Bijdrage Kostic aan wetge­vings­overleg water


29 januari 2024

Dank u wel, voorzitter. Wat een eer om het over dit onderwerp te mogen hebben. Vanuit de provincie hebben we er natuurlijk veel mee te maken gehad. In deze rol voelt dat toch wel bijzonder. Ik blijf me verbazen, niet alleen als ex-Statenlid maar ook als burger, hoe sommige partijen hier het algemeen belang van schoon drinkwater blijven negeren. Maar goed, iedereen die ook maar een beetje verstand heeft van water, probeert al jaren de overheid wakker te schudden. Het is code rood voor waterkwaliteit en beschikbaarheid van schoon water. De problemen zitten vooral in de sectoren industrie, landbouw en farmacie. Hierdoor zitten overal gevaarlijke stoffen in, van zeeschuim, waar NSC het over had, waar kinderen in spelen, tot het eten op ons bord. En die problemen stapelen zich alleen maar op. Onze natuur en onze water- en voedselvoorziening zijn in groot gevaar.

Ik ga eerst in op een aantal algemene lijnen, dan op waterkwaliteit, dan op de VTH-taken, de waterkwantiteit en een stukje natuur.

De algemene lijnen. Wat mij opvalt, is dat de aanpak van dit soort probleemdossiers door de overheid een trend volgt die ook te zien is bij andere probleemdossiers. Problemen worden zo lang mogelijk ontkend, daarna doorgeschoven en daarna worden er geitenpaadjes gezocht, dit terwijl we al decennia weten van de waterproblemen en burgers en ondernemers die het wél goed doen, zoals biologische boeren, daar een steeds hogere prijs voor moeten betalen. De vervuilers betalen niet hun eerlijke deel, maar bepalen het beleid en worden betaald via onder andere subsidiepotjes. De PVV vindt het blijkbaar allemaal prima, maar de Partij voor de Dieren wil dat dit verandert en dat de minister concrete resultaten laat zien op korte termijn. Graag een reactie.

We zien te veel voorbijkomen in overheidsstukken: ja, maar Nederland is een druk land met veel landbouw, industrie et cetera. Wij zeggen dan: ja, dus het wordt tijd om grote keuzes te maken. Verschillende kabinetten hebben ons voorgespiegeld dat alles moet kunnen: oneindige economische groei terwijl de aarde grenzen kent. Welke keuzes maakt de minister samen met zijn collega's? Zou hij bereid zijn te kijken naar de mogelijkheden voor beperking of eventuele afbouw van watervervuilende activiteiten zoals sierteelt, aangezien het hier niet gaat om levensbehoeften?

We moeten echt af van het denken: het is belangrijk dat we straks voldoende gezond water hebben als voorwaarde voor ons bestaan, maar het moet wel economisch haalbaar zijn. Nee. De basis van ons bestaan, zoals water, moeten we beschermen. Daar nemen we alle nodige maatregelen voor. De economie en de verdienmodellen moeten we daar gewoon op aanpassen, niet andersom. Is de minister het daarmee eens en is hij bereid daarnaartoe te werken? Hoe past de minister het principe van niet afwentelen, zoals benoemd in de Nationale Omgevingsvisie, toe op het aanpakken van de waterproblemen? Graag een reactie.

Voorzitter. Wat ons in het algemeen zorgen baart, is dat Rli, ILT maar ook de bevindingen van Horvat & Partners laten zien dat de huidige aanpak gewoon niet werkt, dat er dwingende maatregelen nodig zijn en dat er controle nodig is. De minister belooft verbetering, maar we zien nog steeds geen resultaat en geen dwingende maatregelen.

Dan de waterkwaliteit. Water is van levensbelang voor mensen en dieren. Daarom heeft Nederland Europese afspraken gemaakt binnen de KRW. We hadden beloofd die eerder te halen, in 2015, en daarna is het twee keer uitgesteld. Ik kan me nog goed herinneren dat in 2013 een motie werd aangenomen, ingediend door de Partij voor de Dieren, die het kabinet opriep om vooral hard te werken aan de doelen die we allemaal hebben afgesproken. 2013! En dan deze schandalige herhaling van zetten door sommige partijen hier. Hoewel de waterkwaliteit tussen 2000 en 2010 verbeterd is, is de afgelopen tien jaar de verbetering gestagneerd en is in sommige gevallen de waterkwaliteit zelfs verslechterd. Kan de minister vertellen hoe dit rijmt met het verslechteringsverbod?

In het KRW-impulsprogramma worden verschillende maatregelen voorgesteld om bestrijdingsmiddelen in water tegen te gaan. Helaas blijft het vooral bij onderzoeken, monitoren en stimuleren. Het RIVM liet eerder zien dat de aanpak, die nu is vooral gebaseerd op vrijwilligheid, niet werkt. Concrete maatregelen voor de PPLG's, die oplossingen zouden moeten bieden, komen niet van de grond. Het hele programma dreigt te verzanden in een spel van vingerwijzen.

Zoals eerder gezegd, hebben waterschappen en de provincies al tijdens een rondetafelgesprek tegen het Rijk gezegd: bied ons meer instrumenten om in te grijpen. Gaat de minister die op korte termijn leveren? Is de minister bereid om het halen van waterdoelen als nationale topprioriteit te bestempelen en in lijn daarmee zo snel mogelijk centraal meer dwingende maatregelen aan te kondigen? Ondanks dat dit een crisissituatie is, zien we niet dat de regering dit als een crisissituatie aanpakt. Er zijn veel woorden, maar nog weinig stevige ingrepen die op tijd resultaat leveren. Kan de minister vertellen hoeveel fte en geld worden ingezet om voorbereidingen te treffen op de mogelijke uitzondering op de KRW?

Voorzitter. De Partij voor de Dieren wil de problemen bij de bron aanpakken. De kraan van gevaarlijke stoffen moet dicht. Dan moeten we het hebben over pfas. De EU wil terecht strenger normeren onder de KRW. Klopt het dat de minister pas in 2033 de nodige maatregelen wil nemen om te voldoen aan die voorgestelde pfas-normen? En klopt het dat Nederland daarnaast ook nog eens twaalf jaar uitstel mag vragen, waarmee Nederland pas in 2045 aan de norm zou moeten voldoen?

Bestrijdingsmiddelen vormen een van de grootste bronnen van vervuiling. Dat weten we inmiddels allemaal. Wat is nu het geval? Het Europese pfas-verbod moet er natuurlijk komen, maar bizar genoeg is het voorstel dat het landbouwgif waar pfas in zit daarvan wordt uitgezonderd. Nu zit in ongeveer 5% van de bestrijdingsmiddelen van boeren pfas. Het erge is dat boeren zelf zeggen: wij weten niet dat het erin zit, want het staat er niet op, niet zo duidelijk. Drinkwaterbedrijven trekken ook weer aan de bel. Vindt de minister het niet onacceptabel dat onafbreekbare chemicaliën zomaar over het land worden gespoten en zo in het water terechtkomen? Vindt hij niet ook dat dit onder het verbod moet vallen? Is de minister bereid om met zijn collega's in ieder geval te regelen dat het verplicht wordt om het op de verpakking van bestrijdingsmiddelen duidelijk aan te geven dat er pfas in zit, zodat boeren het ten minste weten? Is de minister daarnaast bereid om op zijn minst het gebruik van bestrijdingsmiddelen in gebieden waar drinkwater wordt gewonnen en in beschermde natuurgebieden verder aan banden te leggen?

We zien ook — dat heeft GroenLinks net aangekaart, dus ik ga er niet te veel op in — de watervervuiling als een mogelijk ongewenst bijeffect van het huidige stikstofbeleid. We zien bijvoorbeeld dat veeboeren die stoppen, hun land vervolgens gaan verpachten aan bollentelers, die vervolgens zorgen voor een achteruitgaande waterkwaliteit. Dan is mijn vraag: welke stappen neemt de minister concreet om achteruitgang van de waterkwaliteit als gevolg van dit soort beleid te voorkomen?

Een andere bron van bedreiging van ons drinkwater is hittestress door klimaatverandering en verharding. Onze vraag aan de minister is of daar aandacht voor komt.

Dan de VTH-taken. Het bezien en herzien van lozingsvergunningen heeft enorme vertraging opgelopen in alle overheidslagen, simpelweg omdat commerciële belangen in de cultuur van overheden zwaarder wegen dan de bescherming van ons bestaan, water en gezondheid. Hierdoor krijgen vervuilers zoals Tata Steel en Chemours vrij spel. Wanneer verwacht het Rijk het bezien en herzien van deze lozingsvergunningen af te ronden? En wanneer wordt dat verwacht voor de lagere overheidslagen? Hoeveel extra geld is hiervoor nodig? Zijn de lozingsvergunningen van onder andere Tata Steel, Schiphol et cetera eigenlijk al doorgelicht en aangescherpt aan de Europese lozingsnormen? Is de minister bereid te bekijken of niet-vergunde lozingen kunnen worden stilgelegd?

We zien dat door Rijkswaterstaat tot op heden bij geen enkele vergunning aanleiding werd gevonden tot direct ingrijpen op de productie van drinkwater in verband met het bewaken van de kwaliteit van oppervlaktewater. Dat is opvallend. Hoe wordt dan de afweging precies gemaakt door de handhavers? Waar wordt op gelet? Zijn we gezien de urgentie van de waterproblemen en de erkenning daarvan door de overheid niet toe aan een strengere weging om water beter te kunnen beschermen? Zo hebben de provincie en de omgevingsdienst in het geval van Tata Steel de opdracht gegeven om scherper aan de wind te varen en de gezondheid maximaal te beschermen. Graag een reactie. Is de minister bereid om alle toezichthoudende en handhavende instanties de opdracht te geven scherp aan de wind te varen met als doel het algemeen belang van water beschermen tegen commerciële belangen?

Dan iets heel praktisch over de waterschappen. We hebben natuurlijk al een aantal rapporten gehad over de VTH-taken en de omgevingsdiensten. Ik noem het rapport van Van Aartsen en het OVV-rapport. Maar we weten eigenlijk niet zo goed hoe het gaat met de waterschappen. Een goede invulling van de taken van vergunningverlening en toezicht op waterschappen is ook heel belangrijk. Is de minister het met ons eens dat het daarom ook belangrijk is te weten hoe de waterschappen op het gebied van toezicht, handhaving en vergunning hun taken invullen, hoe daarmee ons water wordt beschermd en waar men tegen aanloopt? Is de minister bereid opdracht te geven voor een onderzoek zodat we, net zoals in het geval de omgevingsdiensten, daarvan kunnen leren en eventueel het beleid kunnen verbeteren?

Dan de toegevoegde actielijn die zich richt op het voorbereiden van rechtszaken door burgers die willen dat de overheid hun leefomgeving beschermt. Kan de minister toezeggen dat het Rijk geen strijd gaat voeren tegen maatschappelijke organisaties en burgerorganisaties in de rechtszaal wanneer zij de overheid vragen om zich gewoon beter aan de KRW-afspraken te houden, maar dat het Rijk het maximale doet om aan de vraag van die organisaties tegemoet te komen?

Als Partij voor de Dieren kom ik toch nog bij de dieren. Ik maak een uitstapje naar Caribisch Nederland. Misschien weten jullie het, maar walvissen zijn afhankelijk van belangrijke oceaangebieden om zich te voeden, om te paren en om hun jongen te verzorgen. Deze gebieden en de migratieroutes tussen de leefgebieden worden beïnvloed door menselijke activiteiten zoals overbevissing, verstikking in netten, aanvaringen met schepen, aanleg van windparken en/of olie- en gaswinning. Het rapport Protecting Blue Corridors heeft walvismigratieroutes in kaart gebracht en bevat concrete aanbevelingen, zoals het wijzigen van scheepvaartroutes, betere internationale samenwerking, technologische innovaties — dat moet de VVD aanspreken — en regelgeving die de impact van menselijke activiteiten reduceert. Nederland heeft een belangrijke maritieme sector en heeft daarmee heel veel invloed en verantwoordelijkheid om hier een bijdrage aan te leveren, bijvoorbeeld op walvismigratieroutes tussen het Caribisch deel van het Koninkrijk en de Noord-Atlantische Oceaan. Mijn laatste vraag is: kan de minister toezeggen dat Nederland actief het voortouw neemt in onderzoek en mogelijkheden om de menselijke impact op walvismigratieroutes in het Caribisch gebied te mitigeren?

Dank u wel.

Interessant voor jou

Inbreng SO Fiche over Verordening betreffende het welzijn en de traceerbaarheid van honden en katten

Lees verder

Bijdrage Teunissen aan begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 2024

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer