kInbreng SO over uitvoering motie van het lid Ouwehand over een verbod op BPA in voed­sel­con­tact­ma­te­rialen


7 november 2017

De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de voormalige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de uitvoering van de aangenomen motie Ouwehand over een verbod op BPA in voedselcontactmaterialen.

Dagelijks kopen mensen voeding voor zichzelf en hun kinderen, niet wetende dat zij via veel voedingsmiddelen worden blootgesteld aan het voedselcontactmateriaal BPA. Zo heeft TNO enkele voedingsproducten onderzocht en kwam zij tot de bevinding dat men via voeding uit blik en kunststof (mais, knakworstjes, tonijn en appelsap) wordt blootgesteld aan BPA.[1] BPA wordt ook wel de ‘everywhere chemicals’ genoemd, dus men kan beter de vraag stellen in welke producten BPA niét terug te vinden is.

Uit veel wetenschappelijk onderzoek blijkt dat blootstelling aan BPA diverse effecten heeft op de volksgezondheid. Zo draagt BPA bij aan de snelle afname van de reproductiviteit van Nederlanders.[2] Peuters en ongeboren kinderen lopen extra risico’s, omdat zij hun immuunsysteem nog moeten ontwikkelen.[3] Het lijkt er zelfs op dat bij kleine hoeveelheden BPA op de lange termijn ook schadelijk is voor de gezondheid.

De Tweede Kamer heeft juist vanwege bovengenoemde effecten van BPA op de volksgezondheid de motie Ouwehand[4] aangenomen om in Nederland een verbod in te stellen op BPA in voedselcontactmaterialen. Overigens niet alleen de Tweede Kamer, maar ook het Europees Parlement heeft zich uitgesproken voor zo’n verbod.[5] De PvdD-fractie verwacht van het nieuwe kabinet, dat in zegt te zullen zetten op preventie en voedselveiligheid, de motie Ouwehand alsnog uitvoert.

Op 25 september jl. heeft SCoPAFF tox ingestemd met een aangepast voorstel van de Europese Commissie om de normen voor BPA in voedselcontactmaterialen aan te scherpen. De minister zegt dat Nederland de verlaging van de normen heeft gesteund. De PvdD-fractie is verbaasd dat het kabinet heeft ingestemd met het verlagen van de normen voor BPA, omdat de Tweede Kamer een verbod wil. Kan de minister toelichten of het voorgaande kabinet bij de totstandkoming van de nieuwe Europese normen voor BPA gepleit heeft voor een verbod op BPA? Het lijkt er vooral op dat het voorgaande kabinet niet opgewassen was tegen de druk vanuit het bedrijfsleven, die structureel lobbyt tegen verboden en strengere normen voor chemische stoffen.

In haar brief schrijft de voormalige minister dat het gebruik van BPA in voedselcontactmaterialen van plastic sinds 2011 Europees geregeld is in de Europese Verordening 10/2011. In Frankrijk geldt sinds januari 2015 een algeheel wettelijk verbod op BPA in voedselcontactmaterialen. Nu de Europese Commissie nieuwe normen heeft vastgesteld voor BPA, is het volgens de voormalige minister onduidelijk of Frankrijk het ingestelde verbod zal handhaven. Met andere woorden: Frankrijk houdt vooralsnog vast aan het verbod.

De PvdD-fractie wil dat de motie voor een verbod op BPA alsnog wordt uitgevoerd nu blijkt dat, ondanks de nieuwe normen voor BPA in voedselcontactmaterialen, lidstaten de juridische bevoegdheid hebben om BPA in voedselcontactmaterialen op nationaal niveau te verbieden. De aanname dat een wettelijk verbod zou leiden tot een infractieprocedure is prematuur. Daarbij: een eventuele procedure betekent niet dat Nederland alsnog het wettelijke verbod zou moeten opheffen. Nederland kan zich tijdens zo’n procedure beroepen op het feit dat een wettelijk verbod op BPA op grond van de bescherming van de volksgezondheid geoorloofd is. De Tweede Kamer heeft niet voor niets gepleit voor een verbod en niet slechts voor een verlaging van de normen.

Het argument dat handhaving van een wettelijk verbod teveel van de capaciteit van de NVWA vraagt is evenmin een legitiem argument. Niet alleen Frankrijk, maar ook ten aanzien van kindervoeding hebben andere lidstaten immers ook voldoende kunnen handhaven op de aanwezigheid van de stof BPA.

Voorts deelt de PvdD-fractie de mening van het RIVM over de mogelijke gevolgen als bedrijven wegens de verlaging van normen dan wel een verbod op blootstelling overstappen op andere materialen/stoffen die niet minder schadelijk zijn voor de volksgezondheid, zoals BPS. De PvdD-fractie vraagt daarom aan de minister of en hoe zij gaat zorgen dat vastgestelde verboden en normen ook gelden voor dergelijke vervangende stoffen, zodat bedrijven niet ongehinderd door kunnen gaan met het schaden van de gezondheid van (ongeboren) kinderen en andere kwetsbare groepen. Het is belangrijk om daarbij niet te blijven wijzen naar de verantwoordelijkheid van de bedrijven zelf, maar om als overheid zelf de verantwoordelijkheid te nemen en haar taak om de gezondheid van haar burgers te beschermen serieus te nemen.

[1] https://www.oneworld.nl/overig/bpa-knakworst-appelsap-tonijn-en-mais/

[2] BPA is opgenomen in de zeer zorgwekkende stoffenlijst van de European Chemicals Agency (ECHA) nadat Europese lidstaten BPA hebben aangemerkt als een stof die toxisch is voor de reproductiviteit.

[3] Wijzende op het rapport van het RIVM ‘Bisphenol A: Part 2. Recommendations for risk management’ waarin wordt gesteld dat Bisphenol A (BPA) het immuunsysteem van kinderen kan beschadigen.

[4] Kamerstuk 32793-260

[5] Het Europees Parlement heeft een resolutie aangenomen waarin wordt opgeroepen tot een verbod op BPA in voedselcontactmaterialen.