Bijdrage Partij voor de Dieren aan debat initi­a­tiefwet verbod nert­sen­fok­kerij


9 oktober 2008

Voorzitter,

Een historisch debat vandaag. Op het gevaar af van zelfbevlekking, wil ik vermelden dat het intrekken van het eerdere wetsvoorstel -afkomstig van toenmalig minister Brinkhorst- door het eerste kabinet Balkenende, destijds één van de redenen was voor de oprichting van de Partij voor de Dieren. De wens van een duidelijke Kamermeerderheid en maar liefst driekwart van de Nederlandse bevolking werd door de partijen VVD, CDA en de LPF klakkeloos opzij geschoven.
Nederlanders zijn tegen bontproductie uit ethische overwegingen en desalniettemin is ons landje één van de grootste bontproducenten. Een kleine 200 bontfokkers wisten tot nu toe te winnen van miljoenen Nederlanders die al meer dan twintig jaar willen dat die bedrijven stoppen met hun onethische handel.

Laten wij er nu voor zorgen dat de geschiedenis zich op dit punt niet gaat herhalen. De politiek kan en mag niet langer achter de feiten aanlopen en de weerstand en zorgen van de Nederlandse bevolking negeren. Hierbij wil ik de indieners van dit wetsvoorstel dan ook bedanken voor het feit dat wij vandaag de kans krijgen om deze grote fout te herstellen.

Bijna 45 miljoen nertsen geleden, drong de weerstand tegen de bontsector zodanig door tot de zittende politici dat de motie Swildens cs. door een Kamermeerderheid werd aangenomen. Dat was in 1999. Een jaar nadat Dick Stellingwerf van de Reformatorisch Politieke Federatie (Nu onderdeel van de ChristenUnie) dierenbeschermer van het jaar werd, juist ook vanwege het feit dat hij en zijn partij zich sterk hebben gemaakt voor een verbod op de bontfokkerijen. Ik noem het hier maar even omdat ik verontrustende geluiden heb gehoord over de ChristenUnie met betrekking tot dit wetsvoorstel.

De toenmalige minister van Landbouw reageerde hierop met het ontwikkelen van een wettelijk verbod. Brinkhorst gaf hierbij aan dat “het verbod past binnen de voortschrijdende ontwikkeling van de maatschappelijke grondhouding van de mens ten opzicht van het dier.” Dat Nederland hierin bepaald geen koploperspositie inneemt, blijkt wel uit het feit dat vele Europese landen al een verbod hebben ingesteld. Andere landen hebben regelgeving die zo streng is dat dit neerkomt op een verbod.
En dat is volkomen terecht.
Tijdens hun leven zitten de nertsen in veel te kleine kooien. Niets van hun natuurlijke gedrag kunnen nertsen in zo'n kooi uitleven. Niet rennen, jagen of vluchten. Er is geen water om in te zwemmen en te vissen. In de kooi is slechts een drinknippel om water uit te zuigen en een PVC-buisje om doorheen te lopen.
Nertsen zijn roofdieren. Ook na honderd jaar gevangenschap zijn ze nog niet gedomesticeerd. Ze hebben nog steeds dezelfde eigenschappen die nertsen in het wild hebben. Geen wonder dat ze gek worden van verveling en frustratie als ze in een klein kooitje moeten leven. Dat is ook te zien. Nertsen vertonen in gevangenschap heel vaak abnormaal gedrag. Bijvoorbeeld door het eindeloos herhalen van zinloze bewegingen. Vaak bijten nertsen hun eigen staart en vacht kapot. Of ze lopen steeds rondjes of draaien voortdurend met hun kop rond de drinknippel.
De nertsenfokkers proberen door te fokken de nerts aan te passen in plaats van de omgeving aan de nerts aan te passen.
Zodra nertsen hun wintervacht hebben, komt er een abrupt einde aan hun treurige bestaan. Zij worden met koolmonoxide vergast. Daarna wordt het lijkje gevild en verder bewerkt.
Voorzitter, bont is fout. Het is onethisch, onnodig, veroorzaakt enorm veel leed en is milieuvervuilend. Er is niets goeds aan bont. Bont is een uitwas van decadentie. Dezelfde decadentie die op dit moment onze aarde uitput. Er is geen enkele, geen ENKELE rechtvaardiging voor de bontproductie. Dát vindt de overgrote meerderheid van de Nederlanders. De weerloze, kwetsbare dieren worden uitgebuit. Deze levende wezens die de pech hebben een prachtige vacht te hebben, worden in Nederland niet beschermd tegen het onethische handelen van de mens met dollartekens in de ogen.
De nertsenfokkerij, een typisch Nederlands exportproduct en daar ben ik niet trots op.
Voorzitter, er moet een einde komen aan deze kleine, onethische bedrijfstak waar niemand op zit te wachten, alleen de nieuwe rijken in China. Wij zouden niet aan hun vraag moeten willen voldoen. We moeten ethische keuzes maken, dat zijn we verplicht aan onszelf. We hebben eigen ethische normen en mogen daarom onze verantwoordelijkheid niet delegeren. We zijn het ook verplicht als we kijken naar de Nederlandse traditie voor het beschermen van de meest kwetsbaren. We hebben destijds ook de kinderarbeid afgeschaft, ondanks dat we wisten dat het elders in de wereld voorkwam, of zelfs zou kunnen toenemen. We hebben toen niet geredeneerd laten we hier dan een zogenaamd iets betere kinderarbeid houden.
De vossen- en chinchillafokkerijen zijn inmiddels ook verboden. De volgende logische stap is de nertsenfokkerij. Een verbod is al vele jaren in aantocht, het komt niet als een donderslag bij heldere hemel.
Er zijn meer dan voldoende alternatieven voor bont. Bont is in deze tijd niets meer dan een luxeproduct, een statussymbool. Eerder al besloten we een verbod in te stellen op het testen van ingrediënten van cosmetica op dieren. Cosmetica is immers ook een luxeproduct. Een verbod op de productie van bontproducten zou een meer dan logische stap zijn.
Voorzitter, en dan kom ik op het punt van de praktische uitwerking van dit verbod.
Kijk, onze partij wil ook de nertsenfokkers op een nette manier een einde kunnen maken aan hun fokkerijactiviteiten. Ook al moet mij van het hart dat ik het ronduit kwalijk vind hoe de nertsenfokkers de afgelopen jaren het aantal dieren hebben verdubbeld van ruim 2 miljoen naar maar liefst 4,5 miljoen. Ik las in de Pelsdierhouderij dat ze dat deden zodat een verbod in de toekomst nog moeilijker zou kunnen worden. Immers, het Plan van aanpak, later de productschapsverordening, sprak duidelijk van een nog altijd dreigend verbod en wees ook op de groeiende maatschappelijke weerstand. Het zou jammer zijn als partijen in dit huis hier in trappen.

Ook moet hier gezegd zijn dat het toch wat ongeloofwaardig is als de bontfokkers claimen miljoenen euro’s te hebben geïnvesteerd.
Het LEI heeft bij de berekening van de investeringen een kapitale fout gemaakt door abusievelijk het 2003 als investeringsjaar als uitgangspunt te nemen, terwijl in de Productschapsverordening nota bene wordt aangegeven dat de nertsenfokkers sinds 1995 bezig zijn met de door het LEI genoemde welzijnsinvesteringen. 25% van de nertsenfokkers had tussen 1995 en 1998 die investeringen reeds gedaan, voorzitter.
Nou moet men ons niet wijs maken dat de investering in stro, PVC buisjes en platformpjes uit 1998 niet in 20 jaar kunnen zijn afgeschreven. In ieder geval hebben we het voor de komende tien jaar niet over investeringen gedaan door 50% van de nertsenfokkers, maar over investeringen van slechts 30% van de nertsenfokkers die er sinds 1998 zijn bijgekomen.

Voorzitter, we moeten af van de nertsenfokkerij en wel zo snel mogelijk. De dieren wachten al meer dan 25 jaar, nadat duidelijk werd dat de overgrote meerderheid van de hardwerkende Nederlanders tot de slotsom was gekomen bont niet meer te willen dragen en niet meer te willen fokken.
Een warme sanering is veel meer op zijn plaats als we willen voorkomen dat er nog eens 45 miljoen nertsen na een kort en ellendig leven vergast worden. Om die reden zullen wij een amendement indienen.

Want de onzekerheid voor het lot van de nertsen en voor de nertsenfokkers duurt al veel te lang.
Ik sta dan ook paf als ik in de kranten lees dat de ChristenUnie en de Partij voor de vrijheid nog twijfelen over dit wetsvoorstel. Hoe lang moeten de nertsen nog wachten op oprecht mededogen van deze partijen? Hoe lang willen de ChristenUnie en de PVV de nertsenfokkers nog in onzekerheid laten? Wat is voor de ChristenUnie en de PVV dan een acceptabele afbouwtermijn? Want door zo dubbelzinnig in het debat te blijven staan, veroorzaken zij valse hoop, voorzitter. En dat siert deze twee partijen niet.
Zeker niet als bijvoorbeeld de ChristenUnie net voor de verkiezingen een wit voetje bij de kiezer wilde halen met een nertsenfokverbod. Milieudefensie vroeg een maand voor de verkiezingen in 2006 aan Andre Rouvoet waarom er in het verkiezingsprogramma niets meer stond over de groei van de biologische landbouw. Rouvoet antwoordde:“Het verkiezingsprogramma is onder grote tijdsdruk tot stand gekomen. Het is geen bewuste keus geweest om dat te schrappen en het is de vraag of dat niet hersteld moet worden in het definitieve programma. Er zijn nog wel meer dingen waarvan ik vind dat ze terug moeten. Afschaffing van de nertsenhouderij stond er altijd in en ik vind ook dat dat er nu alsnog weer in moet.” In 1995 spraken de twee gefuseerde christelijke partijen al over een nertsenfokverbod, dat is 51 miljoen nertsen geleden, voorzitter. En nu blijkt opeens dat ze 2018 (23 jaar later, nog eens 45 miljoen nertsen meer) nog een te korte termijn vinden voor de beëindiging van de nertsenfokkerij….

En dan de Partij voor de Vrijheid. Die zich altijd opwerpt als de dierenambassadeur pur sang. Die het heeft over de barbarij die nertsenfokkerij heet. Diezelfde partij die zich nu opeens verschuilt achter de drogreden dat bij een verbod, de nertsenfokkerij verhuist naar het buitenland? Is dat nou een tegenargument dat past bij de Partij voor de Vrijheid? Ik dacht dat de Partij voor de Vrijheid altijd graag een autonoom opererend Nederland voor ogen staat, die pal staat voor haar beschaving. Geldt dat opeens niet als het gaat om de bescherming van dieren, als het gaat om ethische keuzes?

Voorzitter, het vormt geen direct onderdeel van dit debat maar heeft hier zeker raakvlakken mee, dus ik wil het hier graag even noemen. De etikettering van bontproducten. Minister Verburg heeft bij ieder debat haar mond vol van de macht van de consument als het gaat om verantwoord inkopen. De consument kan zelf de keuze maken voor diervriendelijke producten. Hier is echter geen enkele sprake van, zolang er geen etiketteringsplicht bestaat. Wij horen graag van de indieners en van de minister welke mogelijkheden zij hiervoor zien.


Tot slot
Voorzitter, tot slot. Het zijn roerige tijden waarin we ons bevinden. Crisis na crisis stapelt zich op. We leven in een tijd waar we van het meest kostbare wat we hebben, Kleingeld met een grote “K” hebben gemaakt. De kleingeldcrisis van dit moment maskeert een groter probleem dat debet is aan alle andere problemen. Hebzucht en de daaruit voortvloeiende onbarmhartigheid en onduurzaamheid lijken de boventoon te voeren. Bont als luxeproduct maakt onderdeel uit van die stroming.

Laten we weg gaan van het klatergoud en de schone schijn, en opkomen voor alles wat écht en de moeite waard is. Laten we vandaag iets goeds doen. Laten we dit wetsvoorstel omarmen.