrijven en initiatieven. Ik las het volgende geweldige idee in het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie: de regering moet bindende afspraken maken met investeerders te (zoals pensioenfondsen) om investeringen in fossiele energie af te bouwen en te verschuiven naar schone energie en energiebesparing. [motie]

Voorzitter, de ChristenUnie stelt terecht dat voor een maximale temperatuurstijging van maximaal 1,5 graden Celsius, we in Nederland het Energieakkoord moeten openbreken om onze nationale doelstellingen te halen. En zo is het. [motie]

Voorzitter, naast deze goede ideeën van D66 en ChristenUnie, hebben wij vandaag nog drie verzoeken aan het kabinet. Dit kabinet trekt 200 miljoen euro uit voor een warme sanering van de varkenshouderij in belaste gebieden, met name in Noord-Brabant. Daar zijn wij voor. Maar als we 200 miljoen euro aan belastinggeld gaan uitgeven, moet het wel gaan om structurele oplossingen, en niet om een hele dure verplaatsing van het probleem. [motie]

Voorzitter, het kabinet maakt 75 miljoen euro  vrij om ervoor te zorgen dat jonge boeren gemakkelijker een bedrijf kunnen overnemen. Op zich is dat een sympathieke maatregel, maar overheidsinvesteringen in de landbouw kunnen niet meer los staan van de noodzakelijke verduurzaming. Daarom de volgende motie.

Vlees is het meest milieuvervuilende en klimaat-onvriendelijke onderdeel is van ons voedselpakket. Onder andere het Planbureau voor de Leefomgeving, het RIVM, het International Panel on Climate Change van de VN, wetenschappers van de Universiteit van Oxford en de Erasmus Universiteit Rotterdam, adviseren dringend om een vleestaks in te voeren. Daarom onze motie.

Tot slot. Mijn partij wil een radicale koerswijziging: de planeet centraal stellen in plaats van de korte termijnbelangen van de Westerse mens. We zien uit naar de debatten met het kabinet, om het kabinet daarvan te overtuigen en daar voorstellen te doen.

 

Interrupties tijdens beantwoording eerste termijn minister-president

Dividendbelasting/multinationals/start-ups

Mevrouw Thieme (PvdD):
Nog even over de dividendbelasting. Als je kijkt naar waar mensen werk vinden, zie je dat dat met name in het midden- en kleinbedrijf is. Daar kunnen we niet omheen. Ook de heer Rutte kan er niet omheen. Dat moeten we koesteren. Het is ontzettend belangrijk. Daardoor kunnen jonge mensen hun eigen start-up beginnen. Innovatie begint ook vaak bij kleine bedrijven. Klein is in feite het nieuwe groot. Dat zou het adagium moeten zijn. Daarin kunnen we innovatief zijn. We kunnen kleine bedrijven daarvoor alle ruimte geven. Multinationals houden dat in feite tegen; vandaar ook dat wij tegen vrijhandelsverdragen zijn. Maar ik hoorde de heer Rutte net zeggen: als ik multinationals spreek op internationale fora, merk ik dat ze aan het eind bij de beoordeling van het vestigingsklimaat altijd nadenken over de vraag hoeveel dividendbelasting ze moeten gaan betalen; op basis daarvan beoordelen ze of ze zich willen vestigen of niet. Als een multinational zich laat leiden door de vraag waar de dividendbelasting het laagst is, zal zo'n multinational wanneer die belasting ergens anders in de wereld lager wordt, ook meteen daarnaartoe gaan.

De voorzitter:
Uw vraag.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het probleem daarvan is dat die multinational zich daarmee een zeer onbetrouwbare werkgever betoont. Is het niet van groot belang dat wij de multinationals hiernaartoe trekken door de belasting op arbeid juist te verlagen? Dat is interessant. Dan wordt het aantrekkelijk om meer mensen aan te nemen in plaats van dat wij multinationals zich laten verplaatsen door het verlagen van de dividendbelasting.

De voorzitter:
Mevrouw Thieme, via u maak ik een opmerking aan iedereen die straks gaat interrumperen. Aan het begin heb ik gezegd: geen ellenlange inleidingen, geen beschouwingen. Gisteren heeft iedereen zijn of haar positie kenbaar gemaakt. Echt, interrupties moeten kort zijn, een opmerking of een vraag. Dit is niet aan u persoonlijk gericht, maar ik zeg het via u.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Nee, dat lijkt me niet, nee. Als ik kijk naar de voorgaande sprekers, merk ik dat ik wel enige ruimte kan nemen.

De voorzitter:
U mag interrumperen, maar het moet echt kort zijn.

Minister Rutte:
Er was wel sprake van enige inleiding!

Mevrouw Thieme (PvdD):
Zeker, maar het is ook heel belangrijk om hier aan te geven dat wij kiezen voor het mkb en niet voor de multinationals en dat het onverstandig is om multinationals alle ruimte te geven om te gaan concurreren op dividendbelasting.

De voorzitter:
Was dat een nieuwe interruptie?

Mevrouw Thieme (PvdD):
Nee, een korte samenvatting.

Minister Rutte:
Het kan dus wel!

Even heel serieus. Het is allebei waar. Ik ben het natuurlijk met mevrouw Thieme eens dat het midden- en kleinbedrijf cruciaal is. Ik had het net over de man of vrouw die 's morgens wakker wordt en tegen zijn partner zegt dat hij voor zichzelf gaat beginnen, mensen aanneemt, een droom gaat najagen, een bedrijf opbouwt en doordat hij mensen aanneemt ook weer economische groei genereert. Dat is uiteindelijk wat dit land groot maakt en waardoor we ook geld hebben om het belangrijke werk te laten doen in al die sectoren waarvoor wij als overheid verantwoordelijk zijn, in de verpleging, bij Defensie, bij de politie. Dat is absoluut waar. Maar je kunt niet geïsoleerd alleen daarnaar kijken als je weet dat 40% van de banen afhankelijk is van de bedrijven die internationaal werken en als je weet dat Nederland internationaal connected is. Mevrouw Thieme zegt dat zij tegen internationale vrijhandelsverdragen is. Gaat zij dan ook aan honderdduizenden Nederlandse werknemers uitleggen dat zij hun baan verliezen als zij hier aan de macht zou komen? Dat ware dan te voorkomen, want de schade daarvan is werkelijk enorm. Je kunt niet het een doen en het ander laten. Je zult altijd in de mix van zaken het goede optimum moeten vinden. Natuurlijk, het is niet zo dat een bedrijf zijn hoofdkantoor hier vestigt en vervolgens dat hele hoofdkantoor weer gaat afbreken en alles gaat verplaatsen naar een ander land omdat dat land zijn belastingtarief iets aanpast. Maar er zijn van die momenten dat bedrijven besluiten: blijf ik of kom ik? Dan wordt er wel gekeken. Natuurlijk is dat een besluit voor de wat langere termijn. Die bedrijven zitten er altijd voor de langere termijn. Maar er zijn wel momenten dat daarover in de directies en in de raden van commissarissen besloten wordt. Dat gebeurt met een zekere regelmaat, maar niet op basis van maanden of jaren. Het is natuurlijk altijd voor een langere termijn.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dit kabinet loopt aan de leiband van de multinationals. Multinationals willen dus een zo laag mogelijke belasting. Is dat belasting op dividend, dan gaan ze dat beoordelen. Ze betonen zich daarmee een slechte werkgever. Dan gaat het namelijk niet om vragen als: waar kan ik goed werkgeverschap laten zien, waar kan ik me vestigen in een goede infrastructuur, met ook goed onderwijs? Nee, dan hangt het alleen maar af van de dividendbelasting. Het lijkt mij beter om die multinationals zich hier te laten vestigen, als zij ook kiezen voor de mensen hier in Nederland. Dat kunnen we aantrekkelijk maken door de belasting op arbeid te verlagen en niet door de dividendbelasting te verlagen. Ik begrijp niet waarom die keuze wordt gemaakt.

 

Sleepwet

Mevrouw Thieme (PvdD):
De Partij voor de Dieren is faliekant tegen deze sleepwet en we zijn dan ook heel blij — we feliciteren de initiatiefnemers via deze weg — dat er een referendum zal plaatsvinden in maart. Daar gaat ook mijn vraag over. Ik heb deze week begrepen dat de ingangsdatum van de wet is opgeschoven naar 1 mei, dus tot na het referendum. Bij het referendum over Oekraïne hebben we gezien dat het kabinet de reactie op de uitslag van het referendum oneindig lang uitstelde, onderwijl allerlei dingen al in gang werden gezet om dat Oekraïneverdrag gewoon in werking te laten treden. Ik wil van deze minister-president de verzekering dat, als het referendum is geweest en de uitkomst er ligt, de wet niet eerder in werking kan treden dan nadat het kabinet met een reactie op de uitslag van het referendum is gekomen.

Minister Rutte:
Het slechte nieuws is dat de wet al in werking is getreden.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dan vind ik het wel goed om dat hier duidelijk te hebben. Wat betekent dan de berichtgeving dat het uitgesteld is tot 1 mei?

Minister Rutte:
Dat is dat deel van de wet dat samenhangt met de toetsingscommissie en waar zij toezicht op moet houden. Dat deel van de wet treedt in werking zodra de toetsingscommissie zich gevormd heeft. Daar wordt op dit moment hard aan gewerkt. En volgens mij is de inzet 1 mei of 1 juni. Ik hoor nu dat 1 mei waarschijnlijk haalbaar is.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het is onbestaanbaar dat, terwijl er nog niet eens een toetsingscommissie is, de wet al in werking is getreden.

Minister Rutte:
Dat is geen nieuws.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het feit dat er een referendum wordt georganiseerd in maart, geeft nog meer de urgentie aan voor dit kabinet om een pas op zijn plaats te maken. Het is nu namelijk aan de burger om hierover een raadgevend referendum te houden.

Minister Rutte:
Wacht even: die wet is aangenomen door de Tweede Kamer en Eerste Kamer in de wetenschap dat de inwerkingtreding niet afhankelijk zou zijn van een referendum. Dat is gewoon een besluit dat we met zijn allen genomen hebben. Dat is openbaar; dat weet iedereen. Daar is niks geheimzinnigs aan. Dus die wet is in werking. Er zit een aspect in dat te maken heeft met dat deel waar ook die commissie toezicht op houdt. Dat deel kan pas van kracht worden als die commissie er is. We dachten dat die er op 1 januari zou kunnen zijn, maar het kost meer tijd, want de mensen moeten worden gezocht en daarna ook nog uitvoerig aan een screening worden onderworpen. Dat kost meer tijd dan we dachten, dus dat wordt 1 mei.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Blijft staan dat, als de referendumuitslag er is, het kabinet dan zo snel mogelijk met een reactie komt en dan ook geen verdere stappen onderneemt om die wet verder in te vullen en uit te voeren, aangezien we dan een uitslag hebben waar we eerst met elkaar over in debat moeten gaan.

Minister Rutte:
Nee. Heel zuiver: we hebben nu twee dingen. We hebben een wet die in werking is. Een aspect van die wet kan pas in werking treden als die commissie er is. Dat is één traject. Dat staat helemaal los van het referendum. Daarnaast is er een referendum. Als dat referendum is geweest, dan staat in de wet wat het kabinet moet doen nadat de uitkomst van het referendum bekend is. Die stappen zullen we natuurlijk allemaal zetten, maar dat staat los van elkaar.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dan zegt de minister-president hier in feite: het maakt niet uit dat er een referendum komt, want de wet gaat gewoon door.

Minister Rutte:
De wet is al ingevoerd.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ja, maar het referendum gaat daar geen verschil in uitmaken.

Minister Rutte:
Nee. Dit is niks geheimzinnigs, dit is gewoon hoe het zit. Je kunt een referendum houden over een wet en dan wordt zo'n wet nog even opgehouden totdat het referendum heeft plaatsgevonden. De Kamer heeft besloten om die wet aan te nemen in de wetenschap dat de inwerkingtreding niet wordt opgehouden door een eventueel referendum. Als er een referendum plaatsvindt met een conclusie die Nederland adviseert met die wet te stoppen, dan moet het kabinet zich daarover beraden. Dan kunnen wij bijvoorbeeld besluiten om een wet in te dienen die strekt tot intrekking van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Het is overigens een ramp als we dat doen, want dan hebben we helemaal niks meer. We gaan er hard aan werken om te voorkomen dat dat de uitslag zou zijn, omdat ik extreem gemotiveerd ben om Nederland uit te leggen waarom die wet zo cruciaal is. Maar stel dat het toch fout gaat, dan moeten wij ons als kabinet beraden conform de tijdelijke referendumwet.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Goed, voorzitter, dan wil ik heel graag weten van dit kabinet of het, nadat dit referendum is geweest, bereid is om een deadline te stellen ten aanzien van een reactie op de uitkomst van het referendum.

Minister Rutte:
Nou zou ik met mijn Duitse collega zeggen: Schritt für Schritt. Zullen we het even stap voor stap doen? Eerst maar eens even ervoor zorgen dat het referendum netjes plaatsvindt en vooral ook met z'n allen, iedereen tenminste die dat wil, proberen om Nederland ervan proberen te overtuigen dat we dit niet doen als speeltje voor wie dan ook, maar dat dit nodig is om dit land te beveiligen tegen terrorisme, tegen de schoften die het slechtste met onze samenleving van zins zijn.

De voorzitter:
Slotopmerking of vraag.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dan heeft de minister-president niets geleerd van de grote verontwaardiging die er was nadat het referendum over het Oekraïneverdrag was gehouden en het kabinet pas maanden later met een reactie kwam. Het is nu dus van belang om al op voorhand duidelijkheid te hebben over wanneer het kabinet gaat reageren. Daar neem je een termijn voor, zodat mensen weten waar ze aan toe zijn in plaats van dat het vervolgens aan het kabinet is om zo'n reactie eindeloos te traineren, waardoor mensen nog steeds niet weten of zo'n referendum nou serieus wordt genomen of niet. Daarom heb ik de vraag gesteld.

Minister Rutte:
Ik snap deze boze reactie niet, want ik heb er volgens mij geen aanleiding voor gegeven.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Als hij de boze reactie niet snapt, voorzitter, wil ik het graag nog even toelichten.

De voorzitter:
U krijgt het woord.

Mevrouw Thieme (PvdD):
We willen toch alle twee dat het vertrouwen in het kabinet, het vertrouwen in de politiek, wordt hersteld? We hebben bij het Oekraïnereferendum gezien dat mensen woedend waren dat er niets met de uitslag van het referendum werd gedaan. In ieder geval waren mensen boos over het feit dat een reactie uitbleef, dat die maar eindeloos op zich liet wachten. Ik wil hier heel graag van de minister-president duidelijk hebben dat hij dit niet nog een keertje gaat doen als de uitslag van het referendum over de sleepwet bekend is. Ik wil dus dat we met elkaar een termijn afspreken waarbinnen het kabinet met een reactie zal komen. Dat lijkt me procedureel zuiver.

Minister Rutte:
Ook daar is de wet duidelijk over. Wij voeren de wet uit en de wet zegt daar ook van alles over.

 

Klimaat

Mevrouw Thieme (PvdD):
Mijn grootste probleem is dat het kabinet de maatregelen voor zich uitschuift en eigenlijk pas met echte maatregelen begint nadat het uitgeregeerd is, namelijk na 2021. Kijken we bijvoorbeeld naar de ambitie om de kolencentrales te sluiten, dan zien we in het regeerakkoord staan: we sluiten de kolencentrales uiterlijk 2030. Dat is dus ver na Rutte III. Er staat ook: het tijdpad voor het sluiten van de kolencentrales zal in 2023 worden bezien door de kolencentrales en andere partijen bij het opstellen van een nieuw nationaal energieakkoord. Dat betekent dus ook dat het pas in 2023 gaat beginnen, twee jaar nadat deze regering uitgeregeerd is. Staat het kabinet open voor het openbreken van het energieakkoord dat er nu is, om op die manier te bezien of de kolencentrales eerder kunnen sluiten? De ChristenUnie en D66 hebben beide gezegd, ook tijdens de verkiezingen, dat de kolencentrales zo snel mogelijk dicht moeten.

Minister Rutte:
Ja, je kunt ze ook morgen sluiten. Dat kost heel erg veel geld. Volgens mij moet je het ook een beetje efficiënt doen. We komen nu met de introductie van een bodemprijs voor CO2 in de energiesector. Vervolgens hebben we gezegd dat mevrouw Thieme en ik tijdens Rutte VI de laatste centrale zullen sluiten. Dat spreken we nu af. De komende jaren komen we met een plan om dat te doen. Je moet echter vreselijk goed opletten, want als we dit niet slim en op een verstandige manier doen, gaan we hieraan verschrikkelijk veel geld uitgeven dat ik veel liever besteed aan andere dingen. We introduceren nu een CO2-prijs en maken een plan. Mevrouw Thieme had het over openbreken. Wat ons betreft gaan we werken aan een klimaat- en energieakkoord waarin de hele kosteneffectiviteit centraal staat, met het doel om de doelstellingen te behalen. Maar als je nu zegt "ze moeten dan of dan dicht", ga je een enorme maatschappelijke prijs betalen.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Hoe kan dit kabinet nou werken aan een energieakkoord dat pas in 2023 opnieuw moet worden vastgesteld? Dan pas kunnen de ambities van dit kabinet zijn weerslag krijgen. Ik moet hier dus staande houden dat het vooral vooruitschuiven is wat dit kabinet doet. Dit kabinet gaat namelijk helemaal niet over 2023. Hoe kunnen we de kolencentrales nou eerder sluiten dan in 2023? Dat kan kennelijk niet volgens het kabinet. Dat betekent dat dit kabinet helemaal niet het groenste is, want kolencentrales zijn ongeveer de vervuilendste fossiele-industriebedrijven ter wereld.

Minister Rutte:
Uiteindelijk is het toch een kwestie van hoe je het op een beetje slimme manier doet. Als je nu gaat zeggen "op die datum moeten die dingen dicht zijn" en je hebt nog helemaal geen incentives ingebouwd met de opbouw van een CO2-prijs et cetera, dan ben je bezig om ongelooflijk veel geld te verbranden. Ik zou daar echt tegen zijn. Dit regeerakkoord is zo'n beetje het groenste van heel Europa. Dat vind ik niet alleen; dat is ook in Europa breed erkend. We hebben ook echt de ambitie om dit te doen, om alle redenen die ik gisteren in de regeringsverklaring noemde. U kunt er zeker van zijn dat dat ook voor mij persoonlijk geldt.

Ik wil dat wij dit land schoon krijgen. Het is namelijk een kwestie van basics dat je niet alleen je overheidsbegroting op orde hebt, maar dat je ook de rotzooi niet doorschuift naar de volgende generatie. Zowel voor mij als liberaal als voor een ieder in deze coalitie vanuit zijn eigen politieke opvatting geldt dat we zeer gemotiveerd zijn om dit te doen. Ik wil wel dat het allemaal een beetje gebeurt op een manier die ook nog financieel te dragen is.

Mevrouw Thieme (PvdD):
De fossiele industrie kost miljarden aan subsidies. Daar tornt dit kabinet niet aan. Op dit moment gaat er belastinggeld naar de meest onduurzame vormen van energie. Dan durft de minister-president nog steeds te beweren dat we het ons niet kunnen veroorloven om die kolencentrales te sluiten. Het is een zegen, niet alleen voor de belastingbetaler maar ook voor het klimaat, als we stoppen met kolen. Deze minister-president, die net nog zo vriendelijk lachte naar dat huilende baby'tje, neemt, door het vooruit te schuiven en het aan zijn opvolgers over te laten om die kolencentrales daadwerkelijk te sluiten, niet de verantwoordelijkheid dat deze aarde beter leefbaar blijft voor toekomstige generaties. Ik vind het echt een schande.

 

Landbouw/Handelsverdragen

Voorzitter, dat in antwoord op de verschillende vragen over landbouw.

Mevrouw Thieme (PvdD):
De minister-president zegt met veel stelligheid dat Nederland een belangrijke bijdrage kan leveren aan het wereldvoedselprobleem en dat wij vooral daarom ook in moeten zetten op export en handelsmissies. Daaruit lijkt bijna te blijken dat de minister-president zelf onderzoek gedaan heeft waaruit blijkt dat Nederland daar inderdaad heel erg goed in is. Op basis van welke kennis denkt hij dat te kunnen stellen?

Minister Rutte:
Ik ben dan geen expert, maar wat ik wel vaststel, is dat als we op pad gaan met bedrijven en we een deel van de handelsmissie openen voor de landbouw- of de tuinbouwsector, de horticultural of de agricultural sector, die meteen overtekend is. De bedrijven die in die sector meegaan op handelsmissie, hebben een scala aan contacten in het land waar ze naartoe gaan. De minister van Landbouw zal dat ook merken als zij handelsmissies gaat leiden. Wij staan zeer goed aangeschreven. Dat is om een paar redenen. Als je je vinger op de kaart legt, is Nederland verdwenen, maar onder die vinger zit de tweede grootste landbouwexporteur ter wereld. Het heeft te maken met de enorm goede kwaliteit van ons onderwijs en het feit dat dat verbonden is, in een verticale kolom, met Wageningen, dus met de beste researchfaciliteiten die we in de wereld hebben. Er wordt ook met enige bewondering vanuit de hele wereld naar gekeken. Waar ik niet voor wil pleiten, is dat wij al dat voedsel hier gaan produceren, maar wij hebben dus de innovatieve technieken om andere landen te helpen om op een milieuvriendelijke manier aan die grote voedselvraag te voldoen.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Als er al bewondering is, dan is die er vooral tussen bedrijven over hoe je tegen zo laag mogelijke kosten zo veel mogelijk bulkproductie kunt produceren. Dus die bewondering beperkt zich eigenlijk alleen maar tot die sector zelf. Elkaar in feite een veer in de reet stoppen en dan zeggen "wat doen we het goed". De VN-rapporteur voor het recht op voedsel heeft de noodklok geluid en heeft gezegd: de toekomst van ons voedsel is niet-industrieel; we moeten af van monocultuur, van landbouwgif en van kunstmest. En waar is Nederland nou goed in? We staan in de ranglijst van het meeste gebruik van landbouwgif op de derde plaats. We gebruiken ontzettend veel kunstmest, we hebben alleen maar raaigras en monoculturen en we zijn op dit moment de aarde aan het uitputten. Dus als de minister-president de volgende keer in een debat zomaar durft te beweren dat Nederland een bijdrage levert aan het verzekeren van het recht op voedsel, dan denk ik dat hij eerst even moet gaan kijken naar onafhankelijke rapporten waarin juist wordt gezegd dat Nederland het slecht doet en dat wij over moeten stappen op biologische landbouw. Dan hebben wij ten minste een echte discussie, in plaats van iets voor te lezen en op basis van handelsmissies te zeggen dat er grote bewondering wordt geoogst. Dat gaat alleen maar over geld.

Minister Rutte:
Nou, nee. Eigenlijk niet. Dat is gewoon niet waar. Ik noem mijn gesprekken met de president van Tanzania en de grote problemen die daar leven op het terrein van landbouw. Daar ligt een enorme klus om mensen op een milieuvriendelijke manier voedsel te geven en de landbouwsector ook in zijn economische betekenis te ontwikkelen. Wat daar voor een bijdrage is geleverd vanuit een paar Nederlandse hbo-instellingen maar ook vanuit de researchfaciliteit van Wageningen heeft niets te maken met grote massaproductie of megastallen. Dat heeft alles te maken met de modernste inzichten gebruiken. Waar je in je eigen land bij een succesvolle sector altijd te maken hebt met elementen van de wet van de remmende voorsprong, kunnen wij de lessen die wij geleerd hebben en die wij aan het leren zijn, daar weer toepassen op een positieve manier. Dat wordt zeer gewaardeerd. Laten wij daar nou ook met iets meer trots over spreken. Als ik mevrouw Thieme hoor, dan denk ik: dat milieu is helemaal niet leuk. Het is allemaal zo negatief.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Als wij in China proberen om alle schoolkinderen aan de Nederlandse melk te krijgen terwijl 80% van de Chinezen lactose-intolerant is en dus ziek wordt van melk, als wij weten dat melk ongeveer het meest milieuvervuilende onderdeel van ons voedselpakket is, dat heel veel methaanuitstoot veroorzaakt, wat het kabinet ook erkent in het regeerakkoord, dan hebben wij toch te maken met een totaal onethische handelsmissie? Dan kunnen wij daar toch niet trots op zijn? Dan zijn wij toch bezig met het verplaatsen van problemen naar elders in de wereld door niet duurzaam gedrag te stimuleren?

Minister Rutte:
Neem het voorbeeld van China. Daar is inderdaad op een gegeven moment een probleem geweest met de voeding voor baby's. Natuurlijk zijn er plussen en minnen aan melk voor baby's, maar laten wij blij zijn dat de Nederlandse industrie en een aantal grote ondernemingen in staat waren om daar te helpen en ervoor te zorgen dat die spullen in China beschikbaar kwamen. Ik vind dat alleen maar goed nieuws.

 

Reactie minister-president Tweede Termijn