Bijdrage Ouwehand Debat over de invloed van de gentech-lobby


22 september 2015

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik wil u even meenemen naar het platteland van Argentinië. Als je daar woont, heb je grote kans dat je naast een soja-akker woont. Dat is dan niet zomaar een akkertje, maar een akker die zich uitstrekt zo ver als het oog reikt. De akker ligt naast een klein dorpje waar kinderen spelen. Er komt een vliegtuig aanvliegen, steeds lager, en dat vliegtuig sproeit zijn giftige lading over die akker: ik heb het over Roundup, dat bestaat uit glyfosaat, endosulfaan of paraquat of een cocktail van deze zware pesticiden. Het gif komt niet alleen op de soja terecht, maar ook op de moestuintjes van de mensen die er wonen en op het schoolplein waar de kinderen spelen. Is het toeval dat er in zo'n dorp zo veel kinderen zwaar gehandicapt geboren worden? Je zou zeggen: dit zijn criminele praktijken, maar helaas is dit een standaardpraktijk die mede mogelijk wordt gemaakt door Monsanto, het bedrijf dat soja genetisch heeft gemanipuleerd zodat het resistent is tegen de giftige stoffen die erop worden gespoten. Daarmee is de productie van soja onlosmakelijk gekoppeld aan het gebruik van grote hoeveelheden zeer schadelijk landbouwgif.

Een logische vraag lijkt: waarom worden er geen regels gesteld om dit soort praktijken tegen te gaan? Waarom wordt een landbouwgif waar kinderen ziek van worden en dat volgens de Wereldgezondheidsorganisatie waarschijnlijk zelfs kankerverwekkend is, niet verboden? Nou, dat is zo omdat bedrijven zoals Monsanto een gewillig oor vinden bij beleidsmakers en politici. Daar zijn veel bedroevende illustraties van. Begin deze maand lekten e-mails uit van het hoofdkantoor van Monsanto waaruit bleek dat het bedrijf wetenschappers fors betaalt om pro-gentech artikelen te schrijven. Het bedrijf heeft Argentinië al meermalen voor de rechter gedaagd omdat dat land het geclaimde eigenaarschap van Monsanto over de soja terecht niet wil erkennen. VN-experts beschuldigen de chemische- en pesticidenindustrie van het opzettelijk verwarren en misleiden van politici en bureaucraten over de gevaren van hormoonverstorende chemicaliën. Daarmee worden dus soortgelijke tactieken ingezet als die waarmee de tabaksindustrie jarenlang wetenschappelijke twijfel zaaide en zo regulering wist te ontlopen.

Nu is er goed nieuws. De staatssecretaris van Economische Zaken erkent de problemen die er spelen bij de grootschalige teelt van dit soort gentechgewassen. Nog geen twee weken geleden zei ze dat we onder ogen moeten zien dat er een paar heel grote gevaren op de loer liggen. De afhankelijkheid van met name bestrijdingsmiddelen zoals heftige pesticiden in ontwikkelingslanden is er één van; een tweede gevaar ligt in de combinatie met het eigenaarschap dat in handen komt van met name een steeds geringer aantal multinationals. Als die twee factoren gemixt worden, is er sprake van een explosieve cocktail.

Het slechte nieuws is dat de minister voor Buitenlandse Handel die teelt mede mogelijk maakt via het Initiatief Duurzame Handel dat deze manier van soja produceren financiert met geld vanuit nota bene de begroting van Ontwikkelingssamenwerking. De zogenaamde ronde tafel voor duurzame soja is niet duurzaam. De enige partij die daar rijk van wordt is Monsanto. De Partij voor de Dieren zegt dus: we kunnen ons belastinggeld echt beter besteden. Zorgwekkend is dus ook dat de minister voor Buitenlandse Handel meewerkt aan de vergroting van de invloed van bedrijven als Monsanto, door haar inzet op TTIP. De Partij voor de Dieren wil dat het kabinet duidelijkheid biedt. Als de staatssecretaris zegt dat we deze teelt niet moeten willen, willen wij dat het kabinet de financiering van die RTRS stopzet en de onderhandelingen over TTIP staakt.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer De Liefde weet dat hij mij anytime, altijd, wakker kan maken voor een fundamenteel debat over gentech. Maar dat gaan wij vandaag niet doen; ik was al wakker. Het debat vandaag gaat erover dat de heer De Liefde zegt: genetisch manipuleren van gewassen om ze resistent te maken tegen bepaalde vormen van landbouwgif, is niet zo goed. Ik ben blij dat de heer De Liefde dit ook erkent, met de staatssecretaris, die dit een aantal weken geleden in een algemeen overleg ook zei. Daar gaat dit debat over. Het gaat over genetisch gemanipuleerde soja die weliswaar ver van ons bed wordt geproduceerd, maar wel op ons bord ligt, want die soja wordt geïmporteerd voor onze varkenssector. Is de VVD bereid om daarin te handelen? Wij zijn het erover eens dat dit heel vervelend is. Ik ken de VVD als een partij die niet heel enthousiast is over ontwikkelingssamenwerking en over het uitgeven van Nederlands belastinggeld als je twijfels hebt over de effectiviteit. De minister voor Buitenlandse Handel ondersteunt de ronde tafel voor zogenaamd duurzame soja. Wij hebben precies een probleem met die genetisch gemanipuleerde soja waar zo veel gif op zit.

De voorzitter: Wat is uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mijn vraag is of de VVD bereid is om het pleidooi van de Partij voor de Dieren te ondersteunen om in elk geval die financiering stop te zetten totdat wij harde duurzaamheidscriteria hebben, zodat wij het probleem van die gifsoja niet meer met Nederlands belastinggeld ondersteunen?

De heer De Liefde (VVD): Mevrouw Ouwehand heeft mijn woorden enigszins onjuist samengevat; laat ik het netjes formuleren. De VVD is niet tegen genetisch gemodificeerde soja. Dat wil ik als eerste helder hebben. Ik heb aangegeven dat ik vind dat het zeer onwenselijk is dat begonnen is met het genetisch modificeren van gewassen om ze resistent te maken tegen gewasbeschermingsmiddelen. Ik heb niet gezegd dat ik het resistent maken van gewassen tegen gewasbeschermingsmiddelen niet goed vind. Dat moet duidelijk zijn. Ik kan dus niet in het pleidooi van mevrouw Ouwehand meegaan om te zeggen: wij stoppen met de eventuele financiering richting een duurzame tafel voor genetisch gemodificeerde soja.

De voorzitter: Een korte tweede vraag, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan ben ik benieuwd of de VVD ten minste bereid is om te erkennen dat er grote gezondheidsproblemen spelen voor de mensen die in de buurt van die gebieden wonen, omdat er zoveel gif gaat naar die genetisch gemanipuleerde soja? Is het niet de vraag of wij Nederlands belastinggeld uit het budget voor Ontwikkelingssamenwerking moeten uitgeven aan verduurzaming van de keten die het probleem van dat gifgebruik niet aanpakt?

De heer De Liefde (VVD): Zoals ik al aangaf, stellen wetenschappers en overheden in Europa en Nederland normen vast voor het veilig gebruik van bepaalde middelen. Ik heb er geen reden voor om te betwijfelen dat dat in Europa en Nederland op de juiste wijze gebeurt. Ik heb al aangegeven dat ik niet tot in detail bekend ben met de wetgeving daaromtrent in Argentinië. Ik heb mevrouw Ouwehand in haar eerste termijn een vraag horen stellen aan de minister voor Ontwikkelingssamenwerking en ik ben benieuwd naar het antwoord daarop.

(…)

Mevrouw Dikkers (PvdA): (…) Wij zien daarin ook een rol voor de minister voor Buitenlandse Handel. Met haar programma IDH (Initiatief Duurzame Handel) wordt de Round Table on Responsible Soy (RTRS) gefinancierd, een ronde tafel over duurzame soja. De minister is vast met ons ongeduldig. Dat proces mag echt wel een tandje sneller. Zou het niet interessant zijn om naast de gangbare soja juist de genvrije soja in dat proces een boost te geven met dit programma? Als we iets kunnen doen om de marktmacht van de monopolisten enigszins te breken, dan wel door het stimuleren van een andere markt, een nieuwe markt, een gentechvrije markt. Daarmee kun je een en ander met elkaar verknopen en ik ken deze minister goed genoeg om te weten dat dat is wat ze graag wil doen.

(..)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):Ik hoor de Partij van de Arbeid hoopvolle woorden spreken over de Round Table on Responsible Soy. Volgens mij zit daar nu net het knelpunt vanavond. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft laatst over bijvoorbeeld deze soja gezegd dat die zware pesticiden echt wel heel vervelend zijn. Die ronde tafel pakt dat probleem niet aan, al geven wij er wel geld aan uit, nota bene uit het potje voor Ontwikkelingssamenwerking. Vindt de Partij van de Arbeid niet met de Partij voor de Dieren dat we minstens een standstil op de financiering van die ronde tafel zouden moeten instellen, totdat we ook dat gifgebruik geadresseerd zien daarin? Anders is het toch niets anders dan een greenwash? Je noemt iets duurzaam, terwijl het dat aantoonbaar niet is, zelfs niet in de woorden van de staatssecretaris van Economische Zaken.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Wat altijd zo leuk is aan mevrouw Ouwehand, voorzitter, is dat zij, als haar vraag op is, altijd nog een stukje tekst over heeft. Collega Van Gerven doet dat ook wel eens. Dat is altijd erg leuk.

Over de round table: ik heb de minister gevraagd of ze wil kijken of je niet juist een genvrij platform moet maken. Dan heb je dat probleem minder, al heb je dan natuurlijk weer andere problemen met gewasbescherming. Genvrij hoeft immers niet per se beschermingsmiddelenvrij te zijn. Het lijkt mij goed om dat te verbreden, denk ik met mevrouw Ouwehand. Of er nu meteen een stop op de financiering moet komen, weet ik niet, maar ik hoor graag de reactie van de minister.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik waardeer het voorstel van mevrouw Dikkers en ben erg benieuwd naar de reactie van de minister daarop. Ik herhaal toch mijn pleidooi. Die round table is niet onomstreden, en dan zeg ik het nog heel voorzichtig. Daar is forse kritiek op. Dat gaat over het gifgebruik dat massaal is en waar kinderen ziek van worden. Dat wordt niet geadresseerd in die zogenaamde verduurzaming.

De voorzitter: Uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het minste wat we zouden kunnen doen, is zeggen: we houden onze centjes even bij ons. Dan schaffen we die ronde tafel nog niet eens af, maar steunen we haar alleen even niet, totdat de duurzaamheidsgaranties die de ronde tafel ons biedt, zo zijn dat we er wel mee kunnen leven.

De voorzitter: Bent u het daarmee eens, mevrouw Dikkers?

Mevrouw Dikkers (PvdA): Daar ben ik het, denk ik, niet mee eens. Wij zouden erg graag willen dat het proces verandert. Als je een olietanker een paar graden koerswijziging meegeeft, gebeurt er al heel erg veel. Ik begrijp heel goed het pleidooi van de Partij voor de Dieren en ik zou het heel erg fijn vinden als de wereld er vandaag al zo zou uitzien, maar mevrouw Ouwehand weet ook wel dat het niet zo is en dat we veel monden te voeden hebben. Dat soort processen duurt lang en wij willen dat proces heel erg graag zorgvuldig inzetten, dus voorlopig geen steun.

Beantwoording door de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de staatssecretaris van Economische Zaken

Minister Ploumen: Voorzitter. Ik dank de leden van de commissie voor de vragen en opmerkingen, die hier en daar in alle scherpte gesteld zijn. Dat verdient dit onderwerp ook wel. In de commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking hebben wij al een aantal keren gesproken over TTIP. (…)

Er zijn verschillende vragen gesteld over het onderwerp soja. Hoe verhouden duurzame soja, genetisch gemodificeerde soja en genvrije soja zich tot elkaar? Hoe komen die samen in de Round Table on Responsible Soy? In tegenstelling tot mevrouw Ouwehand vind ik dat de round table een belangrijke rol en functie heeft. Het is een mondiale samenwerking tussen bedrijven, banken en maatschappelijke organisaties. Het is een goed forum om de gemeenschappelijke belangen te bespreken en de verschillende belangen bij elkaar te brengen. Men wil komen tot verantwoorde sojaproductie. Ik geloof dat mevrouw Ouwehand daar ook helemaal niets tegen heeft. Tot die T-splitsing vinden wij elkaar, meen ik.

Waar onze wegen wellicht ietwat uit elkaar lopen, is daar waar mevrouw Ouwehand mij oproept om met die round table en die partijen alleen maar te spreken over genvrije soja. Die tafel gaat juist en uitdrukkelijk zowel over genvrije als over genetisch gemodificeerde soja, omdat dat ook de werkelijkheid is. Ik geloof niet dat wij het debat dat in de commissie van mijn collega Dijksma herhaaldelijk is gevoerd, hier over hoeven te doen. Voor mij is het van belang om aan te geven dat wij in die round table een zo integraal mogelijke benadering willen bewerkstelligen. Wij willen met al die partijen stappen zetten om tot duurzame soja te komen. Het is ook een uitstekend platform om een aantal zorgen te adresseren. Ik zeg mevrouw Ouwehand, maar zeer zeker ook mevrouw Dikkers toe dat ik de problemen die hier ter tafel zijn gekomen, in de volgende bespreking van die round table nog eens nadrukkelijk aan de orde zal stellen. Dan hoor ik heel graag van de verschillende partijen hoe zij daartegen aankijken. Het lijkt mij dat wij de zaak daarmee vast wel weer een duw in de goede richting gaan geven. Ik zou het jammer vinden als we voor radicalere opties zouden kiezen, omdat we daarmee de vooruitgang en de stappen die zijn gezet bij de round table, weer volstrekt ter discussie zouden stellen. Ik meen oprecht dat daarmee helemaal niemand gebaat zou zijn.

De voorzitter: Ik had nog niet gezegd dat ik in deze termijn alle woordvoerders opnieuw twee interrupties zal toestaan. Mevrouw Ouwehand wil voor de eerste keer in deze termijn interrumperen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het lijkt alsof de minister van Buitenlandse Handel hier een beweging maakt, maar ze moet het me maar vergeven dat ik daar toch wel wat sceptisch over ben. De kritiek op die round table is niet nieuw. Het is niet nieuw dat er grote gevaren kleven aan het gebruik van RoundUp voor de gezondheid van de mensen daar. De round table adresseert dat niet. Ik vind het eerlijk gezegd niet erg geloofwaardig als de minister van Buitenlandse Handel er een debat in de Kamer voor nodig heeft om te gaan zeggen: o, ik zal die zorgen daar even neerleggen en dan boeken we vooruitgang. Ik vraag haar om die zorgen serieus te nemen en om in elk geval de financiële ondersteuning van die round table te bevriezen totdat dat overleg voldoet aan criteria waar wij achter kunnen staan. Het lijkt mij dat we moeten afspreken dat we geen geld geven aan handel waarover we weten dat de gezondheid van kinderen in Zuid-Amerika daardoor grote risico's loopt. Dat dat zo is, is niet nieuw. Het is alleen nog een keer tot ons gekomen

Minister Ploumen: Het is misschien goed om te benadrukken dat ik toezeggingen niet lichtvaardig doe. We staan hier niet op een gewone dinsdagavond te debatteren omdat we het onderwerp niet belangrijk vinden, maar juist omdat we het onderwerp wél belangrijk vinden. Ik kan mij voorstellen dat mijn toezegging niet geheel naar de zin van mevrouw Ouwehand is. Toch denk ik dat dialoog nog steeds de beste manier is om problemen op tafel te leggen en te bespreken. Mevrouw Ouwehand vindt dat dat wellicht eerder had kunnen gebeuren of op een andere manier zou moeten gebeuren. Dat kan. Ik vind echter dat juist de dialoog en de samenwerking die zijn gecreëerd bij die round table, zich ervoor lenen om dit onderwerp nogmaals ter tafel te brengen. Dat doe ik met steun van de Kamer, want ik zie mevrouw Dikkers op dit moment ook bij de interruptiemicrofoon staan. Dat lijkt mij eerlijk gezegd een betere en vooral een meer effectieve benadering. Daarop is mijn inzet dus gericht, en uiteindelijk is volgens mij ook de inzet van mevrouw Ouwehand daarop gericht.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Oké, laten we dan even meegaan op de route die de minister de Kamer hier voorstelt. Het lijkt me dat ze dan wel moet zeggen waartoe haar inspanningen moeten leiden. Mijn voorstel is: we stoppen die financiering totdat de duurzaamheidscriteria zo streng zijn dat we die soja ook echt duurzaam kunnen noemen. Dat is nu niet het geval. Waar wil de minister uitkomen met haar initiatief om het bespreekbaar te maken bij de round table? Volgens mij moeten we dan namelijk wel een moment noemen waarop we óf besluiten dat de financiering echt niet meer verantwoord is, óf besluiten dat er vooruitgang is geboekt. In dat laatste geval zou de minister haar zin hebben gekregen en zou haar route succesvol blijken te zijn. Dat zou ook mooi zijn. We moeten echter volgens mij wel een punt afspreken waarop we dan met elkaar oordelen over de vraag of het heeft geholpen of niet heeft geholpen.

Minister Ploumen: Ik vind het instrument van het stoppen van de financiering hoe dan ook een slecht signaal. Het zou immers gaan om het stoppen van de financiering van een van de weinige mechanismen die we hiervoor in de wereld hebben en waarbij alle belangrijke spelers om de tafel zitten. Daarmee stoppen, zou betekenen dat wij zouden zeggen: wij trekken onze handen hiervan af en u zoekt het maar uit. Dat is nou juist niet de bedoeling. Juist bij duurzame soja zijn grote stappen gezet, stappen die velen van ons een aantal jaren geleden niet voor mogelijk hadden gehouden. Ik zeg dus toe om dit met nadruk te agenderen bij de round table. Dit is ook een proces bij die round table. Er zijn eerst andere problemen uit de weg geruimd. Ik kom heel graag bij de Kamer terug met een verslag waarin staat waartoe dit heeft geleid. Desnoods, als dat handiger is, doen we dat via staatssecretaris Dijksma. Daarna zetten we gewoon volgende stappen. Dat is mijn voorstel.

(…)

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Wij hebben heel recentelijk een naar mijn smaak heel goed debat gevoerd in de vaste Kamercommissie over het brede onderwerp van de gentechnologie en de biotechnologie. Daarin is een aantal dingen gezegd. Mevrouw Ouwehand heeft een deel van mijn bijdrage eloquent geciteerd, maar het was wel een deel van mijn bijdrage. Daarom hecht ik eraan om daar in deze inleidende opmerking iets meer over te zeggen.

(…)
Een ander punt dat ik heel belangrijk vind, ook vanuit mijn verantwoordelijkheid voor de landbouw, is het eigenaarschap. Kleine boeren, of ze nu in Nederland hun werk doen of elders in de wereld, mogen zich nooit gedwongen voelen om voor een bepaald model te kiezen. Dat is het debat zoals wij dat moeten voeren en dan kun je op elk van die onderwerpen ook met antwoorden komen. Ik ben het met de heer Grashoff eens dat de wetgever niet stil hoeft te zitten. Wij werken dus aan het kwekersrecht of het beperken van de octrooien op levend materiaal van planten. Wij zijn bezig met een discussie over het verduurzamen, in Nederland en elders in de wereld, van onze gewasbeschermingsmiddelen. Wij zijn bezig met de discussie over eigenaarschap: hoe zorgen wij ervoor dat mensen ontwikkelingen ook zelf kunnen organiseren? Dit wil ik gezegd hebben. Ik wil het debat niet overdoen. Dat mag ook niet van de voorzitter en daar heeft ze groot gelijk in. Er is veel gezegd en ik hecht eraan om in mijn eigen woorden ten minste mijn standpunt en het standpunt van het kabinet daarover te geven. Dit is deels verwoord door mevrouw Ouwehand, maar daarbij hoort ook een nuance en die heb ik net proberen te geven.

(…)

Ik kom te spreken over een discussie die al geruime tijd speelt: kritiek op de EFSA. Daarover heb ik al eerder van gedachten gewisseld met de heer Van Gerven. Die kritiek houdt in dat men zegt dat de EFSA niet onafhankelijk en betrouwbaar is en dat er belangenverstrengeling aan de orde zou zijn. Dat hebben we bijvoorbeeld op 17 juni nog aan de orde gehad. De Commissie en het merendeel van de lidstaten, waaronder Nederland, hebben deze kritiek tot nu steeds van de hand gewezen, niet omdat wij denken dat het zo is, maar omdat we het gevraagd hebben om dat te laten onderzoeken. Het punt is dat zowel uit onderzoek van Ernst & Young als uit dat van de Europese Rekenkamer blijkt dat de EFSA goed beleid voert. Zij heeft ook recentelijk het beleid aangescherpt. De heer Van Gerven had nu een nieuwe publicatie. Vergeef mij, maar ik ken het bureau niet. Ik kan niet nu from scratch daarop reageren omdat ik niet kan overzien of klopt wat daar staat. Dat zou kunnen, maar dan nog kan ik niet overzien of het per definitie erg is. In de wereld van de biotechnologie is het aantal experts gering. De kans dat iemand in zijn leven ooit ook voor de industrie heeft gewerkt of betrokken is geweest bij een project, is gewoon groot. Als je daarmee op voorhand mensen buiten de orde verklaart, wordt het misschien lastig. Ik vind het ingewikkeld om nu zo te reageren op het papier dat de heer Van Gerven heeft aangeleverd, behalve dan wat ik net heb gezegd.

De heer Van Gerven (SP): Zou de staatssecretaris daarop later kunnen terugkomen? Dit document maakt wel heel duidelijk hoe groot de verwevenheid is. Ik snap het betoog van de staatssecretaris, die zegt: als je een heel specialistisch gebied hebt, kun je je afvragen of er mensen zijn die volledig onafhankelijk zijn. Maar als je dit leest, zie je dat dit toch wel heel ver doorslaat naar een kant. Is de staatssecretaris bereid om nog eens schriftelijk in te gaan op het onderzoek van deze Duitse onderzoeksgroep?

Staatssecretaris Dijksma: Het lijkt mij beter dat we dit bij de EFSA zelf neerleggen en haar vragen om te reageren. Zij moet daarop een reactie geven. Ik heb het artikel net even gescreend. Wat daaruit blijkt, is dat sommige mensen eerder betrokken zijn geweest bij bepaalde netwerken, jaren geleden, maar soms ook samenwerkten met de industrie. Daarmee is er niet direct sprake van belangenverstrengeling. Dat is nu eenmaal inherent aan het feit dat dit een relatief klein wetenschappelijk gebied betreft. Ik wil doen wat de heer Van Gerven vraagt, maar dan via de route van het voorleggen bij de EFSA. Zij moet daarop reageren en daarnaar onderzoek doen, niet wij.

De heer Van Gerven (SP): Dat lijkt mij prima. Ik begrijp dat ook de staatssecretaris nog haar appreciatie zal geven over het standpunt van de EFSA. Mag ik dat zo samenvatten?

Staatssecretaris Dijksma: Ja, dat mag de heer Van Gerven zo zien. We doen dat altijd. We hebben ook nog wel een mening.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Begin deze zomer waren de heer De Liefde, een aantal andere collega-Kamerleden en ik op bezoek bij de EFSA. We hebben dit punt daar uitvoerig besproken. Ik snap dat mensen met een bepaalde expertise wel in het bedrijfsleven gewerkt kunnen hebben en bij zo'n instantie. Maar ligt de oplossing van het probleem van de beschuldiging van de belangenverstrengeling niet in het openbaar maken van de studies? Dan kun je altijd op basis van de onderzoeksgegevens, die openstaan voor nieuwe wetenschappelijke kritiek, een open discussie voeren. Daarmee ben je van dat probleem af. Hoe staat het daarmee? Ik weet dat de staatssecretaris er ook voorstander van is dat de studies, waarop de adviezen gebaseerd zijn, openbaar worden.

Staatssecretaris Dijksma: Dat klopt. Ik heb daar heel recent, enkele uren geleden, met een paar mensen over gesproken. Wat blijkt is dat er voor een deel wordt geaarzeld omdat de informatie in die studies bedrijfsgevoelig is, omdat deze ook een uitvinding kan betreffen. Ik handhaaf wel mijn standpunt dat het deel van de studie waarin de risico's worden langsgelopen en op basis waarvan mede wordt beoordeeld of een middel al dan niet toelaatbaar is, aan kracht wint wanneer het openbaar is. Dat is mijn standpunt. Dat zal ik overal waar ik kan agenderen. Daarover zijn wij het zeer eens. Ik denk dat het de industrie ook kan helpen om maximale openheid te betrachten waar het kan, zonder dat men de innovaties kwijtraakt, want dat snap ik en voor dat argument ben ik ook wel gevoelig. Dan weten we ook waar we het over hebben.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): ik dien de volgende moties in:

Motie Ouwehand: formuleer doelstelling voor vermindering import veevoer

Motie Ouwehand: stop financiering RTRS vanwege gentech en landbouwgif

Motie Ouwehand: Laat Monsanto niet via TTIP beleid beinvloeden

Minister Ploumen: (...) Vervolgens zou ik willen ingaan op de motie van mevrouw Ouwehand op stuk nr. 311. Mijn verzoek aan haar is om deze motie aan te houden. Ik heb net een toezegging gedaan over mijn gesprek met de leden van de round table. Het lijkt mij goed om daar even de tijd voor te nemen en daarover terug te rapporteren. Dan kan mevrouw Ouwehand naar bevind van zaken altijd nog beslissen of ze de motie alsnog wil indienen. Ik vind het in ieder geval vervelend om de motie nu te ontraden, omdat ik wel een toezegging op dit punt heb gedaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar ben ik toe bereid. Ik ben wel benieuwd of de minister een inschatting kan geven van wanneer ze zou kunnen rapporteren. Moeten we dan denken aan begin volgend jaar?

Minister Ploumen: Ik zou zeggen: begin volgend jaar lijkt mij prima. Veel langer moet je daar toch niet over willen doen.

De voorzitter: Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor, haar motie (27428, nr. 311) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Ploumen: Dan kom ik op de motie van mevrouw Ouwehand op stuk nr. 312. Eigenlijk wordt daarin gevraagd om partijen uit te sluiten van de regulatory cooperation bodies. Mevrouw Ouwehand heeft gelijk als zij zegt dat ik ben voor een evenwichtige body waarin iedereen, waaronder ook consumentenorganisaties en ngo's, evenwichtig vertegenwoordigd is. Echter, om nu op voorhand partijen uit te sluiten, daar ben ik echt niet voor. Dan is het einde ook een beetje zoek. Dus deze motie moet ik ontraden, niet op grond van sympathie voor de ene of de andere partij maar omdat ik het niet eens ben met het mechanisme.

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik neem de overige drie moties voor mijn rekening. Allereerst behandel ik de motie op stuk nr. 310 over de doelstellingen om minder afhankelijk te worden van de import van veevoer. Met de veestapel die we hebben, is de Nederlandse afhankelijkheid van de import van veevoer een feit. We zijn bezig om te bekijken hoe we met andere eiwitstrategieën het een en ander kunnen doen. Daar zullen we in onze voedselvisie ook op terugkomen. Maar wat mevrouw Ouwehand vraagt, compleet met doelstellingen — ik neem aan dat zij dan ook percentages wil zien — vind ik niet proportioneel. Ik denk niet dat we dit zomaar kunnen waarmaken. Daarom ontraad ik deze motie. Zoals gezegd, is er binnen de EU een interne markt voor veevoer. Als je hier dingen niet meer doet, heeft dat dus effect.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik moet wel een beetje lachen om wat de staatssecretaris zegt, hoor. Dat zal ze me niet kwalijk nemen. Wij werken hier nu eenmaal compleet met doelstellingen. We spreken beleid af en dan mag het kabinet zeggen: dit willen we doen en dat willen we bereiken. Dan zeggen we "ja" of "nee" en dan rekenen we het kabinet af op behaalde resultaten. Er staat niet eens: formuleer deze doelstellingen. De staatssecretaris mag zelf kiezen, maar het is echt goed gebruik — de voorzitter zal dit beamen — dat we voor het beleid ook helder maken wat de ambitie is. Dan mag de staatssecretaris zelf inschatten wat haar haalbaar lijkt. Dat is het enige wat in de motie wordt gevraagd.

Staatssecretaris Dijksma: Dat snap ik. Ik geef u mijn inschatting. Dat is dan weer mijn verantwoordelijkheid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik constateer dat de Rekenkamer hier altijd gehakt van maakt en dat weet de staatssecretaris ook. Het is echt goed gebruik om gewoon heldere doelstellingen te hebben, waarvan we na afloop kunnen meten of deze wel of niet gehaald zijn. Als de staatssecretaris dan een goed verhaal heeft, laten we haar zitten, als ze een héél slecht verhaal heeft waarom ze haar doelstellingen niet heeft gehaald, dan zegt de Kamer: nou, dan zoeken we een ander. Zo werkt het.

Staatssecretaris Dijksma: Ik weet hoe het werkt. Daarom moet ik vooral geen beloften doen die ik niet kan waarmaken, want daar rekent de Kamer mij op af en dan heb ik een slecht verhaal. Zo werkt het.

De voorzitter: U ontraadt dus de motie.

Staatssecretaris Dijksma: Ja. Ik kan er niets aan doen.

De voorzitter: Dat moet ik beamen. Sorry, mevrouw Ouwehand.

Staatssecretaris Dijksma: Het spijt mij dat ik zo blunt ben, mevrouw Ouwehand. Meestal vinden wij elkaar en om goede redenen, zeg ik erbij.