Bijdrage partij voor de Dieren aan Algemeen Overleg over natura 2000


30 juni 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De Partij voor de Dieren is ernstig ontstemd. De minister is op zoek gegaan naar de rek en ruimte binnen de Nederlandse en Europese regelgeving om veehouderijen in en rond de Natura-2000-gebieden gewoon door te kunnen laten gaan, en zelfs flink te kunnen laten uitbreiden. De opdracht is: handhaaf je eigen natuurwetgeving. Maar nee, zelfs in gebieden waar de ammoniakdepositie tien keer hoger is dan de natuur aankan, is de minister bereid de teugels te laten vieren. Ze denkt die ruimte gevonden te hebben, gedicteerd door LTO en bijgestaan door een door haarzelf samengesteld adviesgroepje. Nogmaals, ze denkt die ruimte te hebben gevonden, want dit papieren sprookje gaat natuurlijk niet op. Over de langdurige fasering van het bereiken van natuurdoelen, het relativeren van de betekenis van kritische depositiewaarden, het afzwakken van de natuurdoelen, het structureel afschaffen van de vergunningplicht en volstaan met het stand-stillbeginsel, heb ik heel veel vragen. Ik betwijfel of het juridisch houdbaar is, en of het Raad-van-State-proof is. Het lijkt mij zomaar van niet. Ik denk dat de Kamer meer tijd moet nemen om na het reces hierover verder door te praten, en in de tussentijd haar huiswerk te doen. Wij kunnen dit niet accepteren zonder een goede beoordeling van de juridische implicaties van wat de minister hier allemaal voorstelt. Wij achten besluitvorming op dit punt niet acceptabel zonder een tussentijds advies van de Raad van State. Mijn ergernis is groot, maar ik heb gelezen dat de minister emoties niet erg op prijs stelt als het bijvoorbeeld over ggo’s gaat. Als boeren geëmotioneerd zijn, pakt zij de pen en zet ze strepen door de geldende wetgeving in Nederland. Zij mag mij uitleggen wanneer zij emoties wel en wanneer zij ze niet acceptabel vindt.

De Nb-wet dreigt tandeloos te worden gemaakt. Daar baal ik van. Hoe kan het zijn dat de minister niet wist hoe de wet moet worden gelezen? Waarom wordt een eerder geaccepteerde wet nu zo plotseling ingrijpend verbouwd? Wie zegt dat wij niet van de regen in de drup belanden? De minister noemt evenwicht tussen de verschillende belangen. Maar wat moet volgens haar worden gedaan indien op zeker moment vast komt te staan dat een bepaald belang de instandhouding van Natura 2000 op termijn structureel aantast, en dat de belangen dus onverzoenbaar zijn? Prevaleert dan het economisch belang? Dat is in strijd met de wet, minister. Hoe kan het zijn dat wij luchtwassers voor veehouders subsidiëren die ammoniak uitstoten, en dat die emissies nog steeds fors toenemen? Hoe kan het zijn dat dat beleid nog steeds toestaat dat de milieuwinst vanwege luchtwassers volledig teniet wordt gedaan door het houden van meer dieren? Waarom komt de milieuwinst vanwege luchtwassers niet voor een aanzienlijk deel ten gunste van het milieu?

De minister doet suggesties voor een nadere invulling van de Nb-wet. Genoemd wordt een ruimere fasering. De overmaat aan stikstof maakt dat de natuurwaarden aanhoudend verslechteren. Het langdurige voortduren van die overmaat aan stikstof brengt de instandhouding van de natuurwaarden steeds verder weg. Dat hoef ik niemand uit te leggen. Uit onderzoek is bekend dat een te lang voortduren van een overmaat aan stikstof een omslagpunt kan veroorzaken, met als gevolg dat de natuurwaarden als afgeschreven moeten worden beschouwd. Dwingt de ecologische situatie niet tot een bepaalde datum van gunstige staat van instandhouding? Waarom doet de minister alsof wij tot Sint-juttemis hebben? Natura never nooit niet, denk ik. De minister stelt dat de depositiegrenswaarden dienen te worden gerelativeerd. Wij kennen een rapport dat in opdracht van haar ministerie is uitgebracht, waarin een overzicht van de kritische depositiewaarden voor stikstof is uitgezocht, en waarin concreet de kritische grenswaarden worden genoemd voor de bestaande ecologische waarden. Wij weten ook dat de uitkomsten van dit onderzoek positief zijn beoordeeld door een panel van internationale wetenschappers. Kan de minister dat bevestigen? Als dat waar is, waar haalt zij dan de stelling vandaan dat wij wel kunnen matigen met de depositiewaarden? Wat is de wetenschappelijke onderbouwing van die stelling?

Ik kom toe aan de brief over het opzeggen van de medewerking door de werkgroep Behoud De Peel. De minister zegt daarover bijzonder teleurgesteld te zijn, juist nu er een moeizaam bevochten akkoord is. Zij vindt dat door niet in gesprek te willen blijven de werkgroep zich buiten de bestuurlijke realiteit plaatst. De werkgroep Behoud De Peel probeert vanuit een uiterst netelige positie, tegenover massieve politieke boerenbelangen, de ecologische belangen weg te slepen voor de poorten van de hel, want er blijft niets van over. De minister zegt dan dat de werkgroep zich buiten de bestuurlijke realiteit plaatst, de bestuurlijke realiteit is dat de minister de kaders moet stellen. Zij kan tegen een overleggroepje zeggen: zoeken jullie uit hoe je het invult, komen jullie er niet uit, dan hak ik de knoop door. Er ligt geen bestuurlijke verantwoordelijkheid bij de werkgroep, noch bij LTO Nederland, die ligt bij de minister, en die moet zij nemen.

Reactie Minister Verburg: Voorzitter. Mevrouw Ouwehand vroeg wat er gebeurt als belangen onverzoenbaar zijn. Ik heb al eerder aangegeven dat in de beheerplannen in het belang van betrokkenen wordt samengewerkt door mensen en organisaties. Er zijn heel veel mogelijkheden door het toepassen van een bepaald instrumentarium, bestaand of nieuw. Mevrouw Ouwehand noemde het toepassen van luchtwassers, maar je zou ook kunnen denken aan emissiearme stallen en de voer-mest-kringloop. Daarbij zou een win/win/win-situatie kunnen worden gecreëerd. Maar als het in the end totaal blokkeert, staat de ecologie voorop. Maar dat is niet het begin, maar het sluitstuk. Mevrouw Ouwehand vroeg waarom milieuwinst door luchtwassers mag worden ingevuld met extra uitstoot. Het gaat om de integrale aanpak op gebiedsniveau, waar afspraken worden gemaakt over het bereiken van de instandhoudingsdoelen. Als het nodig is, worden er aanvullende maatregelen genomen, maar zo'n luchtwasser en allerlei andere maatregelen worden meegewogen op de schaal van het bereiken van resultaten. Die aanpak wordt op dit moment besproken en afgesproken in De Peel.

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd of de tussenwaarden kunnen worden onderbouwd. Daar wordt hard aan gewerkt. Dit zal per gebied nodig moeten zijn. In De Peel zullen meer extra stappen moeten worden gemaakt met betrekking tot de extra depositiewaarden dan in andere gebieden. Dit zal moeten plaatsvinden op basis van de ecologische situatie, de staat van instandhouding en de afnemende milieu- en natuurdruk.

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd welke wijzigingen ik beoog in de Nb-wet. Dat ga ik de komende weken en maanden bespreken met de overige partners. Ik kom nog met de Kamer te spreken over het wetsvoorstel. Maar eerst zal het voorstel naar de Raad van State gaan, voordat het naar de Kamer komt. Gelet op de inbreng van mevrouw Ouwehand denk ik dat dat voor haar als een geruststelling geldt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik denk dat er vandaag geen sprake zal zijn van geruststelling bij mij.

Voorzitter. Ik heb een sms-je van mevrouw Verdonk, wil ik bijna zeggen, maar dat is natuurlijk niet waar. Het hele AO komt er rook uit mijn oren, zo nijdig ben ik over de brief van de minister. Ik ben echt heel boos!

De vragen die ik heb gesteld, en de antwoorden die ik daarop heb gekregen, roepen allerlei nieuwe vragen op. Hoe dit verder moet, ik weet het echt even niet. Als wordt gesproken over onzekerheid voor ondernemers hoop ik dat er ergens een hand in eigen boezem gaat. Ik vind het onvoorstelbaar dat deze commissie in meerderheid het toetsingskader ammoniak – wij wisten dat dat het niet zo gaan halen bij de Raad van State – heeft goedgekeurd, en dat na een jaar is gezegd: vervelend voor die ondernemers, wat moeten we nu? Als je zo'n geschiedenis hebt en binnen een dag een rigoreuze brief krijgt, je beroepend op het argument dat die onzekerheid voor ondernemers niet prettig is, vind ik dat echt niet kunnen. Wij moeten hier de tijd voor nemen en er zorgvuldig naar kijken, aangezien het allemaal heel ver gaat. Ik vraag de bereidwilligheid van de collega's om dit er niet door te jassen vanwege in het verleden gemaakte fouten. Dat kan gewoon niet!

Reactie Minister Verburg: Voorzitter. Mevrouw Ouwehand maakt steeds de vergissing dat je in de praktijk niet alleen mensen tegenkomt die dit met lange tanden moeten doen, nee, wij moeten daar ook weer passie, bezieling en hartstocht inbrengen, zodat mensen ervoor gaan. Wij moeten ervoor zorgen dat mensen er zelf belang bij hebben, want dan wordt de natuur nog mooier. Dat is niet alleen om van te genieten, alles en iedereen wordt daar beter van, niet alleen de vogels en de habitat, ook de mensen die in zo'n omgeving wonen en leven. Daarbij gaat het om organisaties en ondernemers. Op het laatste punt heeft mevrouw Ouwehand gelijk: zij horen er ook bij, want economie en ecologie kunnen met elkaar in balans functioneren. Hoofdlijn is dus dat wij de richting bepalen en doorgaan met de uitwerking. Ik ga het overleg voeren dat ik de Kamer heb toegezegd, zoals met de provincies, met "Brussel" en met andere overheden. Ik ga aan de slag met de voorbereiding van een wetswijziging, die het traject ingaat en zo nodig ook naar de Raad van State gaat. Ik zeg tegen de provincies dat zij door moeten werken aan de beheerplannen, en wel voor 1 september. Het gaat dan om een voorlopig beheerplan, waarbij wij eventueel de nieuwe inzichten tegen het licht kunnen houden. Ook in deze brief is geen verandering, maar wel een verduidelijking aangebracht: een ruimte in de werkwijze die je zou kunnen kiezen zonder dat de regels daarvoor moeten worden aangepast, of wetswijzigingen moeten plaatsvinden. Zoals gezegd komen de beheerplannen in september, die wij dan tegen het licht kunnen houden. Wij kunnen dan elementen als haalbaar en betaalbaar wegen. Ik ga daarvan uit en roep iedereen daartoe op om zodanig geïnspireerd aan de slag te gaan en te blijven dat wij straks drie soorten winnaars hebben: de natuur, de mensen die daar wonen, recreëren en sociaal actief zijn, maar ook de ondernemers. Ik ben ervan overtuigd dat dat kan, maar dat hangt van ons aller inzet af.