Bijdrage Partij voor de Dieren Land­bouw­be­groting - Tweede Termijn


15 december 2008

Voorzitter. Een opmerking voordat ik een aantal moties indien waarmee ik de minister wil helpen om uit haar identiteitscrisis te krabbelen waar zij met haar ministerie met die tegengestelde belangen zo mee worstelt. Een voorbeeld is de dubbeldoelkip. De minister wil daar niet aan, omdat dit gezien de huidige productie en consumptie een te duur alternatief zou zijn. Zij wil dus vasthouden aan de intensieve veehouderij waarvan haar voorganger al heeft gezegd dat het een doodlopend systeem is waarvoor alle lichten op knal- en knalrood staan, ook wat betreft de voedselcrisis. Dit vasthouden aan die intensieve veehouderij is het enige uitgangspunt en de doelstellingen voor natuur en milieu worden daar aan de randjes bijgeplakt. Dat werkt natuurlijk niet.

Ik zal zoals gezegd een aantal moties indienen om de minister uit deze spastische situatie te krijgen. De eerste heeft betrekking op het transport van levende dieren. De minister heeft zelf gezegd dat zij het betreurt dat zij het transport van levende slachtvarkens naar Rusland niet aan banden kan leggen. Ik heb daar wel een oplossing voor. Het amendement dat zij destijds als Kamerlid heeft ondersteund, maken wij ongedaan met de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het amendement Ormel c.s. (30401, nr. 9) is gesteld dat het niet wenselijk zou zijn om in de toekomst regelgeving op te stellen voor het transport van dieren die strenger is dan de Europese regelgeving;

constaterende dat het aannemen van dit amendement ertoe heeft geleid dat het stellen van aanvullende dierenwelzijns- en diergezondheidsregels voor bijvoorbeeld het vervoer van levende slachtvarkens naar Rusland niet mogelijk is;

verzoekt de regering het amendement Ormel c.s ongedaan te maken door artikel 60 op te nemen in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren om zo krachtens algemene maatregel van bestuur regels te kunnen stellen omtrent het vervoer van dieren die verder gaan dan Europese regelgeving,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Thieme, Van Gent, Van der Ham en Van Velzen.

Zij krijgt nr. 100 (31700-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het voor consumenten onduidelijk is welke dierlijke producten zoals vlees, zuivel en eieren afkomstig zijn van dieren die zijn gevoerd met genetisch gemanipuleerd voer;

van mening dat consumenten recht hebben op goede informatie over de ingrediënten en productiewijze van hun voedsel;

verzoekt de regering over te gaan tot verplichte etikettering van dierlijke producten die tot stand zijn gekomen met genetisch gemanipuleerd veevoer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Thieme en Van Gent. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 101 (31700-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vlees het meest milieubelastende onderdeel is van ons voedselpakket;

constaterende dat de regering binnen de kabinetsbrede aanpak duurzame ontwikkeling werk wil maken van de verduurzaming van de eiwitconsumptie;

van mening dat het organiseren en ondersteunen van handelsmissies om de verkoop van Nederlands vlees, eieren en zuivel in buitenland te bevorderen niet past binnen het duurzaamheidsbeleid van deze regering;

verzoekt de regering handelsmissies, die gericht zijn op de promotie en/of afzet van dierlijke producten niet meer te laten plaatsvinden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand en Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 102 (31700-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering binnen de kabinetsbrede aanpak Duurzame Ontwikkeling werk wil maken van verduurzaming van de eiwitconsumptie en productie;

van mening dat de teelt van eiwitgewassen zoals bonen en lupinen in Nederland een grote bijdrage kan leveren aan de verduurzaming van de eiwitconsumptie en kansen biedt voor een duurzame landbouw;

verzoekt de regering, samen met agrarische partners een plan van aanpak op te stellen voor de verdere ontwikkeling en uitbreiding van de teelt van eiwitgewassen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Thieme, Van Gent en Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 103 (31700-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat megastallen grote negatieve effecten kunnen hebben op:

- de volksgezondheid;
- het welzijn van dieren;
- de diergezondheid;
- het landschap;
- het milieu;
- de natuur;

overwegende dat gemeenten en provincies niet in staat blijken om
voorschriften te stellen die kunnen garanderen dat genoemde effecten niet zullen optreden;

verzoekt de regering een moratorium voor megastallen in te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Thieme, Van Gent en Polderman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 104 (31700-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voorlichtingscampagnes en campagnes gericht op
gedragsbeïnvloeding vergezeld dienen te gaan van een goed onderbouwd communicatieplan en zowel tussentijds als achteraf dienen te worden geëvalueerd;

van mening dat de Kamer in staat moet worden gesteld, een oordeel te vellen over de effectiviteit van campagnes die mede door de overheid worden gefinancierd;

verzoekt de regering, het communicatieplan van de door het Voedingscentrum uitgevoerde campagne "Jij kan kiezen" samen met de evaluatieopzet en eventuele resultaten hiervan aan de Kamer te sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Thieme, Van Gent en Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 105 (31700-XIV).

De heer Atsma (CDA):

Voorzitter. Ik meen te hebben gehoord dat collega Ouwehand stelt dat de Kamer zich moet bemoeien met spotjes en campagnes die mede door de overheid worden gefinancierd. Wakker Dier krijgt geld van de overheid en eigenlijk moeten alle campagnes van die organisatie dus geëvalueerd worden. Daar ben ik eigenlijk wel voorstander van. Ik weet alleen niet of dat de bedoeling is van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voor zover ik weet, krijgt Wakker Dier niet zo heel veel budget van de overheid voor campagnes, maar dat terzijde. Het gaat erom dat het Voedingscentrum door de overheid is geselecteerd als uitvoeringsinstantie voor een deel van het beleid namelijk het voorlichten van consumenten. Het lijkt mij zinnig dat de Kamer meepraat over de opzet van dat onderzoek. Ik denk dat de heer Atsma met mij kan concluderen dat de communicatieve doelstellingen onvoldoende zijn gegarandeerd en dat het de minister wel erg goed uitkomt dat het een weinig zeggende campagne is. Dat moeten wij niet nog eens laten gebeuren met kostbaar belastinggeld.

Mevrouw Van Velzen (SP):
Voorzitter. Ik help mevrouw Ouwehand graag een handje. De heer Atsma gaf net aan dat hij deze motie wel kan steunen. Wees dus gewoon blij.

De voorzitter:
Mevrouw Atsma kan dat heel goed zelf oppakken. Ik verzoek haar om haar betoog te vervolgen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben blij dat de heer Atsma mijn vorige motie kan omarmen en dien de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de verrijkte kooien in 2017 zijn afgeschreven;

verzoekt de regering, de overgangstermijn voor het verbod op de verrijkte kooi in te stellen tot 1 januari 2017,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Thieme, Van Gent, Van der Ham en Van Velzen.

Zij krijgt nr. 106 (31700-XIV).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik maak nog een opmerking over de doelstellingen van de minister ten aanzien van de natuur en de biodiversiteit. Die doelstelling is heel minimaal: stop de teruggang in biodiversiteit voor 2010. Zelfs dat gaan wij niet halen. Tot 2010 gaat het gewoon naar beneden en daarna nog een stukje door. De plannen die de minister heeft gepresenteerd zijn verre van ambitieus en verre van uitgewerkt. Vandaag hebben wij de oproep van EU-commissaris Dimas gehoord. Hij roept de lidstaten op om de inspanningen minimaal te verdubbelen. De minister is daar wederom afwijzend over; ik vraag mij werkelijk af wat het onderdeel natuur in haar departement doet. Ik dien hierover een aantal moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de EU er niet in lijkt te slagen om het verlies aan biodiversiteit te stoppen voor 2010;
overwegende dat EU-commissaris Stavros Dimas de Europese lidstaten oproept om de inspanningen op het gebied van het behoud van biodiversiteit te verdubbelen;

verzoekt de regering, gehoor te geven aan deze oproep en de inspanningen voor het behoud van biodiversiteit minimaal te verdubbelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Thieme en Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 107 (31700-XIV).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Dan volgt nu een motie over de handhaving van onze CITES-afspraken in internationaal verband en de doelstelling om de import van uitheemse diersoorten te stoppen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat verschillende experts uit het veld, zoals de IUCN en het Functioneel Parket, aangeven dat illegale dierenhandelaren vrij spel hebben in Nederland en dat de handhavingcapaciteit duidelijk tekort schiet;

overwegende dat de invoering van een positieflijst van dieren die mogen worden gehouden reeds lang op zich laat wachten en dit jaar wederom is uitgesteld;

verzoekt de regering, een plan van aanpak op te stellen om de illegale handel in uitheemse diersoorten aan te pakken en de import van uitheemse diersoorten in te perken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Thieme, Van Gent, Van der Ham en Van Velzen.

Zij krijgt nr. 108 (31700-XIV).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Er zitten enkele inconsistenties in het weinige natuurbeleid dat wij dan nog hebben. Daarover dien ik de volgende moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat miljoenen euro's overheidsgeld worden besteed aan foerageergebieden om ganzen weg te houden van landbouwgronden;

constaterende dat de regering tegelijkertijd plezierjacht op hazen, konijnen, fazanten, eenden en duiven (de vrij bejaagbare soorten) in deze gebieden gewoon toestaat, waardoor ganzen opgeschrikt en verjaagd worden en zich buiten deze gebieden gaan begeven;

verzoekt de regering, de jacht op vrij bejaagbare soorten in ganzenfoerageergebieden te verbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Thieme en Van Gent. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 109 (31700-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel onderdelen van natuurgebieden zijn afgesloten voor het publiek en dat de reden hiervoor in veel gevallen de rust van de dieren betreft;

constaterende dat in rustgebieden regelmatig wordt gejaagd;

van mening dat jacht en rust onverenigbare grootheden zijn;

verzoekt de regering, over te gaan tot een jachtverbod in rustgebieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Thieme en Van Gent. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 110 (31700-XIV).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik heb nog een paar minuten over en dat komt mooi uit, want ik wil nog even stil staan bij de onwil van de minister om de problemen in onderlinge samenhang te bezien.

De heer Atsma (CDA):
Ik heb nog een vraag over de eerste motie van mevrouw Ouwehand, over het terugdraaien van het amendement-Ormel. Mag ik die motie zo uitleggen dat u, door het amendement-Ormel terug te draaien, bewerkstelligt dat wij in Nederland verder gaan dan Europa voorschrijft?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Als ik de minister goed heb beluisterd in het debat waarin dit punt aan de orde kwam, betreurde zij het zelf dat zij, gezien de Europese regelgeving en de beknelling van het amendement-Ormel, geen aanvullende regels kan stellen voor eventuele transporten van levende dieren naar Rusland, dus: ja.

De heer Atsma (CDA):
Het antwoord is klip en klaar: u gaat verder dan Europa wil. Dat is een goed signaal voor de collega's uit de coalitie.

De heer Waalkens (PvdA):
Ik heb de motie zo gelezen, dat het kan. Het is niet zo dat de motie stelt dat wij verder zouden moeten gaan. De motie bewerkstelligt dat wij dit kunnen gaan doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, maar als de vraag aan de orde kwam wat ik zou willen, zou ik daarover niet over hoeven te jokken, want ik wil geen varkens op transport zetten naar Rusland. Maar in mijn motie vraag ik, het mogelijk te maken dat er aanvullende regels worden gesteld. Het is eigenlijk een handreiking aan de minister, die het zozeer betreurde dat zij het in dit geval niet kon. Zou zij dat in het vervolg wel willen, dan is zij daartoe in staat, als deze motie wordt aangenomen.

De heer Waalkens (PvdA):
Het is dus een "kan"-bepaling, maar geen dwingende bepaling.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik heb zojuist al aangegeven dat de minister opereert vanuit de sectorbelangen, en weigert afstand te nemen van de enorme intensieve veehouderij en de enorme natuur- en milieubelasting, en de problemen met dierenwelzijn eigenlijk alleen maar met lapmiddeltjes probeert op te lossen. Als ik de minister over het wereldvoedselvraagstuk hoor zeggen dat de voedselcrisis zich zo weer opnieuw kan voordoen, omdat er allerlei risico's zijn, dan vind ik het onbestaanbaar dat deze minister ermee wegkomt dat zij de grootste risico's onaangeroerd laat. Ik heb het al vaker gezegd, in een debat over mest, ammoniak of noem maar een van de andere problemen in verband met de intensieve veehouderij die over de samenleving worden uitgestrooid: voeg nu... Ik zie dat de minister handgebaren maakt. Zij heeft misschien niet zoveel zin om te luisteren. Nu ja, de minister hoort toch graag wat zij zelf wil horen als wij aan het woord zijn. Hoe dan ook, ik heb al eerder tegen haar gezegd dat zij een aantal instrumenten zou kunnen inzetten om de enorme problemen van de veehouderij op te lossen. Een van die instrumenten zou inkrimping van de veestapel kunnen zijn. Waarom zit die knop niet op het paneel van het instrumentarium van de minister, in haar opdracht om de natuur in Nederland te beschermen en dierenwelzijn te waarborgen?

Wij zouden vervolgens verder kunnen debatteren over de vraag hoe hard je aan die knop zou willen draaien. De minister wil echter die knop überhaupt niet toevoegen. Voor ons is duidelijk dat ecologie continue het onderspit delft. Wij staan daarin niet alleen. Ook de Algemene Rekenkamer heeft dit gezegd toen zij schreef over het visserijbeleid van de minister. De minister zegt daarop: over het visserijbeleid ga ik niet, want dat is Europa. Zij doet daarmee alsof Nederland niet een natie is met een van de grootste vissersvloten. De minister slaat in Europa wel met haar vuist op tafel om de belangen van de Nederlandse sector te verdedigen. Tegelijkertijd doet ze alsof het Europese visserijbeleid haar overkomt. Zij zegt dus dat zij niet over het visserijbeleid gaat, maar de Algemene Rekenkamer is hierover duidelijk: ecologie delft het onderspit. Als ik haar een vraag stel over de bescherming van natuurgebieden op zee, zegt zij: 2012 ga ik inderdaad niet halen en ik wil daarover geen garanties geven. Het gaat hierbij echter om internationale verplichtingen. Ik begrijp dus niet waarom de minister niet harder wil lopen om ervoor te zorgen dat wij hieraan in elk geval kunnen voldoen.

De conclusie is duidelijk. Als je de belangen van een sector hoog in het vaandel hebt staan en deze koste wat het kost wilt verdedigen, kun je niet tegelijkertijd op een goede manier binnen hetzelfde ministerie met de kwetsbare waarden omgaan die voor de samenleving als geheel van belang zijn. Deze twee zaken zijn onverenigbaar. De veehouderij enerzijds en natuur en dierenwelzijn anderzijds zijn twee vechtende kinderen die elkaar niet kunnen luchten of zien. De identiteitscrisis van het ministerie is in dit debat naar voren gekomen. Wij zien de minister worstelen en horen haar vragen niet beantwoorden. Zij reageert boos en ontwijkend; het kan mij allemaal niet schelen. Mijns inziens is het wel genoeg met het ministerie van Landbouw. Wij kunnen volgens mij betere plekken voor deze beleidsterreinen vinden. Daarom dien ik de volgende motie in, die mijn laatste is.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat de kerntaken van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit niet met elkaar te verenigen zijn;

verzoekt de regering, een verkenning uit te voeren naar de kansen en perspectieven van het opheffen van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mogelijkheden te verkennen voor een ministerie van Natuur, Milieu, Landschap en Dieren, en de Kamer hierover binnen een halfjaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Thieme, Van Gent en Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 111 (31700-XIV).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Tot slot merk ik op dat het idee niet nieuw is voor een herallocatie van de beleidsterreinen die nu in één ministerie aan de Bezuidenhoutseweg zijn gecentreerd. Ook bij andere partijen leeft de bereidheid om te bezien of wij de verdediging van kwetsbare waarden, zoals milieu en natuur, niet zouden moeten centreren en sectorbelangen moet plaatsen op de plek waar zij thuishoren, bijvoorbeeld bij het ministerie van Economische Zaken. Ik verwacht daarom dat wij met deze motie behoorlijk uit de voeten kunnen.

De heer Graus (PVV):
Waar komt het dierenwelzijn daarbij volgens mevrouw Ouwehand terecht? Wordt dat ook bij het ministerie van Economische Zaken ondergebracht?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, in de motie staat dat mogelijkheden moeten worden verkend voor een ministerie van Natuur, Milieu, Landschap en Dieren. Dit zijn allemaal kwetsbare waarden …

De heer Graus (PVV):
Daarmee komen er dus nog meer ambtenaren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat zeg ik niet, nee.

De voorzitter:
Ik zie dat de heer Cramer ook nog een vraag wil stellen. Ik maak de leden er op attent dat ik de vergadering om 23.30 uur zal sluiten.

De heer Cramer (ChristenUnie):
Wij moeten wel kunnen stemmen over de moties, voorzitter. Ik snap deze motie gewoon niet. Op dit moment is er een ministerie van LNV. Dat gaat volgens mij over landbouw, natuur, milieu en dieren. Wat is de bijdrage aan dit debat van een voorstel om dit ministerie op te heffen en iets anders te doen? Ik begrijp dit gewoon niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Misschien heeft de heer Cramer mij niet goed verstaan. Ik had het over landschap, niet over landbouw. Een economische sector is mijns inziens veel meer op zijn plaats bij het ministerie van Economische Zaken. Een van de oplossingen zou kunnen zijn dat wij milieu, dat nu onder het ministerie van VROM valt, gaan verbreden. Wij zouden ook dieren, landschap en natuur bij het ministerie van VROM onder kunnen brengen. Het gaat mij dus niet om meer ambtenaren, maar het gaat mij erom dat wij economische sectoren weghouden van de bescherming van kwetsbare waarden. Dat hebben wij ook gedaan met een apart ministerie van Milieu.