Bijdrage Thieme debat over de gevolgen van de stijgende melk­pro­ductie


27 januari 2016

Voorzitter, de melk wordt duur betaald.

Vorig jaar zagen we de schrijnende gevolgen van de intensivering en schaalvergroting in de melkveehouderij in het TV programma Zembla. Uitgemergelde koeien die jaarlijks vele duizenden liters melk moeten produceren. Hun kalf, waarvoor de melk natuurlijk bestemd is, krijgt er niets van.

Het pasgeboren kalf wordt meteen na de geboorte in een eenlingbox gestopt en vertoont daarna in de zogeheten “groepshuisvesting” gestoord gedrag door wanhopig te gaan zuigen aan andere kalfjes. In Gelderland zagen we onlangs kalfjes die, om dit tegen te gaan, een neusring hadden gekregen met een tandwiel. Wat vindt de staatssecretaris van deze dieptrieste gang van zaken?

Professor Jan Douwe van der Ploeg zei in Zembla dat “als de melkproductie van een koe iets daalt, het dier direct vervangen wordt door een volgend dier.” Oud-staatssecretaris Dijksma pareerde deze stelling in haar brief door te zeggen dat dat niet waar was, want, en ik citeer “ik weet zeker dat melkboeren zorgvuldig met hun dieren omgaan.” Voorzitter, ik nodig deze staatssecretaris uit om te kijken naar de feiten.

Op de website “the milk story” van FrieslandCampina staat dat de afvoerleeftijd van melkkoeien zo rond de 5 jaar ligt. Ik citeer: “dat is nog niet eens de helft van de 14 jaar dat een koe kan worden”.

Oorzaken zo lezen we:

de hoge melkproductiviteit,

de onnatuurlijke en ziekmakende herfstkalverstrategie en

de ligboxstallen die vanwege de beperkte ruimte en slechte vloeren klauwproblemen en uierontstekingen veroorzaken.

Voorzitter, uitgemergelde koeien gaan met vier, vijf jaar naar de slacht omdat ze geen economische waarde meer hebben.

Wat gaat de staatssecretaris daartegen doen?

Voorzitter, Melk is goedkoper dan bronwater, maar kost natuurlijk veel meer. Een volkomen uit de hand gelopen situatie die alleen maar erger wordt nu het melkquotum is losgelaten en veel boeren willen uitbreiden. Melkveehouders luiden de noodklok om de lage melkprijs. Maar het zijn de mega uitbreidingen die een dergelijke lage prijs hebben veroorzaakt. Schaalvergroting leidt dus niet tot meer inkomenszekerheid voor boeren. Integendeel. Het leidt tot kwetsbare bedrijven, veel dierenleed en milieu- en natuurschade.

Voorzitter, Herman Wijffels, in 2001 voorzitter van de commissie over de toekomst van de veehouderij, zei in de uitzending van Zembla, en ik citeer: “De Nederlandse ambitie om de wereld te voeden, is geweldig overtrokken. Kabinet heeft sinds mijn rapport geen harde grenzen gesteld aan de melkveehouderij. Nu al zitten een aantal grote melkveehouderijbedrijven in bijzonder beheer. Het is een illustratie dat de kwetsbaarheid in economisch-financiële zin toeneemt. De politiek heeft te lang te weinig gedaan en dit probleem zelf gecreëerd, klaar.”

En levert al dit leed wat op?:

De melkveehouderij draagt slechts 0,3% bij aan het Bruto Binnenlands Product, terwijl zij voor 50% verantwoordelijk is voor nationale ammoniakuitstoot en daarmee de natuur ernstig bedreigt. Schade alleen al op dat punt tenminste 1 miljard euro per jaar.

De melk wordt duur betaald. De melkveehouderij is de nieuwe bio-industrie. Het is tijd dat de staatssecretaris ingrijpt en zijn mooie woorden tijdens de landbouwbegroting “kwaliteit in plaats van meer voor minder.” in daden omzet.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Thieme (PvdD): Het CDA profileert zich altijd graag als de boerenpartij, maar hetzelfde CDA heeft ingestemd met het afschaffen van de melkquotering. Wij zien nu dat melkveehouders zelfs wanhopig naar de paus gaan omdat zij een te lage melkprijs krijgen voor hun productie. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat door de rat race naar de bodem, het nog verder uitbreiden, het nog meer produceren en het op prijs concurreren, de inkomenszekerheid van boeren alleen nog maar meer op de tocht is komen te staan. Voelt het CDA zich daar niet een beetje verantwoordelijk voor?

De heer Geurts (CDA): Ik dacht dat we het vandaag zouden hebben over de ZEMBLA-uitzending, maar mevrouw Thieme van de Partij voor de Dieren haalt nu een heel ander onderwerp aan, namelijk de inkomenspositie van boeren. Daar wil ik graag met haar over debatteren, maar ik dacht niet dat dit onderwerp de aanleiding voor het debat was. Wij zijn het erover eens dat de inkomenspositie van boeren op dit moment gigantisch onder druk staat. In sommige sectoren, met name in de varkenshouderij, is dit al geruime tijd het geval. Ik wil daar graag op een ander moment over praten. Ik dacht dat dit niet de aanleiding voor het debat van vandaag was.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het CDA zegt altijd dat er voor dierenwelzijn wel betaald moet worden en dat het een beetje moeilijk is voor boeren om aan allerlei welzijnsnormen te voldoen, aangezien ze nauwelijks hun hoofd boven water kunnen houden. Als wij echt willen dat de liefde van de boer voor de dieren, waar de heer Geurts over spreekt, in daden kan worden omgezet, dan zullen we moeten investeren in een beter verdienmodel. We zullen ook de dierenwelzijnsnormen moeten verhogen. We zien nu dat door het afschaffen van de melkquotering de boeren en de koeien allebei worden uitgemolken. Er is geen geld en er zijn koeien die nauwelijks op hun benen kunnen blijven staan.

De voorzitter:
Wat is uw vraag aan de heer Geurts?

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik wil van de heer Geurts weten of hij zich niet een beetje schaamt voor het feit dat hij voor afschaffing van de melkquotering heeft gestemd, met als gevolg boerenleed en dierenleed.

De heer Geurts (CDA): Nu breekt mijn klomp! De Partij voor de Dieren verwijt het CDA dat er op Europees niveau eisen zijn opgelegd. Volgens mij is uw partij ook een van de partijen die in deze Kamer elke week moties proberen aangenomen te krijgen die ertoe leiden dat boeren meer moeten investeren. En dan gaat u mij nu vertellen dat het CDA daar verantwoordelijk voor zou zijn? Ik werp dat verre van mij.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik maak toch echt even bezwaar tegen de inschatting van de heer Geurts dat een kalf geen dierenwelzijnsproblemen zou hebben. We hebben rapport na rapport voorbij zien komen over wat het probleem van kalveren is als ze bij hun moeder worden weggehaald, zoals gestoord gedrag en zuigen aan alles wat los en vast zit omdat ze wanhopig op zoek zijn naar een uier. Wil de heer Geurts werkelijk beweren dat er geen welzijnsproblemen zijn bij kalveren?

De heer Geurts (CDA): Dat is weer zo'n algemene vraag. Ik heb vanmiddag niet in zicht hoe alle kalveren van Nederland er op dit moment voor staan. Het lijkt me een beetje moeilijk om die vraag te beantwoorden. Ik nodig mevrouw Thieme van harte uit om met mij op werkbezoek te gaan naar een melkveehouderij om te zien hoe de kalveren in Nederland gehouden worden.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik mocht het niet over de inkomenspositie van de boeren hebben, want het debat ging over dierenwelzijn. Nu vraag ik iets over het welzijn van kalveren en dan verwijst de heer Geurts naar een werkbezoek dat we nog eens een keertje zouden moeten afleggen. Ik adviseer de heer Geurts om van die factfree politics af te gaan, om te kijken naar de feiten en te zien dat kalveren en de moederkoe lijden door de wijze waarop we ze houden. We moeten daar een stap in gaan zetten. Het feit dat partijen als het CDA dat telkens blijven ontkennen, is precies de morele blinde vlek in de samenleving die we zo nodig moeten aanpakken, want zo kan het niet langer.

De heer Geurts (CDA): Ik merk dat u wilde uitkomen bij wat u van tevoren had ingestudeerd. Dat is prima. Het gaat mij erom dat u het ene beeld oproept en dat ik daar een ander beeld bij geef, namelijk wat ik in mijn leven in het veld heb gezien. Dan denk ik: laten we nu samen eens gaan kijken naar die beelden in Nederland, zodat we die samen, tegelijk zien. Ik heb dat met uw collega Ouwehand ook al eens gedaan in de varkenshouderij. Dat leidde tot verrassende resultaten bij mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Thieme (PvdD): Als je fosfaat uit mest wilt gaan halen, moet je de koeien jaarrond op stal houden. Anders krijg je dat namelijk niet voor elkaar. Mevrouw Lodders pleit hier dus voor koeien jaarrond op stal.

Mijn vraag gaat over iets anders. De Nederlander betaalt gemiddeld €0,80 voor een pak melk. Dat is minder dan voor een fles bronwater. Hoe ethisch is dat? Kan de boer dan wel voldoen aan alle eisen die de maatschappij hem stelt qua dierenwelzijn, milieu en klimaatdoelstellingen?

Mevrouw Lodders (VVD): De koeien lopen niet het jaarrond buiten. Dat kan in Nederland namelijk niet, zoals mevrouw Thieme heel goed weet. Om in te gaan op haar vraag hoe ethisch dat is: laten wij beginnen om minder regels te stellen. Dat is mijn pleidooi. Laten wij het ondernemerschap aan de primaire producent, de boer, overlaten. Een boer weet heel goed wat hij doet met zijn vee. Als koeien, of welke andere dieren dan ook, niet goed worden verzorgd, merkt men dat direct in de stal. Laten wij daar nu eens mee beginnen. De Nederlandse melkveehouderij is koploper in de wereld. Mevrouw Thieme is koploper in deze Kamer om keer op keer al die extra eisen voor te dragen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Koeien moeten het jaarrond binnen staan wil je fosfaten uit mest halen. Dat betekent: het jaarrond op stal. Dat is het pleidooi van mevrouw Lodders. Als je maar €0,80 krijgt voor een pak melk, als dat de eindprijs is, kan dat niet anders dan ten koste gaan van boeren, dieren en het milieu. Dat komt door de liberalisering waarvan de VVD zo voorstander is. Is de VVD dus werkelijk zo boervriendelijk als zij hier pretendeert te zijn? Dat vraag ik me af.

Mevrouw Lodders (VVD): Als wij het hebben over dierenwelzijn, zou mevrouw Thieme als eerste in de Kamer ervoor moeten pleiten om de koe de ruimte te geven om zelf te bepalen of zij de wei ingaat of niet. Mevrouw Thieme weet heel goed dat de grondsoort in Nederland niet altijd toelaat dat een dier 24 uur per dag buiten loopt. Als wij echt om dierenwelzijn geven, laten wij het aan de individuele koeien over. Mevrouw Thieme wil ons in een bepaalde richting sturen. Dat is de ot-en-siengedachte van vroeger. Het mag, maar de VVD streeft een heel andere wereld na.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het kan zijn dat de staatssecretaris net is aangetreden, maar als hij gaat ontkennen dat er een trend is naar schaalvergroting — in alle boerenvakbladen staat dat meer dan de helft van de boeren uit wil breiden — of als hij die trend niet ziet, hebben we nog een lange weg te gaan. Maar goed, dan hebben we nog de intensivering, de magere koeien — scherpe koeien worden ze ook wel genoemd — die bijna 10.000 kilo melk moeten produceren per jaar. Dat is een enorme welzijnsaantasting en daar heeft FrieslandCampina zelfs op zijn website The Milk Story zijn zorgen over geuit. Overigens is FrieslandCampina tegelijkertijd de aanjager van een dergelijke intensivering, maar dit terzijde. Ik wil graag dat de staatssecretaris daarop ingaat. De koeien die we hebben gezien bij ZEMBLA zijn gewoon koeien die je ook buiten ziet lopen, graatmagere koeien, topsporters, die soms wel 10.000 kilo per jaar moeten geven.

Staatssecretaris Van Dam: Mevrouw Thieme zegt dat er sprake is van schaalvergroting en van groei in de sector de afgelopen jaren. Dat is juist. Ik kan een beeld geven van hoe die groei eruit ziet. Het gemiddelde aantal koeien per bedrijf in 2013 was 83, in 2014 was het 85 en het voorlopige cijfer voor 2015 is 89. Dus ja, er is groei. Maar nogmaals, zet niet het beeld neer alsof de hele Nederlandse melkveehouderij zich aan het ontwikkelen is naar bedrijven met honderden koeien. Ik zei al dat er vorig jaar 62 bedrijven waren met meer dan 400 koeien, 62 van de 18.267. Dat is de realiteit van vandaag de dag in de melkveehouderij. Heeft er een groei plaatsgevonden? Ja. Stelt die groei ons soms ook voor problemen? Ja, daar komen we binnenkort uitgebreid met elkaar over te spreken als we het moeten hebben over de invoering van fosfaatrechten. De mestproductie die gepaard is gegaan met die groei heeft ertoe geleid dat we het afgelopen jaar zo goed als zeker het fosfaatplafond hebben overschreden dat in de Brusselse regelgeving zit. De groei stelt ons dus voor problemen en daarop zullen we maatregelen moeten nemen.

Ik hecht er echter, nogmaals, aan dat we met elkaar een realistisch beeld hebben en ook neerzetten van de Nederlandse melkveehouderij. Ik wil ervoor waken dat er hier vanuit de politiek een soort beeld wordt geschetst dat een heel groot deel van deze boeren geen hart zou hebben voor hun koeien. Sterker nog, het is in het belang van elke boer dat hij goed met zijn koeien omgaat. Natuurlijk zitten er boeren tussen die dat misschien niet doen of niet goed doen. Net zo goed als er in elke sector ondernemers actief zijn bij wie je vraagtekens kunt zetten bij de motieven waarmee zij hun werk doen enzovoorts. Laten we echter nu niet doen alsof dat een algemene trend is. Laten we ook niet doen alsof dat een groot deel van de boeren is in Nederland. Het overgrote deel van de boeren in Nederland heeft een bedrijf van een geringe omvang en heeft hart voor zijn koeien. De ruime meerderheid van de koeien in Nederland loopt gewoon in de wei. Dat is de realiteit van de Nederlandse melkveehouderij.

Zijn er risico's? Ja, de weidegang neemt af. Ik vind dat de weidegang moet toenemen. De mestproductie neemt te grote vormen aan. We overschrijden de normen. Zijn er bedrijven die wel een heel grote omvang beginnen te krijgen? Ja, die zijn er. Ik zei al dat niet gezegd is dat die allemaal slecht zijn voor hun dieren. Die situaties zullen voorkomen en we moeten optreden als dieren daadwerkelijk verwaarloosd of niet goed behandeld worden.

Mevrouw Thieme (PvdD): Er waren 180.000 melkveebedrijven in de jaren vijftig, er waren er 60.000 in 1985 en er zijn er nu nog maar 18.000. De melkproductie is toegenomen en het aantal koeien dat lijdt onder die enorme hoge productie ook. Ik heb het over de scherpe koeien zoals ze die noemen, die graatmagere koeien. Daar wil ik het met de staatssecretaris over hebben. Ik heb nog steeds geen oordeel daarover gehoord van hem.

Staatssecretaris Van Dam: Ik vind het, volgens mij net als iedereen hier, afschuwelijk als er boeren zijn die hun dieren verwaarlozen of misbruiken. Als geconstateerd wordt dat een boer onverantwoord met zijn dieren omgaat, wordt daartegen opgetreden. Dat moet ook. Ik zeg dat ook zeker tegen mevrouw Thieme, die de melkveehouderij in Nederland afschildert alsof dit een nieuwe, grootschalige bio-industrie zou zijn. Ik herken me meer in de woorden van de heer Grashoff. Hij zei dat dit in de veehouderij misschien juist de witte raaf is. Deze bedrijven hebben allemaal een heel behapbare omvang en op deze bedrijven gaat het overgrote deel van de boeren juist heel fatsoenlijk met zijn dieren om. Laat ik nog een keer benadrukken dat het helemaal niet in het belang van die boer is om slecht met zijn dieren om te gaan. Een koe die gezond is en goed behandeld wordt, geeft meer en langer melk. De sector stuurt daar ook op. De sector stuurt erop dat de levensduur van koeien langer wordt en dat koeien langer meegaan.

Staatssecretaris Van Dam: (...) Mevrouw Thieme vroeg naar een aantal praktijken in de melkveehouderij, met name naar de behandeling van kalveren. Ik heb al een paar keer gezegd dat een dier een intrinsieke waarde heeft, ook als het wordt gebruikt om melk voor ons te produceren. Een boer heeft er belang bij dat zijn kalveren gezond zijn. Ik heb al aangegeven dat ik het beeld uit de ZEMBLA-uitzending niet helemaal representatief vond. Dat neemt niet weg dat er best het een en ander kan worden verbeterd aan het welzijn van kalveren. Ook dit is typisch weer zoiets wat ook in de sector zelf wordt onderkend. De melkveehouderij en de kalverhouderij spreken hierover en werken gezamenlijk aan het plan van aanpak Vitaal Kalf. Ik verwacht dat al op korte termijn. Ik zal de Kamer daarover informeren.

De voorzitter: Mevrouw Thieme, de discussie die we nu gaan krijgen, hebben we toch net al gehad?

Mevrouw Thieme (PvdD): Nee, dit gaat over de kalveren.

De voorzitter: Stelt u uw vraag.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het kalf bij de koe. Dat is een wens van mijn fractie. We weten dat 30 melkveeboeren dat al doen. Dat zijn er natuurlijk weinig, op de 18.000. Is de staatssecretaris bereid om een rol te spelen in de discussie om dat voor elkaar te krijgen?

Staatssecretaris Van Dam: Ik had het nu over het welzijn van kalveren. Er zijn vragen gesteld — ook door de heer Van Gerven — over kalfjes die na de geboorte meteen bij de koe worden weggehaald. Ik zou even willen afwachten waarmee de sector zelf komt voor het welzijn van de kalveren. Het is niet voor niets dat de sector dit zelf heeft geagendeerd. In de reguliere veehouderij worden pasgeboren kalveren direct van de moeder gescheiden, in tegenstelling tot de biologische veehouderij waar het anders gaat. De heer Geurts zei terecht dat dit wordt gedaan vanwege de melkproductie. De biest wordt vaak direct aan de kalveren gevoerd en de rest van de melk wordt gemolken voor menselijke consumptie. Het risico op infecties is een andere reden waarom kalveren snel bij de moeder worden weggehaald. Ze lopen anders het risico om ziek te worden. Er zijn melkveehouders — mevrouw Thieme zei dat terecht — die het kalf wel bij de koe houden. Dit is met name in de biologische melkveehouderij het geval. Hiernaar wordt ook onderzoek gedaan door het Louis Bolk Instituut. Dit levert hopelijk meer kennis op over de vraag of die praktijk verbreed zou kunnen worden.

Mevrouw Thieme (PvdD): De staatssecretaris citeert weliswaar, maar er gaat iets onnatuurlijks mis in de hersenen van de mens als iemand beweert dat een kalf ziek wordt als het bij zijn moeder blijft om haar melk te krijgen. Dit even terzijde. De staatssecretaris heeft het bij het welzijn van de kalveren ook over het feit dat ze een natuurlijke zuigbehoefte hebben die ze nergens kwijt kunnen. Ik heb boeren in Gelderland gezien, die een neusring bij de kalveren hebben aangebracht met een tandwiel eraan, waardoor ze van andere kalveren afblijven want dat zorgt natuurlijk voor een onaangename situatie. Wij vinden dit echt onethisch. Is de staatssecretaris met ons van mening dat wij daar vanaf moeten?

Staatssecretaris Van Dam: Sowieso heeft mevrouw Thieme weet van — ze kent ook de brief over dierenwelzijn die mijn voorgangster heeft gestuurd — de inzet van het kabinet om ingrepen te beperken. Ik denk en hoop dat er betere oplossingen zijn dan die die mevrouw Thieme nu voorhoudt. Ik zeg echter ook hierover: pas op dat je niet dit soort voorbeelden neerzet alsof dat de gangbare praktijk is in de gehele melkveehouderij. Ik snap dat mensen de vraag stellen of het scheiden van kalveren van de koe wel helemaal wenselijk is. Het is een gek beeld dat het kalf ziek kan worden van drinken bij zijn moeder — mevrouw Thieme heeft het daarover — maar het is wel de realiteit dat dit risico bestaat in de gangbare veehouderij. Er zitten antistoffen in de melk van de koe, met name in de eerste melk. Kalveren krijgen deze melk, dat is ook nodig, maar tegelijkertijd bestaat er wel degelijk een infectierisico waarmee in de bedrijven rekening wordt gehouden. Ik vind het mooi als er initiatieven zijn waardoor men kalveren langer bij de koe laat. Het is goed dat hier onderzoek naar wordt gedaan en dat wordt gekeken of die praktijk verder verbreed kan worden. De realiteit is echter dat dit op dit moment niet de gangbare praktijk is.

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Ik neem die waarschuwing ter harte. Ik dank de staatssecretaris voor zijn antwoorden. Het is nog het begin van het debat dat wij de komende periode over de melkveehouderij zullen voeren. Wij zijn er dus nog niet over uitgesproken. Ik wil graag de volgende moties indienen.

Motie Thieme: maak een einde aan het fokken op hoogproductieve koeien

Motie Thieme: plan van aanpak om het kalf bij de moederkoe te houden

Motie Thieme: verbod op de toepassing van anti-zuigmiddelen

Staatssecretaris Van Dam: (...) Mevrouw Thieme heeft drie moties ingediend. In de motie op stuk nr. 103 verzoekt zij de regering om een einde te maken aan het fokken op hoogproductieve koeien. Die motie ontraad ik. Het is echt aan de sector op welke manier men invulling geeft, zolang men voldoet aan de regelgeving over dierenwelzijn.

In de motie op stuk nr. 104 verzoekt zij om binnen een halfjaar een plan van aanpak te presenteren dat erop gericht is kalveren voor een bepaalde tijd bij de moeder te laten. Ook die motie ontraad ik. Ik heb aangegeven dat er een onderzoek loopt van het Louis Bolk Instituut naar een paar veehouders die de kalveren al wat langere tijd bij de moederkoe laten. Ik stel de Kamer voor om dat af te wachten en te kijken wat daar uitkomt. Ik heb de Kamer ook al aangegeven dat er een plan over verduurzaming komt vanuit de sector. Wellicht kan dit daar nog in worden meegenomen.

Mevrouw Thieme (PvdD): Kan de staatssecretaris de Kamer laten weten of dat onderzoek binnenkort al wordt afgerond of dat dat nog een jaar kan duren? Heeft hij daar inzicht in?

Staatssecretaris Van Dam: Dat durf ik zo niet te zeggen. Ik kan de Kamer daar nader over informeren. Wel heb ik aangegeven dat we het plan over verduurzaming van de sector al op redelijk korte termijn verwachten. Ik weet dus niet of het hier in kan worden meegenomen. Wellicht kan dat nog. De sector luistert mee, dus misschien kan men dit nog meenemen daarin.

Mevrouw Thieme (PvdD): Wil de staatssecretaris de Kamer informeren over wanneer dat onderzoek afgerond is? Dat zou heel fijn zijn.

Staatssecretaris Van Dam: Gaat dat om het onderzoek van het Louis Bolk Instituut? Ja, dat kan ik doen.

De voorzitter: Mag ik daaraan toevoegen dat het wellicht verstandig is om dat voor de stemmingen te doen, zodat mevrouw Thieme dan kan besluiten of zij die motie aanhoudt of zelfs intrekt.

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter, ik dank u hartelijk.

Staatssecretaris Van Dam: Ik geloof dat er volgende week dinsdag over de moties wordt gestemd. Wij gaan ons best doen om ervoor te zorgen dat er dan helderheid is.

De voorzitter: Het is vandaag woensdag, dus dat gaat wel lukken.

Staatssecretaris Van Dam: Dat zou moeten kunnen lukken.

Ik kom op de motie op stuk nr. 105. Daarin wordt verzocht om een verbod op de toepassing van antizuigmiddelen in de veehouderij. In die algemeenheid gesteld ontraad ik de motie. Ik heb al aangegeven dat het gaat om een uitzondering en niet om gangbare praktijk. Het voert wat te ver om daarvoor aparte regelgeving te maken.

Mevrouw Thieme (PvdD): De motie is niet algemeen gesteld. Het gaat om de genoemde antizuigmiddelen: neusbeugels met punten. Daar wil ik graag een verbod op. Het kan mij niet schelen of ze bij drie of vier boeren worden gebruikt of bij honderd. Het gaat erom dat je zo'n middel niet gebruikt. Ik wil een signaal van deze Kamer daarover.

Staatssecretaris Van Dam: We hebben al vaker met elkaar gesproken over dierenwelzijnsmaatregelen. Ik ben niet van plan om hiervoor aparte regelgeving te maken. Als een meerderheid van de Kamer daar anders over denkt, dan hoor ik dat wel, maar ik blijf bij het oordeel dat ik over deze motie heb gegeven. Niet alle praktijken die wij onwenselijk vinden, moeten meteen via extra regels worden verboden. Het lijkt mij iets voor de sector zelf om hier verder aan te werken.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik zal de motie wijzigen, zodat duidelijk wordt dat het echt gaat om de neusbeugel met punten. Het gaat niet om alle antizuigmiddelen. Ik hoop daarvoor aanstaande dinsdag steun te krijgen.

De voorzitter: Ik maak een opmerking voor de zuiverheid van de discussie. Ik heb de staatssecretaris duidelijk horen zeggen dat hij een motie met een wijziging in die richting nog steeds zal ontraden.

Staatssecretaris Van Dam: Ik kan nooit een oordeel geven over een motie die ik niet voor me heb liggen, maar ik heb aangegeven dat ik een verzoek om aparte regelgeving te ver vind gaan. Om die reden ontraad ik de motie.