Bijdrage Ouwehand Programma Aanpak Stikstof (1 april 2015)


30 april 2015

Eerste termijn

Voorzitter. We hebben met elkaar natuurbeschermingsbeleid afgesproken en dat is belangrijk. Natuur is een kwetsbare waarde. Natuur kan zichzelf niet verdedigen tegen een overmaat aan economische activiteiten waar zij dan zelf aan ten onder gaat. Maar de natuur is wel van belang voor de gezondheid van ons allemaal. Daarom zijn wij, de regering en de Tweede Kamer, uitgevonden, om die waarden, die zichzelf niet kunnen verdedigen maar die wel van groot publiek belang zijn, veilig te stellen. Wat is het probleem? Volgens de natuurbeschermingsregels mogen die waardevolle natuurgebieden in Nederland niet verder achteruitgaan. Dat gebeurt wel, want we belasten de gebieden te veel, vooral met stikstof afkomstig uit de veehouderij. Wat gebeurt er dan? Eigenlijk had je jaren geleden al moeten zeggen dat het met de veehouderij wel welletjes is geweest. Vanuit onze eigen overtuiging is het belangrijk om natuur te beschermen, maar er zijn ook regels om de natuur niet verder achteruit te laten gaan. Hadden we ons gewoon netjes aan de regels gehouden, dan was er nu niet zo veel gedoe geweest met ondernemers die zich al jaren afvragen of ze wel of niet kunnen uitbreiden en onder welke voorwaarden. Hadden we onze eigen plicht al opgepakt om de natuur daadwerkelijk robuust te maken, zaten we hier nu niet in een debat waarin de VVD inderdaad de waarheid spreekt -- de Programmatische Aanpak Stikstof is bedoeld om de ontwikkelingsruimte mogelijk te maken -- en hoefden partijen die zich wel een beetje willen inzetten voor de natuur, zich niet in zo veel bochten te wringen om dit verhaal te verkopen als een natuurmaatregel.

Die natuurmaatregel was er al. We hebben de plicht al om Natura 2000-gebieden effectief te beschermen. Dat betekent dat de belasting van die gebieden al teruggedrongen had moeten worden. Elke minuut dat we hier zitten, geldt die plicht. Of we nu een Programmatische Aanpak Stikstof hebben of niet. Natuurlijk, zo'n instrument dat je kunt inzetten om in beeld te brengen wat de natuur nodig heeft, welke ontwikkelingsruimte er is, en hoe we dat kunnen verdelen, zou wel kunnen werken, maar niet in de situatie waarin de natuur er zo verschrikkelijk slecht aan toe is en het instrument vervolgens de belasting niet aanpakt zoals dat zou moeten. Er wordt hier hard gelachen. Dat snap ik wel, want ik schop tegen heilige huisjes. Kan de staatssecretaris bevestigen dat Nederland tot nu toe nog nooit de internationaal afgesproken biodiversiteitsdoelstellingen heeft gehaald en dat Nederland nog steeds een van de slechtste jongetjes uit de Europese klas is, met zo'n 15% van de oorspronkelijke biodiversiteit? Ik zei het al: dat zijn heilige huisjes. Vandaar de reacties van de VVD en SGP en misschien ook wel van het CDA.

Je zult de conclusie moeten trekken dat als het je echt iets waard is om de natuur te beschermen, je op een zeker moment ook nee moet zeggen tegen economische activiteiten die die natuur te gronde richten. Die vinden helaas nog steeds plaats. Dan is de Programmatische Aanpak Stikstof geen oplossing. De oplossing is dat we gaan handhaven wat we al hadden moeten doen. Dat betekent dat veehouderijen uitgefaseerd moeten worden op plekken waar de belasting veel te hoog is, en dat je een deltaplan moet presenteren over de toekomst van de landbouw in Nederland. Dat is eerlijk in de richting van de ondernemers. Als je kijkt naar de kritiek op de Programmatische Aanpak Stikstof en naar alle vragen die de nu zwaar geïrriteerde partijen zelf aan de staatssecretaris hebben gesteld, is het nog maar de vraag welke juridische zekerheid ondernemers hieraan kunnen onderlenen. Als de staatssecretaris in reactie op het zeer kritische rapport van de Commissie voor de m.e.r. zegt dat bijsturing van belang is, zou iedereen zich hier aan tafel moeten afvragen: bijsturing? Betekent dat dan dat we een vergunde activiteit toch maar weer gaan intrekken? Voor wie zijn de kosten dan? Is het wel reëel om in te zetten op bijsturing? Of is het verstandiger om te weten waar je naartoe gaat, namelijk de kritische depositiewaarden binnen bereik brengen, de instandhoudingsdoelen echt respecteren, en zo terugrekenen naar wat er dan aan economische ontwikkeling mogelijk is? De Partij voor de Dieren vindt het ook in het belang van de ondernemers echt niet verstandig om in te zetten op de economische ontwikkeling terwijl je niet weet of je daarmee de doelen gaat halen. Je moet dan op een zeker moment ingrijpen. Dat gaat ofwel de staatskas heel veel centjes kosten -- dus ik zou zeggen tegen mevrouw Lodders: kiep je portemonnee maar vast om -- of het gaat ten nadele van de ondernemers die deze partijen juist zeggen te willen beschermen. Dus doe geen onverstandige dingen.

Zoals D66 zei, zitten we inderdaad een beetje in een kip-eisituatie. Er ligt een kritisch rapport van de Commissie voor de m.e.r. De staatssecretaris zegt echter dat een deel van de bevindingen gebaseerd is op de oude situatie. Ik vrees dat de kern van de kritiekpunten van de Commissie voor de m.e.r. ook met de nieuwe situatie overeind blijft en dat de herstelmaatregelen vooral hypothetisch zijn. Over monitoring en bijsturing heb ik zojuist al iets gezegd. Wat kun je daar in alle realiteit van verwachten? Het is ook maar zeer de vraag of de depositiedaling zoden aan de dijk zet.

Ik hecht eraan om de staatssecretaris wat cijfers voor te houden uit de zienswijze van de Brabantse Milieufederatie en natuur- en milieuwerkgroep Behoud de Peel. Als de cijfers over een in 2030 bereikte emissiereductie van slechts 10 miljoen kilogram kloppen, gaat het dus maar om zo'n 10%. Als we daarvan meer dan de helft uitgeven aan ontwikkelingsruimte, blijft er dus maar een reductie over van 4% gemiddeld in Nederland. Dat is toch niet om over naar huis te schrijven. Het jaar 2030 is vijftien jaar van nu. Kan de staatssecretaris bevestigen dat de stikstofdepositie in 2030 voor de nu al overbelaste gebieden, kwetsbare gebieden, ver boven de waarde blijft die die gebieden kunnen hebben? Het gaat bijvoorbeeld om de Brabantse Wal, het Ulvenhoutse Bos, de Regte Heide, Leenderbos, Groote Heide en De Plateaux. Kan de staatssecretaris reageren op de berekeningen, in dezelfde zienswijze, dat de Programmatische Aanpak Stikstof de groei van de veehouderij verder zal stimuleren? Bedrijven die minder dan 1 mol per hectare depositie veroorzaken in een Natura 2000-gebied, worden immers vrijgesteld van de vergunningplicht. Afhankelijk van de afstand tot de natuurgebieden kunnen die bedrijven dus flink uitbreiden. Kan de staatssecretaris bevestigen dat op een afstand van 2 kilometer tot een Natura 2000-gebied elk bedrijf zou kunnen uitbreiden met 70 melkkoeien of ruim 40 mestvarkens, of daarbij de beste emissiebeperkende technieken moet gebruiken? Klopt het dat als al die technieken worden ingezet, het aantal dieren in de veehouderij in theorie met twee tot wel zeven keer zou kunnen toenemen? Is dat verstandig in gebieden zoals Brabant? De Partij voor de Dieren roept de staatssecretaris tegen beter weten in op, want ik weet dat ze graag met dit plan door wil, om in elk geval wel eerlijk te zijn over de verplichtingen die de natuurbeschermingsregels ons nu al opleggen. Ik hoop dat ze daar ook achter staat, want het zou haar eer te na moeten zijn om de natuur verder achteruit te laten kachelen. Wat betekent dit instrument met al die onzekerheden, voor de juridische positie van de ondernemers? We moeten beide belangen serieus nemen. De Partij voor de Dieren zegt: wees gewoon eerlijk en zeg dat de verdere ontwikkeling van de vee-industrie in Nederland niet kan, gelet op de huidige staat van de natuur en de kwetsbaarheid van de gebieden die we wel degelijk moeten beschermen.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het raakte me dat mevrouw Lodders eerst alleen bedrijven noemde die op slot zitten en daarvan schande sprak. Vervolgens zegt ze dat dat toch niet de bedoeling is van natuurbeleid. Volgens mij juist wel. Volgens mij is er een natuurbeschermingsbeleid om ervoor te zorgen dat die collectieve waarde, het belang van het behoud van onze natuur, wordt beschermd tegen de optelsom van bedrijven. Men heeft het goed recht om ergens een bedrijf te starten, maar iemand moet de natuur bewaren. Waar is de visie van mevrouw Lodders? Als het natuurbeschermingsbeleid ergens een grens stelt aan de economische activiteit omdat die de natuur belast, zeggen mevrouw Lodders en de VVD dan: we heffen het natuurbeschermingsbeleid op?

Mevrouw Lodders (VVD): Als het aan mevrouw Ouwehand en de Partij voor de Dieren ligt, gaat de natuur boven alles. De VVD-fractie staat op het standpunt dat we eerst iets moeten verdienen alvorens we het kunnen uitgeven. Natuurlijk is natuur ook belangrijk, maar wat ons betreft dat is natuur waar we met z'n allen gebruik van kunnen maken, waar we met z'n allen van kunnen genieten. Boeren in en nabij Natura 2000-gebieden die daar veelal al jaren, generatie op generatie, hun bedrijf hebben, moeten dat gewoon kunnen voortzetten. Dat moet passend zijn. We moeten dus niet de natuur boven de economie of de economie boven de natuur stellen, maar de balans zoeken tussen economie en ecologie. Ik hoor de Partij voor de Dieren altijd de natuur boven alles stellen en daarmee de economie stopzetten, maar vervolgens steunt ze wel debatten op het moment dat de werkgelegenheid het land uit rent.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is leuk geprobeerd, maar we hebben in het natuurbeschermingsbeleid nu eenmaal afgesproken om nog iets van natuur in stand te houden tegenover de almaar groeiende druk van economische activiteiten. Vindt de VVD dat dat beleid altijd aan de kant moet worden gezet als blijkt dat de economische activiteiten een te grote druk op de natuur zetten? Het was een heel lang verhaal met allerlei jij-bakken in de richting van de Partij voor de Dieren, maar het antwoord van mevrouw Lodders is dat als het aan de VVD ligt er geen natuurbeschermingsbeleid is, behalve natuurbeschermingsbeleid waar niemand last van heeft. Dan hoef je de natuur ook niet te beschermen en geen wetten te maken, want dan gaat het vanzelf goed.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik denk dat mevrouw Ouwehand mij heel goed heeft verstaan. De VVD wil een balans tussen economie en ecologie. Er moet eerst iets worden verdiend alvorens we wat kunnen uitgeven. In Nederland hebben we nog steeds natuurgebieden met het bordje "verboden toegang", waar we geen gebruik van kunnen maken en waar bedrijven worden weggepest. Dat is niet een visie die de VVD nastreeft.

[……]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij van de Arbeid zei in een interruptie in de richting van mevrouw Lodders dat het er eigenlijk op neerkomt dat de Programmatische Aanpak Stikstof weer ontwikkeling van bedrijven mogelijk maakt. Ik denk dat de PvdA daar gelijk in heeft. De heer Leenders zegt nu dat het ook goed is voor de natuur. Daar heb ik echter zo mijn twijfels over. Ik vraag me af of de heer Leenders de berekeningen heeft gelezen in de verschillende zienswijzen, bijvoorbeeld van Brabant. De emissie in Nederland zal maar zo'n 4% dalen en de PAS zal maar voor 2% daling zorgen ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Je kunt toch moeilijk volhouden dat de natuur daar wat mee opschiet, gelet op het feit dat de natuur overbelast is en er dus veel meer reductie nodig is dan deze paar procentjes.

De heer Leenders (PvdA): Mevrouw Ouwehand kan mij berekeningen voorleggen wat ze wil. Ik ga er echter van uit, op grond van wat ik weet van de PAS, wat ik heb gehoord en wat ik heb gelezen, dat zowel de natuur als de economie voordelig uit is bij een zo snel mogelijke start van de Programmatische Aanpak Stikstof. Je kunt er allerlei berekeningen op loslaten. Ik heb daarom ook geen goed weerwoord op de berekening van mevrouw Ouwehand en ga er inhoudelijk niet op in. Als mevrouw Ouwehand het goed vindt, laat ik het daarbij, tenzij ze nog een vervolgvraag heeft.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, die heb ik wel. De heer Leenders zei zelf in de interruptie op mevrouw Lodders dat hij niet snapt waar haar bezwaren zitten, want de Programmatisch Aanpak Stikstof maakt juist de vergunningverlening en de uitbreidingen weer mogelijk. De natuurbeschermingsregels zoals ze op dit moment zijn, hebben een harde grens getrokken ten aanzien van de mate waarin je natuurgebieden mag belasten. Omdat we dat niet goed hebben gedaan, wordt nu een instrument opgetuigd om de vergunningverlening toch weer vlot te trekken. Dat is dus iets anders dan de al bestaande natuurbeschermingsregels gewoon netjes uitvoeren. Ik vraag daarom nogmaals waar de constatering vandaan komt dat de natuur hier zo veel mee zou opschieten? De natuurbeschermingsregels schrijven nu al voor dat je gebieden niet achteruit mag laten gaan. We kunnen toch gewoon de wet naleven zoals die al was?

De heer Leenders (PvdA): Ik lees de PAS zo dat de instandhoudingsdoelstellingen in de komende periode van zes jaar, twee keer drie jaar, worden bereikt. We blijven dus op een gelijk niveau. In de tweede periode van zes jaar moeten we door de PAS een vooruitgang van de natuur bewerkstelligen. Dat is te weinig. We zien liever dat ook in de eerste zes jaar al een sterke verbetering optreedt. Dat zit er niet in. Gelet op de huidige situatie nemen we daar genoegen mee. In de tweede periode zal er wel verbetering moeten optreden.

Beantwoording door de staatssecretaris

Mevrouw Ouwehand vroeg wat dit instrument betekent voor de juridische positie van de ondernemers. We hebben er heel veel energie ingestoken om die zo goed mogelijk te borgen. Dit instrument maakt de juridische positie beter. De ondernemer heeft namelijk nu vaak moeite om een ecologische onderbouwing bij een vergunningsaanvraag rond te krijgen. Dat wordt met de PAS een stuk gemakkelijker. Dat geldt met name voor de kleinere ondernemers die geen arsenaal aan hulptroepen kunnen inhuren om bijvoorbeeld zo'n ecologische onderbouwing daadwerkelijk te leveren. Dat geldt uiteraard zolang er ontwikkelingsruimte en milieugebruiksruimte is. Er zijn dus wel grenzen. Ongebreidelde uitbreiding is niet op elk moment overal mogelijk.

[…]

Mevrouw Ouwehand vroeg of de PAS de groei van de veehouderij eerder zal stimuleren. Daar waar de natuurkwaliteit er niet door achteruitgaat, is er inderdaad ruimte. Dat is wat de PAS natuurlijk mogelijk maakt. Ik denk dat mevrouw Ouwehand daar niet blij mee is, maar ik kan dat wel bevestigen. Dat is natuurlijk voor een deel de reden dat de PAS voor met name de agrarische sector van belang is. Het is echter ook fair als we erbij opmerken dat men die ruimte zelf verdient. Dat vind ik heel mooi daaraan. Men krijgt dan de helft van wat men opbrengt weer terug. Dat is ook belangrijk om even vast te stellen.

[….]

Mevrouw Ouwehand vroeg mij te reageren op allemaal cijfers die onder andere in de zienswijzen naar voren zijn gebracht. Het lijkt me niet goed om hier vanavond op individuele zienswijzen te reageren. We kunnen wel vaststellen dat de landbouwmaatregelen waar mevrouw Ouwehand in bredere zin op doelde, tot extra depositiedaling leiden. Nationaal en Europees beleid voor luchtkwaliteit zorgen voor een daling van deposities. En er is de inzet op herstelmaatregelen. Dat totaalpakket zorgt voor het halen van de milieudoelen.

[…]

De andere vraag van mevrouw Ouwehand was hoe het nu met de MER zit. Het is voor een deel toch gebaseerd op een oude situatie. Mevrouw Ouwehand sprak ook over de herstelmaatregelen en de depositiedaling. Ze vroeg zich af of dat allemaal wel in verhouding is. Specifiek heeft ze het jaar 2030 genoemd. Volgens de Commissie voor de m.e.r. blijkt in veel gebieden in 2030 nog sprake te zijn van een depositie boven de kritische depositieruimte. Dat klopt, maar misschien is het goed om te zeggen dat de kritische depositieruimte en het realiseren van depositie daaronder -- de kritische depositiewaarde en het daaronder gaan zitten -- geen onderdeel is van de Habitatrichtlijn. Ik kan me voorstellen dat het een doelstelling kan zijn van bijvoorbeeld de Partij voor de Dieren, maar dat is niet wat ons Europees wordt gevraagd. Dus dat doen we ook niet. Het is nu al lastig genoeg.