Bijdrage partij voor de Dieren aan het Algemeen Overleg over Natuur­beheer


24 juni 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een vraag aan de groenste politicus van het jaar.
Die zorg over de temporisering is er natuurlijk bij iedereen. U behoort ook tot deze coalitie en hebt ermee ingestemd. De Algemene Rekenkamer heeft, voordat dit plan van het kabinet kwam, gezegd dat het realisatietempo zorgen baart. De minister heeft dat erkend en u hebt dat erkend. Ik stel het op prijs dat u probeert te redden wat er te redden valt. Mag ik echter aan uw verzoek toevoegen dat wij bij de midterm review in 2010, als u nog in die verantwoordelijke positie zit, ook afrekenbare doelstellingen krijgen voor dat plan van u?

Mevrouw Jacobi (PvdA): Dat lijkt mij een heel goed idee. Mevrouw Ouwehand tikt nu even op de gevoeligheden van het duale stelsel. De fractie van de PvdA staat echt voor het halen van het doel ehs en het afrekenbaar maken daarvan. Ik wil graag een programma om versneld in te richten, zodat de schade van het temporiseren minimaal is. Geld hoeft geen probleem te zijn. De provincies kunnen zo nodig bij het Groenfonds terecht of hebben zelf nog voldoende geld.
Ik heb nog een kritische opmerking over de Verklaring van Linschoten. Die lijkt veel meer te gaan over de methode dan over het doel. Ik vind dat het doel ehs gehaald moet worden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik hecht eraan te beginnen met de reactie van de minister en het rapport van de Algemene Rekenkamer. De conclusies ervan zijn heel belangrijk. Ik lees voor: " De minister deelt de conclusie van de Algemene Rekenkamer dat het tempo van realisatie nog niet hoog genoeg is om de doelen voor 2018 te bereiken en dat een aanzienlijke versnelling nodig is. Of het nu gaat om verwerving, inrichting of de groei van het agrarisch en particulier natuurbeheer, een stagnerende realisatie acht de minister een ongewenste ontwikkeling." Na het rapport en de reactie van de minister hebben wij echter een aanvullend beleidsakkoord gekregen, waarin de realisering van de ecologische hoofdstructuur is getemporiseerd. Dat is een mooi woord om geen argwaan te wekken bij niet-oplettende burgers, maar het betekent gewoon dat wij het rustiger aan gaan doen.

Tijdens de debatten erover was wel te merken dat de PvdA en de ChristenUnie er zichtbaar mee in hun maag zaten, maar ergens mee in je maag zitten en het toch goedkeuren is niet goed genoeg. Ik waardeer dus wel de inspanningen van mevrouw Jacobi om nu toch nog een poging te wagen om de ehs te redden. Ik steun die ook van harte, gezien het dichtgetimmerde aanvullende beleidsakkoord. Ik wil echter wel afrekenmomenten. In het interruptiedebatje met mevrouw Jacobi heb ik daarop ook al gewezen. Er moeten duidelijke doelstellingen zijn, zodat wij weten waar wij staan.

Het ehs-dossier is op meer dan een punt hangen en wurgen. De Kamer heeft in 2005 de zaak gedelegeerd aan de provincies. Dat is een prachtige manier voor een zittend minister om een langetermijndoel als 2018 weg te schuiven. De Kamer wordt de hele tijd afgescheept met opmerkingen als "ik praat eens met de provincies, wij gaan dit en wij gaan dat". Dan is het niet zo irreëel om de minister te vragen, zoals ik heb gedaan, om voor de midterm review van tevoren op papier te zetten waar wij willen staan in 2010, wat wij bereikt moeten hebben en waar wij de minister op mogen afrekenen, al dan niet geformuleerd in termen van inspanningsverplichtingen voor wat zij met de provincies kan bereiken. Ik hoop dat de minister daar nu een toezegging over doet. Ik meen dat mevrouw Jacobi dit zal steunen.

Mevrouw Jacobi (PvdA): De vraag is: wie steunt wie? Er ligt een motie van mij met de strekking om versneld in te richten. Dank overigens voor de steun, mevrouw Ouwehand. Wij vragen om een plan van aanpak, een programma en dergelijke. Wat zijn voor u de afrekenbare punten? De minister heeft dan meteen een goed aanknopingspunt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wat ik wil en waarover ik eerder een motie heb ingediend, zijn afrekenbare doelstellingen. Dan denk ik aan hectares. Dat zijn tot nu toe de belangrijkste taakstellingen die wij hebben. Daarbij zouden wij ook kunnen afspreken in hoeverre de inrichting gerealiseerd moet zijn. Daar denk ik concreet aan.

Even terug naar het punt dat het een heel vervelend afsprakendossier is gebleken. De Algemene Rekenkamer heeft daar ook iets over gezegd. Die heeft gezegd dat het heel erg onverstandig was van de Kamer om het stuur uit handen te geven aan de provincies. Wij zien wat daarvan komt: de midterm review en de minister wil geen doelstellingen vaststellen. Het afrekenmoment met de provincies ligt in 2013. De gesprekken kunnen dus prachtig zijn, maar wij kunnen deze minister niet afrekenen op de resultaten ervan. Ik wil dat naar voren halen.
Ik wil dat de minister concreet aangeeft hoe zij haar aansluiting bij de conclusie van de Algemene Rekenkamer dat een versnelling nodig is, gezien het aanvullende beleidsakkoord, concreet vorm gaat geven. Ik breng ook in herinnering dat de eurocommissaris voor natuur alle lidstaten al heeft opgeroepen om de inspanningen die gericht zijn op het behoud van biodiversiteit te verdubbelen. Daar heb ik ook nog niets van gezien.

Wat de kwestie van de onteigening betreft was ik eigenlijk wel verbaasd, hoewel het obligaat is om te zeggen want het verbaast mij natuurlijk helemaal niet, hoe het CDA in dit debat staat. Als je het feitelijk bekijkt, is het toch gek dat een fractie als die van het CDA zegt dat wij de afspraken moeten handhaven en dat 10% onteigenen het maximum is, maar tegelijkertijd zegt dat het niet te rigide mag -- waar komt dat dan vandaan? -- en een pleidooi houdt om het omzetten van landbouwgronden in natuur maar een tijdje op een lager pitje te zetten. Dat hoor ik tussen de regels door. Agrarisch natuurbeheer zou de redding van de ehs zijn. Ik herinner de heer Pieper eraan dat wij daarover afspraken hebben. Er zijn taakstellingen. Wij moeten een bepaald aantal hectares verwerven, een bepaald aantal hectares agrarisch natuurbeheer en een bepaald aantal hectares particulier natuurbeheer realiseren. Begrijp ik nu goed dat de CDA-fractie aan die afspraken wel wil rommelen, maar niet aan de afspraak over maximaal 10%, terwijl uiteindelijk het doel dat het in 2018 klaar moet zijn, wel bovenaan moet staan?
Ik wil die vraag eigenlijk vooral aan de minister voorleggen, want ik ben echt ernstig in de war. De provincie Zuid-Holland heeft gezegd dat zij de doelstellingen niet gaat halen en dus flexibeler omgaat met het instrument onteigening. Het wordt dus meer dan 10%. Minister Verburg zegt eerst heel stoer in Boerderij dat wij dat zo niet gaan doen, dat dat te gemakkelijk is. Zij zegt ook weer dat het dan maar met boerenbeheer moet, terwijl er een motie ligt waarin de minister wordt opgedragen om onverkort vast te houden aan de bestaande taakstellingen. Dus niet meer agrarisch natuurbeheer ten koste van de verwerving. Dat mag zij gewoon niet doen. Vervolgens komt er een brief, waarin de minister schrijft dat met de provincies maar eens overlegd moet worden. Wat mag ik nu van de minister verwachten? Gaat zij tegen de provincies zeggen dat wij het zo niet gaan doen, dat dat te gemakkelijk is, of gaat zij het doel, het realiseren van de ehs in 2018, vooropstellen? Als provincies aangeven dat zij dat niet halen als zij zich moeten houden aan die 10%, is de minister dan bereid om de provincies daarin tegemoet te komen? Het is het een of het ander. Die stoere praat in het boerentijdschrift bevalt mij helemaal niet gezien de motie die er ligt.

De moties van de heer Van der Ham over de ruilgronden en de taskforce versnelling afronding natuurgebieden heb ik medeondertekend of in elk geval van harte ondersteund. Ik sluit mij aan bij de vragen die hij daarover heeft gesteld.

Een zorgpunt is nog de natuurdoeltypen. Die zijn wel vastgesteld. De provincies moeten ze verder uitwerken in natuurgebiedsplannen, maar ons bereiken signalen dat nog wel eens getracht wordt om die doeltypen te verlagen. Kan de minister daar iets over zeggen? Wat mij ook zorgen baart, is dat bijvoorbeeld de provincie Noord-Brabant zegt dat maar eens opnieuw moet worden gekeken naar de begrenzing. Welke harde grenzen mogen wij met elkaar afspreken? Kan de minister daarop ingaan?

Ik steun ten slotte de oproep van mevrouw Jacobi om de buitenplaatsen vooral te behouden. Als het om de centen gaat, raad ik de minister aan om te putten uit de potjes die bestemd zijn voor de sector die de natuur juist onder druk zet. Daar is nog wel wat geld te halen. Wij moeten overigens niet veel geld vrijmaken voor buitenplaatsen omdat toevallig mensen hiervoor op de publieke tribune zitten. Natuur met een stem is prachtig, maar er is ook heel veel natuur zonder stem. Die natuur ligt vooral in de buurt van boerenbedrijven en wordt structureel belast met ammoniak; en dat subsidiëren wij ook nog. Het moet dus wel allebei. De belasting op de natuur moet omlaag en het behoud van de buitenplaatsen gaan wij onderstrepen.

De heer Van der Vlies (SGP): Voorzitter. Enkele fracties zeiden het al tegen de relatief jonge woordvoerders in dit overleg: wij zijn hier al heel erg lang mee bezig. Mijn fractie is altijd present geweest in het debat in de achterliggende decennia. Als een dossier zich leent voor de toets van wel of geen betrouwbare overheid zijn, is het dit dossier. Natuurlijk, het ambitieniveau is geformuleerd. Daarbij was er al discussie over de vraag of wij er 30 jaar of 20 jaar of 15 jaar over gaan doen. Iedereen beseft dat naarmate die periode korter wordt, de realiseerbaarheid spannender wordt én financieel én planologisch én bestuurlijk. Ambities zijn prima, maar de haalbaarheid en de betaalbaarheid zijn ook relevante issues. Als je niet helder bent over de ambities in het licht van de beschikbare budgetten en zo, creëer je onzekerheid op het boerenerf, in het landschap en in de regio. Ik vind dat die onzekerheid minimaal moet zijn. Natuurlijk zijn er ambities en moet je die niet al te gemakkelijk opgeven, maar ik vind het politiek-bestuurlijk een rechtmatig issue, als je zegt dat je in tijden van schaarste inderdaad iets moet temporiseren. Dat is niet anders. Wij hebben heel veel doelstellingen op gebied van werkloosheid enzovoorts, maar die worden ook niet gehaald. Het is overmacht. Als er inderdaad een crisis is en als de beschikbare budgetten krap zijn, moet je daaraan consequenties willen en kunnen verbinden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Als je alles doet wat in je mogelijkheden ligt en het niet haalt en wanneer er crises zijn en je andere afwegingen moet maken, kan ik het betoog van de heer Van der Vlies wel volgen. Mag ik van de heer Van der Vlies ook een reflectie op de voorgaande jaren en de opmerking van de Algemene Rekenkamer dat wij er tot het moment dat de crisis uitbrak, nog niet alles aan hadden gedaan? Waar ligt dan de verantwoordelijkheid? Hoe ziet de heer Van der Vlies dat dan?

Reactie Minister Verburg: Voorzitter. Mevrouw Ouwehand heeft gerefereerd aan het rapport van de Algemene Rekenkamer en mijn reactie daarop. Achter die reactie van mij zet ik absoluut een uitroepteken. De Algemene Rekenkamer -- men kan dat zien in het rapport van de Algemene Rekenkamer -- heeft de gegevens bij elkaar gezet en opgeteld en beoordeeld tot eind 2007. Wij hebben inmiddels ook het jaar 2008 achter de rug. Wij zijn voluit bezig voor 2009. De signalen die wij nu uit het Groenfonds krijgen, is dat de provincies inderdaad tot een zodanige versnelling komen of zijn gekomen dat heel fors een beroep wordt gedaan op het Groenfonds. Dat hebben wij ook bedoeld.

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd waarop zij mij mag afrekenen. Zij mag mij iedere dag afrekenen en dat doet zij ook ongeveer. Zo hoort het ook in de volksvertegenwoordiging.

In 2010 wordt zichtbaar hoe het ervoor staat. In de midterm review zullen wij ook afwegen of wij het goede instrumentarium hebben, of wij hier en daar moeten remmen en ergens anders moeten schakelen. Kortom: de midterm review geeft toch een sterke indruk waar wij staan en hoe wij ervoor staan.
Mevrouw Ouwehand heeft ook gevraagd naar de flexibeler inzet van het instrument van onteigening. Ik heb al aangegeven dat er een verschil is tussen de provincies.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik moet concluderen dat de minister de Kamer echt met lege handen laat staan. Zij zet een uitroepteken achter haar uitspraken, maar op uitroeptekens kunnen wij de regering niet controleren. Nadat de minister heeft gezegd dat zij zich kan vinden in de conclusies van de Algemene Rekenkamer, dat een versnelling nodig is en dat zij het heel belangrijk vindt dat wij 2018 gaan halen, zegt de Rekenkamer dat het prachtig is dat de minister dat doet, maar dat zij niet aangeeft hoe zij die versnelling tot stand wil brengen. Uit de reactie wordt niet duidelijk welke concrete maatregelen de minister wil nemen om de voortgang te bespoedigen en welk tijdpad zij daarbij voor ogen heeft. Het is toch heel redelijk om dat wel te doen? De minister heeft gezegd dat wij al in 1990 zijn begonnen. Dat is mooi. Dan kan je toch twintig jaar later in een midterm review van tevoren even op papier zetten waar je wilt staan. Wat mij betreft mag de minister dat met een marge doen, omdat zij zelf aangeeft dat het lastig is en dat er het ene jaar meer kansen zijn dan het andere. Het gaat mij echter veel te ver om de minister op eigen houtje te laten beoordelen of het voldoende is waar wij in 2010 staan. De Kamer moet iets hebben op basis waarvan zij deze minister kan afrekenen. Het probleem bij dit dossier is dat iedereen zegt dat het natuurlijk belangrijk is en dat wij ervoor gaan, maar wie zit hier in 2018 om de klappen op te vangen als het niet gelukt is? Ik hoop eigenlijk dat het niet deze minister is. Mocht zij het wel zijn, dan hoop ik dat ik erbij ben. "Als minister" hoor ik hier suggereren, maar dat laat ik nog maar even in het midden.
Ik ben blij dat ik naar de onteigeningskwestie heb gevraagd, want ik heb gerefereerd aan enerzijds de stoere uitspraken in de Boerderij en anderzijds de brief die wij hebben gekregen. Uit de brief sprak toch het beeld dat de minister openstaat voor discussie over de onteigening. Nu hoor ik haar zeggen dat wij het sowieso niet gaan doen. Hoe moeten de provincies dan hun taakstellingen gaan halen? Daarover moet de minister duidelijk zijn.

Reactie Minister Verburg: Voorzitter. Ik heb in eerste termijn gezegd dat een fors beroep is en wordt gedaan op het Groenfonds, maar mevrouw Ouwehand wil zich blijkbaar niet laten overtuigen door wat wij in de praktijk zien. Een groter beroep op het Groenfonds betekent een versnelling en betekent dat provincies harder aan de slag gaan. Het Groenfonds kent namelijk eigen criteria voor het toekennen van budgetten. Laat zij heel even wachten op het verslag. De uitputting van het Groenfonds gaat veel sneller dan in eerdere jaren. Die versnelling krijgt nu handen en voeten. Ik zou zeggen: kijk naar het verslag over 2008 en laten wij er dan verder over spreken.

Mevrouw Peters (GroenLinks): Ik wil graag nog een verheldering wat er in het verslag over 2008 komt te staan. Kan ik daaruit ook opmaken wat de resterende taakstelling zal zijn voor het verwerven van grond?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wanneer komt dat verslag? Als duidelijk is wat de resterende taakstelling is, mogen wij dan misschien een plan van aanpak verwachten hoe dat gerealiseerd gaat worden, met concrete maatregelen en een tijdpad, zoals aanbevolen door de Algemene Rekenkamer?

De minister lost de onteigening alleen maar boekhoudkundig op met de provincies. In haar brief schrijft zij echter dat zij wil kijken hoe wij ervoor staan en hoe wij dat vervolgens moeten oplossen. Ik vraag de minister om een toezegging dat zij erin meegaat, als de provincies inschatten dat een hoger onteigeningspercentage nodig is. Het doel is namelijk belangrijker dan het instrument. Anders dien ik daarover een motie in.

Reactie Minister Verburg: Voorzitter. Mevrouw Peters en mevrouw Ouwehand gevraagd wanneer de rapportage over de ecologische hoofdstructuur komt. Die komt op Prinsjesdag. In het kader van het groot project hebben wij een aantal zaken afgesproken waarover de provincies gaan rapporteren. Die zullen de stand van zaken aangeven en ingaan op de vragen.

Mevrouw Ouwehand vroeg of wij wel de timing en planning aangeven. Dat doen wij niet in het verslag in het kader van het groot project. Wij hebben afgesproken dat wij dit soort zaken meenemen in de midterm review en dat wij dan kijken waar wij staan. Tot dat moment houd ik vast aan de afspraken die wij met de provincies hebben gemaakt. Wat dat betreft moeten wij verantwoordelijke besturen zijn. Als je afspraken maakt, kun je niet tweeënhalf jaar erna zeggen dat wij het totaal anders gaan doen. Dan creëer je eerst weer veel onduidelijkheid, waarna je vervolgens niet iets beters ervoor in de plaats hebt.