Schrif­­­te­­­lijke inbreng over de initi­a­tiefnota “Weidse blik op weide­vogels”


12 januari 2021

Inbreng schriftelijk overleg op de initiatiefnota “Weidse blik op weidevogels” namens de Partij voor de Dieren

De leden van de Partij voor de Dierenfractie danken de initiatiefnemer voor de initiatiefnota “Weidse blik op weidevogels”. De leden zijn van mening dat het huidige beleid met betrekking tot weidevogels en biodiversiteit in Nederland tekortschiet en gericht is op symptoombestrijding. De leden zijn het eens met de initiatiefnemer dat Nederland een speciale verantwoordelijkheid heeft met betrekking tot het beschermen van weidevogels. De leden missen echter een accurate analyse van de oorzaken van achteruitgang van weidevogels en voorstellen om deze achteruitgang systematisch te stoppen. Zij hebben hier nog enkele vragen bij.

Oorzaken van de afname van weidevogels

De leden van de Partij voor de Dierenfractie delen de analyse van de initiatiefnemer dat de afname van weidevogels komt door afname van voldoende en goede kwaliteit habitats. Deze afname van habitats komt doordat het boerenlandschap ingrijpend is veranderd door jarenlange intensieve landbouw, intensiever grondgebruik en een verlaagde grondwaterstand. De leden stellen dat de gevolgen van de intensivering van de landbouw niet alleen merkbaar zijn voor weidevogels; ook alle andere planten- en diersoorten zijn dramatisch afgenomen. De biodiversiteit neemt nog steeds af in het agrarische gebied. Beaamt de initiatiefnemer dat de biodiversiteit achteruit gaat in het agrarisch landschap en dat deze afname primair veroorzaakt wordt door de intensieve landbouw? Zo nee, waarom niet?

De leden van de Partij voor de Dierenfractie missen in de voorliggende nota enkele oorzaken van de achteruitgang van het aantal weidevogels, zoals het gebruik van landbouwgif en de stikstofcrisis. De initiatiefnemer stelt dat “gebrek aan voedsel een grote oorzaak van de afname van de weidevogelpopulatie is”. De initiatiefnemer stelt hierbij dat de oorzaken hiervan ontwatering en mestinjecties zijn. Hierbij blijft echter onvermeld dat ook het overmatig gebruik van landbouwgif in de laatste decennia de insectenpopulatie heeft gedecimeerd. Onderzoek heeft aangetoond dat landbouwgif een belangrijke rol speelt bij de teruggang van alle soorten vliegende insecten.[1] Beaamt de initiatiefnemer dat om het voedsel van de weidevogels toe te laten nemen, het gebruik van landbouwgif moet worden gereduceerd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is de initiatiefnemer het ermee eens om dit in de nota aan te passen?

Daarnaast heeft de grote uitstoot van stikstof door met name de veehouderij tot een ernstige verschraling van de biodiversiteit geleid. Door het falende stikstofbeleid van de overheid is de natuur en zijn habitats en voedsel voor weidevogels er uiterst slecht aan toe. Bovendien draagt de intensieve landbouw met gebruik van landbouwgif bij aan het veranderen van gevarieerde kruiden- en bloemrijke graslanden naar monoculturen zonder akkerranden waar vogels noch insecten kunnen overleven. Beaamt de initiatiefnemer dat de stikstofcrisis tot gevolg heeft er dat er minder goede kwaliteit habitats en voedsel voor weidevogels aanwezig zijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, beaamt de initiatiefnemer dat de stikstofuitstoot door de veehouderij rondom weidevogelkerngebieden drastisch gereduceerd zou moeten worden?

Afname van weidevogels komt niet door predatiedruk

De leden van de Partij voor de Dierenfractie merken op dat de initiatiefnemer stelt dat predatiedruk, na onvoldoende leefgebied, de grootste factor is die bijdraagt aan de afname van weidevogelpopulaties. De leden bestrijden deze stellingname. Zij benadrukken dat predatiedruk een volstrekt natuurlijk fenomeen is, en dat deze natuurlijke predatie de populatie weidevogels niet in gevaar brengt, zolang de weidevogels over voldoende foerageer-, nest- en vluchtmogelijkheden beschikken.

De initiatiefnemer stelt voor om de predatiedruk vooral te verlagen door het actief bejagen van predatoren, zoals de vos en de steenmarter en stelt hierbij dat actief predatorenbeheer onderdeel is van het Aanvalsplan Grutto. De initiatiefnemer laat daarbij echter één essentieel onderdeel onbenoemd, namelijk dat in het Aanvalsplan is afschot van predatoren (actief predatorenbeheer) slechts ingezet kan worden als het allerlaatste redmiddel, nadat het leefgebied voldoende kwaliteit en voedsel heeft, met onder andere een hoog waterpeil, openheid en rust, en nadat predatoren zijn geweerd door bijvoorbeeld schrikdraad.

Is de initiatiefnemer het ermee eens dat volgens het Aanvalsplan Grutto predatorenbeheer pas noemt als allerlaatste middel, nadat alle overige middelen, zoals het stoppen met het kunstmatig verlagen van het waterpeil, het verbinden en uitbreiden van de weidevogelgebieden, het bieden van voldoende nest- en foerageermogelijkheden, het verlagen van het aantal koeien per hectare weiland, zijn uitgevoerd en niet tot de gewenste stijging van het aantal weidevogels hebben geleid?

De leden van de Partij voor de Dierenfractie wijzen actief bejagen van pedatoren en het voorstel om de steenmarter op de landelijke vrijstellingslijst te plaatsen en om de landelijke vrijstelling van de vos uit te breiden naar de gehele dag én nacht af. De leden merken op dat de hoofdoorzaak van de achteruitgang van de weidevogel gelegen is in de intensieve landbouw en veehouderij, die er decennialang voor hebben gezorgd dat het landschap onbewoonbaar is geworden voor weidevogels[2]. Nu worden de vos en de steenmarter onterecht als de zondebok aangewezen. Het afschieten van deze soorten zal dan ook niet het probleem oplossen. Ook de Dierenbescherming[3] stelt dat het doodschieten van bijvoorbeeld de vos niet leidt tot hogere overleving van weidevogels.

Europese Vogel- en Habitatrichtlijn

De initiatiefnemer stelt dat de Europese Vogelrichtlijn leidend is voor de bescherming van vogels in Nederland en dat het weidevogelbeheer valt onder de Wet natuurbescherming (2020), waarbij veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het Rijk zijn overgedragen aan de provincies. Volgens de initiatiefnemer is het natuur- en landschapsbeleid een kerntaak van provincies, maar omdat het weidevogelbeleid sterk varieert per provincie, meent de initiatiefnemer dat er een leidende rol voor het Rijk is weggelegd.

De leden van de Partij voor de Dierenfractie stellen dat het Rijk resultaatverplichting heeft en eindverantwoordelijk is voor de resultaten van het Nederlandse natuurbeleid. Beaamt de initiatiefnemer dat het Rijk een resultaatverplichting heeft met betrekking tot het behalen van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn? Welke stimulerende en coherente wet- en regelgeving zou het Rijk moeten opstellen om de negatieve gevolgen van de intensieve landbouw op weidevogels te verminderen? Is het verbieden van het injecteren van mest een voorbeeld van coherente wet- en regelgeving? Ook noemt de initiatiefnemer dat natuurinclusieve landbouw door het Rijk en de provincies bevorderd zou moeten worden. In het Aanvalsplan Grutto, wordt gesteld dat de veedichtheid in de weidevogelkansgebieden omlaag moet van gemiddeld 2,5 volwassen rund per hectare naar 1. Is reductie van de veestapel volgens de initiatiefnemer onderdeel van natuurinclusieve landbouw ter bevordering van de biodiversiteit? Zo nee, waarom niet? En hoe moet het Rijk deze vorm van landbouw stimuleren volgens de initiatiefnemer? Beaamt de initiatiefnemer dat extensieve weidegang en een reductie van vee essentieel is voor het herstel van de weidevogel? Zo nee, waarom niet?

De initiatiefnemer stelt onder andere voor om bestaande weidevogelkerngebieden te optimaliseren. Deze kerngebieden zouden echter geen natuurbescherming moeten krijgen, maar agrarische grond moeten blijven, waarop weidevogelbeheer via een kwalitatieve verplichting wordt vastgelegd. Kan de initiatiefnemer aangeven wat het verschil is tussen de bestaande wettelijke eisen en deze kwalitatieve verplichting? Kan de initiatiefnemer ook aangeven welke rol het Rijk zou moeten hebben voor weidevogels die buiten deze kerngebieden broeden? Zo ziet de initiatiefnemer het vogelgestuurd en verlaat maaien, gestimuleerd via ANLb subsidie, als oplossing. De leden van de Partij voor de Dierenfactie merken op dat vanuit de Wet Natuurbescherming de verplichting al bestaat om vogelsturend te maaien. Immers maaien en bemesten op een wijze dat nesten of eieren worden vernield of jonge vogels sneuvelen is een overtreding van de Wet Natuurbescherming. Beaamt de initiatiefnemer dat maaien al vogelvriendelijk zou moeten zijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom zouden boeren financieel gesteund moeten worden om zich aan de wet te houden? Bovendien blijkt uit onderzoek dat oplossingen zoals later maaien of nestbescherming niet afdoende zijn om weidevogels stabiel voor te laten bestaan, omdat de ecologische randvoorwaarden op gangbaar boerenland in Nederland zo slecht zijn.[4] Ook blijkt uit onderzoek van Klein et al , dat er niet of nauwelijks natuur is gerealiseerd op het platteland ondanks de ANLb. Beaamt de initiatiefnemer dat vogelgestuurd en later maaien slechts een onderdeel is van de oplossing? Beaamt de initiatiefnemer dat een kwalitatief habitat met voldoende voedsel ecologische randvoorwaarden zijn? Kan de initiatiefnemer aangeven waarom hij, ondanks de resultaten van bovengenoemde studie dat natuurbeleid heeft gehaald, meent dat ANLb subsidies effectief zijn?


[1] https://www.trouw.nl/nieuws/insecten-zijn-aan-het-verdwijnen~b7c51c26/ https://journals.plos.org/plos...

[2] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/32/weidevogels-in-duikvlucht

[3] https://www.dierenbescherming....

[4] https://www.rli.nl/sites/defau...