Bijdrage Ouwehand Debat Rapport Onder­zoeksraad Voor Veiligheid over het "gasgebouw" - Gaswinning Groningen


28 april 2015

Voorzitter. De Onderzoeksraad Voor Veiligheid heeft harde conclusies getrokken over de manier waarop is omgegaan met de gaswinning in Nederland. Dat is al vaker gememoreerd in deze zaal. In de besluitvorming stond het belang van winning op de eerste plaats en veiligheidsrisico's hadden er geen plek in. De maximale opbrengst, een optimaal gebruik van de Nederlandse bodemschatten en continuïteit in de gasvoorziening waren de belangrijkste doelen. Het ministerie van Economische Zaken, het gaswinningsbedrijf NAM en zelfs de toezichthouder hadden alleen maar aandacht voor de gasopbrengst. Zij hebben daarmee hun zorgplicht verzaakt. De minister betreurt het, de NAM zegt sorry en beiden gaan over tot de orde van de dag.

De minister zegt alle aanbevelingen uit te voeren, maar wij zien daar nog niet veel van terug. Verschillende woordvoerders hebben de onafhankelijkheid van het SodM aangehaald en gezegd dat die gegarandeerd moet worden. De minister zegt wel dat hij dat doet, maar gaat daar toch niet daadwerkelijk toe over. Dan is het beschamend om te zien dat de rechter eraan te pas moet komen om de minister te dwingen, de veiligheidsrisico's wel serieus te nemen -- ook nu nog -- en de gaskraan bij Loppersum wat verder dicht te draaien en dat de Kamer een toevallige behandeling van een wijziging van de Mijnbouwwet moet aangrijpen om een paar dingen te regelen die allang geregeld hadden moeten zijn.

De vraag is waar het probleem hem nu precies in zit. De PvdD is daar eerlijk over in: zij gelooft niet dat het kabinet serieus meent dat de veiligheid van de Groningers vooropstaat. Ik weet dat dit een ernstige aanklacht is, maar zo zien wij dat. De minister heeft tot nu toe nog niets gedaan om het tegendeel daarvan te bewijzen. Dat zou hij kunnen doen bijvoorbeeld door vanuit het veiligheidsperspectief scenario's uit te ontwikkelen over de gevolgen van het terugbrengen van de gaswinning naar 12 miljard kuub. Wij weten allemaal dat dit het veiligste niveau op dit moment zou zijn. Die scenario's kan hij met de Kamer bespreken. We kunnen ook spreken over de 21 miljard kuub, als je daarnaast leveringszekerheid zou willen hebben. We kunnen ook over helemaal niets spreken, maar laten we beginnen met de scenario's en kijken waar we dan tegen aanlopen. Iedereen, ook een Groninger, snapt dat, als je de gaswinning van de ene op de andere dag terugbrengt, ook mensen in verzorgingshuizen en mensen met kleine kinderen thuis ernstig in de problemen komen, omdat zij geen warm water meer hebben. Dat zijn belangen die we hier met elkaar naast elkaar kunnen bekijken en wegen, maar de minister is niet eens bereid om die scenario's uit te zoeken en aan ons voor te leggen, zodat we met elkaar kunnen bezien wat verantwoord is.

Ik heb zeer veel waardering voor het rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid, maar ook daar proeft de Partij voor de Dieren het gevoelen dat dit nu eenmaal de status quo is en dat we nu eenmaal gaswinning hebben. Men vraagt zich af wat we zouden kunnen doen om het wat beter te maken, ik verwijs naar de termen "versterk het veiligheidsperspectief in de besluitvorming". Dat straalt niet direct uit: wij zijn ook bereid om het vanaf de andere kant te bekijken, vanuit het voorzorgsbeginsel, en om van daaruit te leren welke lessen er te trekken zijn. Dit rapport had bij iedereen tot de conclusie moeten leiden dat we dit niet nog een keer gaan meemaken, dat we dit niet nog een keer zo gaan doen, dat we ons afvragen hoe we het zover hebben kunnen laten komen. Einstein zei al dat je problemen niet kunt oplossen door te blijven denken vanuit de situatie en de redeneringen die tot de problemen hebben geleid. Je leert veel door aan de andere kant te beginnen. Dat betekent het voorzorgsbeginsel.

De aanbevelingen zijn zeer wel de moeite waard om over te nemen. Wij hebben er een hard hoofd in dat het kabinet dat serieus aan het doen is, maar wij volgen het met veel belangstelling. De Partij voor de Dieren wil er echter ook op aandringen om daarnaast vanuit het voorzorgsbeginsel te redeneren en te bezien waar we tegen aanlopen. Waar hebben we als overheid de mogelijkheid uit handen gegeven om in te grijpen als de veiligheid van onze burgers echt op het spel staat? De minister komt nu nog weg met een verwijzing naar de juridische positie van de exploitanten. Als wij daar geen einde aan maken, staan wij hier tot het einde der dagen te debatteren over een veiligheidssituatie die ten koste blijft gaan van onze inwoners.

Interrupties bij andere partijen:

De heer Bosman (VVD): Voorzitter. Wij spreken vandaag over het gasgebouw naar aanleiding van het rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid. Volgens mij is dit de derde keer dat we over dat rapport spreken. Het is een belangrijk onderzoek, zeker voor de bewoners van Groningen, maar waar het om gaat, is de uitvoering. The proof of the pudding is in the eating. Ik sluit mij dan ook aan bij de woorden van de minister in de kabinetsreactie op het OVV-rapport Aardbevingsrisico's in Groningen. De minister begint zijn laatste paragraaf met de woorden: "Nu is het zaak om tot tastbare resultaten te komen voor de inwoners van Groningen. Daarvoor zijn efficiënte en correcte schadeafhandeling, het verstevigen van woningen en de leefbaarheidsaanpak cruciaal". De VVD is het daar roerend mee eens. De VVD heeft haar naam ook onder de motie staan die het kabinet oproept om de aanbevelingen van dit rapport over te nemen en aan te pakken. De zorg en afhandeling aan het begin van een schade moet zo goed geregeld zijn dat er geen sprake meer hoeft te zijn van een mogelijke rechtsgang. (…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zou aan de VVD iets willen vragen over wat er in het rondetafelgesprek met de Onderzoeksraad is gewisseld. Ik vroeg of de OVV heeft geredeneerd vanuit het voorzorgsbeginsel. Het antwoord was: nee, wij redeneren vanuit de status quo. Dat kan. Maar zelfs daarbinnen hebben zij situaties aangetroffen waarover zij letterlijk tegen ons zeiden: de Staat, de overheid, heeft wel heel veel mogelijkheden uit handen gegeven om in te kunnen grijpen wanneer ze geconfronteerd wordt met dit soort situaties, waarin de veiligheid van burgers echt gevaar loopt. Vindt de woordvoerder van de VVD daarom dat in aanvulling op de aanbevelingen van de OVV-rapport, de minister echt werk moet maken van de manier waarop we omgaan met concessies? Het kan toch niet zo zijn dat we in vergunningen en concessies rechten hebben weggegeven aan een exploitant en dat dit het ons onmogelijk maakt om onze grondwettelijke plichten voor de veiligheid van onze burgers na te komen?

De heer Bosman (VVD): Ik denk dat we nu aan het bekijken zijn hoe we het hele besluitvormingsproces vorm gaan geven. Ik denk dat de minister bezig is te bekijken hoe hij het gasgebouw vorm gaat geven en welke verantwoordelijkheden hij waar belegt. Ik vind het zelf heel belangrijk dat we de bestuurders van Groningen en eventueel ook van andere plaatsen een plek geven om in die besluitvorming mee te denken en mee te praten. Dat zijn aspecten die nu worden meegenomen en die in dat proces gaande zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is allemaal mooi en dat moet ook gebeuren. Maar mijn fundamentele punt is als volgt. Niet alleen bij de NAM maar ook bij bijvoorbeeld chemische bedrijven die een veiligheidsrisico kunnen vormen voor hun omgeving zien we dat er in de vergunning afspraken zijn gemaakt. Als ze zich daar niet aan houden, is het echter toch heel erg moeilijk om in te grijpen. Dit terwijl de overheid wel de plicht heeft om ervoor te zorgen dat de veiligheid van burgers niet onnodig in gevaar wordt gebracht. Die route wordt nog nauwelijks verkend. Vindt de VVD ook dat de verantwoordelijkheid van de overheid om de veiligheid van burgers te beschermen, toch zeker wel boven de rechtspositie van exploitanten gaat? Als daar een conflict is, moeten we toch zeggen dat het gewoon ondernemersrisico is? Als jij gevaarlijke dingen wilt doen, het misgaat en wij moeten ingrijpen, is het risico voor jou. Ik hoor de minister echter steeds zeggen dat het toch best een beetje moeilijk is om in te grijpen, omdat de juridische positie van de NAM nou eenmaal sterk is vanwege die concessie.

De heer Bosman (VVD): Als je afspraken maakt, maak je van twee kanten afspraken. Daar heb je dan een verantwoordelijkheid in en die moet je nemen. Als je in de loop der tijd denkt dat je eens serieus moet nadenken over die afspraken kan dat, maar dan heb je nog wel te maken met de basis waarop je de afspraken hebt gemaakt. Die ligt er.

De voorzitter: Mevrouw Van Tongeren. Of wilt u nog een keer, mevrouw Ouwehand?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, voorzitter, ik wil graag een tweede interruptie, omdat ik het belangrijk vind dat ook de VVD een signaal aan de minister geeft. De VVD heeft vandaag niet meegestemd met amendementen, waar een ruime meerderheid van de Kamer voor was, om wat te verbeteren in het besluitvormingsproces. Maar deze verbetering is cruciaal. Natuurlijk maak je afspraken met de exploitanten. Maar we weten nu eenmaal dat er bij dit soort activiteiten veiligheidsrisico's kunnen optreden. Dat kan niemand meer ontkennen. Waar ligt voor de VVD dan de weging tussen aan de ene kant de rechtspositie van de exploitant, de manier waarop we in de toekomst omgaan met vergunningen en concessies, en aan de andere kant de ruimte die we als overheid zelf houden om de veiligheid van burgers te beschermen? We kunnen die veiligheid van burgers toch niet uitruilen tegen de rechtspositie van de exploitant? Dát is mijn vraag. Waar kiest de VVD voor?

De heer Bosman (VVD): Allereerst hebben wij niet meegestemd met die amendementen, omdat wij vinden dat die wat vroegtijdig waren en dat we een aantal zaken niet helemaal hebben uitgezocht, waardoor de Kamer het risico loopt dat zij op achterstand komt te staan en stappen zet waarover je achteraf kunt zeggen dat die anders en beter hadden gekund, ook voor het toekomstperspectief van de Groningers. Volgens mij heb ik daar bij de stemmingen een duidelijke mededeling over gedaan. Laten we nou voorzichtig zijn en niet dit soort stappen zetten zonder alle zorgvuldigheid die er zou kunnen zijn. Laten we er goed naar kijken.

Mevrouw Ouwehand vroeg ook waar je de verantwoordelijkheden legt. Ook daar moet je serieus naar kijken. Je moet voorzichtig zijn dat je niet heel snel stappen zet en zegt: dat regel ik wel even. Zoals mevrouw Ouwehand al zei, zijn er verschillende opties en mogelijkheden. Het kabinet bekijkt die. Misschien is zij niet helemaal tevreden over de uitkomsten daarvan, maar dat wil niet zeggen dat het niet gebeurt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Tot slot dan maar. Ik begrijp hieruit dat de VVD nog even moet nadenken over de verhouding tussen de rechtspositie van de exploitant en de ruimte die de Kamer houdt om de veiligheid van burgers te kunnen waarborgen. Daar komen we dan graag op terug.

De woordvoerder van de VVD zegt echter ook het voorzichtig te willen doen. Kan hij zich dan in elk geval aansluiten bij het pleidooi van in ieder geval de Partij voor de Dieren om geen nieuwe vergunningen of concessies te verlenen zolang die processen lopen, omdat we op dit moment simpelweg niet weten of we het wel goed genoeg doen? Kan de VVD dat dan ten minste steunen, als signaal naar de minister: nu pas op de plaats, want we hebben gezien dat er heel veel lessen te leren zijn. In de woorden van de VVD zelf moeten we die zorgvuldig omzetten in nieuw beleid en in de tussentijd doen we dus niets. Kan ik daarbij de VVD aan mijn zijde vinden?

De heer Bosman (VVD): Nee. De minister heeft aangegeven dat hij al die zaken die zijn neergelegd gaat meenemen en meewegen. Stilstand is ook onverstandig. Je moet naar de toekomst kijken. Daarbij moet je zorgvuldigheid betrachten en daarbij moet je de afwegingen maken die wij besproken hebben en die ook in allerlei verschillende rapporten zijn neergelegd, maar dat wil niet zeggen dat je onmiddellijk tot stilstand hoeft te komen.

Beantwoording door de minister van Economische Zaken

Minister Kamp: (…) De woordvoerder van de Partij voor de Dieren, mevrouw Ouwehand, vroeg naar het voorzorgsbeginsel. Het voorzorgsbeginsel betekent dat het bestuur ook maatregelen moet nemen als zaken nog niet wetenschappelijk onderbouwd zijn. Dat heb ik gedaan. Als het nog niet onderbouwd is, gaan we er toch al mee aan de gang. Ik heb dus ook het voorzorgsbeginsel al in acht genomen bij mijn instemming met het winningsplan van de NAM voor Groningen. Ik ben ook van plan om dat te blijven doen.

Mevrouw Ouwehand vroeg ook of ik bereid ben om scenario's uit te werken voor minder winning. Daar ben ik net ook al uitgebreider op ingegaan. Er zijn al heel veel scenario's voor. Ik heb ze in hun verschillende varianten, met de besluitvormingsmomenten, net doorgenomen. (…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik had nog gevraagd of de overheid nog wel voldoende ruimte heeft, gezien het belang van de veiligheid ten opzichte van de economische belangen. Heeft de overheid nog wel voldoende ruimte in het licht van de concessies aan de NAM en van wat de minister regelmatig naar voren brengt, namelijk dat hij niet zomaar kan doen wat hij wil, gezien de juridische consequenties? Dat staat nog los van de politieke keuze over het terugbrengen van de gasproductie. Is de minister op dit moment tevreden over de ruimte die wij hebben om vanuit het voorzorgsbeginsel te kunnen ingrijpen met het oog op de veiligheid of meent hij dat de dingen anders moeten? Zo ja, hoe ziet hij dat dan?

Minister Kamp: Ik vind dat ik de bevoegdheden heb om mijn verantwoordelijkheden waar te maken. Het is echter ook mijn verantwoordelijkheid om zorgvuldig tot besluitvorming te komen. Doe ik dat niet, dan blijven besluiten niet in stand. Dan worden die besluiten aangevochten en worden zij op de een of andere manier vernietigd. Daar schiet ik ook niets mee op. Dus ja, ik heb voldoende mogelijkheden, maar dat wil niet zeggen dat ik zomaar een besluit kan nemen. Ik moet dat zorgvuldig doen. Dat verwacht men van mij en dat wens ik zelf ook te doen. Dat is ook de beste garantie voor het in stand houden en kunnen uitvoeren van die besluiten, ook als daartegen opgekomen wordt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit stelt mij niet gerust, want de minister zegt twee dingen die strijdig zijn met elkaar. Ja, hij heeft voldoende ruimte, maar zijn besluit kan worden aangevochten, waarna het van tafel gaat. Daar hebben we het dus over. Is de minister bereid om daar een analyse van te maken? De Kamer heeft vandaag een amendement aangenomen -- waar ik heel blij mee ben -- waardoor er meer gronden komen om een vergunning niet af te geven. Dat geeft de minister meer instrumenten om op meer gronden zijn verantwoordelijkheid te nemen dan thans mogelijk is. De vraag is echter hoe het zit met de huidige en toekomstige concessies en de effectieve ruimte die de minister voor zichzelf houdt om in te grijpen als er dingen gebeuren die indruisen tegen het belang van de veiligheid. Daar hoor ik hem toch zeggen dat hij moet opletten dat er niet tegen de Staat geprocedeerd wordt. Dat snap ik, maar daar moeten we toch vooruitkijken en zien hoe we het in de toekomst gaan aanpakken, zodat we niet het risico lopen op processen als we in het belang van de veiligheid iets willen doen.

Minister Kamp: Nee, het een is heel goed in overeenstemming te brengen met het ander. Ik ben tevreden over de bevoegdheden die ik heb en de mogelijkheden om de zaak te beïnvloeden. Voor zover ik dat op onderdelen zou willen verbeteren, ben ik in staat daarover voorstellen te doen en zijn wij als wetgever gezamenlijk in staat om die te wijzigen en te verbeteren. Voor zover wij dat noodzakelijk achten, kunnen wij dat doen. Maar als eenmaal die bevoegdheden al dan niet zijn aangepast en verfijnd, komt het er toch op aan dat je op een verantwoorde manier van die bevoegdheden gebruikmaakt. Je moet zorgvuldig tot besluiten komen. Doe je dat niet, dan kun je op die onzorgvuldigheid worden aangesproken en heeft dat consequenties voor het in stand blijven van die besluiten. Dus ja, ik ben tevreden ook mijn bevoegdheden en ik ben ook in staat om die samen met de Kamer te wijzigen als ik dat noodzakelijk vindt. Ik ben ook in staat om vervolgens zorgvuldig van die bevoegdheden gebruik te maken. Daarom heb ik er ook vertrouwen in dat het in stand zal blijven en uitgevoerd kan worden.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ook ik heb drie moties.

Motie Ouwehand: maak scenario voor maximaal 12 miljard m3 gaswinning per jaar

Motie Ouwehand: werk scenario uit voor maximaal 21 miljard m3 gas per jaar

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Mocht de minister in die scenario's zeggen dat hij niet zomaar kan ingrijpen, dan heb ik nog een motie.

Motie Ouwehand: verbeter rechtspositie van overheid om veiligheid bij gaswinning te kunnen borgen