Bijdrage Partij voor de Dieren Begroting LNV 2010 2de termijn Ouwehand


2 december 2009

De voorzitter:

Ik heet de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van harte welkom. De minister deelt haar bijdrage op in een aantal blokken. Het eerste blok is een algemene inleiding. Ik stel voor om de minister de gelegenheid te geven om die inleiding af te maken. Daarna geef ik de Kamer de gelegenheid om daarover vragen te stellen, indien de Kamer dat nodig acht. Ik spreek graag af dat we vandaag interrumperen in de vorm van een tweetrapsraket; een interruptie bestaat dus uit een vraag en een vervolgvraag. Ik verzoek de Kamerleden om, als het even kan, kort en bondig te spreken.

De algemene beraadslaging wordt hervat.

Minister Verburg:
(...)
Landbouw geeft in mijn visie antwoord op de vraag hoe we de crisis moeten aanpakken en vooral waar we moeten beginnen. Landbouw is deel van de oplossing. Dat wordt inmiddels over de hele wereld gezien en erkend, bij de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling, bij de FAO en bij de Wereldbank. Ik signaleer een opwaardering van de landbouw op diverse plaatsen in de wereld, waaronder de Verenigde Staten. Landbouw wordt niet alleen verbonden aan beleid rond voedselzekerheid, armoedebestrijding, water, energie en klimaat, maar ook aan vrede en stabiliteit.
(...)
Voorzitter. Daarmee ben ik gekomen aan het einde van mijn inleidende opmerkingen.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand stond al te springen om te mogen interrumperen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik stond inderdaad in de startblokken. Over het amendement zal ik zo een aantal woorden zeggen. Het verbaast mij dat de minister geen onderscheid maakt binnen de sector waarover zij spreekt. Als zij zegt dat de landbouw een deel is van de oplossing dan kan dat waar zijn, maar alleen als je binnen die landbouwsector keuzen durft te maken, bijvoorbeeld voor een verschuiving van de vleesproductie naar de teelt van plantaardige eiwitten. Dat is niet een riedeltje dat de Partij voor de Dieren zelf heeft verzonnen. Internationale wetenschappers zeggen allemaal dat wij, vanwege voedselzekerheid en het klimaat, terug zullen moeten met de vleesconsumptie en vleesproductie.

Ik kan dus best mee in de redenering van de minister dat landbouw een oplossing kan zijn, maar dan moeten wij differentiëren. Waarom doet de minister dat niet?

Minister Verburg:
Omdat ik geschetst heb dat verduurzaming in de volle breedte nodig is. U zoomt in op dierlijke eiwitten. Op dat punt moeten er een duurzamere productie en een duurzamere consumptie komen. Dat vraagt om bewustwording en om een belangrijke rol van de consument zelf. Ook de plantaardige eiwitten zullen echter moeten worden verduurzaamd. Ik heb een- en andermaal gezegd dat het niet alleen om Nederland en om nationaal beleid gaat. We zullen internationaal moeten redeneren. Ik heb geschetst dat in 2050 9 miljard monden gevoed moeten worden en dat er plaats is voor ontwikkeling. De vraag naar dierlijke eiwitten en dus naar vlees zal in bepaalde regio's van de wereld dus toenemen. Dan kunnen wij niet met een opgeheven vingertje zeggen: wij hebben altijd veel vlees gegeten, maar u mag dat niet doen omdat wij straks nog steeds een wereld willen hebben die alles kan dragen. Dat gaan we dus ook niet doen, maar het een kan niet zonder het ander. Verduurzaming van de productie moet samengaan met verduurzaming van de consumptie, nationaal en internationaal. Daar ligt een grotere opdracht dan bijvoorbeeld een dag vegetarisme afkondigen of allerlei richtlijnen voorschrijven in Nederland zelf. Dat zie ik als een uitdaging en een opdracht, zonder vrijblijvendheid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb niets gezegd over vingertjes of over het aan andere landen opleggen van een moratorium op vleesconsumptie; niks van dat alles. Ik heb de minister gevraagd om op basis van de wetenschappelijke inzichten te differentiëren naar waar die landbouw een oplossing zou kunnen zijn. U weet net zo goed als ik dat de vleesconsumptie naar beneden moet en dat technologische oplossingen, alle investeringen ten spijt, onvoldoende zullen zijn. Waarom durft u dat niet aan?

Minister Verburg:
Uw bewering gaat over de landbouwsectoren: alle sectoren moeten meedoen. Dat doen ze ook, voluit. Dat is niet vrijblijvend. De heer Van der Vlies heeft daar een heel rijtje van gegeven. Alle sectoren, niet één uitgezonderd, doen mee, maar u zegt dat wij anders moeten gaan consumeren. Dat ben ik met u eens. We zullen iets anders moeten gaan consumeren, maar daar is een bewustwordingsproces voor nodig bij consumenten. Daarvoor mag een bijdrage gevraagd worden van de hele voedselproductieketen. Ook supermarkten moeten daar een rol in spelen, maar dat is iets anders dan zeggen dat wij bepaalde sectoren in de land- en tuinbouw niet meer willen. Al die sectoren doen mee en ze staan allemaal voor een grote uitdaging.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Een afrondende opmerking: het is teleurstellend dat de minister het niet aandurft. De heer Polderman heeft al de vergelijking gemaakt dat de minister een huishoudster zou zijn met weinig invloed. Ik concludeer dat de minister verschillende kinderen in haar departement heeft en dat zij niet durft te zeggen dat die gewoon wat matiger moeten zijn. De vleesconsumptie en dus ook de productie zullen terug moeten. Alleen dan blijft het verhaal van de minister overeind dat de landbouw een rol kan spelen in de oplossing van de problemen. Anders heeft de minister echt niets.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Er zijn verschillende vragen blijven liggen. Ik zal u een plezier doen en de meeste daarvan in tweede termijn meenemen. Ik heb nog wel twee punten die ik nu wil aansnijden. De eerste vraag was: hoe staat de minister tegenover het plan om de voorlichting over natuurvriendelijker tuinieren een stimulans te geven? Daar hoor ik graag nog even in de eerste termijn van de minister een reactie op.
De tweede vraag gaat over een brief over de herbegrenzing van de EHS in Gelderland die wij vandaag nog hebben gekregen. Ik dank de minister voor de brief, want daar had ik om gevraagd. Daarin schrijft zij dat de beslissing van gedeputeerde staten rechtmatig is. De zienswijze is ingediend en eigenlijk is er nu niets meer aan te veranderen. Wat was die zienswijze? Kunnen wij vanuit de landelijke overheid niets doen om Kastanjedal te redden? Het is een zeldzaam natuurgebied, waar de oudste kastanjebomen van Nederland staan. Daar staat zelfs de dikste kastanjeboom van 480 jaar oud. Ik zou het zo zonde vinden als wij aan de kant blijven staan en dat dal zien verdwijnen.

Minister Verburg:
Op het natuurvriendelijk tuinieren kom ik terug bij de behandeling van de amendementen. Na mijn eerste termijn wil ik graag ook nog een eerste reactie geven op de ingediende amendementen.
Ik heb navraag gedaan bij gedeputeerde staten van Gelderland en de gedeputeerde heeft het toegelicht. Het is in handen van de provincie; daar moeten de keuzen gemaakt worden. De democratische afweging ligt dus daar. Gelderland is binnen de flexspelregels van de EHS gebleven, dus binnen de randvoorwaarden. Ik heb begrepen dat de gedeputeerde aan actiegroepen met contacten in Den Haag heeft gevraagd waarom zij dit onderwerp in Den Haag hadden aangekaart. Ze hadden immers een afspraak gemaakt. Het staat organisaties overigens vrij om dat te doen. Wij hebben de verantwoordelijkheid gedecentraliseerd naar de provincie. Mijn antwoord op de vraag of wij er als landelijke overheid nog iets aan kunnen doen, is nee. Het is een verantwoordelijkheid van de provincie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Die redenering begrijp ik. Dan weet ik nog steeds niet wat de zienswijze van de minister is geweest. Heeft zij ook iets gezegd over Kastanjedal?

Minister Verburg:
Nee.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Provincies nemen wel vaker besluiten, maar dan kan de minister altijd nog zeggen dat zij erover in overleg wil treden. Is de minister bereid om zich in te spannen om Kastanjedal te redden?

Minister Verburg:
Ik heb nagegaan hoe het met de spelregels zit. Ik heb daar een toelichting op gekregen en die heb ik de Kamer gegeven. Ik ken het Kastanjedal overigens niet. De naam klinkt al mooi; die werft wel. Ik ben helaas niet voornemens om hier iets aan te doen. Het spijt me.

(...)

Minister Verburg:
Mevrouw Ouwehand heeft op stuk nr. 68 een amendement ingediend over de terugkeer van de wolf naar Nederland. Er bevinden zich op dit moment geen wolven in de Nederlandse natuur. Het amendement is dan ook niet aan de orde, wat betekent dat ik hiervoor geen geld ga inzetten. Ik ontraad daarom dit amendement.

Op stuk nr. 71 heeft mevrouw Ouwehand een amendement ingediend over natuurvriendelijk tuinieren. In haar inbreng heeft zij terecht gememoreerd dat er zeer veel verschillende locale initiatieven zijn. Ik juich dat toe, want mijn vertrekpunt hierbij is vooral de motivatie en de betrokkenheid van burgers zelf. In mijn beleid zet ik in op het creëren van kaders waarbinnen de vele locale initiatieven goed tot hun recht kunnen komen. Ik betrek verder op verschillende manieren burgers bij het groen. Zo probeer ik hun interesse te wekken met het programma Groen en de stad, de generieke regeling Natuur en Milieu Educatie en het programma Groene kennis voor en door burgers. Wat in het amendement wordt geregeld, komt daar bovenop en dat is mijns inziens niet nodig. Ik ontraad dan ook de aanneming van het amendement.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister spreekt over de initiatieven die al lopen en over het programma Groen en de Stad. Groen en de Stad gaat over het openbare groen. Ik heb aangegeven dat zeker bij nieuwbouwwijken de trend is dat het openbare groen steeds verder wordt teruggebracht. Gemeenten zeggen: laten wij dat verdelen in de tuinen van particulieren in de hoop dat zij daarin dan groen zullen zetten. Dat betekent minder onderhoudskosten voor gemeenten, maar dus ook minder openbaar groen. Als die tuinen onverhoopt vol met tegels in plaats van struiken komen te liggen, dan is de groenvoorziening in zo'n gebied wel heel minimaal. Het programma Groen en de Stad kan dus niet voldoende zijn.
Daarnaast kom ik op de initiatieven die al lopen. De minister heeft dit jaar het Jaar van de Egel gesteund. Dit initiatief heeft een jaar gelopen, maar ik hoorde daarvan pas in oktober, hoewel ik wat dat betreft een betrokken burger ben. De initiatieven zijn dus wel goed, maar er is een impuls voor nodig. Het kan zo veel opleveren. Ik begrijp niet dat zij dit niet omarmt.

Minister Verburg:
Gemeenten en provincies zijn ook zeer betrokken bij de hele regeling Natuur- en milieueducatie en bij activiteiten in dat opzicht. Ik vind dat gemeenten zelf aangesproken moeten worden op groen, ook in nieuwbouwwijken. Ik ontraad de aanneming van dit amendement, maar ik zeg de Kamer toe dat ik de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op dit punt een brief zal schrijven met de suggestie om bij Vinex-locaties, bij inbreiding en bij renovatie vooral ook goed op het groen en het groen van de burgers te letten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb een slotvraag hierover. Er is binnen de Kamer sympathie voor dit amendement. Ik hoor graag van de minister waaruit de andere projecten bestaan die worden gefinancierd en gedekt uit dit potje, als het amendement wordt aangenomen. Wordt Artis bijvoorbeeld komend jaar gefinancierd uit deze pot, artikel 26, door de minister?

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. De afgelopen twee dagen hebben wij gesproken over de LNV-begroting voor 2010. Met andere woorden: wat gaan wij het komende jaar doen op het gebied van voedselzekerheid, visserij, natuur, duurzaamheid, landbouw, noem maar op. Het zal de Kamer niet verbazen dat een belangrijke vraag voor mijn fractie is: wat gaan wij het komende jaar doen voor dieren? Op tal van gebieden hebben dieren dringend bescherming nodig tegen aantasting van hun welzijn. Het zal de Kamer niet verbazen dat de grootste winst behaald kan worden in de bio-industrie, de visserij, de proefdiersector, noem maar op. Daartoe bestaat echter helaas nog weinig politieke bereidheid, in elk geval onvoldoende. Als er één gebied is waarop wij hier en nu echt iets kunnen betekenen voor dieren die het slachtoffer zijn geworden van structurele welzijnsproblemen ten behoeve van menselijke belangen, dan is dat op het gebied van de circussen. Volgende week of die week daarna stemmen wij daarover. Wij kunnen dan eens een doorbraak realiseren.

Ik hecht eraan hierbij nog even stil te staan, want ik heb de SP mooie woorden horen spreken over de noodzaak van het uiten van natuurlijk gedrag voor het welzijn van dieren. Daarvoor zijn zelfs amendementen ingediend. Dan D66: de heer Van der Ham is helaas weg, maar ik zie hem nog zitten bij het grote politieke dierendebat in de aanloop naar de verkiezingen van 2006 bij de stelling: wie is er voor het verbod op het gebruik van wilde dieren in circussen? Ook het handje van de heer Van der Ham van D66 ging omhoog. Er is een politieke meerderheid op basis van verkiezingsbeloften en op basis van alle kennis die wij al hadden uit internationaal onderzoek, zoals dat in Oostenrijk, waarbij aangegeven wordt dat de kenmerken van een circus, met name het transport en de kleine en sobere verblijven, per definitie stressvol zijn en het onmogelijk maken voor wilde dieren om natuurlijk gedrag te uiten. Daarnaast stelde men dat trainen geen vrije beweging is en dat de risico's bestaan op wreedheid of straf. Op basis van al die kennis besloten de SP en D66 om zich in te zetten voor een verbod op wilde dieren in circussen. Als het moment daar is, geeft de SP echter niet thuis. Ik ben daarover erg teleurgesteld en ik druk de SP-fractie dan ook op het hart om vooral nog een afweging te maken. Ik denk dat er dit aan de hand is: toen de SP nog wat kleiner was en minder zetels had, was het gemakkelijker om beloften te doen over dierenwelzijn, maar met 25 zetels drukt de kans dat je kiezers gaat verliezen te zwaar. Dat mag toch niet het geval zijn? Ik doe daarom een dringende oproep voor een diervriendelijke stem volgende week.

De minister heeft vorig jaar gezegd -- ik dank haar overigens voor haar antwoorden -- dat zij het komende jaar de paardensector goed zal gaan volgen, maar dat zij regels niet nodig vindt. Ook daarvan zeg ik: het is een gemiste kans. Dat zeg ik ook tegen de heer Graus. Je kunt elke zondag proberen een LID-inspecteur te bellen omdat er paarden in de modder staan.

Als wij evenwel met elkaar afspreken op welke manier je paarden wel en niet mag houden, wordt ook de controle een stuk makkelijker, zo kan ik verzekeren. Ik reken dus komend jaar op uw steun om ook de paarden te kunnen beschermen.

Voorzitter. De minister heeft gezegd dat zij de baten van natuur die aan de orde komen in het rapport dat er ligt, onder de aandacht brengt van de werkgroepen inzake de heroverwegingen. Dat lijkt mij een goede zaak. Daarvoor spreek ik mijn dank uit. Wij wachten het resultaat met spanning af.

Bij de EHS gaat het wat het element natuur betreft, nog lang niet goed genoeg. Gelukkig snipperen wij er toch wel steeds een stukje bij. Dit kan betekenen dat wolven straks zullen terugkeren in de Nederlandse natuur. Ik denk dat wij dat zouden moeten toejuichen. Hun aanwezigheid heeft grote voordelen voor de ecologische evenwichten, waar ook de minister naar op zoek is. Ik ben eigenlijk wel teleurgesteld dat zij mijn amendement daarover heeft afgewezen.

Op het gebied van de EHS gaat ook een aantal dingen niet goed. Ik noem het Kastanjedal, waarover ik met de minister gesproken heb. Zij heeft gelijk als zij zegt dat het niet haar bevoegdheid is om af te dwingen hoe gedeputeerde staten dat in Gelderland regelen. Over het feit dat die bevoegdheid daar ligt, kunnen wij nog wel een appeltje schillen, maar het is nu eenmaal zo. Toch dien ik hierover graag de volgende motie in, omdat ik mij niet kan voorstellen dat de minister gelukkig is met het verdwijnen van het Kastanjedal.
Motie

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Wij hebben een plan ingediend dat nogal afwijkt van wat u normaal van de Partij voor de Dieren hoort. De minister merkte dat al op en ik heb daar in eerste termijn ook aan gerefereerd. Wij hebben namelijk de lijn van de minister gevolgd. Wij zijn niet per definitie tegen haar lijn van draagvlak, eigen verantwoordelijkheid en afspraken met de sector, maar de Partij voor de Dieren zegt: die aanpak werkt alleen niet voor grote maatschappelijke problemen met grote urgentie, die direct moeten worden opgelost. Dat heeft de minister ons de afgelopen drie jaar best vaker kunnen horen zeggen. Maar goed, wij hebben nu dus gezocht naar een plan waarbij wij zouden kunnen samenwerken. Het natuurvriendelijk inrichten van tuinen kan heel veel opleveren voor groen in de stad. De minister heeft die noodzaak ook wel erkend. Ik vraag mij dan ook af waarom de minister niet mee wil in die ene impuls. Het gaat daarbij om 1,3 mln., wat een schijntje is ten opzichte van wat je ervoor terug zou krijgen. Burgers staan bovendien te springen om ook iets te doen voor de natuur in de eigen omgeving. Ik vraag de minister dus om haar afwijzing te heroverwegen.

Ik kom toe aan de afronding van mijn bijdrage. De minister heeft geen opheldering gegeven over mijn vragen inzake het verbod op het houden van eekhoorns dat zij heeft aangekondigd, alsook inzake de positieflijst. Wij hebben hierover wel een persbericht gezien, maar geen brief aan de Kamer waarin deze aspecten nadere worden toegelicht. Evenmin zijn de vragen die ik hierover gesteld heb, niet beantwoord. Wat mij betreft mag dat alsnog schriftelijk en dan komen wij daar op een ander moment op terug. Mijns inziens zijn deze zaken een stap in de goede richting. Ik hoop dan ook op voortzetting van die lijn in het komende jaar.

Tot slot wil ik het hebben over de dolfijnen. Ik heb aangegeven dat er grote problemen zijn met de internationale handel in in het wild gevangen dolfijnen. Daarbij heb ik de minister gevraagd om zich binnen de IWC er sterk voor te maken dat ook dolfijnen onder dat beschermingsregime worden gebracht. In haar antwoord heeft zij aangegeven dat zij dit in CITES-verband zal doen, maar dat lijkt mij onvoldoende. Ik druk haar dan ook op het hart om zeker ook de IWC zo ver te krijgen dat die commissie ook dolfijnen beschermt. Over de wildvang dien ik de volgende motie in.
Motie

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. De minister heeft gisteren al een cadeautje gekregen van mijn fractiegenote. Het lijkt wel sinterklaastijd, want ik heb ook iets voor de minister. De situatie met die dolfijnen is namelijk een groot probleem. Er is een werkelijk prachtige documentaire over uitgebracht, die allerlei prijzen heeft gewonnen op filmfestivals. Het toeval wil dat deze documentaire vandaag in première gaat in de Nederlandse bioscopen. Ik heb voor de minister kaartjes geregeld voor die film, die ik haar van harte aanbeveel.

De voorzitter:
Ik snap dat u dit doet, maar eigenlijk sta ik het niet toe. U kunt dit buiten de vergadering doen. Ik accepteer alleen dingen die kunnen worden toegevoegd aan de Handelingen en anders niet. Het begint met kaartjes, maar het eindigt misschien met dingen die wij minder leuk vinden om te overhandigen. Dus ik ben daar een beetje streng in.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik begrijp uw overwegingen, maar de hele film is een onderschrijving van het betoog om iets te doen aan de handel in in het wild gevangen dolfijnen. De minister kan dan met eigen ogen zien waarom zij zich hier binnen de IWC sterk voor moet maken. Dus ik zou de film wel willen toevoegen aan de Handelingen, maar dat kan nog niet, want hij draait nog in de bioscopen.

De voorzitter:
Soms is dit een belemmering en anders is het spinazie en dan kan ik het ook weer niet doen, zeg ik tegen de heer Dibi, dus ik ben gewoon heel streng.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat vind ik jammer, voorzitter. Ik had de minister graag vrolijk willen maken en haar iets willen aanbieden.

De voorzitter:
Dat kunt u buiten de vergadering ook doen. Dat gaat vast lukken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan gaan wij dat zo doen, voorzitter.