Bijdrage Partij voor de Dieren AO Duurzame veehou­derij en mega­stallen


27 februari 2008

Voorzitter, mevrouw van Gent van GroenLinks heeft mij gevraagd mede namens haar te spreken.

We spreken vandaag over de toekomst van de duurzame veehouderij in Nederland. Een terugblik over de laatste decennia hoort daarbij om inzicht te krijgen in de zegeningen van 50 jaar landbouwpolitiek. Economie als leidend principe, schaalvergroting, intensivering, industrialisering als uitgangspunten van het vooruitgangsdenken, handelsbelangen als onaantastbare grootheid. Maatschappelijke kernwaarden als een eerlijke verdeling van voedsel, een respectvolle omgang met levende wezens, schone lucht, bodem en water speelden geen of geen rol. En wat heeft het ons opgeleverd? Miljarden kilo’s mest, onomkeerbare vernietiging van kostbare natuurgebieden, steeds schrijnender wordende wereldhonger en gebrek aan drinkwater. Het mishandelen van honderden miljoenen dieren per jaar wordt door de overheid geaccepteerd en gelegitimeerd.

Het is tijd voor een herbezinning op dit vastgelopen systeem waar de Nederlandse veehouderij kringlopen heeft vervangen door mondiale uitbuitings- en uitputtingssystemen. Zo’n systeem is niet langer houdbaar, ‘vastgelopen’, noemde voormalig LNV-minister Veerman het. En hij is daarin niet de enige. Wie de signalen niet leest en hoort moet blind en doof zijn. Vijftig veehouders per week stoppen er mee omdat zij de ratrace zat zijn of opvolgers het laten afweten. We moeten ons niet afvragen of we het ons kunnen veroorloven om maatregelen te nemen, we moeten ons afvragen of we het ons nog langer kunnen veroorloven om dat niet te doen.

Maar voorzitter, de minister ziet dat toch heel anders. Zij presenteert een visie waaruit blijkt dat duurzame veehouderij voor haar niet meer is dan een wensdroom. Een schilderij waar ze bij kan dagdromen, met een koetje in de wei en een varkentje in een flat dat door een raampje tuurt. Natuurlijk, ze ziet de problemen wel. Ergens in de verte voelt ze wel wat nattigheid. Maar ze sust zichzelf snel in slaap met eufemistisch taalgebruik: het moet wat duurzamer, er zijn wat uitdagingen… minister, ik vraag u met klem om wakker te worden en de harde werkelijkheid te aanschouwen. De strijd om steeds schaarser wordende grondstoffen zal losbarsten, net zoals de verwachte veranderingen van het klimaat. Maar in uw visie rept u met geen woord over de beperkingen die deze ontwikkeling de omvang van de veehouderij zal opleggen. Nóch over wat u vanuit uw verantwoordelijkheid als minister zal gaan doen om hier het hoofd aan te bieden. Nu moet het gebeuren, minister, niet in 2023.

De visie van de minister schetst een ontluisterend beeld van hoe zij haar vak en haar verantwoordelijkheden uitholt. Niet zíj bepaalt wat duurzaamheid is en welke randvoorwaarden de ruimte van burgers en bedrijven zullen beperken om dit collectieve goed voor ons en volgende generaties zeker te stellen. Nee, ze laat de ínvulling van de definitie van duurzaamheid over aan het bedrijfsleven en burgers. Duurzaamheid als speelbal van de markt.
Voorzitter, dat kan niet. Burgers vragen bij grote problemen als milieu en dierenwelzijn in ruime meerheid om daadkrachtig optreden van de overheid. Maar de minister zegt dat consumenten de problemen maar moeten oplossen door verantwoord koopgedrag. De Partij voor de Dieren vindt het onbestaanbaar dat een kabinet dat zich zegt sterk te maken voor burgerschap, deze bezorgde burgers alleen als consument wenst aan te spreken.
Ik hoorde de heer Waalkens van de Partij van de Arbeid zeggen dat de discussie over megastallen vooral gebaseerd is op emotie, en niet op ratio. Anderen vielen hem bij. Het moet mij van het hart dat ik het onbehoorlijk vind om de reële bezwaren van burgers en omwonenden af te doen als emotioneel, en hen vanuit Den Haag te vertellen dat het allemaal wel meevalt. Het valt níet mee, en de bezwaren moeten gewoon serieus worden genomen.
De minister gebruikt in haar brief wel mooie woorden, en zegt dat megastallen maatschappelijk moeten worden ingepast; het kan alleen als de samenleving het wil. Maar ze verzuimt ervoor te zorgen dat de stem van de burger ook daadwerkelijk gehoord wordt. Hoe kan de minister dat uitleggen?

Voorzitter. In haar visie geeft de minister volop ruimte voor een veehouderij die zichzelf al jaren geleden een brevet van onvermogen heeft verschaft om de zaken op orde te krijgen (mest, dierenwelzijn, ammoniak). Zij sluit zelfs de vestiging van megabedrijven niet uit en creëert daarmee ruimte voor bedrijven die nog verder verwijderd zijn van de kringloop die we dienen te herstellen.
Varkensflats en kippentorens waar honderdduizenden dieren geen enkele garantie hebben op een beter leven, waar het milieu nauwelijks baat bij heeft,k waar de gezondheid van mensen die er werken en die er naast wonen ernstig in gevaar kan komen en waar de uitbraak van dierziekten een groter risico is.

De uitstoot van ammoniak en fijnstof neemt nauwelijks af, met respectievelijk 2% en 4%. Er is een strenger beleid nodig. Dieren in nieuwe flats stapelen met een luchtwasser op het dak lijkt in de ogen van sommigen misschien aantrekkelijk, maar sluit definitief de deur naar een veehouderij waar de behoeften van het dier zoals vrije uitloop in de buitenlucht, centraal staan. Een varkensflat biedt geen enkele garantie dat dieren het daadwerkelijk beter zullen hebben dan in een gangbaar bedrijf. Het concept is niet bedacht om dieren een beter leven te geven, maar om efficiënter en tegen nog lagere kosten te produceren.

Maar niet alleen het dier schiet niets op met de megastal. Omwonenden en werknemers zullen grote gevaren lopen, zo stellen de onderzoekers van het RIVM. En dan gaan zij niet alleen in op de hogere concentraties van fijnstof en stank, die slechts deels met technische hoogstandjes weg te poetsen zijn. De grote concentraties van dieren in de megabedrijven werken een snelle verspreiding van infectieziekten in de hand en virussen kunnen sneller muteren. Ook blijkt er een duidelijke relatie tussen de industrialisering van de veehouderij en het gebruik van antibiotica. Dat is de afgelopen jaren schrikbarend toegenomen. Deze risico’s worden pas sinds kort in kaart gebracht en blijken nu al alarmerende resultaten op te leveren.

Huisartsen in veedichte gebieden maken zich in toenemende mate zorgen over de besmetting van varkens met de resistente MRSA bacterie waarmee inmiddels de helft van de varkenshouders besmet is en die ook anderen kan treffen.

Acht rapporten en adviezen zijn er inmiddels over megastallen geschreven en de maakbaarheidsgedachte lijkt daarin de boventoon te voeren. Ook wetenschappers en adviseurs lijken zich te verliezen in het groot, groter, grootst denken in plaats van de huidige mondiale ontwikkelingen in een breder perspectief te plaatsen. Of te pleiten voor een zorgvuldige aanpak waarin het voorzorgsprincipe de boventoon voert. De door henzelf geconstateerde risico’s en bezwaren op het gebied van milieu, gezondheid, landschappelijke inpassing en dierenwelzijn, worden weggemoffeld onder mitsen en maren. Ook fancy woorden als technologische ontwikkeling en systeeminnovaties worden uit de kast getrokken om er nog wat van te maken. Maar, voorzitter, ik kan de minister verzekeren dat het niet zal helpen om het geweten te sussen. Een meerderheid van burgers die wél wensen te denken vanuit een ethisch besef, hebben hun stem al kenbaar gemaakt. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat die stem gehoord wordt?

Varkensflats en kippentorens dienen geen enkel maatschappelijk belang en de samenleving is er dan ook niet van gediend. U, die in uw visie pleit voor een veehouderij met breed draagvlak in de samenleving zou daar dan ook naar moeten handelen. Sta niet toe dat machteloze burgers jarenlang moeten vechten en polderen tegen ondernemers die hun megalomane dromen mogen realiseren in hun woonomgeving en dat de samenleving geconfronteerd wordt met iets dat ze niet wil.

Voorzitter, de visie van de minister is een weinig realistische en weinig verantwoordelijke kijk op wat er in onze samenleving en in de wereld gaande is. De Partij voor de Dieren zou u willen uitnodigen de ogen te openen en uw verantwoordelijkheid te nemen. Ga aan de slag met strenge randvoorwaarden die zijn gebaseerd op een echte definitie van duurzaamheid. Geef vervolgens aan hoeveel ruimte er in Nederland nog is voor het houden van dieren en zorg dat de sector de kans krijgt zich met een warme sanering aan te passen aan de harde werkelijkheid. Een reductie van de veestapel met 70% blijkt de enige weg om te komen tot een echt duurzame veehouderij zo blijkt uit berekeningen van het LEI die zijn gebaseerd op het vierde Milieubeleidsplan. Vervolgens kunt u aan de slag met het de inpassing van de veehouderij in onze samenleving door het stellen van strenge welzijnsregels en sterke milieu eisen. En door kansen te bieden aan een toekomst voor het gezinsbedrijf.

Dank u wel.