Kamer­vragen aan de minister van LNV over slag­ha­meren


Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de minister van LNV

  1. Kent u het bericht ‘Dierenwelzijn in elk geval niet gediend met slaghameren in Duitsland’ (1)?

  2. Kunt u aangeven hoe zich dit bericht verhoudt tot uw uitspraak tijdens het algemeen overleg met de vaste kamercie van LNV d.d. 04-07-2006: “Het slaghamermerk is niet meer dan een praktisch punt. De Duitse slachterijen moeten gewoonweg het Nederlandse I&R-systeem aanvaarden. Deze plicht is neergelegd in het Europese recht. De Landbouwraad van LNV in Berlijn zal het ministerie in Duitsland en de slachterijen wijzen op het feitelijke misverstand dat zij een extra slagmerk mogen verlangen. Het mag niet als weigeringsgrond voor Nederlandse varkens gelden. De minister heeft overigens geen grip op de extra slag die vaak plaatsvindt als de dieren eenmaal in Duitsland zijn aangekomen.”

  3. Heeft de landbouwraad LNV sindsdien het standpunt van Nederland overgebracht aan het ministerie in Duitsland en de slachterijen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en hoe luidden de reacties?

  4. Bent u van mening dat het feitelijk gedogen van slaghameren in Nederland onjuist zou zijn? Heeft u een beeld van de mate waarin deze praktijk voorkomt en in welke mate daartegen opgetreden wordt? Kunt u ons cijfers verstrekken?

  5. Bent u bereid een onderzoek in te stellen naar diervriendelijker methoden van identificatie en registratie? Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

  6. Kunt u aangeven hoe de varkens het slaghameren beleven? Zo ja, op basis van welk onderzoek? Zo neen, bent u bereid daarnaar onafhankelijk onderzoek in te stellen?


(1) Nederlands Juridisch Dagblad, 26 april 2007

Antwoorddatum: 13 jun. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen die zijn gesteld door het lid Thieme (PvdD) over het slaghameren van dieren.

1
Kent u het bericht ‘Dierenwelzijn in elk geval niet gediend met slaghameren in Duitsland’?

Ja.

2
Kunt u aangeven hoe zich dit bericht verhoudt tot de uitspraak van uw voorganger tijdens het algemeen overleg met de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 01-07-2006 2): “Het slaghamermerk is niet meer dan een praktisch punt. De Duitse slachterijen moeten gewoonweg het Nederlandse I&R-systeem aanvaarden. Deze plicht is neergelegd in het Europese recht. De Landbouwraad van LNV in Berlijn zal het ministerie in Duitsland en de slachterijen wijzen op het feitelijke misverstand dat zij een extra slagmerk mogen verlangen. Het mag niet als weigeringsgrond voor Nederlandse varkens gelden. De minister heeft overigens geen grip op de extra slag die vaak plaatsvindt als de dieren eenmaal in Duitsland zijn aangekomen.”?

Mijns inziens laten beide berichtgevingen zien wat de regels zijn en hoe dit in de praktijk zijn uitwerking heeft. Wat dat betreft versterken beide berichtgevingen elkaar.

3
Heeft de Landbouwraad LNV sindsdien het standpunt van de Nederlandse regering over¬gebracht aan het ministerie in Duitsland en de slachterijen? Zo ja, op welke wijze en hoe luidden de reacties? Zo neen, waarom niet?

Ja. De Duitse overheid is echter van mening dat het slaghameren van dieren in lijn is met de Europese wetgeving ten aanzien van de bestrijding van dierziekte en de hygiëne¬verordeningen gepubliceerd in 2004. Volgens deze regelgeving dient het dier traceerbaar te zijn tot het laatste dierbestand waar het slachtdier onderdeel van uitmaakte.

Volgens de Duitse overheid is dit niet altijd het bestand dat op het Nederlandse blik wordt vermeld. Dit najaar volgt een vervolggesprek.

4
Deelt u de mening dat het feitelijk gedogen van slaghameren in Nederland onjuist zou zijn? Heeft u een beeld van de mate waarin deze praktijk voorkomt en in welke mate daartegen opgetreden wordt? Kunt u ons cijfers verstrekken?

Er is geen sprake van feitelijk gedogen. Slaghameren is verboden. De methode wordt echter, helaas, wel toegepast zo gauw de varkens aankomen bij een slachterij in Duitsland.

5
Bent u bereid een onderzoek in te stellen naar diervriendelijker methoden van identificatie en registratie? Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Nee, het Ingrepenbesluit staat maximaal twee ingrepen toe ter identificatie. Identificatie is nodig ten behoeve van traceerbaarheid om voedselveiligheid en diergezondheid te kunnen borgen. De huidige twee ingrepen ter identificatie van slachtvarkens, het I&R-merk en het slachtblik, staan in verhouding tot het doel dat nagestreefd wordt.

6
Kunt u aangeven hoe de varkens het slaghameren beleven? Zo ja, op basis van welk onderzoek? Zo neen, bent u bereid daarnaar onafhankelijk onderzoek in te stellen?

Ik acht het niet zinvol om nader onderzoek te verrichten naar een identificatiewijze die in Nederland verboden is. Temeer omdat het huidige I&R-systeem het doel, identificatie ten behoeve van traceren, nog steeds afdoende dekt.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,




G. Verburg