Bijdrage Ouwehand over patenten op voedsel


10 juni 2015

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Knolraap, lof, schorseneren en prei; dit debat gaat over groente. Het gaat eigenlijk best goed. Nederland is goed in het veredelen van groentegewassen, zodat zij resistent worden voor bijvoorbeeld meeldauw. Er zijn honderden soorten aardappels, waarvan de ene soort geschikt is voor frietjes, de andere soort voor aardappelpuree en weer een andere soort voor droge gebieden. Het is razend gezond en er is volop keuze, voor elk wat wils. De Partij voor de Dieren zegt het niet heel gauw, maar op deze sector zijn wij echt trots. Misschien heeft dat te maken met het feit dat wij vegetariërs zijn; dat zou zomaar kunnen.

Het is belangrijk om deze kennis en kunde goed te borgen. Het zou zo moeten zijn — daar staat Nederland ook voor — dat je gebruik mag maken van de materialen van planten via klassiek veredelen, waarmee je ervoor zorgt dat rassen kunnen kruisen, en dat daar geen patenten op kunnen worden aangevraagd. De kennis die we daarmee vergaren, moet immers breed beschikbaar zijn voor andere veredelaars en andere boeren, zodat zij daar verder mee kunnen werken. Daar staat de secretaris voor, samen met de Kamer, maar we worden in de weg gezeten door de Europese bio-octrooirichtlijn. De staatssecretaris doet haar uiterste best — dank daarvoor — om ervoor te zorgen dat die in Europa afgesproken octrooirichtlijn er niet toe leidt dat ten koste van die Nederlandse vinding, die zo ongelofelijk belangrijk is voor het beschikbaar houden van planteigenschappen, onze voedselvoorziening in handen komt van een paar grote spelers. Henry Kissinger zei het al: "If you control the food supply, you control the people". Het zou heel slecht zijn als Monsanto, Bayer en Syngenta gaan bepalen welke rassen nog geteeld en verkocht gaan worden. Dus dank voor de inzet van de staatssecretaris, maar de Partij voor de Dieren heeft zorgen. Wij zouden graag van de staatssecretaris horen hoe het staat met haar pogingen om de bio-octrooirichtlijn zo aan te passen dat die veredelingsvrijstelling echt wordt gegarandeerd. Kunnen wij nog iets doen als Kamer?

Wat de Partij voor de Dieren betreft, is de hete aardappel in dit debat de keuze die de staatssecretaris zou moeten maken tussen haar inzet om de veredelingsvrijstelling echt te borgen — daar zijn wij haar dankbaar voor en daar steunen wij haar in — versus de onderhandelingen over TTIP. De Amerikanen zien dit namelijk helemaal niet zitten. De Amerikanen willen ongeveer alles kunnen octrooieren. De vraag aan dit kabinet is dus of dit een breekpunt wordt. Dit debat gaat wat de Partij voor de Dieren betreft echt om de keuze die het kabinet moet maken voor die veredelingsvrijstelling, waar het kabinet voor staat, de toekomst van onze landbouw en de vrije beschikbaarheid van voedselgewassen, die rechtstreeks wordt bedreigd door de inzet op TTIP. Ik wil graag van het kabinet weten wat de keuze wordt: veredelingsvrijstelling en de toekomst van ons voedsel of een deal met de Verenigde Staten?

Interrupties bij andere partijen:

De heer Geurts (CDA): (…) De vandaag jarige mevrouw Ouwehand — bij dezen nog gefeliciteerd — zei bij het aanvragen van het debat: als wij het eens zijn met elkaar, laten we dan samen een goed aanvalsplan bedenken en daarover een debat voeren, zodat we kunnen voorkomen dat de voedselvoorziening in handen komt van een handjevol bedrijven. Het plan ligt er al geruime tijd. De aanval is aan het kabinet. Laten we ons als Kamer niet laten leiden door angst, maar het kabinet controleren of het doet wat het heeft beloofd. Bij Commissie en Raad moeten urgentie en noodzaak van de vrijheid van gebruik van plantenmateriaal hoog op de agenda staan. Ik verzoek de staatssecretaris of ze haar lobby bij haar Europese collega's gaat intensiveren en of ze bereid is, de uitgebreide kwekersvrijstelling op Raadsniveau in te brengen en te laten bespreken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer Geurts zegt terecht: Kamerbreed. Het gebeurt niet zo heel vaak dat PvdD en CDA elkaar kunnen vinden, maar als het gebeurt, is doorgaans de hele Kamer het met elkaar eens. Dat is op dit dossier het geval. We waarderen de inzet van de staatssecretaris, die we proberen te helpen en aan te moedigen. Maar naast de inzet om de octrooirichtlijnen aan te passen, hangt wel de grote donkere wolk van TTIP ook weer boven dit dossier. We maken ons grote zorgen over de gevolgen voor de landbouw. Als die TTIP-deal doorgaat, heeft alles wat wij hier doen niet zo veel zin meer en hetzelfde geldt voor alle inspanningen van de staatssecretaris. Sluit het CDA zich bij de Partij voor de Dieren aan in haar oproep aan het kabinet om hier een breekpunt van te maken? Als de kwekersvrijstelling, waar wij met z'n allen voor staan, niet geborgd is, dan kunnen wij niet instemmen met TTIP.

De heer Geurts (CDA): Breekpunten en het CDA zijn geen goede combinatie, dus dat zullen we niet doen. Althans, ik doe dat niet. Het lijkt me niet verstandig breekpunten te benoemen. Wij zijn het wel eens over het feit dat er goed en keihard moet worden onderhandeld met Amerika. Dat doet de Europese Commissie. Onder leiding van de Europese Commissie wordt ook een groot deel besproken in het Europees Parlement. In de praktijk zal het geen effect hebben om hier nu gelijk een punt van te maken door te zeggen: dan stoppen we ook overal mee. Ik zeg dat op dit moment dus niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat verbaast me dan toch een beetje, want het is nu al behoorlijk ingewikkeld. Met de Nederlandse uitvinding van de kwekersvrijstelling, het kwekersrecht, lopen we al tegen Europa aan. Europa staat op het punt om daarover nog een keer te onderhandelen met de Amerikanen. Zo naïef is de heer Geurts toch niet? Hij staat toch voor een gezonde Nederlandse landbouw en voor een krachtige Nederlandse veredelingssector? Daar mag TTIP toch niet als een dreigende donderwolk boven blijven hangen?

De heer Geurts (CDA): Ik dank mevrouw Ouwehand voor haar opmerking dat we voor de sector staan. Dit is een mooie bevestiging van het beleid dat wij proberen te voeren en proberen uit te dragen, maar laten we een aantal dingen niet met elkaar verwarren. Het gaat op dit moment om de vraag wat we in Europa kunnen doen. Wat kan Nederland in Europa doen? Wij moeten inzetten op die uitgebreide kwekersvrijstelling. Laten we dit niet verwarren met de discussie over TTIP. Als wij die uitgebreide kwekersvrijstelling vrij snel in Europa voor elkaar krijgen, kan deze gewoon onderdeel zijn van de TTIP-onderhandelingen. Laten we niet wachten; laten we op volle stoom doorgaan op dit onderwerp.

(…)

De heer De Liefde (VVD): Voorzitter. In de Westlandse kassen wordt 1 kilo tomaten geteeld met slechts 4 liter water, terwijl een traditionele tomatensoort op een open veld 50 liter water nodig heeft voor diezelfde kilo. Dat is nou mede mogelijk gemaakt door jarenlange innovatie. Dat is dus innovatie in de agrarische sector die we moeten bevorderen. Maar hoe doen we dat dan? Door aan de ene kant veredelaars in staat te stellen hun investeringen terug te verdienen en aan de andere kant de toegang tot uitgangsmateriaal goed te regelen. Net als andere partijen in dit huis maakt de VVD zich zorgen over het toenemende aantal octrooien in de veredeling. Door een octrooi wordt de toegang tot een bepaalde eigenschap voor andere veredelaars geblokkeerd. Just in deze sector is het van groot belang dat veredelaars met elkaars producten verder kunnen om nog betere producten in de toekomst te maken.

Laat het helder zijn: de VVD is niet tegen octrooien. Die bestaan met recht en zijn nodig om het simpel kopiëren van een uitvinding te voorkomen, maar octrooien als instrument werken niet het beste voor elke sector. De voedselsector is wat ons betreft daar een voorbeeld van. Je haalt letterlijk de voedingsbodem voor verdere veredeling weg door de toegang voor twintig jaar af te schermen. Hoe dan wel? Met de beperkte kwekersvrijstelling zijn we al een eindje op weg en daar zijn we blij mee. Eigenschappen beschermd door octrooien kunnen nu gebruikt worden zonder toestemming voor verdere veredeling maar voor de commerciële exploitatie daarvan, als er sprake van succes is, moet nog steeds een licentie worden verkregen. Zo'n blokkade heeft uiteindelijk niet onze voorkeur als het gaat om voedsel. Maar hoe krijgen veredelaars toegang tot het beschikbaar uitgangsmateriaal en kunnen ze dat op de markt brengen als ze echt met een nieuw gewas komen? Wereldwijde innovatie in die verdelingssector moet mogelijk blijven en is ook nodig om het groeiend aantal monden op deze wereld te kunnen voeden, want deze planeet wordt niet groter.

Wat wij willen, kunnen wij niet alleen in Nederland regelen. Het Europees Octrooiverdrag moet worden aangepast. De staatssecretaris heeft dat in eerdere debatten al weleens toegezegd en daar zijn we haar ook dankbaar voor. Hoe kansrijk denkt zij echter te zijn? Ik heb die vraag weleens eerder gesteld en de staatssecretaris gaf toen een wat mij betreft realistisch antwoord, namelijk dat die kansen klein zijn. Ik ben daarom benieuwd hoe zij aankijkt tegen het International Licensing Platform, dat sinds ruim een jaar bestaat. Daarbij wordt zonder discriminatie en voorwaarden vooraf toegang verkregen tot alle octrooien die daarin zijn opgenomen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben er oprecht blij mee dat de Kamer hierin eensgezind optrekt en dat de VVD en de Partij voor de Dieren op dit punt in hetzelfde kamp zitten. Ik dank de VVD-fractie daarvoor, maar ik zou van die fractie ook graag het volgende willen weten. De onderhandeling over TTIP gaat ook over intellectueel eigendom en het doel is om de regels zo veel mogelijk te harmoniseren. De Amerikanen vinden dat zo ongeveer alles patenteerbaar is, dus ook dieren, planteigenschappen, noem het maar op. Dat is dus een bedreiging voor de inzet van de staatssecretaris, die namens ons allemaal probeert de bio-octrooirichtlijn aan te passen en de kwekersvrijstelling veilig te stellen. Hoe ziet de VVD-fractie de spanning tussen enerzijds dit aspect van TTIP, en anderzijds de doelen waarvan we allemaal heel graag willen dat de staatssecretaris ze gerealiseerd krijgt in Europa?

De heer De Liefde (VVD): Ik denk dat wij in dit huis met elkaar een aantal doelen onderschrijven, al staan we wellicht wat verschillend in de vraag welke instrumenten ingezet moeten worden om die doelen veilig te stellen. De VVD-fractie vindt het ontzettend belangrijk dat veredelaars op de schouders van reuzen kunnen staan en verder kunnen veredelen. Ik vind het iets minder relevant of dat nu per se bereikt moet worden met een uitgebreide kwekersvrijstelling, of dat een sluitend ILP, het platform dat ik eerder noemde, de juiste weg is. We weten immers dat de staatssecretaris ons eerder weleens heeft verteld dat de kansen om die uitgebreide kwekersvrijstelling te realiseren vrij beperkt zijn. Het gaat mij dus om het einddoel. Dat einddoel moet zijn dat er toegang is tot het uitgangsmateriaal en dat iedereen op de wereld die wil veredelen dat ook kan doen, maar ook dat de mensen die erin investeren daar geld aan kunnen verdienen. Van de VVD mag dat, namelijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat mag van de Partij voor de Dieren ook. Volgens mij is dat ook zo geregeld, zoals wij het met z'n allen hier voor ons zien. Als je zo'n uitvinding hebt gedaan, mag je wel geld verdienen aan de vermarkting, maar het materiaal moet beschikbaar zijn voor andere veredelaars. Laat ik het als volgt formuleren. Voor de VVD staat het einddoel dus voorop, en dat is mooi. Vindt de VVD-fractie dat TTIP dat doel niet in gevaar mag brengen?

De heer De Liefde (VVD): Mevrouw Ouwehand begon haar interruptie ermee — ik vertaal het maar even zo — dat zij niet enthousiast is over het patenteren van intellectueel eigendom. Die indruk wekte ze in ieder geval in haar inleiding. Wij zijn niet tegen octrooiering en bescherming van intellectueel eigendom. Wel vinden wij het van belang dat er toegang blijft tot uitgangsmaterialen voor anderen voor verdere innovaties. Daarom gaf ik ook aan dat de voedselsector wel wat anders in elkaar steekt dan bijvoorbeeld de medische of een andere sector. Wij laten echter wel ruimte open voor het verdienen van geld aan innovaties.

Beantwoording door de staatssecretaris van Economische Zaken:

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik denk dat een aantal leden de spijker op de kop hebben geslagen toen zij zeiden dat wij in de discussie over het patenteren van voedsel hier allemaal aan dezelfde kant van de streep staan. Zo heb ik dat ook van begin af aan ervaren. Ik ben blij om te zien dat we, ieder vanuit onze eigen motivatie, ook tot hetzelfde standpunt komen. De een doet dat vanuit de gedachte dat wat van God gegeven is, niet kan worden overgeleverd aan het bezit van een bedrijf. Ik zou vanuit mijn achtergrond kunnen zeggen dat je hier te maken hebt met een klassiek verdelingsvraagstuk, waarbij het er echt om gaat dat zaken die van ons allemaal zijn nooit slechts in handen van een enkeling kunnen worden gelegd. Ik zie al meteen bijval vanuit mijn linker ooghoek, dat doet mij deugd.

Maar tegelijkertijd stel ik vast, zoals een aantal leden ook hebben aangegeven, dat wij hier te maken hebben met een uitermate weerbarstig onderwerp. Dat is niet alleen vanwege de grote inhoudelijke en financiële belangen die gemoeid zijn met dit hele verhaal en de juridisering die je bij een dossier als dit al snel op je af ziet komen. Het heeft ook te maken met iets anders. Om de werkelijkheid naar onze hand te zetten vanuit de gedachte dat een radijsje geen radio is en dat de appel iets anders is dan de Apple — een prachtige vondst, ik zeg het de heer Geurts na — en om die werkelijkheid echt te willen wijzigen, zullen wij een internationaal verdrag moeten wijzigen, TRIPs, waarbij er heel veel nodig is om tot het ideale model te komen, namelijk dat van de volledige kwekersvrijstelling. Ofwel zullen wij, als alternatieve route, toch echt moeten komen tot een beperking van het octrooirecht. Ik ben het met de heer De Liefde eens dat het daarbij wel van belang is om heel precies te zijn.
(…)

Last but not least kom ik bij mevrouw Ouwehand en TTIP. Ik denk dat het toch wel van belang is om vast te stellen dat de Europese Commissie onderhandelt, maar ook dat we het uitgangspunt hebben dat er in deze hele kwestie een acquis communautaire moet komen. Dat klinkt heel fraai, maar wat betekent het? Het betekent wat mij betreft dat de biotechrichtlijn die we zouden willen, gewoon leidend is. Op dit moment is er in het kader van de onderhandelingen ook echt geen keuze aan de orde.

Tweede termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Helaas, ondanks de goede ambities en de inzet van de staatssecretaris hangt TTIP dus als een donderwolk boven iets waarvan we niet zomaar willen dat ze een ietsje beter wordt, namelijk de bio-octrooirichtlijn. Die maakt nu dat bedrijven als Monsanto en Syngenta patenten kunnen aanvragen op broccoli's, paprika's en tomaten. We willen het niet een beetje beter, we willen dat het Nederlandse kwekersrecht de norm wordt. TTIP gaat rechtstreeks uit van het maximaal haalbare en de regels houden zoals ze zijn, maar aanscherping gaat nooit meer gebeuren. Daarom is het hoognodig dat we een piketpaal slaan: dit willen we niet.

Motie Ouwehand: Kwekersrecht mag niet bedreigd worden door TTIP

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik zal mijn oordeel geven over de ingediende moties en zal tevens een enkele vraag die gesteld is beantwoorden.

Waar het gaat om een aantal moties waarop ik bij brief nader wil ingaan, is mijn vraag aan de indieners om die brief af te wachten. Rondom het TTIP-debat wordt bijna een soort conspiracy gezien. Ik denk niet dat dit nodig is, maar ik zou toch graag de gelegenheid willen hebben wat preciezer op papier te zetten hoe het precies zit. Om die reden vraag ik mevrouw Ouwehand — ik zal dat straks aan de indieners van de andere moties waarop ik doel ook vragen — om haar motie aan te houden. Zij kent mijn inzet. Ik vind dat het kwekersrecht moet worden uitgebreid in plaats van verder worden beperkt. Dat is de inzet die wij vanuit het kabinet al geruime tijd hebben. Over de relatie die er eventueel is met het TTIP-verdrag en de onderhandelingen daarover zal ik in de brief een nadere duiding geven. Ik zal er ook over moeten overleggen met mijn collega van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Mijn vriendelijk verzoek aan mevrouw Ouwehand is dus om mij ten minste de gelegenheid te geven om in de brief daarop nader in te gaan en de motie in afwachting daarvan aan te houden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik aarzel een beetje. Wij vragen heel vaak informatie van het kabinet, maar hoe het precies zit met de inzet voor TTIP en hoe een en ander gaat werken is mij eigenlijk wel duidelijk. De staatssecretaris zei het zelf: de bestaande regels zijn inzet. Wij vinden de bestaande regels niet goed genoeg. Het kost ons al ontzettend veel moeite om dat Europees naar het niveau te trekken dat wij graag zouden zien. En daar komt bij dat de bestaande regels alleen nog maar inzet zijn in de TTIP-onderhandelingen. Dus we staan op twee punten achter. Dat is mij gewoon duidelijk. Ik zou willen dat we beginnen met het slaan van piketpalen. Gelukkig heeft de PvdA-fractie dat al op een aantal punten gedaan en de Kamer vraagt er ook voortdurend om. Dus daar gaat deze motie over. Ik vind het prima om even te wachten op de brief, maar de staatssecretaris is het toch met mij eens dat er sprake is van een inzet en niet van een resultaatsgarantie, waarbij de bestaande regels leidend zijn? Dit terwijl wij niet tevreden zijn over de bestaande regels.

Staatssecretaris Dijksma:
Ja, maar de vraag wat er precies in zit en op welk aggregatieniveau het eventueel in TTIP aan de orde komt, is echt uitermate relevant voor de vraag of het al dan niet een echte relatie heeft met de discussie van vandaag. Soms zit de werkelijkheid net even een slag ingewikkelder in elkaar dan je zou denken. Het lijkt mij goed om dat even voor u uit te schrijven. U kent mijn inzet; ik wil graag die biorichtlijn veranderen. Daar gaan we ook voor. Dus daar is volgens mij tussen ons geen enkele discussie over. Ten aanzien van de vraag of dat eventueel wel of niet raakt aan de onderhandelingen, is mijn reactie: geef mij de gelegenheid om dat gewoon even mee te nemen. U krijgt daar een goede tekst over en als u die niet voldoende vindt of als u denkt dat het allemaal verkeerd afloopt, dan ligt die motie van u er. Dan zal de Kamer vanzelf daar haar oordeel over uitspreken en ik uiteraard ook. Dit is mijn procedurele voorstel. Als dat niet zo kan, ontraad ik de motie om procedurele redenen, niet vanwege de inhoud.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Die voelde ik natuurlijk al aankomen. Er komt een brief. Wordt dat een gezamenljke brief van u en de minister voor Buitenlandse Handel en wanneer komt die precies?

Staatssecretaris Dijksma: Ja of mede namens, maar in ieder geval ga ik daar natuurlijk even langs. Dat snapt u.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): En wanneer komt die brief?

Staatssecretaris Dijksma: Voor 24 juni.

De voorzitter: Voor 24 juni, want dan is het AO. Dan kan de motie eventueel nog in stemming worden gebracht …

Staatssecretaris Dijksma: Nog voor het zomerreces.

De voorzitter: … voor het zomerreces. Mevrouw Ouwehand, betekent dit dat u uw motie aanhoudt?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja.

De voorzitter: Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor, haar motie (27428, nr. 302) aan te houden.