Kamer­vragen aan de ministers van AZ en LNV over Foie Gras op Paleis Noord­einde


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Algemene Zaken en de minister van LNV over Foie Gras op Paleis Noordeinde

  1. Kent u het bericht in 'Muizen piepen niet bij pijn' (1) ?

  2. Kunt u aangeven of het diner voor vooraanstaande beoefenaren van de wetenschap op Paleis Noordeinde een privé-karakter had? Indien het diner geen privé aangelegenheid betrof, kunt u aangeven waarom de koningin heeft gekozen voor het ingredient ganzenlever waarvan bekend is dat de productie ervan veel dierenleed veroorzaakt?

  3. Kunt u aangeven wat bedoeld wordt door de Rijks Voorlichting Dienst waar gesproken wordt van “ een eenmalige uitzondering?”Betekent dit dat er geen foie gras meer geserveerd zal worden ten paleize? Za ja, op welke wijze gaat u dit garanderen en op welke manier vinden controles plaats? Zo neen, op welke manier zal de RVD voorkomen dat foie gras op officiële diners van de koningin wordt geserveerd?

  4. Kunt u aangeven of er foie gras geserveerd wordt bij andere door de rijksoverheid georganiseerde bijeenkomsten? Zo ja, bent u voornemens dit ingredient af te schaffen en daarvoor beleid te ontwikkelen? Zo neen, hoe garandeert u dat?

  5. Kunt u aangeven of er beleid geformuleerd is om het serveren van dieronvriendelijke producten te vermijden op door de rijksoverheid georganiseerde bijeenkomsten? Zo ja, welke regels en criteria worden gehanteerd? Zo neen, bent u bereid een dergelijk beleid te formuleren, omdat het niet in de rede ligt producten te serveren waarvan de productie in Nederland om redenen van dierenwelzijn verboden is?


(1) Volkskrant d .d. 20 april 2007

Antwoorddatum: 24 mei 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u, mede namens de minister-president, de antwoorden toekomen op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over dierproeven en diervriendelijke producten.

1
Kent u het bericht in 'Muizen piepen niet bij pijn'?

Ja.

2
Kunt u aangeven of het diner voor vooraanstaande beoefenaren van de wetenschap op Paleis Noordeinde een privé-karakter had? Indien het diner geen privé-aangelegenheid betrof, kunt u aangeven waarom gekozen is voor het ingrediënt ganzenlever waarvan bekend is dat de productie ervan veel dierenleed veroorzaakt?

3
Kunt u aangeven wat bedoeld wordt door de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) waar gesproken wordt van “een eenmalige uitzondering?” Betekent dit dat er geen foie gras meer geserveerd zal worden ten paleize? Zo ja, op welke wijze gaat u dit garanderen en op welke manier vinden controles plaats? Zo neen, op welke manier zal de RVD voorkomen dat foie gras op officiële diners van het staatshoofd wordt geserveerd?

4
Kunt u aangeven of er foie gras geserveerd wordt bij andere door de rijksoverheid georganiseerde bijeenkomsten? Zo ja, bent u voornemens dit ingrediënt af te schaffen en daarvoor beleid te ontwikkelen? Zo neen, hoe garandeert u dat?


5
Kunt u aangeven of er beleid geformuleerd is om het serveren van dieronvriendelijke producten te vermijden op door de rijksoverheid georganiseerde bijeenkomsten? Zo ja, welke regels en criteria worden gehanteerd? Zo neen, bent u bereid een dergelijk beleid te formuleren, omdat het niet in de rede ligt producten te serveren waarvan de productie in Nederland om redenen van dierenwelzijn verboden is?

In de reguliere catering bij de rijksoverheid komt het serveren van foie gras voor zover mij bekend niet voor. Er zijn vorig jaar, naar aanleiding van de motie-Koopmans en De Krom (100% duurzaam inkopen in 2010) criteria voor duurzame catering opgesteld die mede gericht zijn op het gebruik van diervriendelijk geproduceerde ingrediënten. Zo wordt er onder meer gestreefd naar minimaal 40% biologische catering in 2010 bij de hele rijks¬overheid en is een wens opgenomen rond scharreldieren. De producten moeten herken¬baar en meetbaar zijn via bijvoorbeeld een keurmerk.

Wat het diner op Paleis Noordeinde betreft, is sprake geweest van een eenmalige uitzondering. Herhaling hiervan ligt niet in de rede. De RVD beschikt op dit punt niet over andere taken dan neergelegd in de ter zake geldende regels en besluiten die betrekking hebben op de communicatie en woordvoering.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg