Bijdrage Partij voor de Dieren schrif­telijk voor­overleg over het voorstel van wet verbod op de pels­dier­hou­derij


26 februari 2008

Inbreng Partij voor de Dieren

Voorstel van wet van de leden Van Velzen en Waalkens houdende een verbod op de pelsdierhouderij – 30 826

1. Inleiding
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn verheugd over dit wetsvoorstel, maar plaatsen wel enige kanttekeningen bij de uitwerking hiervan. Over de nertsenfokkerij en de bontproductie in Nederland bestaat al meer dan 25 jaar discussie, zowel in de maatschappij als in de politiek. Na het instellen van een verbod op het fokken van vossen en chinchilla’s voor de productie van bont, is een verbod op de nertsenfokkerij een logische volgende stap. Negen jaar nadat de Kamer zich door het aannemen van een motie over het beëindigen van de nertsenhouderij duidelijk heeft uitgesproken tegen de voortzetting van de nertsenfokkerij in Nederland, is het dan ook hoog tijd dat hier ook daadwerkelijk een einde aan komt. Zowel in de maatschappelijke als in de politieke discussie werd verwezen naar de ethische en morele bezwaren die bestaan tegen de nertsenfokkerij alsmede naar de grote problemen die de fokkerij oplevert voor het welzijn van nertsen, zoals blijkt uit verschillende onderzoeken. Duidelijk stond ook destijds al vast dat het produceren van bont als doel voor het houden van nertsen niet gezien kan worden als ‘redelijk doel’ in de zin van de Gezondheids- en welzijnswet voor Dieren.

2. Inhoud van het wetsvoorstel
Wat de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren betreft is een overgangstermijn van tien jaar te ruim. Ten eerste vanwege het feit dat er al jaren duidelijke aanwijzingen zijn dat de bontproductie in Nederland eindig is, getuige de 25 jaar durende politieke en maatschappelijke discussies over de ethische, morele en welzijnsbezwaren. Desondanks is de nertsenfokkerij tussen mei 2006 en mei 2007 met 10% gegroeid. Delen de indieners de mening dat deze uitbreiding niet beloond dient te worden?

Ten tweede vormt een tien jaar durende overgangstermijn een onnodige voortzetting van dierenleed. De leden hebben sympathie voor de intentie van de indieners om de nertsenhouders de investeringen terug te laten verdienen en delen de mening dat de fokkers geen grote financiële schade moeten oplopen door het beëindigen van de nertsenfokkerij in Nederland. Zij pleiten echter voor een directe warme sanering. Het onmiddellijk afkopen van nertsenfokkers scheelt in tien jaar tijd de levens van 45 miljoen nertsen.
Kunnen de indieners aangeven waarom er niet is gekozen voor een afkoopregeling waarmee de nertsenfokkerij in Nederland direct kan worden beëindigd?

3. Handhavingsaspecten
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren constateren dat er mogelijk nertsenfokkers zijn die op dit moment minder nertsen houden dan het aantal huisvestingsplaatsen dat toegestaan is volgens de vergunning.
Kunnen de indieners aangeven hoe er zal worden omgegaan met de ruimte die vigerende vergunningen eventueel bieden? Zal er bij de controle ter voorkoming van uitbreiding worden gekeken naar het feitelijk aantal gehouden nertsen per 17-1-2008 of naar het aantal huisvestingsplaatsen zoals opgenomen in de verleende vergunning?

4. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 3- lid 4 en 5
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat, zeker gezien de ruime overgangstermijn van tien jaar die is gekozen, het overdragen van een nertsenhouderij na de datum van 17 januari 2008 niet meer mogelijk dient te zijn. Kunnen de indieners aangeven waarom zij hebben gekozen voor het aanmerken van deze bijzondere omstandigheden waarbij de nertsenhouderij wel mag worden overgedragen? Kunnen zij aangeven welke alternatieve mogelijkheden zijn onderzocht om grote verliezen bij de fokkers te voorkomen zonder het voortzetten van de fokkerij?