Bijdrage Thieme AO Nota 'Wat de wereld verdient'


23 mei 2013

Eerste termijn

Voorzitter. Vorig jaar kende de wereld 32 miljoen vluchtelingen als gevolg van klimaatverandering. Grote overstromingen in India en Nigeria dreven bijna 13 miljoen mensen op de vlucht. In de Filipijnen moesten bijna twee miljoen mensen vluchten voor cyclonen en overstromingen. Wetenschappers[1] stellen dat dit aantal vluchtelingen explosief zal stijgen in de komende jaren.

De minister zal aanwezig zijn bij een grote VN conferentie over dit soort natuurrampen, maar komt wel terug op de belofte van Nederland in 2009 om met extra geld ontwikkelingslanden zich te helpen aanpassen aan klimaatverandering. Ons buitenlandbeleid lijkt vooral symboolpolitiek.

Voorzitter. Door ontwikkelingssamenwerking weg te zetten als ‘hulp’ en daarmee als niet meer van deze tijd, wil de minister de bezuinigingen op de allerarmsten in de wereld legitimeren. Hulp wordt handel. “kan ik u helpen’” maar wel vanachter de toonbank van BV Nederland. Natuurlijk kunnen bedrijven helpen om de economie van ontwikkelingslanden op te bouwen, maar bedrijven zullen in de eerste plaats aan hun eigen winsten en hun eigen aandeelhouders denken. Dat is hun goed recht, voorzitter, maar wel een werkelijkheid die de minister in haar enthousiasme over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen over het hoofd lijkt te zien. Zolang toonaangevende bedrijven als Shell straffeloos grote kwetsbare gebieden annexeren en vervuilen, weigeren de schade te herstellen en zelfs slachtoffers niet schadeloos te stellen, kan je praten wat je wil over maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar blijft dat 100% symboolpolitiek. Uit onderzoek van NCDO blijkt dat slechts 48% van de ruim 1100 onderzochte bedrijven aan Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen doen. Daar hoort Shell ook bij, voorzitter. Het MVO insigne biedt bar weinig garanties kennelijk.

Het maatschappelijk middenveld heeft een belangrijke rol in het toezien op de handelwijze van bedrijven in ontwikkelingslanden, is de minister dat met mij eens? Toch worden juist deze organisaties ernstig getroffen door de bezuinigingen. Mijn fractie stelt voor dat we 10% van het bedrijfsleveninstrumentarium voor deze waakhondfunctie van maatschappelijke organisaties reserveren, en ik hoor graag hoe de minister hierover denkt. Ondernemers hebben tegenwicht nodig volgens Bernard Wientjes. Omdat ze de neiging hebben niet alleen tot de grens te gaan, maar ook eroverheen.

De minister kiest voor economische groei om welvaart voor iedereen te realiseren. Voorzitter, het is naïef om te geloven dat wij kunnen doorgaan met groeien. Dat wij een belofte aan ontwikkelingslanden kunnen afgeven dat, als wij nu maar meer gaan produceren, iedereen uiteindelijk net zoveel welvaart krijgt als wij . Wij hebben de fysieke grenzen van de aarde al ruim overschreden.

Voorzitter, de minister zou het jammer vinden als Nederland niet profiteert van de economische groei in opkomende landen in andere delen van de wereld. Hoe verhoudt zich dat tot de ambitie om de voedselproductie meer te regionaliseren?

We moeten af van de illusie dat wij de koek groter kunnen maken, we moeten de koek eerlijker gaan verdelen!

De consumptie in het rijke Westen zal naar beneden moeten. We kunnen niet blijven consumeren alsof we vier aardbollen ter beschikking hebben. Dat betekent ook dat we moeten ophouden met het exporteren van onze onhoudbare leefstijl naar andere landen, en ook als het gaat over landbouwontwikkeling, het exporteren van bio-industrie naar andere landen. Mensenrechtenexpert Olivier de Schutter wijst daar met nadruk op.

Wij zullen welvaart moeten delen en het begrip moeten herdefiniëren. Niet alleen kijken naar de inkomsten maar ook naar kwaliteit van leven. Als wij niet onze eigen handelspolitiek veranderen, zullen ontwikkelingslanden onze handel niet als behulpzaam ervaren. Bij het uitblijven van concrete acties voor het verminderen van onze eigen voetafdruk op de wereld; bij het uitblijven van de erkenning dat onze exportdrift ten koste gaat van de mogelijkheden voor ontwikkelingslanden om zichzelf te ontplooien, blijven mooie woorden symboolpolitiek.

Dank u wel.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw De Caluwé (VVD): Het doel is dat kleine ondernemers mogelijkheden krijgen om aan leningen te komen omdat veel banken, zeker in deze crisistijden, zeggen: wij vinden het te risicovol, wij kennen Afrika niet, Mozambique staat niet op ons netvlies en dat vinden wij vreselijk eng. Er wordt gewoon geen geld aan gegeven. Het fonds is er voor de risicovollere investeringen waarbij banken niet meteen staan te juichen om te helpen. Ik heb heel veel bedrijven gehoord die zeggen dat zij het met een klein steuntje in de rug wel kunnen en met een garantie van 20% 80% kunnen financieren. Het fonds is wat mij betreft niet noodzakelijkerwijs voor alles onder de 1 miljoen, het bedrag mag ook hoger zijn. De FMO ziet sommige dingen als te risicovol, maar dat betekent niet dat wij het niet moeten doen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Zegt mevrouw De Caluwé dat de voorwaarde voor die financiering ontwikkelingsgerelateerd moet zijn?

Mevrouw De Caluwé (VVD): Ja, dat staat ook in de aangenomen motie van de heer Slob van de ChristenUnie, die hij indiende tijdens het debat over de regeringsverklaring.

Mevrouw Thieme (PvdD): Wij hebben er uitvoerig over gedebatteerd dat aan de exportkredietverzekeringen geen duidelijke voorwaarden zijn gesteld ten aanzien van mensenrechten en milieubescherming. De VVD probeert nu goede sier te maken door te zeggen dat zij voorwaarden stelt aan leningen en kredietverzekeringen, maar als het er echt op aankomt om die voorwaarden duidelijk te maken en te concretiseren, geeft de VVD geen gehoor.

Mevrouw De Caluwé (VVD): Ik raad mevrouw Thieme aan om de nota nog een keer goed te lezen. Bij het fonds staan de voorwaarden, de OESO-richtlijnen en de ontwikkelingsrelevantie genoemd.

(...)

Mevrouw De Caluwé (VVD): Voorzitter. Vrouwen spelen een cruciale rol bij het welslagen van vrede en veiligheid. De VVD mist een belangrijk punt in de nota op dit gebied. In de mensenrechtenbrief van het vorige kabinet werd een tweesporenbeleid uitgezet voor gendergelijkheid. Het tweede spoor, het systematisch integreren van genderaspecten in de pijlers van het buitenlandbeleid en de speerpunten van OS-beleid, mis ik in de nota. De nota gaat vooral over seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR), heel belangrijke dingen, maar ik mis de genderaspecten. Kan de minister bevestigen dat zij het beleid voor vrouwen continueert, zoals uitgezet door minister Rosenthal en staatssecretaris Knapen? Verder vraagt de VVD zich af waarom homorechten niet prominenter zijn opgenomen in de nota. In veel partnerlanden is de situatie van lesbians, gays, bisexuals en transgenders (LGBT) zeer slecht, met als meest schrijnende voorbeeld Oeganda. Een goede insteek van de nota is de forse verlaging van de subsidies aan ngo’s. Er komt geen nieuwe ronde voor een medefinancieringsstelsel (MFS). De minister gaat inzetten op andere samenwerkingsvormen en financiering. De VVD vraagt de minister ervoor te waken dat de nieuwe vormen van financiering zich niet zodanig ontwikkelen dat ze leiden tot een verkapte nieuwe algemene subsidiepot. De minister heeft een brief gestuurd over begrotingssteun, met name in fragiele staten. De VVD is al jaren zeer kritisch op begrotingssteun en is blij dat geen nieuwe algemene begrotingssteun wordt verstrekt. Ik vraag de minister zeer terughoudend te zijn tegenover sectorale steun en alleen daar in te zetten waar programmafinanciering niet mogelijk is. Dit echter alleen in combinatie met strenge en regelmatige monitoring, niet alleen op voortgang, maar ook op bestedingen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik ben toch wel erg verbaasd over de oproep van mevrouw De Caluwé om meer aandacht te besteden aan rechten voor homoseksuelen en vrouwen. In het begin van haar betoog zei zij namelijk dat de ngo's niet meer zo gesteund moeten worden door de overheid en een minder belangrijke rol moeten krijgen. De overheid moet zich er minder mee bemoeien, het moet allemaal verzakelijken en worden overgelaten aan het bedrijfsleven. Hoe ziet mevrouw De Caluwé voor zich dat het bedrijfsleven gaat zorgen voor een betere bescherming van homoseksuelen en de vormgeving van vrouwenemancipatie?

Mevrouw De Caluwé (VVD): De VVD staat voor een versobering van het budget en een focus op een aantal speerpunten, een aantal expertisepunten, waarbij Nederland een toegevoegde waarde kan bieden. Dat wil niet zeggen dat wij alles door het bedrijfsleven willen laten uitvoeren. De n van ngo staat niet voor niets voor non-gouvernementeel. Dat betekent dat de ngo's ervoor moeten zorgen dat zij voor het merendeel hun eigen broek ophouden en hun eigen fondsen binnenhalen. Sommige doen dat ook heel goed en werken goed samen met het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven heeft dan bijvoorbeeld ergens een fabriek en de ngo's helpen bij de aidsdiagnose, het uitdelen van medicijnen en dergelijke. Daar worden gewoon afspraken over gemaakt. Ik vind niet dat de overheid ervoor is om de ngo's te financieren, maar wel dat de overheid zich in moet zetten voor bepaalde speerpunten en zich daartoe moet beperken. Wij hebben in het verleden veel te veel gedaan en het was veel te versnipperd en met veel te veel met subsidies.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het is mij nog steeds niet duidelijk wie de verantwoordelijkheid heeft om homoseksuelen in Afrikaanse landen en vrouwen te emanciperen, als er niet zo veel geld meer naar de ngo's moet gaan en de overheid terughoudend moet zijn in het zich bemoeien met Afrikaanse landen. Er is geen budget voor het versterken van de positie van vrouwen, dus het moet allemaal uit het bedrijfsleven komen. Wat moet het bedrijfsleven dan gaan doen om ervoor te zorgen dat deze groepen beschermd worden en versterkt in hun positie?

Mevrouw De Caluwé (VVD): Mevrouw Thieme en ik kunnen donateur worden van organisaties waarvan wij vinden dat ze heel goed werk verrichten. Ondertussen zijn er ook verantwoordelijkheden voor de overheden. Zij moeten hun LGBT's en vrouwenrechten beschermen. In de mensenrechtenbrief van het vorige kabinet stond dat het buitenlandbeleid er mede op gericht is om dingen aan de kaak te stellen. Dat is een taak van de overheid die wij willen blijven continueren. In het huidige regeerakkoord en het huidige budget is er aardig wat ruimte voor vrouwenrechten, juist omdat vrouwen een cruciale rol vervullen.

(...)