Bijdrage Ouwehand AO Bijen­sterfte


16 mei 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Er is een probleem met de bijen. Greenpeace verwoordt het als volgt. De bijen zijn ziek, de bijen hebben honger en de bijen worden vergiftigd. Ik denk dat dit een korte maar adequate analyse is.
Een positieve opmerking vooraf. De staatssecretaris heeft laten zien dat deze zaak haar aan het hart gaat. Daar ben ik van overtuigd. Zij heeft zich in Europa ingespannen om collega-bewindslieden mee te krijgen in een Europese aanpak van bestrijdingsmiddelen die voor bijen een gevaar vormen, maar daarmee houdt het wel op, want het is niet genoeg. Het Europese voorstel dat er ligt en waarbij de staatssecretaris zich wil aansluiten is ruim onvoldoende. Het is natuurlijk goed dat hiermee voor de eerste keer duidelijk wordt dat de lobby van de producenten van het gif niet alles bepaalt, maar nog steeds is er veel invloed van de chemische industrie op de beleidsvorming. Daar moeten we vanaf. Dat had ook eerder moeten gebeuren.
Onafhankelijke wetenschappers, zoals in Nederland Henk Tennekes en Jeroen van der Sluijs, wijzen al jaren op desastreuze effecten van neonicotinoïden op de bijenstand. Dit pakket van maatregelen bevat voor een heel groot deel lacunes. Veel van de zogenaamde toepassingen van neonicotinoïden blijven toegestaan en een aantal soorten blijft geheel op de markt. Daarmee schiet de bij dus niets op. Ik hoef de staatssecretaris niet mee te geven dat zonder bestuivende insecten onze voedselvoorziening gewoon in gevaar komt.
Wat is het probleem? De Europese Commissie zegt: wij beperken het gebruik van neonicotinoïden op basis van studies van de EFSA, maar die heeft maar drie typen onderzocht: thiamethoxam, clothianidine en imidacloprid. De andere typen, en het even gevaarlijke fipronil, blijven dus gewoon op de markt. Bij de drie onderzochte neonicotinoïden is er alleen gekeken naar specifieke toepassingen, namelijk het coaten van zaden, maar wij weten dat het gif ook op planten wordt gespoten. Bloembollen worden erin ondergedompeld en het gif wordt vermengd met water, dat vervolgens op de planten wordt uitgegoten. Dat blijft allemaal toegestaan, waardoor er in de glastuinbouw en in de bollen- en de fruitteelt nog steeds op grote schaal zal worden gewerkt met neonicotinoïden, terwijl juist die teelten verantwoordelijk zijn voor de grote problemen met gif als imidacloprid in Nederland. Juist in de kassen en op de bollenvelden loopt het gif vrij letterlijk de spuigaten uit. De lozingen vanuit de kassen en de uitspoeling uit de bollenvelden zorgen voor grote overschrijdingen van de normen van het gif in ons oppervlaktewater. Bijen en andere bestuivers drinken van dat water, waardoor dat gevaar voor hen daar dus niet gereduceerd wordt. Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat de helft van het Nederlandse oppervlaktewater ernstig giftig is voor insecten.
Bovendien halen wij ons drinkwater voor een belangrijk deel uit oppervlaktewater. Wetenschappers wijzen ook al jaren op de risico’s van neonicotinoïden voor de volksgezondheid, zoals de kans op kanker en het achterblijven van de ontwikkeling van hersenen van kinderen. Ook wil ik de staatssecretaris wijzen op de MRL’s en op de voortdurende signalen dat de residuen in ons voedsel te hoog zijn.
In het voorstel dat nu voorligt, zit ook een uitzondering voor planten die worden geoogst voordat zij bloeien, zoals aardappels en suikerbieten. Omdat die planten niet aantrekkelijk zijn voor bijen doordat zij niet bloeien, vormen zij ook geen gevaar, zo luidt de redenering. Maar dat argument houdt geen stand. Slechts een klein deel van het gif dat op het zaad is aangebracht wordt opgenomen door de plant zelf. De rest, tot wel 98%, komt in het milieu terecht. De neonicotinoïden blijven achter in de grond waarin het zaadje is geplant en, je raadt het al, als je vervolgens nieuwe gewassen teelt op die akkers zitten de planten die daarop groeien wanneer ze bloeien vol met die stoffen.
Het mag duidelijk zijn dat de staatssecretaris aanvullende actie zal moeten ondernemen. Er moet in ieder geval een volledig Nederlands moratorium komen, zoals wij ook al in de motie hebben gevraagd, op het gebruik van neonicotinoïden en fipronil. Ik vraag de staatssecretaris om het traject daarvoor in gang te zetten. Tegelijkertijd verwacht ik dat zij zich ook in Europa blijft inzetten voor een Europees moratorium, want dat is precies waar de Kamer in de motie voor heeft gestemd.
Ik vraag haar om in elk geval ook een compleet moratorium op de particuliere middelen af te kondigen en ervoor te zorgen dat de industriestudies gewoon openbaar worden, conform de motie-Schouw/Ouwehand.
Ik ben benieuwd wanneer de EFSA de studie naar de andere neonicotinoïden afrondt en naar de reactie van de staatssecretaris daarop. Hoe zit het verder met het aanpassen van de richtsnoeren voor beoordeling van nieuwe neonicotinoïden en toepassingen? Is dat al af? Liggen intussen de aanvragen stil? Zo niet, kunnen wij dat dan in ieder geval op nationaal niveau doen?

De voorzitter: Wilt u afronden?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan vraag ik of de staatssecretaris mogelijkheden ziet om het particuliere verbod eerder te laten ingaan dan Europa nu voorstelt in het pakket. De aandacht is in mijn bijdrage nu vooral uitgegaan naar de risico’s van neonicotinoïden. Wij hebben in het debat dat zij heeft georganiseerd ook gehoord dat de andere oorzaken natuurlijk ook moeten worden aangepakt. Dus er moet een compleet actieplan komen voor het redden van de bij.

Interrupties bij andere partijen