Inbreng subsi­di­a­ri­teits­toets over het EU voorstel om handel in gentech­pro­ducten te verbieden


10 juni 2015

Inbreng Partij voor de Dieren subsidiariteitstoets over het EU-voorstel wijziging van de verordening inzake de besluitvorming genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) COM (2015) 177

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren oordelen positief over de subsidiariteit van het EU-voorstel om lidstaten de bevoegdheden te geven om de handel in en het gebruik van genetisch gemanipuleerde producten te beperken of te verbieden. Deze leden vinden het van groot belang dat lidstaten niet door de Europese Unie worden gedwongen om producten toe te staan waar zij zelf grote bezwaren tegen hebben. Gentechgewassen en -producten vallen daar zeker onder, gezien de risico’s die deze ggo’s vormen voor mens, dier en milieu. Dat er nu een mogelijkheid wordt gecreëerd voor lidstaten om ervoor te zorgen dat de voedsel- en voerstromen in hun landen gevrijwaard kunnen worden van deze producten is een goede eerste stap. Zij zien echter veel uitvoeringsproblemen bij het daadwerkelijk invoeren van verboden of beperkingen van lidstaten door de vorm van de verordening die de Europese Commissie heeft voorgesteld. Evenals eerder het geval was bij het voorstel van de Commissie om lidstaten de mogelijkheid te geven om beperkingen of verboden op te leggen aan de teelt van gentechgewassen op hun grondgebied, is het allerminst duidelijk dat een dergelijke beperking of verbod op de handel in deze producten juridisch haalbaar zal zijn. De gronden waarop een dergelijk verbod kunnen rusten zijn niet duidelijk, en worden naar mening van de leden van de PvdD-fractie ook teveel ingeperkt door te stellen dat milieu- en veiligheidsargumenten niet gebruikt kunnen worden voor een dergelijk verbod. Of een handelsbeperking of –verbod zich kan verhouden tot de regels van de Europese interne markt en de WTO is ook niet duidelijk. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen de Europese Commissie, voorafgaand aan de politieke dialoog over dit voorstel, om de juridische analyses over dit voorstel met de parlementen van de lidstaten te delen.

De leden van de PvdD-fractie zijn bovendien zeer teleurgesteld dat de Europese Commissie zich niet aan haar belofte houdt om het besluitvormingsproces over de toelating van gentechgewassen en –producten meer democratisch te maken. De uitkomst van het huidige voorstel zal naar mening van deze leden zijn dat de Europese Commissie doorgaat met het toelaten van gentechgewassen en –producten, terwijl een zeer groot deel van de Europese lidstaten hier fel op tegen is, en dat het voor deze lidstaten in de praktijk niet mogelijk zal zijn om een verbod op beperking op te leggen aan de teelt en/of het gebruik van deze ggo’s in hun land.

De Europese Commissie geeft toe dat er sinds het begin van de huidige besluitvormingsprocedure voor toelating van gentechgewassen en –producten in 2003 er nog nooit een gekwalificeerde meerderheid van lidstaten overeenstemming heeft weten te bereiken daarover. En in de mededeling geeft de Europese Commissie toe dat het niet democratisch is dat de Europese Commissie – die niet democratisch gekozen is – daardoor zélf besluit om de aanvraag voor toelating van een nieuw gengewas toe te honoreren. De leden van de PvdD-fractie vragen de Europese Commissie om haar belofte om deze besluitvormingsprocedure te democratiseren na te komen, en met een nieuwe voorstel te komen op dit punt.