Bijdrage Partij voor de Dieren aan feite­lijke vragen­ronde over de LNV-begroting van 2009


21 oktober 2008

  1. Hoeveel draagt u bij aan het onderzoeksbudget voor alternatieven voor proefdieren?
  2. Op welke wijze geeft u invulling aan het verminderen van de consumptie van dierlijke eiwitten ten einde de emissies van broeikasgassen te reduceren en welke prestaties kunnen we hierbij van u verwachten?
  3. Kunt u aangeven hoe de vraag naar vleesvervangers zich ontwikkeld de laatste jaren en welke trends hieraan ten grondslag liggen? Kunt u aangeven welk deel van de bevolking zich vegetariër noemt, welk deel veganist en welk deel regelmatig vlees laat staan bij de avondmaaltijd? Kunt u aangeven welke conclusies u hieraan verbindt? Kunt u aangeven of u de stijging van het aantal (deeltijd) vegetariërs een positieve ontwikkeling vindt? Zo ja, waarom? Zo neen waarom niet?
  4. Wat is het totaalbedrag wat wordt uitgegeven aan de verbetering van het dierenwelzijn en over welke posten is dat verdeeld? Welke afrekenbare prestaties worden aan de uitgaven verbonden?
  5. Hoeveel budget heeft u gereserveerd voor de uitvoering van de Nota dierenwelzijn en kunt u dat bedrag nader specificeren en koppelen aan de verschillende maatregelen die u in het kader van de nota dierenwelzijn gaat nemen?
  6. Kunt u aangeven of het Koninklijk Huis landbouw- of natuursubsidies ontvangt? Zo ja, hoeveel?
  7. Kunt u aangeven wat de laatste stand van zaken is rondom de evaluatie van het Dierentuinenbesluit? Wanneer zal dit worden afgerond en wanneer zal de Kamer de resultaten ontvangen? Bent u voornemens het besluit aan te passen op basis van deze resultaten?
  8. Kunt u aangeven wat de laatste stand van zaken is rondom het onderzoek naar het welzijn van dieren in circussen? Wanneer zal dit worden afgerond en wanneer zal de Kamer de resultaten ontvangen? Op welke wijze laat u de wens van een nog altijd groeiende groep gemeenten om een nationaal verbod in te stellen op het gebruik van wilde dieren in circussen meewegen in het bepalen van toekomstige regelgeving voor circussen?
  9. Hoeveel geld is er voor 2009 aangemerkt voor de uitvoering van de verbetering van de samenwerking tussen betrokken diensten bij de handhaving van de regelgeving omtrent de handel in flora en fauna en natuurwetgeving?
  10. Kunt u aangeven wat de effecten zullen zijn van de fusie van de AID, VWA en PD op de handhavingscapaciteit voor groene wetgeving, zoals de handhaving van CITES-regelgeving?
  11. Kunt u een reactie geven op de uitspraken van scheidend hoofdofficier van het Functioneel Parket over het feit dat Nederland onvoldoende in staat is milieucriminelen en de stromen beschermde planten en dieren die illegaal Nederland binnen komen tegen te houden? Zal hier actie op worden ondernomen in de vorm van het aanstellen van extra handhavers en zo ja, hoeveel?
  12. Kunt u aangeven wanneer de antwoorden op de feitelijke vragen over het wetsvoorstel Dieren aan de Kamer worden verzonden?
  13. Kunt u aangeven wat de laatste stand van zaken is rondom de uitvoering van de motie Waalkens/Cramer (nr. 28 286, nr. 117) die vraagt om het ontwikkelen van een ethisch afwegingskader voor de omgang met dieren?
  14. Wilt u in navolging van de kredietcrisis lessen trekken ten aanzien van de gevolgen van de jarenlange deregulering en het wegvallen van direct overheidstoezicht, vooral wat betreft de ambities en verbeteringen in het dierenwelzijn?
  15. Bent u van plan het toezicht-op-controle arrangement naast de eiersector ook in andere veehouderijsectoren in te voeren? Hoe gaat u zorgen dat de AID voldoende capaciteit heeft om die bedrijven die niet mee doen aan private kwaliteitssystemen met toezicht op controle jaarlijks door de AID te laten controleren? Moet hiervoor de AID niet drastisch worden uitgebreid?
  16. Hoeveel geld is er voor het komend jaar aangemerkt voor de uitvoering van het Integraal Beheerplan Noordzee vanuit de verschillende begrotingen?
  17. Kunt u aangeven op welke verantwoordelijkheden u doelt en op wie u doelt met ‘onze’ bij het nemen van verantwoordelijkheden om de gevolgen van de klimaatverandering het hoofd te bieden? Kunt u daarbij aangeven welke verantwoordelijkheid u zelf zal nemen en in hoeverre dat regulerende maatregelen zal bevatten om zo collectieve uitdagingen, collectief aan te pakken?
  18. Kunt u aangeven op welke wijze u invulling geeft aan het nationaal en internationaal optimaliseren van het welzijn en de gezondheid van dieren, welke afrekenbare prestaties u daarbij formuleert en welke budgetten hieraan zullen worden besteed?
  19. Kunt u aangeven tot welke stimulansen de maatschappelijke wensen rondom dierenwelzijn bij u zullen leiden en welke concrete te nemen maatregelen u daar aan heeft verbonden?
  20. Kunt u aangeven wanneer u zelf de regie gaat voeren over het beoogde dierenwelzijnsbeleid en het gepolder met betrokken sectoren achterwege zult laten zodat daadwerkelijk stappen gezet zullen worden die het welzijn van dieren daadwerkelijk vergroten?
  21. Kunt u aangeven hoe uw doelstellingen ten aanzien van dierenwelzijn zullen leiden tot en daadwerkelijke verbetering van het welzijn van dieren in Nederland en hoe u deze ambities in cijfers gaat vatten?
  22. Kunt u aangeven welke ambities en doelstellingen in het kader van dierenwelzijn in 2009 zullen worden bereikt en hoeveel dieren hiervan blijvend de vruchten zullen plukken?
  23. Kunt u aangeven welke criteria zijn verbonden aan integraal duurzame en diervriendelijke stallen en op welke wijze afwegingen worden gemaakt tussen duurzaamheidscriteria die botsen met dierenwelzijnscriteria?
  24. Kunt u aangeven waarop u doelt met de zinssnede ‘ik verwacht goede vooruitgang te boeken in de ontwikkeling van integraal diervriendelijke stallen’? Aan welke vooruitgang denkt u?
  25. Kunt u aangeven op welke wijze u de toenemende concurrentie tussen voedselgewassen en gewassen voor biomassa in uw beleid wilt aanpakken, welke (financiële) middelen u daarvoor ter beschikking stelt en welke doelen u wilt bereiken op dat vlak? Dus wat er uit de door u te voeren besprekingen met het bedrijfsleven zal moeten komen om de duurzaamheid van de import van landbouwproducten te verbeteren? Wat zijn daarbij uw ambities en inzet? Kunt u aangeven welke beperkingen, regels of randvoorwaarden u zult gaan opleggen als de markt zichzelf niet lijkt te reguleren?
  26. Kunt u aangeven op welke wijze u de zes speerpunten van de duurzaamheidssprong van de veehouderij om zal zetten in concrete en afrekenbare prestaties en op welke wijze u monitort of er daadwerkelijk voortgang wordt geboekt en welke sanctiemechanismen u achter de hand heeft voor als de verduurzaming achter blijft bij de visie voor 2023?
  27. Op welke wijze operationaliseert u de ‘zichtbare verbetering in de maatschappelijke acceptatie van de veehouderij’ en in hoeverre voorkomt u dat het alleen maar om het versterken van het imago gaat en niet om een daadwerkelijke verbetering van dierenwelzijn of duurzaamheid?
  28. Hoeveel van de 5% integraal diervriendelijke stallen moeten in 2009 al zijn gerealiseerd om het doel van 5% in 2011 te halen en op welke wijze monitort u de voortgang van dit streefpercentage?
  29. Hoe staat het met het opzetten van onderzoek naar een zachte ligplek voor vleeskalveren?
  30. Hoe staat het met het opstellen van een Maatlat duurzame veehouderij voor de vleeskalverhouderij?
  31. Hoe staat het met het plan van aanpak antibiotica in de kalversector?
  32. Hoe staat het met het onderzoek naar terugdringen van de incidentie van keizersnedes in de dikbilhouderij?
  33. Heeft u inmiddels overleg gehad met de Joods en islamitische gemeenschappen over onbedwelmd slachten? Zo ja, in hoeverre is er bereidheid bij de Joodse resp. islamitische gemeenschap tot voorafgaande bedwelming, danwel reversible bedwelming, danwel bedwelming direct na de halssnede? Zo neen, op welke termijn gaat dit gebeuren?
  34. U heeft dit voorjaar accreditatie als één van de voorwaarden voor instemming met ‘Dierwaardig Vervoer’ genoemd, maar die accreditatie heeft nog steeds niet plaatsgevonden. Hoe staat het hiermee en welke stappen gaat u ondernemen om uw geloofwaardigheid op dit dossier niet te verliezen?
  35. Hoeveel veehandelaren en veetransporteurs zijn er in Nederland en hoeveel doen er daarvan nu mee aan Dierwaardig Vervoer? Kunt u die deelname ook uitdrukken in aantallen jaarlijks vervoerde dieren en het percentage hiervan nu onder Dierwaardig Vervoer worden vervoerd?
  36. Kunt u aangeven of en hoeveel controles er door het private kwaliteitscertificeringssysteem ‘Dierwaardig Vervoer’ on the spot en onderweg worden gedaan en hoeveel overtredingen hierbij worden geconstateerd? Is het waar dat in het kader van Dierwaardig Vervoer niet of nauwelijks controles on the spot en onderweg worden gedaan? Zo ja, is het waar dat Dierwaardig Vervoer ten onrechte suggereert dat zij de kwaliteit van het veetransport borgt en wat gaat u hier tegen doen?
  37. De Europese Commissie bereidt een voorstel voor om de beladingsgraden in het veetransport te verlagen voor verbetering van het dierenwelzijn. Maar de veehandelaren en –transporteurs blijven zich daarentegen inzetten voor nog hogere beladingen. Zo zijn zij het niet eens met de beladingsnormen voor varkens en trachten onderzoek naar hogere beladingsnormen te laten doen. Het Productschap voor Vee en Vlees wil dit onderzoek, dat in feite tegen het overheidsbeleid is gericht, ondersteunen en ook uw ministerie wordt om steun gevraagd. Welke positie zult u in deze kwestie innemen?
  38. Bent u bereid om strengere eisen te stellen aan het verplichte afleidingsmateriaal voor varkens, zodat geplastificeerde fietskettingen niet meer als afdoende worden beoordeeld tijdens controles?
  39. Kunt u aangeven of u bij de bewustwording van consumenten ook aandacht zult besteden aan de negatieve aspecten en gezondheidsrisico's van het eten van vlees en dierlijke eiwitten? Zo ja, op welke wijze gaat u deze aspecten van vlees onder de aandacht brengen, welke budgetten heeft u hiervoor gereserveerd en welke afrekenbare doelen heeft u hierover geformuleerd
  40. Kunt u aangeven op welke wijze u de invloed van de consument via zijn koopgedrag wilt aanwenden voor het verbeteren van de wijze waarop dieren worden gehouden? Kunt u aangeven of u daarbij ook voornemens bent de consument te sturen in zijn koopgedrag middels financiële prikkels? Zo ja, op welke wijze?
  41. Kunt u aangeven welke prestaties u in 2009 zal realiseren, vertaald in de verkoop van duurzame producten en andere zichtbare effecten als gevolg van het beleid gericht op et vergroten van de kennis over de productie van voedsel bij burgers? Kunt u aangeven welke financiële investeringen daarmee zijn gemoeid en op welke wijze deze kennisvergroting wordt ingericht? Kunt u aangeven of er ook aandacht zal worden gegeven aan de negatieve aspecten van de productie van vlees en de veehouderij met betrekking tot dierenwelzijn, klimaat en milieuproblemen? Zo ja, waaruit blijkt dat dan en welke budgetten worden voor deze specifieke kennis vrijgemaakt?
  42. Kunt u aangeven of u bereid bent om naast bewustwording, fiscale maatregelen te nemen zoals een heffing op vlees en andere milieubelastende voedingsproducten? Kunt u daarbij aangeven op welke wijze u voornemens bent deze in te vullen, welke opbrengsten dit zou kunnen genereren en op welke wijze u deze opbrengsten zult gaan besteden?
  43. Het percentage van naleving van bestaande welzijnsnormen wordt op 72% geschat. Het is onduidelijk waar dit getal vandaan komt, zeker gezien het lage controlepercentage van 5% bedrijven per jaar. Kunt u dit verder toelichten?
  44. In het Coalitie Akkoord is de ambitie geformuleerd om de handhaving van de welzijnsregelgeving verder te verhogen. Hoe staat het daar mee?
  45. Kunt u specificeren aan welke doelstellingen, maatregelen en beleidsinzet de circa 6,9 miljoen euro ter verbetering van het dierenwelzijn worden besteed en op basis van welke indicatoren en afrekenbare prestaties de effecten zullen worden gemeten? Kunt u daarbij aangeven hoeveel dieren het in 2009 beter gaan krijgen als gevolg van deze beleidsinzet en wat deze verbeteringen inhouden?
  46. Kunt u per diergroep (landbouwhuisdieren, proefdieren, gezelschapsdieren, vissen, dieren in het wild, dieren in de vermaakindustrie) specificeren welk deel van de circa 6,9 miljoen euro ter verbetering van het dierenwelzijn aan hen wordt besteed?
  47. Kunt u aangeven hoeveel geld van de circa 6,9 miljoen euro ter verbetering van het dierenwelzijn zal worden uitgekeerd aan veehouders in de vorm van directe of indirecte subsidies voor het nemen van maatregelen en wat de verdeling is over de verschillende sectoren?
  48. Kunt u aangeven hoeveel er gebruik gemaakt wordt van de Maatlat Duurzame Veehouderij voor melkkoeien, varkens en pluimvee, en hoeveel punten er gescoord worden op dierenwelzijn en op milieu?
  49. Wat verstaat de Minister onder integraal diervriendelijke stallen?
  50. Hoe staat het met het ontwerpen van integraal diervriendelijke stallen en wanneer zijn de eerste stallen gebruiksklaar?
  51. Hoe gaat u voorkomen dat bij de ontwikkeling van diervriendelijke stallen de waarde dierenwelzijn ingeleverd wordt tegen andere zaken, bijv. tegen milieu, bijvoorbeeld omdat milieumaatregelen zijn concreter, makkelijker te meten, wettelijk verplicht zijn?
  52. Op welke wijze geeft u samen met uw ambtsgenoot van VROM invulling aan de integratie van milieu en dierenwelzijn, zodat er daadwerkelijk een geintegreerd overheidsbeleid komt en wat zijn de resultaten en opdat dierenwelzijn niet het onderspit delft?
  53. Kunt u aangeven waarom u de milieuproblemen niet eerst en vooral oplost worden door de veestapel te verminderen? Bent u bereid deze maatregel verder uit te werken in uw beleid?
  54. Voor melkvee staat in het oktobernummer van het blad V-Focus een artikel ‘Welzijn melkkoe bepaald door rust, keuzes, voer en vloer’ over het programma van eisen voor het welzijn van melkkoeien, waarbij de welzijnsbehoeften worden ingedeeld in ‘zeer belangrijk’, ‘redelijk belangrijk’ en ‘minder belangrijk’. Wordt op deze manier bij het project Kracht van Koeien bedoeld om tot integraal diervriendelijker stallen te komen niet op voorhand voorgestorteerd op het inleveren op dierenwelzijn? Hoe gaat u er voor zorgen dat in elk geval het dierenwelzijn van dit project beter wordt en onder andere weidegang vast onderdeel zal zijn van diervriendelijker veehouderijsystemen voor melkvee?
  55. Het project Koe en Wij, waarin 60 veehouders rond de meest voorkomende belemmeringen voor weidegang, trachtten de weidegang erin te houden is afgerond. Hoe staat het met het vervolg hierop? Wat doet u verder om weidegang van melkkoeien te bevorderen? Kunt u bijvoorbeeld aangeven welke stappen u neemt om na dagverse zuivel met gegarandeerde weidegang van de twee grootste zuivelfabrikanten ook zoveel mogelijk kaas met gegarandeerde weidegang op de markt te krijgen?
  56. Hoeveel geld voor de bevordering van de verduurzaming van Noordzeevisserij staat gereserveerd voor de MSC-certificering?
  57. Kunt u aangeven hoe het staat met het vervolg op het rapport ‘Kamervraag discards in de Nederlandse visserij’, opgesteld door Wageningen Imares? Kunt u aangeven welke maatregelen u precies heeft getroffen en welke maatregelen u in 2009 gaat treffen om de bijvangsten te verminderen, en welke resultaten u daarvan verwacht?
  58. Hoe wordt de verduurzaming van de garnalenvisserij bevorderd gezien de gemaakte afspraken in deze sector in het kader van het Maatschappelijk Convenant Noordzeevisserij?
  59. Hoeveel geld wordt er in de komende jaren uitgetrokken voor de sanering van de visserijvloot?
  60. Wanneer en op welke wijze is het thema vissenwelzijn aan de orde geweest in de Europese Visserijraad? Bent u bereid dit onderwerp aan de orde te stellen?
  61. Wat is uw inzet bij de herziening van de EU-richtlijn voor het doden en slachten van dieren? Bent u bereid zich er hard voor te maken dat dodingsmethoden voor vissen in de herziene richtlijn worden opgenomen? Zo neen, waarom niet?
  62. Hoeveel geld is er voor het komend jaar beschikbaar voor het Europees onderzoek naar bruinvisstrandingen, het onderzoek naar discards en bijvangst van bruinvissen en de toegezegde “state of the art” rapportage over deze problematiek?
  63. Wat is de meetbare doelstelling bij het doorontwikkelen van nieuwe vormen van aquacultuur? Waarop stuurt u die ontwikkelingen?
  64. Wat is de stand van zaken met het bedwelmen en doden van vissen in de aquacultuur in Nederland?
  65. Wanneer verwacht u dat de in het EU Craft-project ‘Stun Fish First’ ontwikkelde methode voor het bedwelmen van tilapia, meerval, tarbot en zeebaars in Nederland getest en in de praktijk kan worden toegepast? Bent u bereid een financiële bijdrage te leveren zodat deze methode zo snel mogelijk toegepast wordt in Nederland? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet?
  66. Welke methoden worden er in Nederland toegepast voor bedwelmen en doden van paling in enerzijds de aquacultuur en anderzijds in het wild gevangen? Voldoen deze aan de eisen die de wetgeving aan dodingsmethoden stelt (als die van toepassing zouden zijn op vissen)?
  67. Bent u bereid zodra er bedrijfsklare methoden zijn voor bedwelmen en doden van paling, tilapia, meerval, zeebaars en tarbot, deze zo snel mogelijk verplicht te stellen voor de Nederlandse aquacultuur en andere dieronvriendelijke bedwelmings- en dodingsmethoden te verbieden? Zo neen, waarom niet?
  68. Deelt u de visie dat het zoutbad voor paling een dodingsmethode is die het dier veel pijn, angst en stress en een lange doodsstrijd bezorgd en daarom onwenselijk is? Bent u bereid deze methode te verbieden? Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?
  69. Wat is de stand van zaken met het bedwelmen en doden van vissen in de kustvisserij in Nederland? Voldoen de hier toegepaste methoden aan de eisen die de wetgeving stelt aan dodingmethoden bij andere dieren? Bent u bereid de ontwikkeling van diervriendelijke dodingmethoden in de kust- en zeevisserij te bevorderen? Zo ja, hoe? Zo neen, waarom niet?
  70. Welk deel van het onderzoeksbudget voor visserij gaat naar onderzoek voor betere vangst-, bedwelmings- en dodingsmethoden? Gebeurt er daarnaast nog ander onderzoek dat voor het welzijn van belang is? Zo ja welk?
  71. Deelt u de visie dat het kunnen ontplooien van natuurlijk gedrag een belangrijk criterium is voor dierenwelzijn? Wat is er (wetenschappelijk) bekend over de mogelijkheid van vissen in de aquacultuur om natuurlijk gedrag te kunnen vertonen? Bent u bereid om te zorgen dat er onderzoek komt naar belangrijke kennisleemtes op dit gebied? Wat is verder nodig om te komen tot een goede beoordeling van het welzijn van vissen die gehouden worden in de aquacultuur in Nederland?
  72. Wat is de kans dat vissen die door de zee- of kustvisserij in netten worden gevangen dit overleven? Deelt u het standpunt dat, behalve de bedwelmings- en dodingsmethoden van de zee- en kustvisserij, ook de vangstmethoden veel verbetering behoeven i.v.m. vissenwelzijn? Zo ja, wat gaat u hieraan doen? Zo neen, waarom niet?
  73. Hoe verhoudt de insteek dat innovatie de motor is achter transities en het instrument van sanering slechts bij uitzondering wordt ingezet zich tot uw medewerking aan het behalen van de Europese doelstelling om de omvang van de visbestanden boven het voorzorgsniveau te brengen en/of te houden?
  74. Kunt u aangeven of er op de begroting budget gereserveerd is voor de beheerskant van een duurzame visserij? Voor nieuwe duurzame visserijen is immers meer nodig dan techniek, namelijk ook goed georganiseerd beheer (o.a. bestandsbeheer voor nieuw te bevissen soorten).
  75. Kunt u aangeven of in het bedrag van € 37 miljoen euro die beschikbaar is voor Natura 2000 (o.a. aanwijzing, inspraak en beheerplannen) geld gereserveerd is voor nader ecologisch onderzoek naar (een netwerk van) zeegebieden die zich mogelijk kwalificeren om als beschermd gebied te worden aangemeld? Kunt u aangeven of er op de begroting budget gereserveerd is voor het tot stand komen van beheerplannen voor beschermde gebieden op zee en ondersteunende projecten (naar voorbeeld van het Duitse EMPAS-project) die hiervoor nodig zijn?
  76. Kunt u aangeven of ook voor EHS op de Noordzee budget gereserveerd is voor het tot stand komen van beheerplannen voor beschermde gebieden op zee en het ondersteunende project (naar voorbeeld van het Duitse EMPAS-project) dat hiervoor nodig is? Kunt u aangeven of er op de begroting budget gereserveerd is voor voorlichting over de natuur in de Noordzee?
  77. Kunt u aangeven hoe het staat met de uitwerking van de motie Polderman 26407 nr 34 over een uitvoeringsprogramma voor het beleidsprogramma biodiversiteit, met concreet afrekenbare doelen? Kunt u aangeven waar in de begroting hiervoor geld is gereserveerd?
  78. Wat is de stand van zaken met de begrenzing van de EHS door provincies? Welke provincies hebben hier wel en welke nog niet aan voldaan?
  79. Wat zijn de meetbare taakstellingen, concrete doelen en streefgetallen voor het jaar 2008 en de periode daarna? Kunt u daarbij specifiek ingaan op de verwerving, inrichting en het beheer van de EHS?
  80. Kunt u aangeven of u bij het bevorderen van het kwalitatief hoogwaardig voedselaanbod en consumptiepatroon ook de meest dieronvriendelijke producten zal aanpakken en of u bereid bent bijvoorbeeld een dierenwelzijnsbodem in de markt te leggen en deze geleidelijk verder op te trekken?