Bijdrage Partij voor de Dieren aan feite­lijke vragen­ronde n.a.v. de verant­woording 2007 door LNV


28 mei 2008

Nr. Vraag

  1. Kunt u aangeven waarom vooral de financiele tekorten van de VWA een rol speelden in 2007 en of en zo ja op welke wijze deze financiele tekorten hebben geleid tot een verminderde aandacht voor voedselveiligheid, diergezondheid, dierenwelzijn en het belang voor de Nederlandse export?

    Kunt u aangeven in hoeverre de financiele tekorten worden verkleind met de implementatie van de nieuwe retributieregeling? Welk procentueel aandeel van het financieel tekort zal hierdoor worden opgelost. Acht u dat percentage afdoende om de knelpunten ten aanzien van (het gebrek aan) controle en handhaving, zoals ook verwoord door de heer Kleinmeulman in zijn brief van vorig jaar oktober, aan te pakken?
  2. Kunt u aangeven welke garanties, criteria en concrete en afrekenbare doelen u in uw plannen heeft ingebouwd om de 140 miljoen euro die de komende jaren beschikbaar beschikbaar is voor vernieuwing, verduurzaming en sanering van de visserij ook daadwerkelijk te besteden aan een verduurzaming van de visserij en het voorkomen van het leegvissen van de zeeen door Nederlandse vissers?
  3. Kunt u toelichten waarom de aandacht voor het beheer van wilde zwijnen op de Veluwe vermeld staat in het jaarverslag? Is er vanuit uw ministerie geld geïnvesteerd in (onderzoek naar) de toepassing van de één-op-één methode? Zo ja, om welke bedrag ging het hier?
  4. Kunt u uiteenzetten op welke wijze en door wie wordt gewerkt aan een “structurele oplossing” voor het beheer van wilde zwijnen op de Veluwe? Worden hierbij – naast de Faunabeheereenheden en de wildbeheereenheden - ook niet-belanghebbende partijen betrokken? Zo ja, welke? Zo neen, bent u bereid dit alsnog te doen en kunt u aangeven waarom voor deze partijen gekozen is?
    Kunt u aangeven wat de huidige stand van zaken is ten aanzien van dit onderzoek? Op welke wijze en op welke termijn zullen de resultaten hiervan met de Kamer besproken worden?
  5. Kunt u aangeven hoe u in de uitwerking van uw beleid omgaat met uw constatering dat bepaalde maatschappelijke waarden niet zomaar te verenigen zijn? Kunt u aangeven of bepaalde waarden prevaleren boven andere en op basis van welke criteria en afwegingen u daarin een keuze maakt? Kunt u in het door u genoemde voorbeeld over mogelijke fricties tussen een beter dierenwelzijn en een beter milieu aangeven welke keuze u zou maken? Kunt u aangeven of u voornemens bent toe te werken naar een hierarchie van waarden om deze fricties tussen waarden op te lossen of dat u een andere vorm kiest om helderheid en duidelijkheid te scheppen in het gevoerde beleid?
  6. Kunt u aangeven op welke wijze de - in de door u georganiseerde consultatieronde vastgestelde - zorg van burgers over het dierenwelzijn en de wens van burgers om ook in Europees verband dierenwelzijn een centrale plaats te geven in het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid heeft vertaald naar uw inzet en ambitieniveau ten aanzien van de Health Check?

    Kunt u aangeven op welke wijze u de maatschappelijke waarden zoals dierenwelzijn, milieu, klimaat en wereldvoedselvoorziening onderdeel heeft gemaakt van uw inspanningen om het GLB de komende jaren te verbeteren? Kunt u daarbij concrete maatregelen en afrekenbare mijlpalen benoemen die uw inspanningen duidelijk maken?

    Kunt u aangeven welke afwegingen u heeft gemaakt in het verdedigen van de belangen van de agrarische sector versus het verdedigen van de belangen van de samenleving als geheel in uw inzet bij de hervormingen van het GLB? Welke spanningen zijn opgetreden en hoe bent u daarmee omgegaan?
  7. Kunt u aangeven welke positie u inneemt binnen de Europese Unie om inkomenssteun nog meer te koppelen aan duurzaam ondernemerschap zoals dierenwelzijn, milieu en landschap? Kunt u aangeven of u in dat kader verdergaande voorstellen van modulatie van andere lidstaten zult ondersteunen, en zo neen waarom niet?
  8. Kunt u aangeven waarom is vermeld dat de campagne 'een kip kan niet kiezen' effect heeft in de primaire sector? Beschouwt u dat als een (positief) resultaat en waarom?

    Wanneer denkt u de resultaten van de effectmeting van de campagne onder consumenten met de Kamer te kunnen delen?
  9. Kunt u aangeven welk percentage van de Nederlandse veehouders binnen nu en tien jaar vrijwillig overstapt naar een nieuwe stalontwerp die door ketengerichte innovaties in samenwerking met maatschappelijke organisaties tot stand zijn gekomen? Kunt u aangeven of u deze verwachting voldoende vindt en of deze in overeenstemming is met uw visie op de veehouderij in 2020? Kunt u aangeven welke afrekenbare doelen en maatregelen u neemt om de Kamer de gelegenheid te geven inzicht te krijgen in hoeverre uw visie ten aanzien van de duurzame veehouderij voor op de lange termijn ook al binnen deze kabinetsperiode gestalte krijgt?
  10. Kunt u aangeven hoe het 'vervuiler betaalt' principe dat dit kabinet in haar regeerakkoord heeft opgenomen zich verhoudt tot het verstrekken van miljoenensubsidies voor de aanschaf van luchtwassers om de vervuiling vanuit de bio-industrie terug te dringen? Waarom worden veehouders niet verplicht deze luchtwassers met alleen eigen middelen aan te schaffen en de kosten daarvan te verdisconteren in de prijs van het product?
  11. Kunt u aangeven op welke concrete resultaten en mijlpalen de Tweede Kamer u kan afrekenen als het gaat om de implementatie van de toekomstvisie veehouderij die in januari 2008 naar de Kamer is verzonden? kunt u aangeven welke afrekenbare rol u speelt in de implementatie van deze visie?
  12. Kunt u aangeven welke effectindicatoren en afrekenbare criteria u in gaat zetten om aan de Kamer te kunnen verantwoorden dat in 2011 productiedieren en gezelschapsdieren beter worden behandeld? kunt u daarbij aangeven op welke wijze u de zinsnede 'beter behandeld' definieerd en hoe deze ambitie meetbaar wordt gemaakt?
  13. Kunt u aangeven of u een nulmeting heeft verricht om zo in 2011 vast te kunnen stellen of productie en gezelschapsdieren in 2011 beter worden behandeld? Zo ja, wat zijn de uitkomsten van de nulmeting? Zo neen, waarom niet en bent u voornemens deze alsnog uit te voeren en zo niet hoe gaat u dan meten of u deze doelstelling heeft gehaald?
  14. Kunt u aangeven of u met de zinsnede 'productiedieren en gezelschasdieren worden beter behandeld in 2011' alle in Nederland gehouden productie- en gezelschapsdieren bedoeld? Zo ja, hoe gaat u dat meten? Zo neen, voor welke percentages telt deze doelstelling en hoe gaat u dat meten?
  15. Kunt u aangeven waarom het uitbrengen van een nota dierenwelzijn, het sturen van de conceptwet dieren naar de Kamer, het ontwikkelen van wat nieuwe stalconcepten en het opzetten van een Informatiecentrum voor Gezelschapsdieren een prestatie is op het gebied van de verbetering van het welzijn van dieren? Kunt u aangeven hoeveel dieren een beter welzijn hebben gekregen door deze 'resultaten ter bevordering van het dierenwelzijn'?
  16. Kunt u aangeven of en zo ja in wat voor een opzicht dieren na 2007 beter worden behandeld en welke inspanningen van het kabinet daaraan hebben bijgedragen?
  17. Kunt u naast de opsomming van de 'resultaten die zijn geboekt ter bevordering van het dierenwelzijn' ook inzicht geven in de mislukkingen die dierenwelzijn weer op een lager niveau plaatsen zoals het voortduren van vriesbranden, het toestaan van de kleingruppenhaltung, het voorlopig uitstellen van de verplichting om iets te doen aan de gladde betonnen vloeren bij kalveren. Kunt u aangeven of er nog meer voorgenomen maatregelen van dit kabinet ter bevordering van het welzijn van dieren zijn teruggedraaid?
  18. Kunt u aangeven welk percentage productiedieren het beter zal krijgen wat betreft het welzijnsniveau en welke concrete verbeteringen op het gebied van huisvesting van, behandeling van en ingrepen bij productiedieren het gevolg zijn van de vermelde resultaten die u heeft geboekt ter bevordering van het dierenwelzijn? Kunt u daarbij specifiek per soort productiedier aangeven welke resultaten zijn geboekt ter bevordering van het welzijn, voor welk percentage van het totaal van de soort de verbetering geldt en op welke wijze dat is gemeten?
  19. Kunt u aangeven waarom u vindt dat er de nodige voortgang is geboekt ten aanzien van het onverdoofd castreren van biggen? Kunt u aangeven waarom u nog steeds wilt inzetten op het stimuleren van verdoofd castreren van biggen terwijl onlangs uit wetenschappelijk onderzoek bekend is geworden dat biggencastratie onnodig is? Kunt u aangeven waarom u niet inzet op het snel beeindigen van castratie van biggen en daarvoor alle middelen uit de kast trekt?
  20. Kunt u aangeven op welke wijze uw constatering dat 'dierenwelzijn een hoge prioriteit heeft bij het kabinet' zich heeft vertaald naar afrekenbare en meetbare doelen waarbij aantoonbaar is vast te stellen dat het welzijn van productiedieren en gezelschapsdieren in Nederland significant aan het verebeteren is?
  21. Kunt u aangeven of reeds een start is gemaakt met een evaluatie van het eerste jaar dat het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren operationeel is? Zo ja, wat zijn hiervan de resultaten en bent u bereid het evaluatierapport aan de Kamer te sturen? Zo neen, hoe verhoudt dit zich tot uw toezegging dat een jaarlijkse evaluatie zou gaan plaatsvinden waarbij de effectiviteit van de publiekscampagnes en communicatieuitingen gemeten zal worden?
  22. Kunt u aangeven of eerdere voorlichtingscampagnes of communicatieuitingen met betrekking tot verantwoord huisdierbezit reeds geëvalueerd zijn en onderzocht op hun effectiviteit? Zo ja, op welke wijze? Wat waren hierbij de conclusies? Kunt u een globale beschrijving geven van deze campagnes en uitingen? Welke lessen zijn hieruit getrokken ten aanzien van de campagnes van het LICG?
  23. Is het waar dat voorlichting of informatie over de Regeling Agressieve Dieren niet of nauwelijks te vinden is via de website van het LICG? Zo ja, op welke wijze bent u voornemens hier verandering in te brengen? Zo neen, kunt u dit toelichten?
  24. Kunt u aangeven waarom 600.000 euro uit de post ter bevordering van dierenwelzijn is overgeheveld naar de post kennis om onderzoek te laten uitvoeren naar verdoofd castreren, welzijn circusdieren en groepshuisvesting van zeugen terwijl uit onderzoek al is gebleken dat biggencastratie onnodig is, circusdieren hun natuurlijk gedrag niet kunnen uiten en zeugen liever bij elkaar zitten in groepen dan alleen?
  25. Kunt u aangeven waarom geld moest worden overgeheveld vanuit de post 'verbetering dierenwelzijn' naar de post 'kennis' en waarom het onmogelijk is om onderzoek naar het welzijn van dieren niet uit de al bestaande middelen voor kennis te halen?
  26. Kunt u aangeven hoeveel ruimte er is binnen de bestaande post 'kennis' om aan onderzoek te doen ter verbetering van het dierenwelzijn? Kunt u aangeven welk percentage van het onderzoek naar de veehouderij wordt besteed aan het verbeteren van het welzijn van dieren?
  27. Kunt u aangeven waarom in de DLO onderzoeksprogramma's en de DLO wettelijke onderzoekstaken geen post is opgenomen die ingaat op de hoge prioriteit die dit kabinet geeft aan de verbetering van het welzijn van dieren?
  28. Kunt u uitleggen waarom de hogere uitgaven voor het ondersteunen van LNV beleid met kennis betrekking hebben op met name de uitvoering van diverse projecten van DLO op het gebied van dierenwelzijn? Kunt u aangeven waraom deze uitgaven niet uit de reguliere voorzieningen kunnen worden gemaakt en kunt u aangeven of u verwacht dat deze post in de toekomst ook zal leiden tot onvoorziene hogere uitgaven?