Bijdrage Thieme Algemene Politieke Beschou­wingen 2015


16 september 2015

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Dit debat gaat over de grootste en duurste verkiezingscampagne uit de geschiedenis. De duurste verkiezingscampagne tot nu toe was die voor de herverkiezing van Obama. Die kostte maar liefst 1 miljard dollar. In Nederland wordt er 5 miljard aan belastinggeld geïnvesteerd in de herverkiezingscampagne van de PvdA en de VVD. Ze moeten wel. Ze kunnen zich geen verkiezingen veroorloven en dus moet de onvrede over het huidige kabinet weggemasseerd worden. Een noodplan dus, een begroting met heel veel cadeautjes.

De VVD speelt zichzelf in dit strategospel meer budget toe voor Defensie. De PvdA geeft wat cadeautjes aan jonge ouders, aan mensen die langer ouderschapsverlof willen en aan verzorgingshuizen, maar wel nadat ze eerst tot op het bot waren uitgekleed en vervolgens met de kaasschaaf te lijf zijn gegaan. En dan nu een pleistertje op een schrijnende wond, zonder uitzicht op echte genezing.

Natuurlijk willen burgers graag geloven dat het beter gaat met de economie, dat hypotheken die nu onder water staan binnenkort weer op het droge gehaald kunnen worden, dat je een baan hebt die nu misschien wel op de tocht staat maar straks toch wel weer zekerheid kan bieden, dat je ouders of je grootouders die in een verzorgingstehuis of thuis verzorgd worden het straks weer beter zullen krijgen.

De economie lijkt weer te groeien, zo krijgen we van het CPB te horen, maar is er wel sprake van economisch herstel? Veel burgers die ziek zijn of die hun baan verliezen, merken daar weinig van. Zeker, de Europese Centrale Bank heeft de geldpers aangezet. 60 miljard euro per maand wordt erbij gedrukt. Maar om daar nu uit af te leiden dat er sprake is van een gezonde economische ontwikkeling, is denken dat je jezelf aan je haren uit het moeras zou kunnen trekken. Er is nog steeds sprake van een groei- en een schuldverslaving. Van dit gratis geld uit Brussel gaat met name de financiële sector profiteren en niet de reële economie. Blijvende extra banen worden er niet mee gecreëerd. Dat is een soort herstel dat je niemand zou toewensen.

Meer dan 1 miljoen Nederlanders zijn koortsachtig op zoek naar werk: mensen die na een lang en trouw dienstverband op straat worden gezet omdat zij te duur zijn geworden. Zij moeten zich binnen vijf dagen bij het UWV aanmelden, want anders krijgen zij geen uitkering. Als zij te snel bij het UWV aankloppen, worden zij door de minister-president als graaiers weggezet of labbekakken in de woorden van de voorzitter van de werkgeversvereniging.

De structurele belastinghervorming die was aangekondigd, is er niet gekomen. De staatssecretaris heeft deze ontwikkeling maanden geleden omschreven als "een gemiste kans". Dat is een understatement. Het is niet zomaar een gemiste kans. Dit is dé gemiste kans waardoor het draagvlak onder dit kabinet definitief is weggevallen. Loonheffingen blijven structureel te hoog, waardoor arbeid te duur blijft. Structurele verlaging van de loonheffingen en een verschuiving naar het meer belasten van vervuilers zou een uitstekende oplossing kunnen zijn. Die oplossing is echter aan de VVD niet besteed, waardoor de PvdA het niet aandurft.

Met zo'n belastinghervorming zouden wij niet alleen honderdduizenden mensen aan een baan kunnen helpen, maar dragen wij ook in belangrijke mate bij aan een duurzame en toekomstbestendige samenleving. Zo kunnen wij arbeid goedkoop maken en verdwijnen er geen banen naar lagelonenlanden. Zo kunnen wij elkaar weer inhuren om diensten te verlenen en daarmee werkgelegenheid te bevorderen. Zo krijgen wij weer een eigen maakeconomie. Wij zouden meer leraren kunnen aanstellen, zodat er meer begeleiding komt voor die leerlingen die meer maatwerk nodig hebben of meer mensen om voor de ouderen en de zieken te zorgen. Nu worden echter mensen in de zorg massaal ontslagen terwijl de zorgvraag in Nederland sterk toeneemt.

Het is opvallend hoe weinig innovatief het kabinet kijkt naar de grote uitdagingen rondom zorg en inkomen en een leefbare planeet. Het kabinet blijft vasthouden aan fossiel denken; denken dat we simpelweg moeten inzetten op economische groei als middel tegen elke kwaal. Steeds meer mensen realiseren zich dat zulk denken in de afgelopen decennia niet gezorgd heeft voor meer zekerheid, meer geluk en meer rechtvaardigheid. Integendeel, de mensen zijn bozer en onzekerder dan ooit.

De financiële crisis, de bankencrisis, de klimaatcrisis; ze maken zo duidelijk dat het systeem volledig is vastgelopen. Mensen zeggen dat zij snakken naar een samenleving waarbij de dingen van echte waarde centraal komen te staan, niet het geld. Zij hebben liever de zekerheid van een baan en een pensioen dan dat er gespeculeerd wordt met de pensioenen om onrealistisch hoge rendementen te halen met grote risico's van verliezen. Zij verwachten dat de overheid namens ons allen ervoor waakt dat ons voedsel eerlijk, duurzaam en veilig is, omdat je daar als individu zo weinig invloed op hebt. Zij verwachten dat vervuilers worden aangepakt, zoals bedrijven die gevaarlijk gif gebruiken in speelgoed, in snoepgoed en/of op akkers. Waarom, zo hoor ik om mij heen, doet de overheid dat niet? Hoe kan het dat als de overheid wordt veroordeeld door de rechter omdat zij te weinig tegen klimaatverandering doet, diezelfde overheid in hoger beroep gaat? Voor welke belangen staat zo'n overheid eigenlijk? Hoe kan een burger geloven dat de overheid zich inspant om kinderen gezond te laten opgroeien, als diezelfde overheid toestaat dat natuur verdwijnt en de groene leefruimte zienderogen inkrimpt of dat het zoveelste bedrijventerrein of de zoveelste megastal wordt gebouwd?

We zien om ons heen een toename van welvaartsziektes als obesitas, diabetes en hart- en vaatziekte. Hoe kun je 1,5 miljard euro bezuinigen op de zorg ten koste van banen en kwetsbare mensen, terwijl we 4 tot 8 miljard euro aan zorgkosten kunnen besparen als we veel meer investeren in preventieve gezondheidszorg, zoals gezonde voeding, beweging en psychologische hulp?

Het kabinet pakt de rol niet op om die kwetsbare waarden te beschermen. Het kiest voor vrijhandel en laat geld bijdrukken om het eigen falen en het eigen begrotingstekort te verdoezelen. Het bouwt de komende jaren de investeringen in het klimaatbeleid af, terwijl we onder de zeespiegel leven en zeer veel belang hebben bij een deugdelijk klimaatbeleid. Het kabinet draait mensen een rad voor ogen met juichende verhalen over economische groei. Dit terwijl we ons moeten realiseren dat economische groei niet de oplossing is maar het probleem, en nooit langdurig ten goede komt aan mensen en dieren in een kwetsbare positie.

Het kabinet lijkt geen enkel besef te hebben van het feit dat het systeem van oneindige economische groei een illusie is op een planeet die niet meegroeit. Nederland is een grootverbruiker in de wereld van grondstoffen en hulpbronnen afkomstig uit andere landen. Op 13 augustus van dit jaar was het Earth Overshoot Day voor de wereld. Dat is niet een soort moederdag, maar een balansdag die markeert dat we door de natuurlijke voorraden die de aarde voor dit jaar kan bieden heen zijn, zoals zoet water, hout en voedsel. In 1981 viel de Earth Overshoot Day op 14 december. In de jaren daarna viel die dag steeds eerder; dit jaar dus op 13 augustus. Voor Nederland als grootverbruiker van grondstoffen viel de dag al op 1 april, en dat is geen grap. Alles wat we nu dus consumeren en produceren doen we met het natuurlijk kapitaal dat bestemd is voor toekomstige generaties. Zo putten we de aarde uit.

Dat hoeft helemaal niet, want de aarde biedt genoeg voor ieders behoefte maar niet voor ieders hebzucht. Het najagen van economische groei op een planeet die niet meegroeit, is onverantwoord. Dat systeem kunnen en moeten we veranderen, maar schadelijk gedrag door overconsumptie wordt niet zichtbaar in de Miljoenennota en in de cijfers van het CPB. Als het komende winter kouder wordt dan normaal en we meer gas gaan gebruiken, dan stijgt het bruto binnenlands product. Vervolgens zeggen we dat het goed gaat met de economie en dus met ons land. Is dat wat het kabinet verstaat onder groei van de economie en stijging van de welvaart? Vraag het aan de Groningers of het gasgebruik een beetje bijdraagt aan hun welvaart, dan krijg je een heel ander beeld. Meer dan ooit is er behoefte aan een Miljoenennota die de plannen uiteenzet van hoe we tot een werkelijke verbetering en verduurzaming van onze samenleving kunnen komen. De belangrijkste keuze van dit moment is: je geld of je leven.

De regeringspartijen streven een samenleving na waarin meer consumeren het hoogste doel is. De regering is onmachtig om te komen tot stelselherzieningen die tot echte verbeteringen zouden kunnen leiden. De coalitie van water en vuur is zozeer in zichzelf verdeeld dat de onmacht ervan afspat. Zolang we accepteren dat alle zorgen en verlangens in geld worden uitgedrukt, in de groei van het bruto binnenlands product en in koopkrachtplaatjes, zitten we gevangen in een eenzijdige economische logica. Het belang van natuur en biodiversiteit wordt door het kabinet vooral gezien in de economische waarde die het heeft. Mijn fractie heeft volmondig nee gezegd tegen de Natuurwet van het kabinet, omdat het kabinet hiermee de bescherming van dieren en natuur definitief aan de markt overlaat net als dat de bescherming van mensen die van zorg afhankelijk zijn, aan de markt wordt overgelaten. Alles wat het leven de moeite waard maakt en betekenis geeft, wordt letterlijk vermarkt. De markt heeft zich in politiek Den Haag ontwikkeld tot een nieuwe religie, die geen tegenspraak duldt en die zich bedient van slogans die bedacht zouden kunnen zijn door Jacobse en Van Es: geen gezeik, iedereen rijk; samen voor ons eigen.

Dat denken in Nederland vormt ook de voedingsbodem voor de aanzwellende vluchtelingenstromen. De sterk toenemende stroom vluchtelingen laat niet alleen de grote zorgen zien van mensen uit verre landen die in grote problemen verkeren, maar brengt ook zorgen met zich mee voor de mensen hier. Veel mensen vragen zich af of Europa, of Nederland de vluchtelingen kan blijven opnemen. Immers, in de komende jaren zullen naar verwachting tientallen miljoenen mensen vluchten voor honger, droogte en oorlog en naar Europa komen. Gaat dat niet ten koste van onze eigen mogelijkheden? Dat is een veelgestelde vraag. Nemen de spanningen nog verder toe, bijvoorbeeld als de Europese herverdeling niet blijkt te werken vanwege de open grenzen? We hebben deze week de schrijnende situaties in Oost-Europese vluchtelingenkampen gezien. Europa heeft duidelijk geen antwoord op de aanzwellende stroom.

Barmhartigheid en medemenselijkheid moeten leidend zijn. Mijn fractie verwacht van het kabinet dat het maatregelen neemt om te voorkomen dat mensen vluchten, of in ieder geval een poging daartoe doet. Nederland kan het niet alleen. Dat realiseren we ons. Maar we hebben wel de mogelijkheid om in ieder geval ons eigen gedrag, dat voor conflicten en vluchtelingenstromen zorgt, onder de loep te nemen en te veranderen. Daarmee heeft het kabinet nog geen begin gemaakt. Wat bedoel ik dan? Ik wijs naar de handelspolitiek van dit kabinet, de Nederlandse wapenleveranties en het gebrekkige klimaatbeleid, waardoor de vluchtelingenstromen eerder groter zullen worden. We moeten maar grondtroepen naar Syrië sturen, zo klinkt het steeds luider, en dan zal de vluchtelingenstroom wel opdrogen. Dat is een naïeve en zeer gevaarlijke vergissing.

De nogal beperkte analyse dat oorlog en geweld de voornaamste oorzaken zouden zijn van een vluchtelingenstroom, geeft aan hoezeer het kabinet onmachtig is om de voedingsbodem voor oorlog en geweld te benoemen en om zich in te zetten voor het wegnemen van die voedingsbodem. We moeten durven erkennen dat onze overconsumptie grote invloed heeft op de bestaansmogelijkheden van mensen in kwetsbare gebieden. Religieuze verschillen tussen mensen zijn relatief gezien voor maar een klein deel de oorzaak van de problemen. Het is een belangrijk probleem, maar het is relatief gezien klein in vergelijking met waar het werkelijk om draait. Het is namelijk het gebrek aan de meest elementaire behoeften als water en voedsel, vaak als gevolg van klimaatverandering, dat mensen drijft tot het uiterste. Wanneer komt het kabinet met een analyse van de problemen die verder gaat dan het aanwijzen van burgeroorlogen als ultieme oorzaak van de vluchtelingenstromen, een analyse waarin de effecten van de klimaatverandering, onze handelspolitiek en wapenleveranties op de stabiliteit in kwetsbare landen en regio's worden benoemd? Dat die effecten groot zijn, staat als een paal boven water volgens de NAVO en de Verenigde Naties. Welke effect hebben onze landbouw en ons handelsbeleid op de voedselzekerheid in de wereld? Nederland faciliteert als belastingparadijs het wegsluizen van de rechtmatige inkomsten van mensen in ontwikkelingslanden. Die inkomsten komen nu terecht in de zakken van grote multinationals met spookkantoren op de Amsterdamse Zuidas.

Dat brengt me bij TTIP, het op stapel staande vrijhandelsverdrag tussen Europa en Amerika, waarover in het geheim wordt onderhandeld in Brussel. TTIP is geen grap van Arjen Lubach maar een reële dreiging voor onze democratie, onze privacy, de voedselveiligheid, het dierenwelzijn, de bestaanszekerheid van boeren en familiebedrijven en de ontwikkelingslanden. Onze minister van "hulp is handel" zet hardnekkig in op nieuwe vrijhandelsakkoorden. Heeft het kabinet wel oog voor de destabiliserende werking van vrijhandelsakkoorden voor agrarische gezinsbedrijven en inwoners van arme landen? Ik krijg op dit punt graag een inhoudelijke reactie.

Het mantra van de troonrede was: herstel, economisch herstel. Herstel moet echter breder worden gezien in een samenleving die gebukt gaat onder ernstige kwalen. Groei en herstel zullen moeten gaan over meer medemenselijkheid, meer schone lucht, meer natuur, meer biodiversiteit, meer zorg, meer dierenwelzijn, meer onderwijs, meer gezondheid en meer vertrouwen krijgen in de toekomst. Mededogen en duurzaamheid zullen de kernthema's moeten vormen in een respectvolle samenleving. We kunnen de belangen van mensen, dieren, natuur en milieu niet blijven offeren op het altaar van de economie. Mede daarom ben ik voorts van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

Interrupties bij andere partijen:

De heer Zijlstra (VVD): (…) Onze universiteiten en kennisinstellingen zijn van hoog niveau. De universiteit van Wageningen en onze boeren zijn in staat om de halve wereld te voeden, wat heet! We kunnen inmiddels gewassen laten groeien op grond waarop niemand anders dat nog gelukt is. We kunnen door de technologische vooruitgang de wereld beter maken. Er is gebrek aan zoet water; er is gebrek aan voedsel. Nederlandse kennisinstellingen en Nederlandse bedrijven zijn in staat om daar mooie oplossingen voor te bieden. We hebben in ons land de oplossing voor het water- en voedselgebrek in de wereld. Veel mensen zien en waarderen dat en verwachten dat de politiek dit stimuleert en dit niet in de weg gaat zitten.

Dat gebeurt echter niet. Zo hoor ik mevrouw Thieme voortdurend pleiten voor nog strengere eisen voor onze land- en tuinbouwers. Daarin is zij succesvol, want veel van haar voorstellen worden door een meerderheid van de Kamer gesteund. Daardoor wordt er echter ontzettend veel wet- en regelgeving over onze boeren en tuinders uitgestort. Dat zorgt ervoor dat onze land- en tuinbouw het erg moeilijk hebben, maar dat zorgt niet voor meer duurzaamheid, noch voor oplossingen voor het water- en voedselprobleem. Zo heb je op het door mevrouw Thieme gewenste biodynamische open veld in Spanje 60 liter water nodig om een kilo tomaten te kweken, terwijl je in het Westland voor een kilo tomaten, heerlijke Hollandse tomaten, 4 liter water nodig hebt. Wat is nu duurzamer: de Thiemetomaten uit Spanje, of de kastomaten uit ons eigen Westland? Dit soort innovatie lijkt klein, maar is heel symbolisch. Stelt u nu eens voor: de tomaat als symbool van vooruitgang en vooruitstrevendheid …

(Geroffel op de bankjes)

De heer Zijlstra (VVD): … in plaats van stilstand en protest.

(Hilariteit)

Mevrouw Thieme (PvdD): De heer Roemer is wel een beetje rood nu!

De heer Zijlstra dicht mij wel een grote macht toe, moet ik zeggen. Nota bene door de voorstellen van mijn kant hebben de boeren het nu moeilijk! Laten we de cijfers er even bij pakken. Elke dag moeten er zeven boeren stoppen met hun bedrijf. Dat is niet vanwege het feit dat de Partij voor de Dieren in de Kamer zit, maar dat is het resultaat van het beleid van het CDA en de VVD van de afgelopen decennia, waarmee de boeren zijn gedwongen om zo goedkoop mogelijk te produceren, zelfs onder de kostprijs. De heer Zijlstra wil heel graag een handelsverdrag afsluiten met de Verenigde Staten Dat is TTIP, waarvoor ik gisteren ook nog aandacht heb gevraagd. Dat betekent dus dat wij straks goedkope landbouwproducten uit Amerika op de Nederlandse markt en in Europa gaan krijgen. Hormoonvlees, chloorkippen, genetisch gemanipuleerde gewassen, noem maar op! Hoe kan het dat de heer Zijlstra hier pretendeert voor de boeren op te komen, terwijl hij tegelijkertijd de Amerikaanse boeren tegelijkertijd alle ruimte geeft om die rommel zo goedkoop mogelijk hier op de markt te dumpen, wat ten koste gaat van de boeren hier in Nederland?

De heer Zijlstra (VVD): Onze boeren behoren tot de boeren met het hoogste dierenwelzijn in de wereld, met de strengste milieueisen, met de best verzorgde stallen en de best verzorgde land- en tuinbouw. Dat is een gegeven. Maar als je dat op een gegeven moment te ver doorvoert, met voorstellen voor verplichte gps-apparatuur in veewagens, brandoefeningen in varkensstallen waarbij men eerst die varkens naar buiten moet jagen, waarna men ze vervolgens weer naar binnen moet zien te krijgen. Ik weet niet hoe! Dat soort voorstellen zorgt ervoor dat de boeren het moeilijk hebben. Dan zijn we doorgeschoten, dat is de kern van mijn betoog. Die macht heeft mevrouw Thieme niet alleen. Ik zei al: dat is een meerderheid in de Kamer. Maar het zou goed zijn als die meerderheid ook eens kijkt naar wat er bereikt is en op een gegeven moment durft te zeggen: onze boeren hebben zulke grote stappen gezet; als we ze nog een stap extra laten zetten, zijn ze straks verdwenen. Dan staat die goede stal niet in Nederland, waar het dierenwelzijn wel op een nette manier is geregeld, maar dan staat die straks in … Nou, wat zullen we eens nemen? Dan staat die straks ergens in Zuid-Amerika of in het Midden-Oosten.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik denk in Oekraïne, gesubsidieerd door Nederland met 30 miljoen.

De heer Zijlstra (VVD): En dan staat die daar. Dan is het dierenwelzijn slechter af en dan zijn we allemaal slechter af. Dat is dus waarom de VVD zegt: houd daar nu eens mee op!

Mevrouw Thieme (PvdD): Met het Nederlandse belastinggeld wordt er op dit moment inderdaad in Oekraïne voor 30 miljoen een bio-industriestal gebouwd, mede dankzij de VVD. Waarvan akte! Ik heb geen antwoord op mijn vraag gekregen. Ik vroeg de heer Zijlstra hoe hij nu kan zeggen dat hij voor de boeren opkomt, terwijl hij tegelijkertijd met zo'n vrijhandelsverdrag als TTIP ervoor zorgt dat de boeren in Nederland moeten stoppen met hun bedrijf, omdat hier vanuit Amerika goedkope landbouwproducten op de markt worden gedumpt? Daar zijn er veel minder goede eisen met betrekking tot voedselveiligheid, milieu en dierenwelzijn. Daar hoor ik graag een antwoord van de heer Zijlstra op.

De heer Zijlstra (VVD): Mevrouw Thieme stelt die vraag terecht nog een keer. Ik had die inderdaad niet beantwoord. Excuus daarvoor. De VVD is een groot voorstander van TTIP, juist omdat daarmee de kansen van onze boeren worden vergroot. Er komt een enorme markt bij, maar we moeten er wel voor oppassen dat we de eisen aan onze boeren niet zover opschroeven dat ze niet alleen in Europa maar straks ook in die grotere markt zo'n groot concurrentienadeel hebben dat ze het niet meer redden. Dus ik zeg: doe dat vrijhandelsverdrag, inclusief — en dat gebeurt ook —alle nette eisen rond voedselveiligheid en de voorwaarden die wij aan de landbouw en aan dierenwelzijn stellen. Open die grote markt voor de Nederlandse boeren, geef ze dat toekomstperspectief en houd ook hier de vooruitgang niet tegen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik wil de heer Zijlstra uitnodigen om met mij mee te gaan naar de boeren die zich duidelijk zorgen maken over het feit dat dit vrijhandelsverdrag er gaat komen. Wat de heer Zijlstra hier gedebiteerd heeft over hoe de stallen eruitzien en hoe de boeren aan het produceren zijn! Sorry, voorzitter, maar dat is een fractievoorzitter onwaardig.

De heer Roemer (SP): Mevrouw Thieme heeft natuurlijk volkomen gelijk. Wat er gaat gebeuren bij het opengooien van die markt is dat we de standaarden van Amerika binnenhalen. Dan hebben de boeren in Nederland geen schijn van kans meer en al helemaal niet die boeren die met een normale veestapel een normale boterham willen verdienen. Ik wil best met de heer Zijlstra gaan kijken naar een regeltje hier of een regeltje daar, maar daar ging de vraag helemaal niet over. De standaarden in Amerika betekenen dat wij allerlei normen voor dierenwelzijn, allerlei milieukwalificaties zo ver naar beneden gooien dat wij die rommel deze kant op halen. Als boeren hier dan daarmee willen gaan concurreren, kunnen ze maar een ding doen: ook een plofkip of een chloorvarken, of hoe ze allemaal heten, gaan produceren. Als wij het met elkaar van belang vinden, mijnheer Zijlstra, dat dierenwelzijn en milieueisen op een normale standaard liggen, dan moeten wij de markt niet opengooien voor landen die daar met hun petje naar gooien.

De heer Zijlstra (VVD): Ten eerste reageer ik op het beeld dat steeds geschapen wordt van Amerikaanse eisen die allemaal zo veel lager liggen. Die liggen op heel veel gebieden hoger dan in Europa. Dus laten we dat nu ook eens vaststellen. Ten tweede, de bezwaren die de heer Roemer noemt, waren dezelfde bezwaren die werden geuit toen het ging over de Europese Economische Gemeenschap, over samenwerking tussen landen binnen Europa om een grotere markt te creëren, om daarmee economische kansen en economische groei te creëren en om te zorgen dat de welvaart en de banen in een land als Nederland toenemen. Exact diezelfde argumenten gaan nu weer op. Dat is waarom wij dit moeten doen. De Europese economische samenwerking heeft ons enorm veel economische groei gebracht en ook TTIP gaat Europa en Nederland enorm veel brengen. Hou eens op met het doembeeld alsof Amerika een soort derdewereldland zou zijn waar ze geen eisen aan voedselveiligheid en noem maar op stellen. Daar hebben ze vaak nog strengere eisen dan hier.

--

Mevrouw Thieme (PvdD): Het is toch een ongelofelijke tekortkoming als de heer Samsom zegt: als het gaat om vergroening wil ik graag met GroenLinks of met elke andere partij om de tafel zitten om daarover van gedachten te wisselen, maar ik doe nu niks, want we komen niet tot akkoord. Wat betekent dat nu feitelijk? De heer Samsom wil gewoon heel graag de VVD binnenboord houden. De heer Samsom wordt gegijzeld door de VVD, terwijl er in de Kamer, zonder de VVD, allang een meerderheid is om tot werkelijke vergroening te komen. Waarom vaart de heer Samsom niet gewoon een eigen koers? Waarom sluit hij geen deal met de groene partijen in de Kamer?

De heer Samsom (PvdA): Ik heb daarop twee antwoorden. Ten eerste is er geen meerderheid voor, zeker niet in de Eerste Kamer. Ten tweede zijn er betere ideeën. Ik zal die uit de doeken doen in de rest van mijn spreektekst.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het gaat erom dat het kabinet, ook naar aanleiding van de klimaatzaak, de opdracht heeft gekregen om meer te doen aan het tegengaan van klimaatverandering. We kunnen niet langer wachten. De heer Samsom kan dan wel wijzen op allerlei politieke spelletjes die gespeeld moeten worden, maar we kunnen in de Tweede Kamer ook de toon zetten en, samen met de partijen die werkelijk gaan voor het vergroenen van het belastingstelsel, met plannen naar de Eerste Kamer gaan. Ik verwacht dan van de heer Samsom dat er voldoende argumenten zijn en dat er voldoende stevigheid is om ook in de Eerste Kamer daarvoor een meerderheid te halen. Daar hebben we de VVD en ook het CDA niet voor nodig.

De heer Samsom (PvdA): Als mevrouw Thieme twee minuten van mijn spreektekst wacht, kan ik haar wellicht nog verrassen; met interrupties is dat echter anderhalf uur. Zullen we dat afspreken? Zij komt daar dan vast weer op terug.

--

De heer Samsom (PvdA): Zoals gezegd begin ik met datgene wat mij het meest aan het hart gaat: klimaatverandering. De energiehonger gaat eigenlijk ons voorstellingsvermogen te boven, maar laat ik het proberen te duiden in deze zaal. Als je deze zaal tot aan de nok, tot achter de publieke tribunes — sorry aan u allemaal daar — helemaal vult met zwarte olie, dan verbrandt deze wereldbeschaving per seconde één hele zaal. En nu weer één. En nu weer één. Zo groot is ons energieverbruik. Binnen 30 jaar moet dat verbruik van fossiele brandstoffen helemaal anders worden ingericht. Het moet duurzaam worden. 30 jaar, dat is één generatie, onze generatie. Die verantwoordelijkheid hebben we tot nu toe volstrekt niet waargemaakt, ook niet in Nederland of, zo zou ik haast willen zeggen, juist niet in Nederland. Jarenlang dobberde het Nederlandse energiebeleid doelloos rond. Wind? Nee, toch biomassa. Nee, toch wind. Belastingvoordeel? Nee, nee, toch subsidie. Oeps, subsidie op! Vind je het raar dat investeerders op een gegeven moment niets meer aandurfden?
(…)

De heer Samsom (PvdA): Nou had ik het zonet over CarbonOrO. Het was inderdaad inefficiënt om CO2 af te vangen. Waarom? Omdat je die amines weer tot 120 °C moet opwarmen. Dan heb je voor drie kolencentrales een nieuwe kolencentrale nodig om de CO2 af te vangen. Deze jongens — het zijn allemaal jongens, sorry — hebben iets bedacht waardoor het met restwarmte van die ene kolencentrale kan. Die hoeft maar tot 60°C. Dat is een doorbraak. Als wij dat kunnen waarmaken, kunnen wij niet alleen de CO2 van kolencentrales afvangen, maar misschien zelfs wel de CO2 van biomassacentrales; een negatieve CO2-uitstoot. Het is mogelijk dat de wereld dat nodig heeft ook om binnen de grenzen te kunnen blijven, zodat er geen onverantwoordelijke klimaatverandering zal plaatsvinden.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het is duidelijk dat wat meer dames het woord moeten gaan voeren wat betreft het klimaatbeleid, want dit is allemaal erg beperkt.

De heer Samsom (PvdA): Dat was een bruggetje naar uw interruptie.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ja, dat dacht ik al. Als het alleen maar gaat om de energietransitie, zijn wij er niet. Dat is de heer Samsom vast met mij eens. Wij zullen ook iets moeten doen aan ons gedrag, aan ons consumptiepatroon. Wij hebben kennis kunnen nemen van de e-mails die de heer Samsom stuurt naar zijn kiezers naar aanleiding van de klimaatzaak. De heer Samsom schrijft: de uitspraak van de rechter gaat mij niet ver genoeg; wij moeten veel meer doen. Dat stemt mij natuurlijk zeer positief. De vraag is alleen of de heer Samsom ook gaat pleiten voor fiscale vergroening, bijvoorbeeld voor een vleestaks.

De heer Samsom (PvdA): Dan zou je ongeveer aan de gerechtelijke uitspraak voldoen en ik wil juist veel meer dan dat. Goed beschouwd verzet de rechter een stempelpost op weg naar hetzelfde doel. Het doel voor 2030 is niet ambitieus genoeg. Dat weten wij inmiddels allemaal. Dat doel moet verschoven worden en dat gebeurt in Parijs als wij erin slagen om als EU gezamenlijk op te treden tegenover, of in dit geval samen met, China en de Verenigde Staten. Ik ben optimistischer dan u, mevrouw Thieme, want China en de Verenigde Staten hebben de afgelopen weken baanbrekende voorstellen gedaan. Er kwamen voorstellen van beide continenten en Europa moet nog uitkijken dat het niet achteraan komt te lopen. In Parijs moet het doel worden verzet. Natuurlijk moeten wij de stempelpost tussendoor halen, maar wij moeten veel verder gaan dan dat. Ik wil alle maatregelen wel doornemen, maar wij gaan het niet redden per maatregel. Wat nodig is, is een revolutie in de energievoorziening. Ik zie dat die revolutie plaats kan vinden. Ik zie die nu al plaatsvinden in de laboratoria, achterop de industrieterreinen en in de garageboxen. Maar wij moeten ervoor zorgen dat dat soort uitvindingen volwassen wordt. Nederland kan daarin vooroplopen. Ik zou zo graag willen dat het kabinet daar al zijn energie in gaat steken.

Mevrouw Thieme (PvdD): De heer Samsom weet met mij dat er door de vleesconsumptie meer broeikasgassen worden uitgestoten dan door al het verkeer samen. Er is 40% meer broeikasgas vanwege de methaanuitstoot. Als wij de kosten voor het klimaat willen verminderen, moeten wij ons juist richten op het verminderen van de dierlijke eiwitten. Mijnheer Samsom, vijf jaar geleden, in 2010, hebt u zelf in de MarieClaire — die wij natuurlijk allemaal lezen — gezegd: "Kijk, het is simpel. 9 miljard mensen die elke dag vlees willen eten, dat trekt spaceship earth gewoon niet. Wij moeten minder vlees eten en daarom is de PvdA voor een hogere belasting op vlees. Als wij het aan de markt overlaten, gebeurt dit niet." Dat zei u toen, mijnheer Samsom. Hoor ik u zojuist in antwoord op mijn eerste interruptie min of meer zeggen dat u daar inderdaad wel oor naar hebt?

De heer Samsom (PvdA): Ik zei dat inderdaad. Ik vind dat nog steeds. Ik heb alleen mijn eigen partij daar nog absoluut niet van kunnen overtuigen. Daarmee ligt de vleestaks er in ieder geval nog even buiten. Dat lijkt mij heel helder. Ik heb u misschien nodig, mevrouw Thieme, of mezelf en mijn overtuigingskracht. Ik vind wel dat de volgende uitspraak klopt: de vleesconsumptie op deze aardbol is een probleem. 9 miljard of misschien wel 12 miljard mensen kunnen in grote welvaart, op Europees welvaartsniveau, op deze aardbol bestaan, dus met het energiegebruik, het waterverbruik en de consumptiepatronen die daarbij horen, behalve de consumptie van dierlijke eiwitten. Want dan gaat het niet lukken. In dat geval hebben wij een nieuwe planeet nodig. Die hebben wij nog niet gevonden en dus moeten wij heel hard op zoek naar een alternatief. Hoe wij dit ook wenden of keren, mevrouw Thieme, de vleestaks gaat hierin niet het verschil maken. Ook daar geldt — volgens mij weet u daar veel meer van dan ik uit uw directe omgeving — dat alternatieven veel belangrijker zijn. Ik ben een zondig vegetariër, zal ik zeggen. Ik vind vlees ongelooflijk lekker, maar ik word geholpen door de fantastische uitvindingen van de vegetarische slager. Ik mag geen reclame maken, maar er zit er volgens mij een dichtbij, in de familie van mevrouw Thieme. Ik word geholpen omdat ik bij de vegetarische slager alternatieven vind die net zo lekker zijn en veel beter voor het milieu. Laten wij nu insteken op die technologie, ook weer Nederlandse technologie. Ik denk niet dat de gehaktbalbelasting ons gaat helpen, maar ik denk wel dat in uw huiskamer, mevrouw Thieme, nog harder gewerkt kan worden aan nieuwe uitvindingen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het is wel een beetje vreemd dat de heer Samsom, die vijf jaar geleden nog heilig geloofde in het beprijzen van milieuonvriendelijke producten zoals vlees, nu zegt dat het niet gaat helpen. Dan is er toch iets in het denken veranderd bij de heer Samsom. En als hij zegt dat hij zijn eigen fractie nog niet heeft weten te overtuigen, dan hoop ik dat zijn vlammende betoog van zojuist daar in ieder geval meer aan bij gaat dragen. Ik hoop ook dat het taboe op de vleestaks — de heer Samsom sprak bij het afgelopen klimaatdebat nog over communistische maatregelen — in de komende periode alweer een beetje passé is. En dat zie ik als winst.

De heer Samsom (PvdA): Dat is mooi. U ziet, ik ben al veel milder geworden. U boekt vooruitgang.
--

De heer Klaver (GroenLinks): Die centrale focus op groei leidt tot verkeerde keuzes, maar het is blijkbaar het enige wat de PvdA en de VVD bij elkaar houdt. Want zo gauw de focus op economische groei uit beeld verdwijnt ...

De voorzitter: U mag uw zin afmaken.

De heer Klaver (GroenLinks): Ja, verdwijnt.

De voorzitter: O, het klonk alsof er nog meer ging komen! Ik geef het woord aan mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het zal de heer Klaver niet verbazen dat ik blij ben met zijn woorden over de beperkte focus op economische groei van dit kabinet, waarvoor economische groei het antwoord is op alle kwalen. Alleen noemde hij ook het feit dat de minister-president al vijf jaar premier is. Ik heb in de afgelopen vijf jaar wel gezien dat GroenLinks heeft geholpen om deze premier in het zadel te houden. Dat begrijp ik niet zo goed. De heer Klaver zegt dat het kabinet aanstuurt op economische groei en op een kleinere overheid en geen oog heeft voor de kwetsbaren, maar waarom heeft GroenLinks dan de afgelopen vijf jaar een kabinet met Rutte aan het stuur in het zadel gehouden?

De heer Klaver (GroenLinks): Allereerst dank voor de grote eer dat het aan GroenLinks te danken zou zijn dat het kabinet er nog zit, maar ik denk dat dat iets te veel eer is. Als mevrouw Thieme mij vraagt waarom wij op sommige momenten hebben geprobeerd om samen te werken met het kabinet om resultaten te bereiken, dan heb ik daar maar één antwoord op: ik heb haast. We hebben haast; we hebben geen tijd om te wachten. En als we er dan voor kunnen zorgen, zoals we dat in 2012 deden, dat er een kolenbelasting wordt geïntroduceerd — helaas is die inmiddels afgeschaft — of als we erin slagen om extra investeringen in onderwijs beschikbaar te maken, dan werken we daaraan mee. Dat heeft niks te maken met welk kabinet er zit. Het heeft ermee te maken dat we zo snel mogelijk resultaten willen boeken. Je zoekt naar de meerderheden die er op dat moment zijn. Ik hoop, mevrouw Thieme, dat we op dat punt ook wat vaker met u kunnen samenwerken.

Mevrouw Thieme (PvdD): Als de heer Klaver pleit voor een systeemverandering, dan moet hij niet een kabinet in het zadel houden dat gewoon business as usual predikt, dat doorgaat op dezelfde weg van economische groei. Dan moet je op een gegeven moment zeggen: dit is niet goed voor het land en dit is niet goed voor het klimaat; ik ga niet als gedoogpartner optreden voor een dergelijk kabinet. Maar dat heeft GroenLinks in de afgelopen vijf jaar wel gedaan. Ik hoop dus dat wij met dit nieuwe geluid — dat moet ik toegeven en daar ben ik erg blij mee — van GroenLinks kunnen verwachten dat het niet zomaar meegaat met een kabinet dat niet de juiste visie heeft op de manier waarop wij een duurzame samenleving gaan vormgeven.

De heer Klaver (GroenLinks): Als je de samenleving echt wilt veranderen en het systeem wilt wijzigen, gaat dat niet met een big bang. Je moet dan zoeken naar wat ik noem "gamechangers". Hoe kun je uiteindelijk de loop van de geschiedenis veranderen? Voor duurzaamheid, iets wat wij allebei heel belangrijk vinden, zit hem dat voor een belangrijk deel in ons belastingstelsel. Het zit in de manier waarop wij energie belasten, ook duurzame energie. Het zit hem in de vraag of wij kolencentrales een prijs geven. Het zou goed zijn als wij dit najaar, als wij spreken over 5 miljard lastenverlichting, op dat punt resultaat kunnen boeken. Want ook al zou ik een motie van wantrouwen indienen, het kabinet is nog niet weg. Als wij op dat punt overeenstemming bereiken, kunnen wij uiteindelijk de loop van de geschiedenis veranderen. Dat duurt heel lang. Misschien duurt het nog tien jaar, maar wij kunnen dat pad inzetten. Mevrouw Thieme, ik zou hopen dat u dan met ons meedoet. Dit is niet ons kabinet. Ik deel de visie van dit kabinet niet. Maar als wij erin slagen om een meerderheid te vinden om een paar stappen te zetten in de goede richting om dat systeem te veranderen — dat willen wij allebei — waarom zou je dat dan niet doen?

Mevrouw Thieme (PvdD): Omdat wij de afgelopen jaren hebben gezien dat de PvdA, de enige partij in dit kabinet die nog een beetje om duurzaamheid geeft, gebukt gaat onder de VVD. De PvdA durft totaal geen eigenstandige koers uit te zetten voor duurzaamheid. Elk voorstel dat wij tot nu toe in de Kamer hebben gedaan, wordt niet gesteund door de PvdA, omdat zij zich laat gijzelen door de VVD. Het lijkt mij voor dit land veel beter als wij niet langer steun verlenen aan dit kabinet door als gedoogpartner op te treden, ook niet de komende anderhalf jaar. Het lijkt mij tijd voor nieuwe verkiezingen.

De heer Klaver (GroenLinks): Ook als er nieuwe verkiezingen komen, zul je uiteindelijk weer naar meerderheden moeten zoeken. De kans is groot dat er weer een rechts kabinet komt of dat u of ik niet nodig zijn voor zo'n meerderheid, dus dat onze partijen niet in het kabinet zitten. Wij verschillen daarin misschien, mevrouw Thieme, maar ik zal ieder moment van de dag, ieder jaar en iedere maand aangrijpen om te bekijken hoe je verandering tot stand kunt brengen. Ik vind namelijk dat je het niet alleen bij praten en mooie woorden moet houden. Ik zou heel graag willen dat de koerswijziging die u bij GroenLinks waarneemt of waarover u spreekt, de kritische manier waarop wij over ons economische systeem praten, niet bij woorden blijft, maar dat die echt in concrete daden kan worden omgezet. Pas dan is mijn missie, onze missie, geslaagd.

TWEEDE TERMIJN

Voorzitter. Ik dank de minister-president voor zijn antwoorden. Hij heeft veel gesproken en weinig gezegd. Het is duidelijk geworden dat het kabinet geen draagvlak heeft gevonden voor de zo noodzakelijke belastinghervormingen. Het heeft zichzelf daarmee een brevet van onvermogen verschaft. Het kabinet maakt een uitgeregeerde indruk. Het budget dat gereserveerd was voor structurele belastinghervormingen wordt nu op hoop van zegen in de menigte gegooid.

Het antwoord van dit kabinet op de grote problemen van dit moment, de vluchtelingencrisis en de klimaatcrisis, is niets anders dan dweilen met de kraan open, waarbij de coalitiepartners het niet eens kunnen worden over de kleur van de dweil. In de Troonrede staat dat de vluchtelingenstroom geen afwachtende houding duldt en dat een integrale aanpak nodig is die rekening houdt met alle relevante factoren.

De VN, de NAVO, het IPCC, de G7 en de Global Military Advisory Council on Climate Change wijzen erop dat klimaatverandering het risico op internationale instabiliteit, conflicten en onveiligheid vergroot door het veroorzaken van droogte en hongersnoden en het versterken van de cirkel van armoede en economische malaise. Ik dien daarom de volgende motie in.

Motie Thieme: breng effecten van klimaatverandering, handels- en belastingpolitiek en wapenleveranties op de stabiliteit in kwetsbare landen en regio’s in kaart

Het kabinet gaat de vluchtelingenopvang betalen uit de ontwikkelingsgelden. Hierdoor komen de budgetten van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties nog ernstiger onder druk te staan. Dat is ongelofelijk kortzichtig. Hierdoor ontstaat het levensgrote risico van aanzwellende vluchtelingenstromen van mensen die niet langer geholpen kunnen worden. Hoe verhoudt een dergelijk beleidsvoornemen zich tot de bewering dat het kabinet wil streven naar meer opvang in de regio? Dat is mijn vraag aan de minister-president. In de troonrede staat dat een afwachtende houding onduldbaar is. Hoe voorkomt het kabinet dat er afgewacht wordt? Hoe verhoudt zich dat tot de fundamentele tegenstellingen tussen de PvdA en de VVD op dit punt?

Ik kom op het klimaat. De historische uitspraak van de rechter omtrent het klimaatbeleid van het kabinet noopt de overheid tot maatregelen. Al sinds 2008 wordt met enige regelmaat gesproken over de toegevoegde waarde van een klimaatwet. Maart dit jaar heeft Finland, na het Verenigd Koninkrijk en Denemarken, als derde land in de EU een klimaatwet vastgesteld. Noorwegen, Ierland en Frankrijk werken er al aan. In Mexico is er sinds 2012 een. Zo'n klimaatwet is een kaderwet. Daarin worden de doelstellingen rondom reductie van broeikasgassen geregeld en vastgelegd, en niet zozeer welke maatregelen of beleidsinstrumenten moeten worden ingezet. Dat wordt overgelaten aan de regering. Een klimaatwet versterkt een klimaatakkoord of een energieakkoord omdat de overheid commitment laat zien, waardoor bijvoorbeeld ook het bedrijfsleven risicovolle investeringen en innovaties zal durven doen. De Tweede Kamer krijgt een effectief controle-instrument om de voortgang in de gaten te houden. Zo kunnen we ook klimaatrechtszaken voorkomen. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie Thieme: kom met een Klimaatwet

Interrupties bij de minister-president:

Minister Rutte:
Je kunt niet met aantallen komen aanzetten. Het is een gekke vraag. Wat je moet doen, is het wegnemen van de reden voor mensen om hiernaartoe te komen. Zolang die reden er nog is en mensen hiernaartoe komen, moeten de zaken in Europa op een faire manier worden verdeeld. Dat is nu niet het geval. De last komt veel te veel te liggen bij een beperkt aantal landen. Daarom is dat relocatievoorstel zo vreselijk belangrijk. Ik keer terug naar het begin van mijn betoog over het onderwerp van de migratie: wij moeten met elkaar blijven werken aan draagvlak in deze samenleving voor opvang van mensen die hier echt asiel mogen krijgen. Tegelijkertijd moeten wij er alles aan doen om de stromen naar Europa, inclusief de verschrikkelijke beelden op tv van die bootjes op de Middellandse Zee, te stoppen (...)

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik heb in mijn eerste termijn gezegd dat barmhartigheid en medemenselijkheid leidend moeten zijn bij de opvang van vluchtelingen. Ik hoor de minister-president daarover met zoveel woorden spreken. De minister-president zegt tegelijkertijd dat we de reden moeten wegnemen dat mensen hiernaartoe komen, dat zij vluchten. Ook dat ben ik met hem eens. Ik heb aangegeven dat dit een zeer complex probleem is en dat Nederland kan kijken naar de wijze waarop Nederlands gedrag meehelpt aan de reden dat mensen hun land verlaten. Dan heb ik het bijvoorbeeld over een rozenkweker uit Nederland die in Ethiopië rozen gaat kweken ten koste van boeren daar, en over het gegeven dat wij, om onze export van landbouwproducten te kunnen bevorderen, vier keer ons eigen landoppervlak gebruiken in het buitenland onder andere voor het verbouwen van veevoer in arme landen, waardoor mensen daar niet meer hun eigen boerenbedrijf kunnen houden. Ik snijd hier grote thema's aan, maar het is belangrijk om onze handelspolitiek hier te noemen. Multinationals van Nederland halen inkomsten weg uit arme landen omdat ze hier een belastingparadijs aantreffen, Nederland, met spookkantoren aan de Amsterdamse Zuidas. Ik vraag aan de regering om deze problematiek mee te nemen in de analyse van hoe wij vluchtelingenstromen kunnen tegenhouden, om te kijken naar ons eigen gedrag om te voorkomen dat wij grondstoffen wegroven uit arme landen en rozen gaan kweken in Ethiopië terwijl daar armoede en droogte heerst, en om dat aan te gaan pakken.

Minister Rutte:
Ik had deze even niet zien aankomen, maar ik ga wel proberen mevrouw Thieme volledig te bedienen.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het verbaast mij niet.

Minister Rutte:
Nee, dat hebben wij vaker, maar ik ga het toch proberen. Ik zou een ander licht op dat probleem willen werpen en het misschien ook als een kans zien. Want is het slecht voor landen als het Nederlandse exporterende bedrijfsleven … En wij hebben, denk ik, misschien wel de beste landbouwsector van de wereld. Wij zijn een heel klein landje maar de tweede landbouwexporteur. Ik ben ontzettend trots op onze landbouw. Ik ben ontzettend trots op onze agrarische ondernemers. Ze zijn wereldwijd toonaangevend. Ik maak vaak het grapje dat ik bij Wageningen gelukkig aan de universiteit denk en niet aan de woonplaats van Alexander Pechtold en Jeroen Dijsselbloem. In de rest van de wereld wordt al helemaal niet aan die woonplaats gedacht, maar aan de Wageningen University, die wereldwijd toonaangevend is, het Harvard van de agrarische sector. Als dat exporterende bedrijfsleven zich inzet om in andere delen van de wereld het bedrijfsleven te helpen om gebruik te maken van het bedrijfsleven hier — de minister voor Buitenlandse Handel zet zich daarvoor in en wij hebben daar fondsen voor, vaak ook revolverend — dan is dat toch alleen maar geweldig nieuws? Daarmee lossen wij met elkaar toch het grote vraagstuk op van voedselveiligheid en voedselbeschikbaarheid? En het is goed voor onze bedrijven en de bedrijven daar.

Mevrouw Thieme (PvdD):
De minister-president moet wat vaker spreken met Vluchtelingenwerk en andere organisaties. Die geven aan dat wij de boel juist ontwrichten door de wijze waarop wij handel drijven, door bijvoorbeeld kippenvleugels te dumpen in Ghana of rozen te gaan kweken in Ethiopië terwijl daar droogte en armoede heersen. Die geven aan dat wij de landbouweconomie in die ontwikkelingslanden, die het basisinkomen is van heel veel mensen, ontwrichten en dat mensen dus op drift raken. Want gebrek aan voedsel en water is een van de elementaire drijfveren van mensen om hun land te verlaten. Het is dus in ons eigen belang om te stoppen met die agressieve handelspolitiek en met het gebruiken van allerlei grondstoffen uit die landen, en om te beginnen met die landen de kans te geven hun eigen economie op te bouwen zonder dat ze overspoeld worden door gesubsidieerde Europese landbouwproducten. Als wij werkelijk de vluchtelingenstromen willen tegengaan, dan zullen wij onze eigen agressieve handelspolitiek en exportpolitiek beter moeten gaan organiseren, waardoor ze niet ten koste gaan van ontwikkelingslanden. Is de minister-president bereid om dat mee te nemen in de analyse van hoe wij vluchtelingenstromen kunnen tegenhouden, of om op z'n minst te bekijken of er negatieve effecten zijn?

Minister Rutte:
Ik werkte voordat ik in de politiek stapte, bij een van de meest toonaangevende bedrijven in de wereld op het gebied van voedsel, Unilever, dat heel groot is in Afrika, bijvoorbeeld in theeplantages. Die theeplantages behoren tot de meest sociale, de meest investerende, de meest in de samenleving geïntegreerde instituties in die landen. Ik zou precies het tegenovergestelde willen beweren: ons bedrijfsleven, onze agrarische sector zijn juist goed nieuws voor Afrika. Ze zorgen voor bedrijvigheid, voor ondernemerschap. Ze zorgen er ook voor dat onze agrarische sector verder kan groeien. Laten wij die win-win pakken en als er ergens iets fout gaat, als er dingen niet kloppen, dan ben ik de eerste om mee te helpen ingrijpen. Maar ik wil hier niet het beeld bevestigen dat het over de hele linie niet deugt, integendeel zelfs. Ik denk dat het wel deugt en dat er goede dingen gebeuren.

De voorzitter:
Tot slot.

Mevrouw Thieme (PvdD):
We hebben te maken met een uiterst complex probleem als het gaat om vluchtelingenstromen. Van dit kabinet verwacht ik dat het een begin maakt met te kijken hoe wij die vluchtelingenstromen tegen kunnen houden, omdat we hier anders zo veel vluchtelingen krijgen dat het draagvlak daarvoor in ons land wegebt. Nogmaals de vraag aan de minister-president: is hij bereid om te bekijken in hoeverre onze eigen handelspolitiek, onze wapenleveranties die wij stimuleren, waardoor wordt bijgedragen aan een verdere escalatie van conflicten en onze multinationals die geen belasting betalen in ontwikkelingslanden, waardoor die landen inkomsten derven, hieraan bijdragen? Dat is toch het minste wat een kabinet kan doen om te voorkomen dat er nog meer vluchtelingen deze kant opkomen?

Minister Rutte:
Ik ben altijd bereid om naar dingen te kijken, maar dan moet je wel als kabinet het begin van een analyse hebben en dat heb ik niet. Als we er dan toch naar gaan kijken, worden wij een soort wetenschappelijk bureau. Dat zijn we niet, we zijn de regering. Door het ontbreken van een begin van het delen van die analyse kan ik daarover geen toezegging doen. Het spijt me.

--

Minister Rutte:
(...) Misschien moet ik eerst iets zeggen over de uitspraak in de Urgenda-kwestie, over de uitvoering van het vonnis. De fracties van ChristenUnie, GroenLinks en D66 hebben vragen gesteld naar aanleiding van de rechtszaak. Waarom gaat het kabinet in beroep en wat gaat het kabinet doen met de uitspraak? Ons standpunt is dat het vonnis de nodige belangrijke juridische vragen heeft opgeroepen, die het kabinet door een hogere rechter wil laten toetsen. Het gaat dan onder meer om de vraag of internationale verdragen en afspraken zoals het Kyotoprotocol die zich niet rechtstreeks tot burgers richten en open normen bevatten op deze manier door kunnen werken in het Nederlands recht. Wij zetten daar vraagtekens bij. Wij willen, mede met het oog op mogelijke gevolgen voor andere beleidsterreinen, dit aan een hogere rechter voorleggen. De rechter heeft tegelijkertijd bepaald dat het vonnis bij voorbaat uitvoerbaar is en daarom voeren wij het ook uit. Dat staat dus los van het besluit om in hoger beroep te gaan. De Kamer heeft een brief van het kabinet gehad waarin staat hoe het dat doet (...)

Mevrouw Thieme (PvdD):
Om juridische vragen te bespreken met een rechter hoef je niet in hoger beroep te gaan maar kun je rechtstreeks naar de Hoge Raad. Een behoorlijk aantal experts heeft dit gezegd tijdens het rondetafelgesprek dat de Kamer heeft gevoerd naar aanleiding van de klimaatzaak. Ik krijg hier graag een reactie op. Vindt de minister-president niet ook dat het een heel slecht signaal is, ook aan de samenleving, als het kabinet in hoger beroep gaat in een klimaatzaak? Wat zegt dat over de manier waarop het kabinet tegen klimaatverandering aankijkt? Je hebt de schijn tegen dat je de klimaatverandering en de strijd daartegen niet serieus neemt als je naar de rechter gaat om beroep aan te tekenen tegen een historische uitspraak die zegt dat dit kabinet niet voldoet aan de klimaatdoelstellingen die het internationaal heeft afgesproken.

Minister Rutte:
Bij sprongcassatie is de aanname dat je je inhoudelijk in de uitspraak kunt vinden, maar dat je bezwaar hebt tegen de precieze juridische vorm. Wij willen echter inhoudelijk kunnen reageren. Wij menen dat Nederland een solide klimaatbeleid voert. Die vraagtekens regarderen ook dat onderdeel. Tegelijkertijd realiseren wij ons dat het vonnis bij voorbaat uitvoerbaar is. Dat is de reden dat we niet naar de Hoge Raad gaan.

Mevrouw Thieme (PvdD):
De minister-president zegt nu duidelijk dat hij het dus ook niet eens is met de inhoud van de uitspraak. Het kabinet meent voldoende te doen tegen klimaatverandering. Ik heb gisteren echter van coalitiepartner Partij van de Arbeid gehoord dat er een tandje bij moet. Het is helemaal niet voldoende wat er op dit moment gebeurt en de uitspraak van de rechter is nog maar het begin geweest. Er moet nog veel meer bij. Hoe staat de minister-president tegenover die uitspraken van zijn coalitiepartner?

Minister Rutte:
Laat ik eerst even bij de rechtszaak zelf blijven. Nederland neemt een aantal initiatieven om de klimaatdoelstellingen die de coalitie heeft gesteld, te realiseren. Dat is de 14% in 2020, 16% in 2023: u kent de cijfers. We nemen hier een flink aantal maatregelen voor. Wij zien inhoudelijk een aantal bezwaren tegen de uitspraak die is gedaan. Tegelijkertijd hebben we ook bezwaren tegen de vorm. Dat is de reden dat we niet naar de Hoge Raad gaan, maar in hoger beroep.

Mevrouw Thieme (PvdD):
De minister-president geeft geen antwoord op mijn vraag. Ik wilde weten wat hij vindt van de uitspraken van zijn coalitiepartner, de Partij van de Arbeid. Die zei gisteren dat de uitspraak van de rechter één is, dat we inderdaad meer moeten doen om de doelstellingen te behalen en de klimaatafspraken na te komen, maar dat er bovendien nog veel meer moet gebeuren. We moeten ambitieuzer zijn. Ik wil van de minister-president een appreciatie over deze uitspraak.

Minister Rutte:
Ik hou mij vast aan de afspraken die de coalitie heeft gemaakt. Dat is een behoorlijk aantal afspraken. Het doel is om op 14% duurzame energie te komen in 2020 en op 16% in 2023. Om dit te bereiken nemen we een aantal maatregelen. We zien de percentages verbeteren. Er worden oude kolencentrales gesloten: drie per 1 januari 2016 en twee per 1 juli 2017. Dat zijn verstrekkende maatregelen. Wij bekijken regelmatig of het behalen van de doelstelling op schema ligt. De coalitie hanteert op dit moment deze doelstellingen en neemt daarbinnen maatregelen. Ik heb de woorden van Diederik Samsom zo verstaan dat zijn ambities verder gaan. Dat realiseer ik mij. De Partij van de Arbeid en de VVD denken daar wel of niet verschillend over, maar dat gaat in ieder geval voorbij de afspraken die tot nu toe zijn gemaakt. Ik vind het ook logisch dat je dat in zo'n debat neerzet.

De voorzitter:
Mevrouw Thieme, de laatste vraag.

Mevrouw Thieme (PvdD):
De minister-president zegt dus dat de heer Samsom het wel kan willen, maar dat het kabinet het niet gaat doen.

Minister Rutte:
De heer Samsom heeft volgens mij niet gezegd dat het kabinet het beleid moet aanpassen. Hij heeft gezegd dat hij voorbij de ambities die er nu liggen, nog andere ziet voor de periode daarna. Hij zei volgens mij letterlijk dat de Urgenda-uitspraak maar een deel van het probleem is; er moet misschien nog veel meer gebeuren. Zo heb ik hem verstaan. Ik heb gereageerd op de bijdrage die de komende tijd al gerealiseerd kan worden, door de energietransitie in Nederland te stimuleren op een manier dat het bedrijfsleven en de kennisinstellingen goed met elkaar kunnen samenwerk.

Wij staan voor:

Wij zijn tegen:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer