Bijdrage Partij voor de Dieren AO CITES Hand­having soorten


17 juni 2008

Voorzitter,

De Partij voor de Dieren wordt er vaak op gewezen dat dieren geen mensen zijn. Dat hebben we nooit beweerd en dat zullen we ook niet doen. In het kader van dit debat zou ik echter willen benadrukken dat dieren ook geen postzegels zijn. Je kunt ze niet verzamelen, in hokjes stoppen of kunstmatig binnen bepaalde grenzen houden. De natuur is niet maakbaar.

Voorzitter, Veel uiteenlopende agendapunten vandaag, over verschillende diersoorten, voor verschillende doeleinden gehouden, òf juist niet. Eén ding hebben ze gemeen: het beleid dat hen zou moeten beschermen -of juist ons zou moeten beschermen tegen hen - laat veel te wensen over. Terwijl de ene soort kunstmatig in de natuur uitgezet wordt -denk aan de groep korhoenders op de Veluwe waarvan inmiddels zo’n 80% is gesneuveld - wordt de ander –die hier wèl gedijt- daar hardnekkig uit verwijderd. Denk aan de ganzen en de wilde zwijnen. Exotische diersoorten die in de natuur een gevaar vormen voor de inheemse fauna, mogen wel naar Nederland worden gehaald en in onze huiskamers opgesloten worden. Twee weken geleden zagen we daarvan het resultaat toen een ondernemer besloot tien Japanse witbuikeekhoorns te kopen en los te laten in een Amersfoortse nieuwbouwwijk. Diverse waarschuwingen aan zijn adres ten spijt.

Wat mijn fractie mist is een uitgesproken, overkoepelende visie op deze losse beleidsterreinen en betreurt het dat de menselijke wens om de natuur naar zijn eigen hand te zetten ook hier weer zoveel sterker is dan de wens of bereidheid om de intrinsieke waarde van het dier te erkennen. De ene diersoort uitroeien ten behoeve van een ander –overigens veelal de mens- , de Partij voor de Dieren ziet dit niet als oplossing voor een duurzame toekomst.

Cites
Ondanks alle brieven en antwoorden op schriftelijke vragen over het Programmatisch Handhaven die we dit afgelopen jaar van de minister hebben ontvangen, zijn we feitelijk niet veel verder gekomen sinds we hier vorig jaar met elkaar zaten voor overleggen over CITES-handhaving.
Inmiddels heeft een eerste consultatieronde plaatsgevonden met NGO’s . Interessant was het om vrijwel gelijktijdig enerzijds van de minister te horen dat er voor de NGO’s voldoende tijd en ruimte zou zijn om “uitgebreid opmerkingen en ideeën naar voren te brengen”, terwijl anderzijds diezelfde NGO’s een brief verstuurden met daarin de waarschuwing dat zij over onvoldoende gegevens beschikten om volwaardig en goed onderbouwd mee te kunnen denken. De consultatie waarbij gedachtewisseling centraal zou staan, dreigde hierdoor niet meer voor te stellen dan een hoorcollege over de ideeën van het ministerie.
We horen graag van de minister op welke manier er actie is ondernomen naar aanleiding van de brief van de Dierenbescherming, het IFAW, het WNF en Stichting AAP van 20 april. En ook op welke manier zal worden voorkomen dat de tweede bijeenkomst (3 juli) hetzelfde lot beschoren zal zijn.
Kan de minister toezeggen dat de uitgenodigde NGO’s vroegtijdig over de benodigde informatie zullen beschikken?

Rapport Algemene Rekenkamer
Het lijkt al bijna een vast onderdeel te worden van ieder debat voorzitter, daar ben ik me van bewust, maar de conclusies uit het rapport van de Algemene Rekenkamer dat vorige week is verschenen, zijn ook hier weer relevant. De doelstellingen bij de evaluatie van het project Programmatisch Handhaven lijken verre van SMART. We horen het graag als de minister hier anders over denkt. Is er bijvoorbeeld een nulmeting uitgevoerd?

Positieflijst
Over de positieflijst kan ik kort zijn, (gelukkig een stuk korter dan de lijst zelf…) De vaststelling van de lijst laat erg lang op zich wachten. Volgens het laatste bericht dat wij hierover van de minister hebben ontvangen zal deze in de tweede helft van 2008 naar de Kamer worden gestuurd. Het advies van de Raad voor Dierenaangelegenheden dateert echter alweer van december 2006.
Ik hoor graag van de minister waarom dit proces zo moeizaam en traag verloopt.

Invasieve exoten
Het zwaartepunt van het beleid ten aanzien van invasieve exoten ligt volgens de minister bij preventie. Een goed uitgangspunt, al lijkt het een tamelijk loze kreet te zijn.
Zo worden bijvoorbeeld de gevaren van de tijgermug algemeen erkend, maar blijven concrete afspraken met handelaars en importeurs achterwege. Onvoorstelbaar. Graag een reactie.

In de nota wordt verder beschreven dat per geval een risicoanalyse en een kosten-batenanalyse uitgevoerd zal moeten worden. Zal dit er niet toe leiden dat het stadium waarin preventie afdoende is, voorbij zal zijn en overgegaan moet worden op de fase van eliminatie? Graag een reactie van de minister.

Daarnaast wil ik even stilstaan bij het punt voorlichting. De minister noemt dit als middel om de introducties voor een belangrijk deel te voorkomen. Voorlichting wordt vaker door de minister naar voren geschoven als oplossing voor alle problemen rondom het houden van en de omgang met dieren. Eerder genoemd voorbeeld van de Japanse witbuikeekhoorns laat weer eens zien dat er grenzen zitten aan de mogelijk effectiviteit hiervan.
We horen graag van de minister hoe deze voorlichting zal worden vormgegeven en welke aandacht hierbij zal zijn voor de risico’s die het houden van exotische diersoorten met zich meebrengt. Hoe denkt de minister hiermee situaties als rondom de papegaaienshow in Weurt afgelopen november te voorkomen?

Trofeejacht

Voorzitter,
Vorige week debuteerde collega Tofik Dibi namens GroenLinks in deze Kamercommissie en toen heeft ie meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om de minister uit te leggen dat World of Warcraft een heel populair computerspelletje is. Hij had vast niet kunnen vermoeden dat de LNV-commissie vaker over spelletjes praat, maar dan van het kaliber waarbij het bloed letterlijk vloeit. Game farming, de naam alleen al. Wildboerderijen in Zuid-Afrika waar wilde dieren niet gehouden worden voor de landbouw, maar voor het jachttoerisme.

Waar het om jachttoerisme gaat, probeert de minister recht te praten wat krom is. De Partij voor de Dieren was dan ook op z’n zachtst gezegd erg verbaasd over de inhoud van de brief die de minister hierover stuurde.
Vanaf het moment dat in Nederland de drijfjacht op wilde zwijnen verboden werd, ontwikkelde zich een complete reisbranche voor drijfjacht op wilde zwijnen in Duitsland, Roemenië, Hongarije en Schotland. Ook in Zuid-Afrika, Zimbabwe, en Tanzania is het een jaarrond aanwezige attractie. Zaken die in Nederland verboden zijn zouden we niet moeten goedpraten in het buitenland. Dat doen we niet met kinderprostitutie en dat zouden we ook niet moeten doen met jachtvormen die wij in Nederland als onacceptabel beschouwen.
Voorzitter, in sommige landen is het een zeer winstgevende bezigheid geworden, zoals in Zuid-Afrika waar veel boeren overstappen op game farming specifiek ten behoeve van het jachttoerisme. Alleen de naam al…
Mensen betalen grof geld om een olifant of een leeuw dood te mogen schieten. Waarom geeft de minister aan dat het marktmechanisme dat bepaalt dat hoe groter of zeldzamer het te schieten dier is, hoe hoger de prijs voor het doden mag zijn, te billijken zou zijn? Waarom steekt zij de loftrompet over economische voordelen die eruit voort zouden vloeien of een basis zouden kunnen vormen voor beheer en handhaving?

Wil de minister een advertentieverbod voor jachtreizen overwegen?
Is de minister bereid controles uit te laten voeren op het aanbod van jachtreizen-onder-de-toonbank waar de meest zeldzame en beschermde diersoorten voor afschot worden aangeboden? Graag een reactie.