Bijdrage Partij voor de Dieren aan AO Veetrans­porten


22 januari 2008

Voorzitter. We voelden 'm al aankomen. De minister wil zich niet bemoeien met het welzijn van dieren die door heel Europa worden gesleept. De voortdurende misstanden bij de langeafstandstransporten van levende dieren rechtvaardigen een stevig optreden van de overheid.
Maar in plaats daarvan mag de transportsector zelf bepalen welke regeltjes ze zichzelf wil opleggen en hoe ze de naleving gaat controleren. Terwijl dezelfde sector veelplegers keer op keer de hand boven het hoofd houdt. De klepcontrole maakt plaats voor een nietszeggend invullen van wat papieren. Er komt geen GPS systeem terwijl de invoering ervan per 1 januari 2008 ons is toegezegd en recidivisten gaan gewoon door met hun praktijken omdat straffen laag zijn.

Het zogenaamde kwaliteitssysteem voldoet niet eens aan de voorwaarden die eerder door haar eigen ministerie zijn opgesteld, maar toch keurt deze minister binnen drie dagen en vol enthousiasme de nieuwe sectorvoorstellen goed. De minister zegt dat beide voorstellen goede waarborgen bieden om het welzijn van dieren tijdens transport te borgen. Mij is volstrekt onduidelijk waar de minister die stelling op baseert.

Kan de minister aangeven op welke waarborgen zij doelt en op welke wijze het welzijn van dieren tijdens het opladen en tijdens het transport worden gecontroleerd? Kan de minister aangeven waarom zij er op vertrouwt dat de sector deze controles zelf kan uitvoeren?

'Dierwaardig vervoer 2008' heet een van de twee voorgestelde systemen. Welke waardigheid er voor de dieren overblijft is zeer de vraag. Tijdens de transporten wordt niet gecontroleerd, en de sector heeft geen zin om gegevens op te slaan die het mogelijk kunnen maken om te controleren of transporteurs zich aan de rij- en rusttijden houden, de geplande routes wel volgen en of ze geen dieren illegaal bijladen (1). De zelfregulering dient hier heel duidelijk alleen de sectorbelangen. De dieren schieten er niets mee op.

Voorzitter, de vraag is waarom de minister zo gemakkelijk akkoord gaat met de voorstellen. Ze weet zelf ook dat een stevig toezicht noodzakelijk is; niet voor niets stelde ze in september de 100% klepcontrole voor, en wilde ze een GPS-systeem per 1 januari invoeren.

Kan de minister aangeven waarom zij nu genoegen neemt met een sectoraanpak die bij lange na niet lijkt op haar eigen voorgestelde aanpak van een 100% klepcontrole en de invoering van het GPS systeem?

Kan de minister aangeven wanneer zij de vertragingstactieken van de sector om de GPS buiten de deur te houden niet meer zal accepteren? Kan de minister duidelijk maken wanneer in dit geval genoeg genoeg is en zij gewoon over gaat tot de invoering van het GPS systeem dat al gewoon op de plank ligt en al door de grotere transporteurs wordt toegepast?

Het voorgestelde kwaliteitssysteem is totaal niet onafhankelijk. De normen zijn opgesteld door de direct belanghebbenden (PVV, Saveetra en NBHV) en andere betrokkenen zijn niet eens gehoord of geraadpleegd (zoals dierenorganisaties). Bovendien blijkt dat aan de voorgestelde sanctioneringscommissie nog allerlei haken en ogen kleven (het LID wordt voorgesteld, maar is niet gevraagd en wil ook geen zitting nemen). En bij sanctionering kan in beroep worden gegaan bij dezelfde personen die ook in de sanctioneringscommissie zitten en bovendien vertegenwoordigers zijn van de transportorganisaties die veelplegers afgelopen najaar nog de hand boven het hoofd hebben gehouden.

Kan de minister aangeven waarom zij al genoegen neemt met een kwaliteitssysteem dat alleen is opgesteld door direct economisch belanghebbenden?

Kan de minister aangeven waarom zij denkt dat zowel voor de invulling van de sanctioneringcommissie als van de beroepsmogelijkheid de onafhankelijkheid en kwaliteit voldoende is gewaarborgd?

Kan de minister aangeven waarom zij meent dat er sprake is van een adequaat sanctioneringsysteem en hoe zich dit verhoudt tot het Beleidskader Toezicht op Controle (voorwaarde 8, nr. g)?

De beladingsnormen die in het kwaliteitshandboek worden voorgesteld zijn te hoog. Hier wordt dus de Europese transportverordening niet gevolgd en kunnen Nederlandse transporteurs ongezien en ongestraft nog meer varkens in hun vrachtwagens proppen dan dat al wettelijk is toegestaan.

Erkent de minister deze verkeerde invulling en is zij voornemens hier wat tegen te doen?

Het kwaliteitshandboek voorziet bovendien niet in een controle bij het opladen en het vervoer van dieren. Zelfs niet steekproefsgewijs. Er vindt alleen een papieren controle plaats. Hoe kan de dierwaardigheid van het vervoer zo daadwerkelijk worden gecontroleerd?

Kan de minister dat uitleggen?

Bovendien stelt de Europese transportverordening dat een dierenarts een verklaring moet ondertekenen waarin wordt aangegeven dat de ingeladen dieren in goede conditie zijn voor het transport. Wil de beste man of vrouw dat naar waarheid kunnen doen, dan is fysieke aanwezigheid bij het inladen een vereiste. Nederland voldoet dus niet aan de Europese regels, niet met de oude brancheprotocollen en niet met de nieuwe kwaliteitssystemen. Beschamend voor een land dat dieren tot exportproduct heeft gebombardeerd, en voor welzijnsregels wegduikt in de Europese stroperigheid. Als grootste exporteur van levende dieren heeft Nederland de verantwoordelijkheid om voorop te lopen. In plaats daarvan lappen we zelfs de minimale Europese regels aan onze laars.

Kan de minister aangeven of zij expliciet bij de Europese Commissie laat toetsen of de aanwezigheid van een keuringsarts bij het opladen van dieren verplicht is?

Minister schrijft in brief dat ze de kwaliteitssystemen zal voorleggen aan de Europese Commissie. Onnodige informatie, want dat heeft ze de Kamer gewoon toegezegd. De minister kan binnen drie dagen de Kamer een briefje kunnen sturen dat ze de sectorvoorstellen prima vindt, dan had ze ook de voorstellen wel vast kunnen voorleggen aan de Europese Commissie.

Kan de minister aangeven wanneer zij deze toetsing laat plaatsvinden en wanneer zij een reactie van de Europese Commissie verwacht?

Voorzitter. Ik rond af. Er moet zo snel mogelijk een einde komen aan het vervoeren van levende dieren over lange afstanden. De Partij voor de Dieren streeft naar reistijden van maximaal twee uur, maar ook in de nota dierenwelzijn wordt gesteld dat het afgelopen moet zijn met het vervoer van dieren over lange afstanden. De manier waarop deze minister echter invulling geeft aan haar zogenaamde wens tot verbetering is ronduit teleurstellend. Ik wil de minister daarom nogmaals oproepen werk te maken van dierwaardig vervoer en zelf daarin een sterke verantwoordelijkheid te nemen door stringent, duidelijk en kaderstellend beleid en adequate controles door dierenartsen bij het opladen van dieren.

Dank u wel.

(1) De controle behelst: een keer per jaar wordt bekeken of de vervoerder de vereiste vervoerdersvergunning heeft, of voor de veewagens een goedkeuringscertificaat aanwezig is en of de chauffeurs een opleiding voor dierenwelzijn hebben gevolgd (een opleiding van een dag!).