Bijdrage Partij voor de Dieren Debat Wester­schelde


1 december 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Bestuurlijk en politiek onvermogen, was dat niet het allergrootste obstakel bij de totstandkoming en uitvoering van ruimtelijke projecten? Ik dacht van wel. Elverding, de Raad van State en talloze andere die er verstand van hebben: allemaal noemen zij als eerste de incompetentie van politiek en bestuur als oorzaak voor stagnatie.

Dat zijn dus niet de natuur- en milieuorganisaties. Zij zijn niet de veroorzakers van de Westerschelde-worsteling die nu al veel te lang duurt. Nee, het is niet de natuurbeweging die het lastig maakt. Het zijn de politici, CDA-politici voorop. Maar de VVD kan er ook wat van en treurig genoeg, regelmatig ook de ChristenUnie en de Partij van de Arbeid. Over de PVV zwijg ik dan maar even.

Politici nemen besluiten die helemaal niet kunnen en gaan tegen alle adviezen in gewoon hun eigen electorale gang. Zij deinzen er niet voor terug de samenleving op te zadelen met hoge kosten, diplomatieke spanningen, ellenlang durende onzekerheid, vernietiging van de natuur en ik hoorde de SGP-fractie zelfs spreken over dode mussen. Ja, dode mussen zijn er genoeg.

Politiek onvermogen is eigenlijk nog wat zwak uitgedrukt. "Opzettelijke frustratie" zou misschien beter zijn. Nergens laat dat politieke onvermogen zich zo zeer gelden als bij de besluiten die te maken hebben met de bescherming van onze natuur. Zijn de regels ingewikkeld? Nee. De gemaakte afspraken zijn helder. De politieke ruggengraat ontbreekt om de afspraken daadwerkelijk na te komen. En als er dan gedoe van komt, dan geven we gewoon de natuurbescherming de schuld. Dat zagen wij net nog gebeuren.

Wij hebben afspraken gemaakt over natuur. De natuur is van ons allemaal. Net zomin als dat de Waddenzee particulier viswater zou zijn, is de Westerschelde geen diepe bak water die volledig in dienst zou moeten staan van het vervoeren van containers. Het gaat om waardevolle unieke natuurgebieden die van groot belang zijn voor honderdduizenden trekvogels. De Westerschelde is een van de laatste estuaria van Europa en het gebied is er ronduit belabberd aan toe. Er gelden Europeesrechtelijke afspraken, namelijk dat wij die belangrijke natuur gaan herstellen, bijvoorbeeld vanwege eerdere verdiepingen, en in een gunstiger staat van instandhouding brengen. Zo heet dat dan.

Die afspraak kun je vervelend vinden, maar het is regelgeving waar onze handtekening onder staat. Op het moment dat je de indruk wekt dat je om die regelgeving heen gaat, of er wel omheen zou kunnen, moet je tegen de burgers die dat raakt ook eerlijk zeggen: beste mensen, wij nemen hiermee een risico; wij kunnen wel doen alsof wij de Europese natuurbeschermingsregelgeving buiten spel zetten, maar wij weten niet zeker of wij ermee wegkomen. Dus: hoe lang komen wij ermee weg, en wat gaat het uiteindelijk opbrengen? Dode mussen. De heer Van der Staaij sprak er al over.

Voorzitter. Het is politiek onvermogen dat ons in deze situatie heeft gebracht en niets anders dan dat. Op dit moment zijn twee vragen van belang. De Raad van State heeft er geen vertrouwen in dat het beginnen met baggeren geen schade zal toebrengen aan de natuur. Hoe reageert het kabinet daarop?

Hoe moet ik de uitspraken van minister Verburg zien dat we niet meer gaan ontpolderen, in het licht van deze zaak en ook in het licht van andere zaken die spelen rond de Westerschelde? Een van die zaken is de vestiging van een containerterminal, waarvoor mogelijk weer een ontpoldering en dus natuurcompensatie moeten plaatsvinden, terwijl er alternatieven zijn waar dat niet hoeft. Graag een reactie daarop.

De heer De Mos (PVV):

Voorzitter. Ik ben benieuwd of mevrouw Ouwehand wel eens in dit gebied is geweest. Heeft zij zich wel eens laten rondleiden door de Hedwigepolder?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Nee, ik ben niet in de Hedwigepolder geweest, maar wel op andere plekken in Zeeland.

De heer De Mos (PVV):

Dat is jammer. Dan had u kunnen zien dat de Hedwigepolder een blakend gebied is, met heel veel natuur.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Misschien heeft de heer De Mos niet goed begrepen hoe de Partij voor de Dieren in deze discussie staat. Wij zijn ook niet per definitie grote fans van ontpolderen, maar als er schade is aangericht aan de natuur, zal deze wel hersteld moeten worden. Die schade is van de tweede verdieping. Dat estuarium heeft onze bescherming nodig. Dat moet helaas ten koste gaan van de Hedwigepolder, het is niet anders.