Bijdragen Ouwehand en Hazekamp Debat Staat van de Europese Unie


2 april 2015

Bijdragen Ouwehand en Hazekamp Debat Staat van de Europese Unie

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Er is een grote kloof tussen de burger en de politiek. Burgers hebben geen vertrouwen in hun bestuurders in Den Haag. Ik zou hier allerlei theorieën kunnen ophangen over hoe het dan zit met het functioneren van een aantal bestuurders, maar dat doe ik niet. Ik wil hier de aanname poneren dat het deels te maken heeft met het feit dat mensen verwachten dat wij hier in Den Haag de dingen doen die nodig zijn, maar dat daarvoor een belangrijk deel van de zeggenschap is overgedragen aan Brussel. En als het aan dit kabinet en de Europese Commissie ligt, gaat dat deel zelfs nog in de richting van Washington.

Het op handen zijnde verdrag met de Verenigde Staten voor nog meer vrijhandel, het gewraakte TTIP, laat weinig over van onze eigen mogelijkheden om nog iets te doen voor het milieu, dierenwelzijn, mensenrechten en arbeidsomstandigheden. De Partij voor de Dieren vraagt zich af of het nu echt het allergrootste probleem van onze generatie is dat de toch al nietsontziende wereldvrijhandel nog een paar belemmeringen kent. Wij denken dat dit niet het geval is. Wij denken namelijk dat de grote problemen waar deze generatie voor staat, liggen op het gebied van het leefbaar houden van de aarde, van het in de greep krijgen van de klimaatveranderingen, omdat de opwarming van de aarde grote gevaren met zich meebrengt, niet in de laatste plaats voor de mensen in de ontwikkelingslanden die deze klimaatveranderingen niet hebben veroorzaakt. Het verontrustende verlies aan biodiversiteit — ons kritisch natuurlijk kapitaal — hebben we nog altijd niet weten te stoppen. Dat houdt allemaal verband met de agressieve handelspolitiek op voorspraak van de Europese Commissie.

75% van de burgers vraagt om een sterke overheid om die problemen aan te pakken, omdat je het in je eentje simpelweg niet kunt. Maar de Europese Unie heeft de publieke belangen van een gezond en schoon milieu, het behoud van de natuur en het garanderen van mondiale voedselzekerheid niet hoog op de agenda staan. Het doel is economische groei boven alles. Dat vertaalt zich dus in een agressieve handelspolitiek, die wordt bepaald door een niet-gekozen Europese Commissie, waarbij het bedrijfsleven een veel te dikke vinger in de pap heeft. Wie namens de burger nog iets voor het milieu wil doen, krijgt het deksel op de neus, want dat mag niet van Brussel. En straks zullen we, dankzij TTIP, te horen krijgen: dat mag niet van Washington. Het naleven van internationaal afgesproken klimaatdoelen mag alleen nog maar als dat niet handelsbelemmerend zal werken. Tot zover het toch al treurige Europees klimaatbeleid.

De heer Pechtold zei zojuist dat er volgens hem hier geen enkele partij is die zegt: stop maar met dat handelsverdrag! Nou, de Partij voor de Dieren zegt dat dit wel moet gebeuren. Wij vinden het onzin om de tijd en de energie van ambtenaren van de Europese Commissie — en ook van ons allemaal —te steken in het wegnemen van een paar handelsbelemmeringen, terwijl onze tijd en energie zouden moeten zitten in het leefbaar houden van de aarde en het naleven van de klimaatafspraken.

Tegenover kritische burgers beweert het kabinet steeds dat Europa zich alleen nog maar moet bemoeien met zaken waarmee zij zich echt moet bemoeien, maar dat zijn dus deze zaken. Die kun je niet laten bepalen door het bedrijfsleven dat de milieuafspraken die er zijn, fors heeft beïnvloed, waardoor een Europese lidstaat die iets wil doen voor het milieu, rekening moet houden met de belangen van het bedrijfsleven. We zien het met de voortgaande bijensterfte. Deze Kamer heeft gezegd dat de gevaarlijke landbouwgiffen van de markt moeten, terwijl dit volgens de Europese regels alleen maar kan als het bedrijfsleven er niet zo veel last van heeft.

Die weg moeten we stoppen. Wat de Partij voor de Dieren betreft, kan het kabinet in Europa zeggen dat verdere onderhandelingen over TTIP niet nodig zijn. En partijen die nog wel zouden willen bekijken wat de uitkomsten daarvan zijn, zouden we willen vragen om duidelijke voorwaarden te stellen, zoals we hebben gezien bij de Partij van de Arbeid. D66 probeert ook een beetje in die richting te bewegen. Als die afspraken ten koste gaan van de democratie, van onze beleidsvrijheid om dingen te doen voor natuur, milieu en dierenwelzijn en voor bijvoorbeeld het beschermen van onze eigen landbouw, dan zeggen we "nee". Ik ga alle partijen om dat samen met ons te doen.

Mevrouw Hazekamp (EP/PvdD):
Voorzitter. Nooit meer oorlog en nooit meer honger; dat waren de belangrijkste pijlers waarop de Europese Unie is gebouwd. Maar wie gelooft dat nu nog? Door de aanhoudende uitbreidingsdrang en het economisch imperialisme van de Europese Unie staat de vrede onder druk en gaan elke avond 1 miljard mensen met honger naar bed. Het evenwicht is zoek. Ongeremde ambities op het gebied van economische groei en uitbreidingsdrang winnen altijd in Brussel. Mensenrechten, arbeidsvoorwaarden, onze gezondheidszorg, schone lucht, ons leefmilieu, veiligheid; alles wordt keer op keer aan de kant gezet voor economische groei. Mensenrechten en de belangen van dieren, natuur en milieu moeten altijd plaatsmaken.

Het is daarom goed dat het kabinet zegt dat het zich zal inzetten voor een democratischer Europa. Dat is hard nodig, maar tegelijkertijd is het ook ongeloofwaardig. We zien dat het kabinet net als de Commissie inzet op TTIP. Ondanks alle mooie woorden over allerlei voorwaarden die moeten worden gesteld en ondanks het feit dat er is gezegd dat onze normen en waarden en onze regels niet achteruit moeten gaan, zien we nu al dat een en ander toch achteruitgaat. Ik zal een aantal voorbeelden noemen. Denk bijvoorbeeld aan de 31 hormoonverstorende landbouwgifstoffen. De Europese Commissie staat deze gifstoffen toe, terwijl zij weet dat deze stoffen erg schadelijk zijn voor onze gezondheid en voor het milieu. Toch blijven ze zitten en worden ze toegelaten op ons eten en in ons milieu. De Europese Commissie had hier al in 2012 iets tegen moeten ondernemen, maar doet eigenlijk niets anders dan vertragen. Ik wil graag van dit kabinet weten wat het gaat doen. Blijft het de Nederlandse burgers blootstellen aan gif als Brussel geen stappen onderneemt? Het kan toch geen toeval zijn dat deze hormoonverstoorders gewoon op onze markt blijven en gebruikt worden? Wij zien immers dat ze ook in de Verenigde Staten worden toegelaten.

Een ander voorbeeld is producten afkomstig van gekloonde dieren, zoals kloonvlees. In Amerika is dat al big business, maar in Europa zitten we daar niet op te wachten. Ruim 90% van alle pogingen om dieren te kloneren mislukt. We zien heel veel miskramen. We zien misvormde, zieke en dode dieren. Kloneren is eigenlijk je reinste dierenmishandeling. Burgers en boeren willen het niet. Toch weigert de Europese Commissie om met fatsoenlijke wetgeving te komen. Is het toeval dat die kloonproducten alleen in het belang zijn van Amerikaanse biotechbedrijven? Kan de regering toezeggen dat zij voorstellen steunt voor een verbod op producten van gekloonde dieren? Ik wil de premier eraan herinneren dat de Kamer hier al in 2011 om heeft gevraagd.

Er zijn nog talloze voorbeelden te noemen van zaken waarop we de grip dreigen te verliezen. Denk bijvoorbeeld aan genetisch gemanipuleerde producten, hormoonvlees en chloorkippen. Dat zijn allemaal zaken die straks letterlijk door Amerika door onze strot worden geduwd. Dat ziet de Partij voor de Dieren niet als meer democratie. De Partij voor de Dieren vindt vrede en veiligheid, voedsel en water voor iedereen en bescherming van de rechten van mensen en dieren belangrijker dan expansiedrift en kortzichtig winstbejag.

Voorts ben ik van mening dat de Europese landbouwsubsidies moeten worden afgeschaft.

Interrupties bij andere partijen:

De heer Van 't Wout (VVD): Wat Europa vooral wél moet doen om het reële optimisme terug te krijgen, is afmaken waar het ooit aan begonnen is. De interne markt, een van de kernpunten van de Europese Unie en een van de grootste motoren van welvaart, is nog lang niet af. Of het nu gaat om transport en logistiek, dienstverlening, de digitale markt of de energiemarkt; we zijn er nog lang niet. Zeker voor een open handelsland als Nederland laten wij daarmee enorme kansen liggen op meer welvaart en meer banen. Wat Europa moet laten, is zich verliezen in initiatieven en discussies waar Europa niet nodig is. Geen Europese belastingen, bijvoorbeeld; geen blauwe envelop uit Brussel. Wat Europa wel moet doen, is vaart maken met het sluiten van een handelsverdrag met de Verenigde Staten, zodat wij in Nederland niet alleen auto's bouwen die we in Europa kunnen verkopen, maar ook in de Verenigde Staten. Dat TTIP-verdrag — het is vandaag weer veel in het nieuws — moet er komen, ondanks alles wat je erover kunt zeggen, want het heeft een veel grotere betekenis dan alleen een grotere afzetmarkt voor onze ondernemers.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik twijfelde even of ik moet interrumperen want wij hebben niet zo veel interrupties, maar ik wil toch graag helderheid van de VVD. De Tweede Kamerfractie van de VVD zei zojuist bij monde van de heer Van 't Wout: dat vrijhandelsverdrag met Amerika moet er komen, want het is heel erg belangrijk dat auto's die wij hier maken aan dezelfde standaarden voldoen als daar en andersom. Nu is niet iedereen in de VVD blind enthousiast over TTIP. In het Europarlement heeft de landbouwwoordvoerder er terecht zorgen over geuit dat het straks een grote interne markt wordt. De Europese markt gaat samen met de Amerikaanse, waar de standaarden anders zijn dan hier. De zorgen — onder andere ingegeven door het Landbouw Economisch Instituut — zijn dat de Europese boeren, de Nederlandse boeren daar het slachtoffer van zullen zijn. In het Europarlement zegt de VVD dat een keiharde voorwaarde voor dat verdrag moet zijn dat de eigen standaarden overeind blijven. In de Tweede Kamer wil de VVD daar niet in mee. Kan de heer Van 't Wout dat verklaren?

De heer Van 't Wout (VVD): Dit is een niet geheel goede samenvatting van de verschillende inbrengen. Er is tijdens de vorige twee debatten over de Europese top ook over TTIP gesproken. De VVD is helder. Wij steunen continue de inzet van het kabinet dat de standaarden van Nederland en van Europa overeind blijven en dat er een level playing field moet zijn. Waar ik mij aan stoor in het hele TTIP-debat is dat het er onderhand op lijkt dat dit een verschrikkelijk ding is. Daarom zeg ik namens de VVD dat dit verdrag er gewoon moet komen. Niet alleen om welvaartsredenen, maar ook omdat de VS bij Rusland en China gaan shoppen als wij geen verdrag met de VS sluiten. Ik zeg tegen de Partij voor de Dieren dat het dan wereldwijd met de standaarden alleen maar verder achteruitgaat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan blijft die duidelijkheid dus achterwege en horen wij hier de VVD net als in verkiezingstijd. Kritiek op Brussel, machtsoverdracht is allemaal erg. Nu dus ook kritiek op TTIP, omdat dat de Nederlandse en Europese boeren onder druk zal zetten. Als het erop aankomt, verbindt de VVD daar echter geen consequenties aan en vindt zij het prima dat onze markt straks overspoeld wordt door Amerikaanse producten. Als het erop aankomt, is het dus geen voorwaarde. Dan is het gewoon een beetje een proefballonnetje geweest. Dan laat je dus alle boeren in de kou staan, met dank aan de VVD.

De heer Van 't Wout (VVD): Nee hoor, want de inzet van het kabinet, waar de VVD de grootste partij in is, is volstrekt helder en die steunen wij ook. Het gaat erom dat juist de Amerikaanse markt overspoeld wordt met Nederlandse ondernemers, zodat we hier banen en welvaart kunnen creëren.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ook de PvdA wil ik een vraag stellen over het vrijhandelsverdrag met Amerika. We hebben in de media kunnen lezen dat de PvdA steeds kritischer wordt. Daar ben ik erg blij mee. Hoe zal die kritiek zich vertalen? Wordt het de lijn van Europarlementariër Jongerius zoals beschreven in de NRC van vandaag? Letterlijk zegt zij: we hebben al zo veel problemen met de interne markt, we moeten het niet nog groter maken; een fundamentele wijziging, harde randvoorwaarden of anders stemmen we niet in. Wordt dat ook de lijn van de Tweede Kamerfractie, dus de boodschap aan het kabinet? Of moeten we het anders opvatten? Blijft het steun, zij het kritischer, voor de inzet van het kabinet?

Mevrouw Maij (PvdA): De afgelopen weken hebben we verschillende keren gedebatteerd over TTIP, ook over de inzet van de regering tijdens de Europese top waarop over TTIP is gesproken. Ik heb daarbij hetzelfde gezegd als wat in mijn spreektekst voor vandaag staat. Ik vertel het graag opnieuw aan mevrouw Ouwehand. Voor de PvdA is het belangrijk dat we milieunormen, sociale normen en ook normen voor voedselveiligheid en dierenwelzijn handhaven zodat daarmee niet wordt gemarchandeerd. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld ISDS. We spraken er al eerder over. Daarover hebben we gezegd: voor ons geen private geschillenbeslechting. Daarom hebben we afgelopen week ook gestemd voor de motie waarin de heer Segers hiertoe oproept.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat heb ik gezien en, nogmaals, daar ben ik blij mee. Maar ik zou het graag scherp krijgen. Ik heb vaker met de PvdA gedebatteerd over TTIP. Dan kwamen er kritiekpunten en was het de bedoeling dat dit de inzet van het kabinet zou zijn. Volgens mij zijn we nu op een punt beland dat we als Kamer kunnen afspreken wat de voorwaarden moeten zijn voordat we zo'n verdrag accepteren. Moeten we de kritiek van de PvdA zo opvatten? Worden er nu voorwaarden aan verbonden? Wordt er niet alleen een boodschappenbriefje meegegeven aan het kabinet? Wordt er nu gezegd: als het niet is geregeld, stemmen we niet in?

Mevrouw Maij (PvdA): Zo is het.

(…)

De heer Pechtold (D66): Ik reageer toch maar op deze derde vraag in de interruptie van de heer Klaver, voorzitter. Met die teleurstelling wil ik voorkomen dat we het nu alleen maar hebben over de procedures, en wat minder kijken naar de inhoud. Ik wil het vooral over de inhoud hebben van de onderhandelingen die nu anderhalf jaar gaande zijn. Ik hoop dat het kabinet dat ook wil. Ik wil niet dat dit nu zwart-wit, ja-nee in een referendum wordt neergezet, en dat daarin tegenover de chloorkip de salmonellakip komt te staan. Ik vind dat karikaturen. Bij die beelden wil ik vandaan komen. Ik wil niet in die karikaturen blijven hangen. Volgens mij is het van groot belang dat minister Ploumen nu onderhandelt en dat we bekijken wat er uit die onderhandelingen komt. Ik wil graag dat we de debatten hierover in Nederland zo vormgeven dat we niet in die karikaturen blijven hangen, maar dat we kunnen bekijken wat er nou precies aan de orde is. Wat zijn de voordelen en wat zijn de nadelen? Daarna moeten we ervoor zorgen dat het in het Nederlandse parlement komt voor te liggen, en naar ik aanneem zal het ook in de andere 27 parlementen komen voor te liggen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is niet mijn gewoonte om te verwijzen naar een VVD'er die een keer een goed idee heeft, maar ja, het is gewoon wel gebeurd dat er een VVD'er een goed idee had. Er was een VVD'er in het Europees Parlement die vanwege zijn landbouwdossier echt wel heeft gewaarschuwd voor de gevolgen van TTIP voor de Europese landbouw en voor de Europese boeren. Het is namelijk de verwachting dat de markt overspoeld zal dreigen te raken door Amerikaanse producten die onder onze standaarden zitten. Dit gaat dus helemaal niet over karikaturen; dat wordt ook onderstreept door rapporten van het LEI. En zelfs als de markt niet overspoeld wordt, zou TTIP kunnen zorgen voor een dynamiek die we nu al vaak zien. Als je bijvoorbeeld je normen voor dierenwelzijn en milieu wilt verhogen — D66 is daar vaak voor — wordt vaak verwezen naar die interne markt. Dan zegt men: dat kan alleen maar als de rest van Europa meedoet. Straks zal men zeggen: dat kan alleen maar als Amerika meedoet. Waarom stelt D66 niet alvast de harde voorwaarde dat dat niet mag gebeuren?

De heer Pechtold (D66): Er zijn vele voorwaarden. Ik zal er dadelijk nog een aantal geven, maar laat ik eerst iets anders zeggen. De 21ste eeuw. De Verenigde Staten. Europa. Twee van de grootste handelscontinenten. Ofwel gaan ze in deze eeuw meer naar elkaar kijken ofwel gaan met name de Amerikanen veel meer kijken naar Rusland of China, naar landen waar niet alleen dierenrechten maar zelfs ook mensenrechten zich op een ander niveau afspelen. Er ligt nu een kans om via een handelsverdrag markten te openen, en niet alleen voor het Nederlandse bedrijfsleven. Onze baggeraars worden niet meer alleen ingeroepen als het water letterlijk aan de lippen staat na een orkaan. We krijgen de kans daar banen te creëren. Zelfs — ik wil mevrouw Ouwehand uitdagen om hierover de komende tijd na te denken — onze normen ten aanzien van dierenwelzijn, milieu, volksgezondheid en ga zo maar door, kunnen we verder krijgen dan alleen ons kleine kikkerland door dit soort zaken vast te leggen. Wat is daarvoor nodig? Je nek uitsteken, samenwerken en het kabinet inderdaad scherp bevragen en scherp houden als het gaat om de randvoorwaarden waarvan ik er in de resterende minuut nog een paar wil noemen.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand wil haar tweede interruptie gebruiken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Kom, kom, zo naïef is de heer Pechtold toch niet? Er ligt al een afspraak met Canada. In het vrijhandelsverdrag staat letterlijk: internationaal afgesproken klimaatdoelen, Kyoto, mag je wel uitvoeren, maar niet als dat handelsbelemmerend werkt. De import van teerzandolie uit Canada, een punt waarop D66 ons heeft gesteund, is ongelooflijk slecht voor natuur en milieu. De motie wordt niet uitgevoerd, omdat nu al de redenering geldt dat we aan de Europese grenzen liever geen importrestricties stellen aan producten die echt funest zijn voor het milieu. En dan gelooft de heer Pechtold dat we het niet al te zeer op milieu gerichte Washington ervan kunnen overtuigen dat men de milieunormen moet verhogen? Kom nou zeg!

De heer Pechtold (D66): Het is een beetje hoe je in het leven staat; of je probeert een ander te overtuigen van jouw goede dingen. Zo hebben wij zelf de kinderarbeid een goede honderd jaar geleden afgeschaft. Dat hebben we inmiddels verder gebracht, ook door erover te onderhandelen. Overigens is dit nog steeds een spannend punt voor ons bedrijfsleven. Immers, hoe ga je om met landen waar kinderarbeid is en de arbeidsomstandigheden überhaupt anders zijn? Als handelsland, voor onze economie niet alleen afhankelijk van landen binnen de EU maar ook van landen daarbuiten, is het ongelooflijk belangrijk dat we wat we hier hebben aan kwaliteitseisen niet alleen voor onszelf houden, maar dat we in een globale wereld — dat is zoiets als een "witte schimmel" — ervoor zorgen dat zo veel mogelijk van onze normen ook elders standaard worden. Als een handelsverdrag daaraan kan bijdragen, wil ik de kans daartoe graag grijpen. Voor ons staat daarbij het volgende voorop. Wij zijn altijd voor goede economische samenwerking, maar de Nederlandse rechtsstaat en de gedeelde Europese waarden moeten onaangetast blijven.

Beantwoording door de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken:

Minister Koenders (…) Het is belangrijk dat de beleidsvrijheid van nationale staten in TTIP wordt gewaarborgd. Minister Ploumen heeft met een aantal collegaministers een voorstel gedaan om investeringsbescherming in vrijhandelsverdragen beter vorm te geven. Één van die voorstellen is volledig behoud van beleidsvrijheid voor overheden. Investeerders kunnen en mogen verwachten dat de regels veranderen.

Ik weet dat dit punt mevrouw Maij aangaat en daarom noem ik die vijf punten heel snel. Investeerders kunnen en mogen niet verwachten dat de regels niet veranderen. Dat is logisch in een moderne economie met een moderne overheid. Een volgend punt is de garantie dat fundamentele Europese waarden, hoge kwaliteitseisen, sociale zekerheid en fundamentele rechten niet worden aangetast. Daar hadden wij het net even over. Ik noem ook hoge eisen met betrekking tot de kwaliteit en onafhankelijkheid van arbiters in een legitiem geschillenbeslechtingsmechanisme en een gedragscode voor arbiters. Hierbij wordt een nieuw mechanisme voor geschillenbeslechting met een permanent secretariaat benoemd. Dit is in ieder geval een van de mogelijkheden in dit voorstel. Dat zou kunnen door een internationaal investeringshof, dat geschillen tussen investeerders en staten moet regelen. Ik ben nu even heel duidelijk, want het gaat om het punt van nationale soevereiniteit. Arbitrage mag niet de nationale rechtsspraak doorkruisen. Investeerders kunnen dus ook niet forumshoppen door eerst naar de nationale rechter te gaan en dan naar een arbitragetribunaal of andersom. Ook de Europese Unie komt met een aantal voorstellen voor verbetering, zoals het voorstel voor verbeterde selecties van arbiters. Enfin, ik ga nu misschien iets te veel in op de details, maar dit is de essentie van het type onderhandelingen waar wij mee bezig zijn. Ik denk dat dit in lijn is met wat de Kamer en de Europarlementariërs ons vragen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een vraag aan het kabinet. Hoe reëel is het dat die beleidsvrijheid ook effectieve beleidsvrijheid is? Ik hoor de minister zeggen dat investeerders erop mogen rekenen dat de regels niet veranderen. In eerdere discussies met de minister voor Buitenlandse Handel kreeg de Kamer steeds te horen dat het mooi zou zijn als de Amerikanen hun normen ophogen en aanpassen aan die van ons. Ik heb dit ook de heer Pechtold horen zeggen. Dit is het argument van de race to the top. Welke voorbeelden heeft het kabinet van de bereidwilligheid van de Amerikanen om de normen op het gebied van milieu, sociale zekerheid en dierenwelzijn bij te sturen omdat Europa dat graag wil?

Minister Koenders: Ik wil beginnen met het wegnemen van een misverstand. Het kan zijn dat ik mij niet helder heb uitgedrukt of dat mevrouw Ouwehand mij niet goed heeft verstaan. Ik heb juist gezegd dat investeerders niet kunnen en mogen verwachten dat de regels niet veranderen. Dat is in het voorstel van mevrouw Ploumen ingebouwd.

The Regulatory Cooperation Body is het orgaan dat nu bezig is om precies te kijken hoe gerealiseerd kan worden dat er eerder verbeterde standaarden komen op de genoemde punten dan dat er op dat punt sprake is van een vermindering. Op sommige terreinen hebben de VS strengere regels dan wij. Dat heeft ook te maken met een aantal milieuaspecten. In staten van de VS is dat ook divers geregeld. Ook dat compliceert de onderhandelingen. Ik noem een voorbeeld dat ook de partij van mevrouw Ouwehand de afgelopen weken is bediscussieerd. In verband met sanitaire en fytosanitaire maatregelen staat er echt niets over chloorkippen en hormoonvlees. Daar willen wij ook helemaal niet over onderhandelen. De kern voor ons is juist de bescherming van onze standaarden. Wij zitten midden in de onderhandelingen en tijdens onderhandelingen kun je geen garanties geven. Wij zetten ons in voor wat wij zojuist gezegd hebben. Wij komen met een resultaat. Daar zal ook over gesproken worden in allerlei democratische organen en dat vind ik terecht. De Kamer zal dat verder moeten wegen op het moment dat er daadwerkelijk een uitkomst is. Het is echter heel duidelijk dat de Europese regeringen eigenlijk allemaal, maar zeker ook de Nederlandse regering, staan voor de zaken die ik zojuist naar voren heb gebracht.

Voor dierenwelzijn geldt dat net zo goed. Nederland heeft zelfs voorgesteld om dat onderhandelingsmandaat aan te scherpen. Vandaar dat deze debatten ook zin hebben. Wij willen dat er een level playing field is als het gaat om dierenwelzijnsstandaarden voor Europese en Amerikaanse producenten. Om dit te bereiken willen wij komen tot een samenwerkingsmechanisme gericht op wat wij noemen "equivalentie". Dan ga ik alweer iets de techniek in. Ik wil aangeven dat het punt hier niet zozeer is dat de regering geen standaarden wil beschermen, maar dat het razend ingewikkelde onderhandelingen zijn. Daarom zeg ik ook dat kwaliteit voor snelheid gaat. In de Verenigde Staten wordt bijvoorbeeld eigenlijk qua dierenwelzijn niets op federaal niveau georganiseerd. Dat betekent dat je op een heel andere manier moet werken om ervoor te zorgen dat die standaarden en die aanbevelingen functioneren op een manier waarop de belangen bijvoorbeeld waar het gaat om dierenwelzijn worden beschermd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank voor het lange antwoord, waarin geen antwoord werd gegeven op mijn vraag. Laten wij het even niet over die chloorkippen en dat hormoonvlees hebben en wegblijven bij die zogenaamde karikaturen, hoewel ik daar nog wel wat over kan zeggen. Mijn vraag betreft de beleidsvrijheid. Het kabinet zegt dat dat die er blijft, dat dat zijn inzet is. Minister Ploumen zegt zelfs dat het een race to the top wordt, dat die standaarden zullen worden verhoogd. Mijn vraag is hoe reëel dat is. Zijn er misschien al voorbeelden te noemen? Op welke ervaring baseert het kabinet zich? Ik geef de minister één voorbeeld mee. Nederland wil al jaren dat in Europa het gesleep met dieren wordt beperkt tot acht uur. Het mag nu 24 uur. Hoe makkelijk is dat? Niet. Nederland wil dat als lidstaat in de Europese interne markt met een aantal andere landen al jaren. Daar werken wij hard voor — complimenten aan het kabinet — en het gebeurt niet. Hoe reëel is het om de standaarden die wij hier willen verhogen, met de Amerikanen samen te verhogen? Dan wordt toch die effectieve beleidsvrijheid beperkt tot: ja, maar de interne markt, in Amerika doen ze het niet en dan kunnen wij toch niet hier in Nederland of alleen in Europa de normen verhogen, want dan hebben onze boeren daar last van? Dat spelletje gaat dan toch ook gespeeld worden op het niveau van Washington? Die effectieve beleidsvrijheid is dan toch nul?

Minister Koenders: Ik weet niet of ik mevrouw Ouwehand echt helemaal kan volgen in dezen. Wij hebben hier natuurlijk een interne markt. Een interne markt vereist overigens regelgeving, zoals mevrouw Ouwehand terecht zegt. Die regelgeving maken wij gezamenlijk. Wij hebben gezegd dat de soevereiniteit op dit soort gebieden deels van Europese aard is. Dat betekent overigens ook dat het door de inzet van Nederland waarschijnlijk niet alleen hier in Nederland gebeurt, maar dat je ook de standaarden in Europa omhoog kunt krijgen. Dat is ook gebeurd. De voorbeelden daarvan zijn bekend.

Wij gaan nu vervolgens kijken naar het Europese. Ik heb al een aantal keren gezegd dat in wij de onderhandelingen de bescherming van datgene wat wij aan normen en waarden daarover hebben, niet aangetast willen zien. Dan kan mevrouw Ouwehand zeggen dat ik een spelletje ga spelen met de Verenigde Staten. Ik zou haar willen uitdagen om straks het resultaat te beoordelen.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het debat concentreerde zich vandaag rondom TTIP. Dat is terecht, want als dat vrijhandelsverdrag gesloten wordt met de Verenigde Staten, geven we belangrijke instrumenten om nog iets te maken van de leefbaarheid van de aarde vergaand uit handen. Ik dank de Partij voor de Arbeid, die vandaag een heldere positie innam. Ook ik dien nog een aantal moties in omdat ik denk dat het debat over TTIP nog niet snel zal eindigen.

Motie Ouwehand: stop de onderhandelingen over TTIP

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Als deze motie wordt aangenomen is het debat over TTIP wel klaar, maar omdat ik vrees dat dit niet gebeurt, dien ik nog twee moties in.

Motie Ouwehand: uitbreiding interne markt met VS door TTIP is onwenselijk

Motie Ouwehand: niet instemmen met TTIP als EU normen en standaarden niet meer verbeterd kunnen worden

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen ze toevoegen aan de stemmingslijst. Het woord is aan mevrouw Hazekamp, lid van de fractie van de Partij voor de Dieren in het Europees Parlement.

Mevrouw Hazekamp (EP/PvdD):
Voorzitter. Dank dat ik vandaag aanwezig mocht zijn bij het debat over de Staat van de Unie. Het voelt heel bijzonder, maar ook heel vertrouwd. Ik hoop dat alle beloften en voorwaarden die ik vandaag heb gehoord, zowel van de zijde van de regering als van collega's uit Brussel en Den Haag, stand zullen houden, zodat er geen handelsakkoorden worden gesloten die ten koste gaan van onze normen, waarden en standaarden. Ik ben echter nog niet helemaal gerustgesteld. Aan de onderhandelingstafel zit je namelijk niet alleen. Daar zit je met twee of meer partijen. Je kunt zelf wel heel hoge eisen stellen aan voedselveiligheid of dierenwelzijn, maar als de andere partij niet wil, sta je met lege handen. Minister Koenders zei dat hij zich bij de TTIP-onderhandelingen zal beperken tot onderwerpen waarover geen verschil is in de veiligheidsstandaarden. De onderhandelaar zegt echter dat niets zal worden uitgesloten van TTIP. Geen gmo's, geen hormoonvlees en niets anders, aldus Michael Punke, vertegenwoordiger van het Amerikaanse departement van Handel.

Bij recente akkoorden over legbatterijeieren worden dingen beloofd die niet waargemaakt kunnen worden. De Eurocommissaris zegt dat Oekraïense legbatterijeieren worden toegelaten, terwijl ze in Europa verboden zijn, en dat Europa ondertussen probeert om de Oekraïense standaarden op te schroeven. De minister van Landbouw van Oekraïne maakt echter heel duidelijk dat dierenwelzijn in zijn land geen issue is. Wij denken niet dat wij met deze mensen een akkoord kunnen sluiten zonder zelf in te leveren. De Partij voor de Dieren betwijfelt dat, want om een Europarlementariër van de PvdA te citeren: doen alsof water naar het hoogste punt stroomt, is naïef.

Interruptie in Tweede Termijn:

De heer Omtzigt (CDA): Voorzitter. Dank voor de antwoorden. (…)Over TTIP zijn zo veel moties ingediend dat ik dat maar niet doe. Ik kan u echter verzekeren dat wij in de Raad van Europa bezig zijn met een onderzoek, ook naar de rechtsstatelijkheid. Ik zal mij ertegenaan bemoeien. (…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer Omtzigt zei dat er over TTIP al zo veel moties zijn ingediend dat hij dat zelf niet hoefde te doen. De partijen stellen hun standpunten bij, dus ik denk dat het CDA dat ook doet. Er is een aangehouden motie om dierenwelzijn een absolute voorwaarde te maken voor het handelsverdrag. Dat komt niet vanuit de dierenwelzijnslobby, maar is juist bedoeld om de Europese boeren te beschermen tegen de lagere Amerikaanse standaarden. Ik vraag mij af of ook het CDA zo ver is om te erkennen dat dit een groot gevaar is en dat wij dit als voorwaarde moeten stellen voor überhaupt het afsluiten van zo'n handelsverdrag. De vraag is dus: gaat het CDA die motie steunen als ik deze dinsdag in stemming breng?

De heer Omtzigt (CDA): Ik word nu geacht alle moties uit mijn hoofd te kennen. Ik zal de motie dit weekend zorgvuldig bestuderen. Ik begin de ontwijkingen van de regering te leren.