Bijdrage AO Verduur­zaming glas­tuinbouw


30 juni 2009

Voorzitter,

ik was maandag op bezoek bij twee tomatentuinders: 1 heeft een kas met een WKK systeem en de ander heeft een gesloten kassysteem. Ik werd er erg blij van. Er is blijkbaar heel wat mogelijk aan energie-neutrale landbouw in Nederland. Het is erg dat de sector zo in de financiële problemen zit, temeer nu ik begrijp dat het grootwinkelbedrijf vanuit een machtspositie de rekeningen tot wel drie maanden na dato niet betaalt. Ik vind dat een schande en ik wil weten of de minister bereid is om een appél te doen op het grootwinkelbedrijf om hun rekeningen van tuinders te betalen.
Voorzitter, op zichzelf begrijp ik de vraag vanuit de glastuinbouw voor steun en voor het uitstellen van nieuwe normen en eisen aan hun productiewijze. Maar ik wil toch benadrukken dat we er nog niet zijn in de glastuinbouw. Er wordt nog steeds zwaar geleund op aardgas in deze sector, én er wordt nog steeds gebruik gemaakt van zeer giftige gewasbeschermingsmiddelen. Ik kom hier straks nog op terug.
Wij willen dat de glastuinbouw over 15 jaar volledig inputonafhankelijk is. Glastuinbouw en woningen zijn zodanig aan elkaar gekoppeld, dat water, nutriënten en koolstof continue worden hergebruikt. Als energie en warmte voor de kas is alleen de zon nog nodig. Overtollige warmte wordt zomers geoogst en opgeslagen in aardlagen, waardoor je ’s winters niet meer hoeft te stoken. Deze visie kan werkelijkheid worden, de plannen en concepten en technieken liggen er al, onder de naam Zonneterp. Is de minister bereid om te zorgen dat dit werkelijkheid wordt binnen 15 jaar?

Bijensterfte

Dan ga ik nu in op de massale sterfte van bijen. De bij heeft het moeilijk. Volgens cijfers van de bijenmonitor van het Nederlands Centrum voor Bijenonderzoekis de sterfte in de afgelopen zes jaar verdubbeld, en het einde lijkt nog niet in zicht. In de glastuinbouwgebieden van Zuid-Holland overleefde de helft van de bijenvolken in 2008 de winter niet. De minister wil hier eigenlijk niets substantieels aan doen, heb ik het gevoel.
De minister miskent namelijk het decimerende effect van veel insecticiden op de bijen. Nou ja, dat effect hebben de middelen alleen in ándere landen volgens de minister. De stoffen zouden niet in ons milieu komen. Nee, zo concludeert ze, de bijensterfte ligt aan de varroa-mijt. Niet verbazend, want de schuld ligt voor deze minister namelijk nooit bij de homo economicus cq het bedrijfsleven maar altijd bij de natuur.
Het rapport over bijensterfte van PRI geeft echter duidelijk aan dat pesticiden zeker van invloed kunnen zijn op de foerageercapaciteiten van bijen en hommels en dat ze ook zeker sterfte onder bijen kunnen veroorzaken. De nieuwe middelen, waaronder de neonicotinoiden, zijn 1000x giftiger dan de oude middelen. De minister gaat volledig voorbij aan de alarmerende constatering dat deze middelen bij toelating niet getoetst worden op de subletale effecten op bijen, en dat nieuwe manieren gevonden moeten worden om deze effecten te evalueren. Is de minister ertoe bereid snel te gaan onderzoeken wat het effect van neonicotinoiden op bijen is, hoe dit getoetst kan worden door het Ctgb, en kan de minister ook de effecten van deze middelen op de menselijke gezondheid in dit onderzoek meenemen?
Volgens de minister worden neonicotinoiden alleen via zaadcoatings toegepast. Klinkklare onzin volgens hoogleraar toxicologie Van der Sluijs.
Neonicotinoiden worden ook toegediend door meedruppelen met de watergift in kassen, door traybehandeling van koolplantjes en door grondbehandeling bij pootaardappelen. De minister geeft aan dat die middelen niet gebruikt mogen worden wanneer een plant in bloei staat, en dat er dus ook geen probleem is voor de bij. Hier zit wéér een fout, voorzitter. De neonicotinoiden werken systemisch en langdurig: het middel wordt in de hele plant opgenomen en maakt deze het hele jaar door giftig. En aangezien maïs ook werkelijk bloeit, in tegenstelling tot wat de minister denkt, komen bijen deze stoffen wel degelijk tegen. Belangrijker nog zijn appel en peer die bloeien en door bijen bestoven worden. Ook daar is het middel ruim toegelaten.

Bijen en glastuinbouw

De tweede manier waarop erg veel imidacloprid in het milieu komt, is via de glastuinbouw. Voorzitter, ik heb hier een aantal kaartjes die dit glashelder laten zien. Ze zijn afkomstig uit de Emissieregistratie van 2006 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en uit de bestrijdingsmiddelenatlas (Universiteit Leiden en Waterdienst). Ze laten zien dat in de glastuinbouwgebieden de concentraties van imidacloprid in het oppervlaktewater alle normen fors overschrijden. Soms tot wel 30 keer! In 2006 lekte er maar liefst 47 kilo imidacloprid uit de kassen in het oppervlaktewater en het wordt elk jaar meer. Let wel, 0,1 nanogram is al genoeg om een bij arbeidsongeschikt te maken!
Bijen foerageren op het oppervlaktewater dat besmet is met het gif, en ook op planten die deze middelen ondertussen opgenomen hebben. Nieuw Italiaans onderzoek door Prof. Vincenzo Girolami (2009) van de Universiteit Padova wijst uit dat neonicotinoiden via waterdruppels uitgescheiden wordt door maïs. Bijen die van een dauwdruppeltje drinken, sterven binnen 10 minuten. Er is daar een zeer overtuigend filmpje over beschikbaar.
Voorzitter, onderzoek toont aan dat al bij een kleinere dosis neonicotinoiden sprake kan zijn van een subletaal effect: de bij gaat niet dood, maar haar zenuwstelsel raakt aangetast. Het verstoort het navigatie- en leervermogen, de bij kan de weg naar voedsel en haar volk niet goed meer vinden… en raakt de weg kwijt. Ook in andere opzichten raken de bijen verzwakt, waardoor het volk vatbaar wordt voor ziekte en plagen.
En zo is het kringetje weer rond: de neonicotinoiden verzwakken bijen, waardoor zij minder weerbaar zijn tegen de varroa-mijt en schimmelziekten, waarna het volk sterft. Een complexe samenhang van factoren, dat is waar, maar doen alsof de neonicotinoiden niets met de Nederlandse bijensterfte te maken hebben is echt niet vol te houden nu er zo ontzettend veel van in ons oppervlaktewater komt en zelfs het drinkwater niet veilig is meer is voor bijenvolken. Frankrijk heeft het middel Gaucho verboden voor zonnebloem en maïs na massale bijensterfte aldaar. Pas zo’n twee jaar na het verbod ging het eindelijk weer goed met de bijen. Zo lang duurt het namelijk voordat het goedje uit het milieu verdwenen is. Niet alleen de bijen maar ook de minister lijkt de weg een beetje kwijt.
Is de minister bereid om de pesticide te verbieden, totdat duidelijk is welke schadelijke effecten het heeft voor mens en dier? Ik wil de minister vragen om niet te wachten tot alle bijenvolken in Nederland zijn verdwenen en de laatste twijfelende wetenschapper is overtuigd voordat ze de neonicotinoiden verbiedt. Is de minister bereid te eisen, dat het Ctgb, de subletale effecten van gewasbeschermingsmiddelen op bijenvolken, én mogelijke synergie effecten, in haar toetsing van bestrijdingsmiddelen gaat meenemen?
Graag een reactie.