Bijdrage Partij voor de Dieren aan debat over het Europese Energie- en Klimaat­pakket


26 februari 2008

Voorzitter. De heer Samsom van de PvdA-fractie maakte een opmerking over het nieuwe woord ‘klimaatdiplomatie’. Ik ben het met hem eens dat het kabinet zich geroepen zou moeten voelen om een stevige invulling te geven aan dit woord. De ‘state of mind’ binnen Europa moet worden losgeweekt van de Lissabon-strategie van groei, groei, groei. De ernst van de problemen die gerelateerd zijn aan klimaatverandering moet goed zijn doorgedrongen voordat je vervalt in mitsen, maren, problemen en onmogelijkheden om de problemen op te lossen. Klimaatdiplomatie kan daartoe wellicht een eerste aanzet geven. Ik hoor graag of het kabinet ook vindt dat er teveel in onmogelijkheden wordt gedacht waardoor het echte probleem uit het oog wordt verloren. In Europa wordt een stevig klimaatbeleid met de mond beleden, maar echte ambitieuze en noodzakelijke doelstellingen komen niet van de grond. Als de doelstelling wordt gesteld op 20% reductie terwijl bekend is dat minimaal 30% nodig is, dan zet dat geen zoden aan de dijk. Het moet mij in dit verband van het hart dat de voortdurende reflex om te kijken naar wat andere landen doen, getuigt van een basisschoolniveau waar echt vanaf moet worden gestapt. In plaats daarvan moet een voortrekkersrol worden gespeeld. De grote bijdrage die Europa levert aan de uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van minder geïndustrialiseerde landen vraagt ook om die voortrekkersrol van Europa. Er is een historische schuld te vereffenen. De Europese reductiedoelstelling moet dus -30% worden, zoals beloofd op Bali, en niet slechts 20%. Ik sluit mij aan bij de partijen die gepleit hebben voor een doorrekening en een akkoord op dat punt.

Voorzitter. In het Europese reductieplan kon ik weinig terugvinden over de bijdrage van de veehouderij aan de uitstoot van broeikasgassen. Ik herhaal dat de veehouderij wereldwijd 18% van alle broeikasgassen uitstoot. Dat is meer dan verkeer en vervoer gezamenlijk. Ontbossing, grootschalige teelt van voedergewassen, overmatig kunstmestgebruik, lange transporten van productiemiddelen en de uitstoot door de veehouderij van CO2, methaan en lachgas, vormen niet alleen een bedreiging voor het klimaat maar ook voor de biodiversiteit, de zoetwatervoorraad en de verdeling van het steeds schaarser wordende voedsel.
De heer Samsom sprak over de noodzaak van een stevig klimaatbeleid voor de Europese vrede en veiligheid. Ik had gehoopt dat hij ook de wereldvrede daarbij zou betrekken, want daar gaat het natuurlijk om. Wij zijn niet de enigen die ons daarover grote zorgen maken. Ik mag aannemen dat de PvdA-fractie dat eveneens doet. De groter wordende strijd om natuurlijke bronnen die steeds schaarser worden -- ik doel met name op voedsel -- zou de wereldvrede ernstig kunnen bedreigen. Het klimaatprobleem kan niet los daarvan worden gezien.
Is de minister bereid om de klimaataspecten van de veehouderij in Europees verband stevig aan de kaak te stellen? Wil zij daarvoor aandacht vragen? Ik maak uit het programma Schoon en Zuinig wel op dat zij ziet welke bedreigingen op ons afkomen. Het loslaten van de melkquota in Europees verband zou behoorlijke negatieve effecten op het milieu kunnen hebben, maar ik zie wat dat betreft nog geen beleid en evenmin stevige actie in Europa. Ik vraag mij af of de minister bereid is om deze discussie in de Europese Commissie aan te zwengelen.
Ik wil hier vandaag niet alleen maar zitten met een negatieve insteek en ik geef de minister dan ook graag mee dat er misschien mogelijkheden zijn die door de andere fracties niet zijn genoemd. De minister heeft in antwoord op onze vragen vorig jaar aangegeven dat zij bereid is om onderzoek te doen naar de milieu-effecten, waaronder het klimaateffect, van diverse vervangingsstrategieën voor vlees. Zoals wellicht bekend, hebben wij zelf ook al wat rekensommetjes gemaakt. Daaruit blijkt dat, als alle Nederlanders één dag in de week geen vlees eten, dit gelijk staat aan een CO2-reductie wordt bereikt door het van de weg halen van 1 miljoen auto's. Daarmee zouden wij in één klap voldoen aan de reductiedoelstelling voor Nederlandse huishoudens in 2010, te weten 3 megaton. Dat zijn toch uiterst positieve ontwikkelingen waar ook in Europa op zou kunnen inzetten om de klimaatdoelstellingen te kunnen halen. Hoe staat het met dat onderzoek? Is de minister bereid om daar vaart achter te zetten? Wellicht kan zij over niet al te lange tijd binnen Europa een handelingsperspectief opwerpen waaraan nog niemand eerder had gedacht en dat zonder al te veel moeite een enorme milieuwinst zal opleveren: stimuleren van matiging van de vleesconsumptie.

Ondanks het Europese klimaatplan heeft Nederland vastgehouden aan zijn eigen doelstelling van 30%. Dat is een compliment waard. Wij vrezen echter dat dit ambitieuze doel niet zal worden behaald. In het licht van onder andere het loslaten van de melkquota en de doelstelling op dat punt, verzoek ik de minister een reactie te geven.
Tot slot spreek ik mijn zorg uit over de uitholling van het begrip "duurzaamheid", vooral in relatie tot de discussie over biobrandstoffen. Wij denken dat het een groot risico is om akkoord te gaan met biobrandstoffen die de schijn van duurzaamheid meekrijgen, maar in werkelijkheid helemaal niet duurzaam zijn. Het draagvlak om nú iets te doen aan het klimaatprobleem onder burgers is groot en dat moeten we koesteren. Wanneer we niet eerlijk zijn over de duurzaamheid van bijvoorbeeld biobrandstoffen, zou dat draagvlak onderuit kunnen worden gehaald. Wij vragen ons af of de minister die gevaren onderkent en of zij die wil inbrengen tijdens de discussie met de Europese Commissie over de duurzaamheidscriteria die minder ver gaan dan de minister had voorgesteld. Wij maken ons extra zorgen over het als duurzaam aanmerken van de co-vergisting van mest uit de landbouw.


Tweede termijn

Voorzitter. Ik heb mij erg ingehouden met het plaatsen van interrupties. Ik wilde namelijk nog een motie indienen en die indiening inleiden. Ik heb de hele dag aan de andere kant van de tafel gezeten. Daardoor had ik een mooie positie om het debat wat meer van een afstandje te beschouwen. Iedereen zal het met mij eens zijn dat een debat over milieu al snel verzandt in enorm veel rekensommetjes. Dan gaat het over megatonnen, percentages en verschuivingseffecten. Ik begrijp dat die termen in het debat zijn gekomen, maar er is toch iets vreemds aan de hand. Het is namelijk raar dat wij bij iedere stap die wij zetten en bij iedere centimeter asfalt die wij aanleggen, nagaan wat de milieueffecten zijn, maar dat wij de rundveesector, die aantoonbaar een grote bijdrage levert aan het broeikaseffect, buiten beschouwing laten. Er doet zich een belangrijke beleidsontwikkeling voor: de melkquota worden losgelaten, en dat kan tot gevolg hebben dat de rundveestapel groeit en dat de uitstoot van broeikasgassen toeneemt. Dan is het toch vreemd als we van die ontwikkeling niet zouden willen weten wat de te verwachten effecten zijn op het klimaat? In Schoon en Zuinig zegt de minister notabene zelf: “Een onzekere factor voor het toekomstig verloop van de emissies op de lange termijn is de afschaffing van het systeem van melkquota in 2015.”
Met de volgende motie vraag ik om inzicht op dit punt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie aangeeft dat de rundveehouderij een relatief groot aandeel heeft in de uitstoot van broeikasgassen en dat het Europese melkquotum in 2015 zal worden afgeschaft na een gefaseerde verruiming;

overwegende dat deze verruiming en de uiteindelijke afschaffing van het melkquotum kunnen leiden tot uitbreiding van de melkveestapel en tot verhoging van de uitstoot van broeikasgassen;

van mening dat inzicht in de klimaateffecten van een dergelijke beleidsontwikkeling van belang is gezien de mogelijke gevolgen voor het behalen van de Europese klimaatdoelstellingen;

verzoekt de regering bij de Europese Commissie aan te dringen op een onderzoek naar de klimaateffecten van de verruiming en de afschaffing van het melkquotum in Europa,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ouwehand
Duyvendak
Van der Ham