Bijdrage Partij voor de Dieren Landbouw- en Visse­rijraad (oktober 2008)


21 oktober 2008

Pesticiden verordening
Voorzitter. Ik verbaas mij over de overspannen reacties van mijn collega’s op de Europese plannen om het aantal schadelijke gewasbeschermingsmiddelen drastisch terug te dringen. We hebben het hier over gif dat bijvoorbeeld kanker kan veroorzaken. Voor mij zijn deze plannen dus een klein hoera waard. De Europese Unie maakt eindelijk werk van de bescherming van mens, dier en milieu tegen de gevaren en risico’s van de nu nog gebruikte pesticiden. En het zal leiden minder dierproeven. Alleen maar grote winst dus.

Ik vind het daarom onbegrijpelijk dat mijn collega’s van de VVD en CDA zelfs bij zo iets wezenlijks als het beschermen van onze gezondheid alleen maar in de Pavlov reactie van het verdedigen van het sectorbelang kunnen schieten. En daarbij oneigenlijke argumenten gebruiken. Zoals dat de tulp uit Nederland zou verdwijnen. Ik moet eerlijk bekennen dat het verdwijnen van de tulp op zich niet eens zo’n slecht gevolg is. Vooral in het kader van de vaak gebruikte argumenten tegen het omzetten van landbouwgronden in natuur. Want waarom besteden we kostbare landbouwgronden in tijden van voedselcrisis aan een niet eetbaar gewas dat ook nog eens zeer vervuilend is? Daar waar de tulpen verdwijnen, kunnen bloemkolen staan.

Voorzitter. Een stevig verbod op pesticiden noopt tot verduurzaming van de sector. Iets waar de sector uit eigen beweging veel te lang mee heeft gewacht. Het is tekenend voor deze sector dat zij nu al moord en brand schreeuwt, terwijl we op basis van de huidige plannen pas in 2025 (!!) daadwerkelijk een gifvrije tulp op het veld kunnen zien staan.

Als het aan ons ligt moet het verbod op deze middelen al veel sneller van kracht zijn. Het is toch eigenlijk onaanvaardbaar dat mensen, dieren en het milieu grote gevaren lopen ten gunste van het economisch belang van de sector? De minister zou daarom in moeten zetten op een versnelde beoordelingsprocedure voor de giftige stoffen. Het siert de minister niet dat zij in haar brief stelt dat de huidige termijn een balans is tussen landbouwkundig belang en het vergroten van duurzaamheid. Gezondheid en een duurzaam milieu horen niet thuis in een handjeklap. Wanneer beseft u dat nou eens, minister?

Varkensvlees in China
Voorzitter. En dan wil ik ook kort stilstaan bij het vertrek van maar liefst vier van onze ministers naar China om daar de weg vrij te maken voor de export van Nederlands varkensvlees. Ik vraag mij af hoe het mogelijk is dat het kabinet in de miljoenennota spreekt over de noodzaak tot een vermindering van dierlijke eiwitconsumptie om de emissies van broeikasgassen te reduceren en vervolgens in het vliegtuig stapt om het mogelijk te maken datzelfde vlees in het buitenland te promoten. Hoe valt dit tripje te rijmen met het feit dat de varkenshouderij in Nederland onduurzaam is, gigantische mestoverschotten veroorzaakt en medeverantwoordelijk is voor de torenhoge ammoniakuitstoot?

Voorzitter; een krimp van het aantal varkens in Nederland is de enige effectieve mogelijkheid is om te ontkomen aan de jarenlange vervuiling van bodem, water en lucht door deze sector. Maar in plaats van serieus die route in ogenschouw te nemen, zijn de ogen met dollartekens op het oosten gericht.

Ik vind dat ongepast en beschamend in een tijd waar de productie van dierlijke eiwitten niet meer als vanzelfsprekend beschouwd dient te worden. Een reactie van de minister graag.

Groenboek kwaliteit
Voorzitter. Vorige week is het Groenboek over de kwaliteit van landbouwproducten gepresenteerd door Fischer Boel. Ik vind het een goed initiatief om te kijken op welke wijze consumenten beter geïnformeerd kunnen worden over de productiewijze en herkomst van hetgeen er in de schappen ligt.

Ook kan een Europees kwaliteitsbeleid kansen bieden voor een betere vermarkting van duurzame en diervriendelijke producten. Zo kunnen deze producten via eenduidige etikettering meer aandacht van de consument krijgen.

Waar we echter voor moeten waken is dat consumenten straks opgescheept zitten met een woud aan Europese keurmerken die staan voor vage beloften of zelfs tegenstrijdige claims. Bijvoorbeeld keurmerken of etiketten waarbij de integrale duurzaamheid en diervriendelijkheid niet is gegarandeerd (bv regionaal product, maar niet diervriendelijk).

Een regionale foie gras verdient geen EU sticker, net zo min als een gecastreerde varkenslap uit een megastal in de Achterhoek. Het is duidelijk dat de Partij voor de Dieren zal pleiten voor een eenduidige en integrale aanpak van alle duurzaamheids- en dierenwelzijnsaspecten als het gaat om informatieverstrekking, certificering of etikettering in Europees verband.

Maar ik ben eigenlijk benieuwd wat de visie van de minister is op het Groenboek. Gaat zij een reactie op de consultatie insturen en zo ja, kan zij dan alvast een tipje van de sluier oplichten? En is de minister bereid om onze integrale benadering van duurzaamheid en diervriendelijkheid mee te nemen in de discussies die binnen de raad zullen plaatsvinden over dit onderwerp?

Health Check
Voorzitter. Als we af moeten gaan op de inzet van onze minister in de debatten over de Health Check, dan kan ik niets anders dan concluderen dat de gezondheid van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid nog steeds ernstig in het geding is.

• De minister wil niet meegaan in de voorgestelde extra afroming van de inkomenssteun (van 5% naar 13%) ten gunste van de tweede pijler en de nieuwe uitdagingen op het gebied van klimaat, energie, water en biodiversiteit;
• De minister wil niet te lastige voorwaarden (cross compliance) stellen aan de inkomenssteun;
• De minister wil niet dat de randen van sloten en waterlopen gevrijwaard blijven van pesticiden en kunstmest;

De voorgestelde maatregelen van Fischer Boel om het GLB een maatschappelijker gezicht te geven, worden door onze minister met de hakken in het zand tegemoet getreden. Het steekt wat bleekjes af bij het ambitieniveau dat onze minister in de Houtskoolschets heeft neergelegd. En haar inzet in de Health Check getuigt niet van de voortrekkersrol die ons land zou moeten spelen op Europees niveau (oude lidstaat verantwoordelijkheid, veel milieuproblemen veroorzaakt door landbouw noopt tot aanpassing).

Want wat wil de minister dan wel?

• Een fikse quotumverruiming, terwijl deze in Nederland de realisatie van de broodnodige ammoniakdoelstellingen in gevaar brengt en het onduidelijk is welke klimaat en andere milieueffecten de verwachte groei van de veestapel en productie teweeg zal brengen;
• Boeren te betrekken bij het beheer van waardevolle natuurgebieden terwijl uit onderzoek blijkt dat agrarisch natuurbeheer nauwelijks iets heeft opgeleverd;

Voorzitter. Ik had meer van deze minister verwacht in het licht van de noodzakelijke verduurzaming van landbouw in Nederland. Maar de minister lijkt in Europa toch nog liever het karretje van het sectorbelang te trekken. Ik ben daarin zeer teleurgesteld. Toch is het hoog tijd dat de miljarden euro’s subsidie eindelijk worden ingezet voor de collectieve waarden die wij delen en waarvoor wij collectieve gelden in willen zetten: een schoon milieu, robuuste natuur, een mooi landschap, een beter dierenwelzijn, een leefbaar platteland.

De Partij voor de Dieren vraagt de minister om de onderhandelingen binnen Europa alsnog in te gaan met alle Nederlanders in haar achterhoofd en niet alleen die groep agrarische ondernemers die nu de subsidies ontvangen. En daarbij vooraan te staan, in plaats van met de hakken in het zand.

Dus:
• Voor de 20% vrijwillige modulatie te gaan om de uitdagingen op gebied van klimaat, energie, water, natuur en dierenwelzijn te kunnen uitwerken;
• Bufferstroken toe te juichen om de biodiversiteit in sloten een kans te geven;
• Aansprekende, bovenwettelijke en strenge voorwaarden te verbinden aan de directe inkomenssteun op het gebied van dierenwelzijn, milieu en klimaat.

Voorstel voor vangstmogelijkheden in de Oostzee voor 2009
Voorzitter, allereerst over het Voorstel voor vangstmogelijkheden in de Oostzee voor 2009. De minister geeft aan dat zij kan instemmen met een verhoging van de TAC (‘Total Allowable Catches’) voor kabeljauw met 15%.

Mijn vraag aan de minister is hoe deze verhoging zich verhoudt tot het reddingsplan voor kabeljauw dat net deze week door het Europees Parlement is aangenomen, en dat uitgaat van juist een vermíndering van de vangst.

Voorstel voor vangstmogelijkheden voor 2009 en 2010 voor diepzeebestanden
Dan het voorstel voor vangstmogelijkheden voor 2009 en 2010 voor diepzeebestanden. De minister geeft terecht aan dat de diepzeebestanden door de specifieke kenmerken, zoals de trage voortplanting - en daardoor lange herstelperiode- , erg kwetsbaar zijn voor visserijactiviteiten. Daar komt ook nog eens bij dat diepzeevisserij in de meeste gevallen plaatsvindt met sleepnetten die hele ecosystemen als koralen en sponzen vernielen.

Het ICES heeft, ook terecht, in haar advies aangegeven dat de bestaande diepzeevisserij met onmiddellijke ingang moet worden beperkt, tenzij kan worden aangetoond dat deze visserijactiviteiten duurzaam zijn. Maar, zo vervolgt het ICES, uitgaande van de gegevens waarover zij beschikt voldoet geen enkele vorm van visserij waarvoor dit voorstel geldt, aan deze voorwaarde. Ofwel, laat het duidelijk zijn, we moeten stoppen met het vissen op diepzeebestanden. In ieder geval totdat kan worden aangetoond dat deze visserij duurzaam kan.

De Commissie stelt echter voor om de nodige verminderingen in de visserij te spreiden over een periode van maximaal 4 jaar. Dit om de sociale en economische gevolgen van de verminderingen te verzachten. Dit is volstrekt niet acceptabel.

Ik vraag de minister om het ICES-voorstel volledig te omarmen en zich hiervoor in EU-verband sterk te maken, zodat niet in 4 jaar wordt overgegaan op de beperkingen in visvangst die het ICES voorstelt, maar direct.

Daarbij, het gaat hier voor een groot deel over haaien. Volgens het voorstel van de Commissie zoals het er nu ligt mogen hiervan nog vele tonnen worden gevist in 2009 en 2010. Nu was het afgelopen week ‘Europese week van de haai’. Hierin werd aandacht gevraagd voor de problematiek rondom de haai, en konden mensen een petitie tekenen voor een sterk EU-actieplan ter bescherming van de haai. Het ligt in de planning dat dit actieplan begin volgend jaar in de Raad zal worden vastgesteld.

Ik wil de minister vragen hoe het voorstel van de Commissie zich verhoudt tot dit EU-actieplan, ook van de Commissie. Strookt een afbouwtermijn van 4 jaar wel met dit plan, of is het daarmee meteen in strijd tot 2012?

Visserijonderhandeling tussen de EU en Noorwegen.
Dan de visserijonderhandeling tussen de EU en Noorwegen. De minister spreekt niet over een behoud en herstel van visbestanden, maar zegt alleen dat ze zich zal inzetten voor de belangen van de Nederlandse visserij. Dit is wel erg eenzijdig. Minister, graag uw reactie. Daarnaast kunnen wij wat leren van Noorwegen. Noorwegen is namelijk van mening dat alle vis die gevangen wordt ook moet worden aangeland. Dat betekent dat het niet is toegestaan om bijvangsten overboord te gooien. Zoals nu wel gebeurt, en een enorme verspilling en onnodig dierenleed met zich mee brengt, en absoluut geen stimulans is om selectiever te gaan vissen.

Een goede ontwikkeling is dat tijdens een recente expertbijeenkomst de EU en Noorwegen hun voornemens hebben uitgesproken om de teruggooi (discards) van vis terug te dringen. De beperking van bijvangsten en teruggooi is een belangrijke doelstelling van het GVB. De Europese Commissie heeft een verordeningsvoorstel in voorbereiding waarmee teruggooi moet worden tegengegaan. Nu is het zaak om hierin tempo te maken en snel de Noorse aanpak over te nemen, EU-breed.

Aan de minister de vraag of zij zich hiervoor in Brussel sterk wil maken.

Bescherming van de Atlantische tonijn
Tot slot de bescherming van de Atlantische tonijn. De minister geeft aan dat de inzet van de Gemeenschap gericht moet zijn op een duurzaam meerjarig beheer van de tonijnbestanden, en op het herstel van het blauwvintonijn-bestand tot een duurzaam niveau in het bijzonder.

Maar kan de minister aangeven wat zij hiermee bedoelt. We weten immers al dat de blauwvintonijn er zo slecht voor staat dat een duurzaam niveau alleen kan worden bereikt met voorlopig een 0-vangst, waarbij tegelijkertijd zwaar ingezet moet worden op controle op vangst van blauwvintonijn omdat er sprake is van veel illegale vangsten.