Inbreng SO vijfde actie­pro­gramma Nitraat­richtlijn (mest)


22 mei 2013

Inbreng Partij voor de Dieren SO vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met grote teleurstelling kennis genomen van de inzet van de staatssecretaris voor het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn. Zij willen graag enkele vragen stellen.

De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat de Eurocommissaris van Milieu Nederland er al eerder op heeft gewezen dat het nemen van end-of-pipe maatregelen niet meer zal worden geaccepteerd. Nederland zal het probleem dat het mestoverschot veroorzaakt aan de bron moeten aanpakken. Het verbaast de leden van de fractie van de PvdD dan ook zeer dat de staatssecretaris een actieprogramma naar Brussel stuurt waarin geen enkele aanvullende bronmaatregel wordt genoemd, maar enkel wordt voortgegaan met de end-of-pipe maatregelen die door het vorige kabinet zijn ingezet. Een krimp van de veestapel is de enige maatregel die daadwerkelijk snel en effectief het probleem bij de bron aanpakt. In plaats van deze maatregelen aan te kondigen, zet de staatssecretaris met het ingezette beleid en het voorliggende actieprogramma juist de deur open naar een nog verdere groei van de veestapel. Is dat inderdaad wat de staatssecretaris beoogt? Zo nee, waarom neemt zij dan geen maatregelen die het probleem bij de bron aanpakken?

De leden van de PvdD-fractie wijzen er tevens op dat de grote druk op de mestmarkt het grootschalig overtreden van de mestregels in de hand heeft gewerkt. Kan de staatssecretaris bevestigen dat er ernstig veel overtredingen worden geconstateerd, en dat deze overtredingen grote maatschappelijke kosten met zich meebrengen door de vervuiling van bodem en grond- en oppervlaktewater dat door deze overtredingen wordt veroorzaakt? Kan de staatssecretaris de hoogte van deze kosten aangeven, en kan zij bovendien aangeven welke som geld er in Nederland elk jaar weer moet worden uitgegeven aan de handhaving van de mestregels? Kan zij bevestigen dat deze kosten veel minder zouden worden wanneer een krimp van de veestapel heeft geleid tot een evenwichtige mestmarkt?

Toch blijft het kabinet volhouden dat de sector die deze problemen veroorzaakt, deze ook zelf zal oplossen. De leden van de fractie van de PvdD constateren dat deze aanpak al decennia heeft gefaald. Al deze tijd heeft het enorme Nederlandse mestoverschot een grote weerslag gehad op de biodiversiteit en op de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. De leden van de fractie van de PvdD vinden het een blamage voor Nederland dat er een derogatie moet worden aangevraagd voor de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. In de door de staatssecretaris geformuleerde inzet voor het vijfde actieprogramma wordt gesteld dat de landbouwsector trots mag zijn op de verbetering van de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. De leden van de fractie van de PvdD constateren echter dat zelfs de ZLTO toegeeft dat structureel overbemesting heeft geleid tot een slechte waterkwaliteit in Oost-Brabant en Noord- en Midden-Limburg. De grote concentratie van veebedrijven en het illegaal dumpen van mest zijn hiervan de oorzaak, kan de staatssecretaris dat bevestigen? Welke consequenties verbindt de staatssecretaris daar aan? Wanneer komt de staatssecretaris met de aangekondigde extra maatregelen om de waterkwaliteit in het zuiden van Nederland te verbeteren? Is zij bereid om met deze extra regels een krimp van de veestapel daar te realiseren, aangezien juist de grote concentratie van veehouderijen in dit deel van het land de aanwijsbare oorzaak zijn van de geconstateerde problemen? Zo nee, waarom niet?

In het vijfde actieprogramma worden de privaat-publieke projecten die bijdragen aan een betere waterkwaliteit genoemd, en spreekt de staatssecretaris het voornemen uit om deze projecten te ondersteunen, onder andere via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De leden van de fractie van de PvdD willen graag weten wat deze maatregelen aan publieke gelden zullen kosten, en ontvangen hiervan graag een overzicht, uitgesplitst naar de bijdragen van de Europese Unie, de Waterschappen en een eventuele bijdrage van het Rijk. En kan de staatssecretaris toelichten hoe groot het beslag is dat het mestdossier legt op de capaciteit (beschikbare menskracht) op haar ministerie? De leden van de PvdD-fractie wijzen erop dat de bijdrage uit publieke middelen weer een subsidiëring van de (intensieve) veehouderij zal zijn, waardoor de maatschappelijke kosten van onze grote veestapel opnieuw bij de belastingbetaler terecht komen. Zij willen graag weten hoe de staatssecretaris deze uitgaven kan rechtvaardigen, en pleiten er voor om in plaats van het geven van subsidie voor onbemeste bufferstroken, gewoon wettelijk te regelen dat er op deze buffers langs de sloten geen mest mag worden uitgereden. Graag een reactie. In het actieprogramma wordt aangegeven dat het rendement van het spoor van de publiek-private initiatieven in 2015, op basis van nog nader te bepalen criteria, wordt geëvalueerd. Het bevreemd de leden van de fractie van de PvdD dat de criteria waarop het ingezette beleid wordt geëvalueerd, nog niet bepaald zijn. Kan de staatssecretaris dit toelichten, en kan zij aangeven welk effect zij beoogt met dit beleid? Zo nee, hoe kan zij het dan rechtvaardigen dat er publiek geld wordt ingezet voor dit beleid? Volgens de normen van goed bestuur moet het uitgeven van belastinggeld toch concrete en afrekenbare doelen hebben? Waarom wil de staatssecretaris daarvan afwijken als het gaat om de ondersteuning van de veehouderij?

De staatssecretaris spreekt in het actieprogramma de ambitie uit om de genoemde praktijkproeven bij een positieve evaluatie breder in te voeren, en deze privaat te laten handhaven. De leden van de fractie van de PvdD wijzen er nogmaals op dat de mestregels nu al op grote schaal worden overtreden, en wijzen ook op de conclusies van de Algemene Rekenkamer over de grote naleeftekorten van de milieu- en dierenwelzijnsregels in de intensieve veehouderij. Deelt de staatssecretaris dan niet de mening van de leden van de PvdD dat deze sector al decennialang heeft laten zien niet in staat te zijn tot een private handhaving, en dat alleen strikte overheidscontroles en hoge boetes zullen zorgen voor een hoger naleefniveau van de wettelijke regels in deze sector? Zo nee, waarom niet en waar is dit vertrouwen van de staatssecretaris dan op gestoeld?

Het loslaten van de dierrechten en het vervallen van de melkquota zal leiden tot een verdere groei van de veestapel, en daarmee van het Nederlandse mestoverschot. De leden van de fractie van de PvdD zijn blij dat de staatssecretaris ondertussen wel een wetsvoorstel voorbereidt om de dierrechten te behouden en deze uit te breiden naar de melkveesector, en willen graag weten wanneer dit wetsvoorstel gereed zal zijn? Het kabinet heeft aangegeven dat dit wetsvoorstel pas zal worden ingediend wanneer blijkt dat de sector er niet in slaagt om voldoende mestverwerkingscapaciteit te realiseren. De leden van de fractie van de PvdD wijzen er op dat dit beleid vooral de veehouders die grote stallen hebben en veel dieren houden bevoordeelt, ten koste van de kleine gezinsbedrijven. In de melkveesector leidt dit beleid ook tot een versnelling in de schaalvergroting die al in gang is gezet, en zal het ertoe leiden dat steeds meer koeien jaarrond op stal gehouden worden, zodat de mest die zij produceren eenvoudig kan worden opgevangen en be- of verwerkt kan worden. Kan de staatssecretaris dit bevestigen? Zo nee, op grond van welke gegevens concludeert zij het tegendeel? Zo ja, is dit de ontwikkeling van de veehouderij die de staatssecretaris voor ogen heeft? De leden van de fractie van de PvdD betreuren het zeer dat het ingezette mestbeleid van dit kabinet wederom ten koste zal gaan van het dierenwelzijn, en vragen de staatssecretaris om het mestbeleid zo in te richten, dat de prikkel om dieren jaarrond binnen te houden in potdichte stallen zal worden omgekeerd naar een beleid dat juist de veehouders die hun dieren natuurlijk gedrag en buitenloop gunnen zal bevoordelen. Graag een reactie.

Het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn loopt tot 2017. Graag horen de leden van de fractie van de PvdD welke doelen met betrekking tot de grond- en oppervlaktekwaliteit de staatssecretaris in 2017 bereikt wil hebben met haar inzet voor dit actieprogramma, en hoe deze geëvalueerd zullen worden. De Europese streefwaarden van een maximale nitraatconcentratie van 50 mg/l wordt in Nederland ver overschreden. De lokale kwaliteitsnormen worden in de helft van ons land overschreden. Is het formele doel van dit actieprogramma om deze grote geconstateerde problemen op te lossen in 2017? Zo ja, is de staatssecretaris bereid toe te geven dat het voorliggende actieprogramma gewoon tekort schiet, en dat deze ambitie niet haalbaar zal zijn? Zo nee, wanneer moeten deze problemen volgens de staatssecretaris dan wel opgelost zijn, op welke manier wil zij dat gaan doen, en hoelang denkt zij dat de Europese Commissie het laten voortbestaan van deze overschrijdingen van de kwaliteitsnormen nog zal accepteren? In hoeverre zullen de doelen van de KRW in 2017 behaald zijn door dit actieprogramma? Welke consequenties zal het hebben wanneer deze doelen niet gehaald worden, ook in termen van duidelijkheid richting de sector?

De staatssecretaris constateert zelf al zeer terecht dat de mogelijkheden voor de Rijksoverheid om met generiek beleid de regionale doelen voor de oppervlaktekwaliteit te realiseren, uitgeput raken. De leden van de fractie van de PvdD kunnen nu al voorspellen dat het voorliggende actieprogramma onvoldoende resultaten zal sorteren, en dat er in 2017 weer aanvullende maatregelen genomen zullen moeten worden, maar dat deze eigenlijk niet meer mogelijk zijn. Het zal simpelweg niet mogelijk zijn om met de huidige omvang van de veestapel, het grote mestoverschot in Nederland dat deze veestapel creëert en de overtredingen van de mestregels die dit in de hand werkt, de gestelde doelen te halen. Zij roepen daarom de staatssecretaris op om nu vast duidelijkheid te creëren voor deze sector, en het wetsvoorstel waarin de dierrechten worden gehandhaafd en uitgebreid, zo snel mogelijk naar de Kamer te zenden. Is de staatssecretaris hiertoe bereid? Zo nee, waarom niet?

De leden van de fractie van de PvdD constateren ook, dat de slechte kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in Nederland nu al rechtvaardigt dat de gebruiksnormen worden verlaagd. Zij vragen de staatssecretaris om dit nu al te doen, zodat de kwaliteit van het oppervlaktewater zal verbeteren. Graag een reactie. Is de staatssecretaris hiertoe bereid? Zo nee, waarom niet?