Bijdrage Ouwehand: Inci­dentele Supple­toire Begroting en de gevolgen van de corona­crisis op LNV-terrein


16 juni 2020

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Vandaag een samengesteld debat over de steunpakketten waar het kabinet toe besloten heeft en over de gevolgen van de coronacrisis voor de dieren, waar de Partij voor de Dieren al in een vroeg stadium om heeft gevraagd, en de landbouw als geheel.

Met uw toestemming wil ik graag kort terugkomen op het debat dat we gisteren hebben gevoerd over de nertsen. Als er één gevolg van de coronacrisis voor dieren duidelijk is, dan is het wel in de nertsenhouderij. Er zijn twee voorstellen vanuit de Kamer ingediend. Het ene voorstel, van de Partij voor de Dieren en de Partij van de Arbeid, zegt: leg op basis van de grond waar je ook andere sectoren mee hebt beperkt een fokverbod op aan de nertsenhouderij, gewoon conform de maatregelen die het kabinet ook in andere sectoren heeft getroffen. Dat betekent dat je het volksgezondheidsrisico beperkt, maar dat je niet voor enorme bedragen hoeft te compenseren, want je blijft in dezelfde systematiek. Er ligt ook een voorstel van CDA en GroenLinks om een riante stoppersregeling vorm te geven, die nertsenhouders zou moeten verleiden om nog dit jaar te stoppen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Daar wil ik bezwaar tegen maken. Het woord "riant" komt nergens voor. Er wordt ook geen bedrag genoemd. Er wordt aan de minister gevraagd om met een voorstel te komen. Dit vind ik dus echt bezwaarlijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Een terechte opmerking. De motie vraagt om een stopregeling die zo aantrekkelijk moet zijn dat alle nertsenhouders eind dit jaar nog gestopt zijn. Ik vul daar zelf bij in dat dit riant is. Ik kijk naar de Kamer. Het lijkt erop dat die motie het gaat halen, dus dat de Kamer daarvoor gaat stemmen. Als dat zo is, vind ik dat we het dicht moeten timmeren. De motie vraagt om het zo aantrekkelijk mogelijk te maken en om nertsenhouders te verleiden om te stoppen. Dan ga je veel geld uitgeven, dus dan moeten we ook wettelijk borgen dat het fokverbod op 1 januari 2021 daadwerkelijk ingaat. Daar zal de Partij voor de Dieren een amendement op indienen zodat we het, als de Kamer hiervoor kiest, helemaal dichttimmeren. We vinden dat we dat verplicht zijn aan de dieren.

Voorzitter. Dat over de nertsen. Nu al die andere dieren in de veehouderij. We hebben minister Schouten meteen vanaf het uitbreken van de coronacrisis gezegd dat daar problemen gaan optreden, op twee niveaus. Het kabinet heeft maatregelen aangekondigd op advies van het RIVM, namelijk om thuis te blijven als je ook maar een klein beetje ziek bent. We zijn gewend om met een snotneus gewoon te gaan werken, maar de richtlijn was om dat nu niet te doen, omdat het gevaarlijk is voor de bestrijding. Dan weet je dat slachtpersoneel en toezichthouders uit komen te vallen. Dus alleen al op basis van dat gegeven konden we zien aankomen dat er problemen zijn of gaan ontstaan als er in de veehouderij wordt doorgefokt terwijl je slachtcapaciteit vermindert, want de aantallen dieren in de stallen blijven gewoon op hetzelfde niveau. Dit terwijl de minister vlak voor het uitbreken van de coronacrisis eindelijk aan de Kamer had toegegeven dat de druk op het slachtproces zo groot is dat de regels voor voedselveiligheid en dierenwelzijn onvoldoende gewaarborgd kunnen worden. Dus het was al heel nijpend. En toen kwam die coronacrisis er nog bij. En toen zagen we dat de slachthuizen brandhaarden zijn voor corona.

Wij vinden het echt ongelofelijk dat de minister niet heeft ingegrepen. Ja, ze heeft de sector gevraagd om vrijwillig fokbeperkingen in te stellen, maar ze weet niet wat daar precies mee gebeurd is. Hoeveel dieren zitten er nu minder in die stallen? Ze weet het niet. Hoeveel vlees is er al opgeslagen in de vriezers? Er is ook een enorme daling in de afzet gekomen vanwege het beperken van de export en het stilvallen van de horeca en vriezercapaciteit is natuurlijk niet oneindig. Dus als je niet ingrijpt in de aanvoer moet je straks vlees vernietigen. Ik dacht toch dat deze minister de minister tegen de voedselverspilling was. De reactie van de minister was: ik kan geen fokbeperkingen instellen; daar heb ik geen wettelijke grond voor. Ook daarom zal de Partij voor de Dieren vandaag een amendement indienen om te zorgen dat ze die grond in elk geval wel heeft, zodat ze, om drama's te voorkomen, omwille van het dierenwelzijn kan besluiten om over te gaan tot fokbeperkingen.

Dan wijs ik de minister er ook op dat ze na de ongelofelijk warme, hete zomer van afgelopen jaar de Kamer al had gezegd dat ze met maatregelen zou komen. Ook toen zagen we dat het slachtproces voortdurend door moest blijven draaien en dat je in de problemen komt als je het proces stillegt, omdat dieren dan in overvolle stallen blijven zitten. Dus alleen al op basis van de evaluatie van die zomer, waarbij de minister heeft gezegd dat ze maatregelen zou treffen, had ze begin dit jaar al moeten besluiten tot een structureel lagere bezetting van de stallen.

De heer Geurts (CDA):
Ik zit even met een dilemma. Ik hoor mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren hier aangeven dat ze met een amendement komt over een fokverbod. Ik ken het amendement niet. Omdat ik de inhoud niet ken, vind ik het heel moeilijk om daarover te discussiëren. Hoe kunnen we zo'n vergaande stap zetten in het economisch eigendom via een amendement waarover we niet kunnen debatteren? Ik vind dit eigenlijk — laat ik het gewoon eerlijk zeggen — niet kunnen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het amendement is vergaand in voorbereiding. Dus het wordt zo meteen rondgedeeld. Het is niet zo dat het amendement regelt dat er op dit moment fokbeperkingen worden ingesteld, maar wel dat de minister daar de juridische grond voor heeft. In de beantwoording van onze vragen zei ze: ik kan het niet; ik heb geen juridische grond om op basis van dierenwelzijnsoverwegingen over te gaan tot fokbeperkingen. Wij vinden het verstandig als die juridische grond er wel is. Dan heb je vervolgens natuurlijk een politiek debat over de vraag of de minister gebruik gaat maken van die mogelijkheid. Maar dat die mogelijkheid er helemaal niet is, vinden wij niet verantwoord.

De heer Geurts (CDA):
Ik kan me hier dus totaal niet op voorbereiden. Het wordt hier even gedeponeerd door de Partij voor de Dieren, zonder dat we daar inhoudelijke stukken onder hebben. Dat debatteert heel moeilijk, vind ik, buiten het feit dat voormalig minister Van Aartsen in het verleden een fokverbod in Nederland heeft afgekondigd, dat ook in werking is geweest. Dus er zijn op andere gronden best wel mogelijkheden voor fokverboden. Zeg dus niet dat er geen enkele grond is. Maar ik ken de inhoud van het amendement niet. Ik vind het gewoon onbehoorlijk dat de Partij voor de Dieren dit effe hier dropt en denkt dat een meerderheid van de Kamer dit wel gaat steunen, terwijl we er niet over kunnen debatteren. Ik vind dat echt niet kunnen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk dat de heer Geurts zichzelf onnodig tekortdoet, want hij heeft als het goed is gewoon alle vragen van de Partij voor de Dieren in de richting van de minister kunnen lezen en ook wat de minister daarop heeft gezegd. Ze heeft gezegd dat ze wel op basis van allerlei andere overwegingen, bijvoorbeeld volksgezondheid, een fokbeperking kan instellen, maar niet vanwege het simpele feit dat er problemen ontstaan in de slachthuizen of dat afzet wegvalt. We hebben gezien dat de export is stilgevallen en dat de horeca is stilgevallen, waardoor overvolle stallen ontstaan met allerlei dierenwelzijnsproblemen van dien. We weten bijvoorbeeld dat kalfjes vaak al te maken hebben met longontsteking in die stallen. Moeten ze daar langer blijven staan, dan wordt het risico alleen maar groter. Ze worden te zwaar voor de stallen zoals die zijn ingericht. Wij vinden het dus ongelofelijk dat er wel allerlei gronden zijn om fokbeperkingen in te stellen, maar niet omwille van de reden dat je dierenwelzijnsschade probeert te voorkomen.

De voorzitter:
Volgens mij heeft u uw punt duidelijk gemaakt. Heel kort, meneer Geurts.

De heer Geurts (CDA):
Ik zal proberen het heel kort te doen. Mevrouw Ouwehand gaat voorbij aan het punt dat wij er hier een gedegen debat over zouden moeten kunnen voeren. Dat wordt mij nu onmogelijk gemaakt, want u bent zo na een halfuur vertrokken. Dan ligt er een amendement hier waar we voor of tegen gaan stemmen. Ik vind dat gewoon onbehoorlijk: zo'n vergaande stap op deze manier.

Mijn tweede punt is: moet ik op basis van schriftelijke inbrengen en schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren 's avonds of in de voorbereiding op dit debat gaan bedenken wat de partij zou kunnen inbrengen in het debat? Dan wordt het toch wel heel lastig in deze Kamer.

De voorzitter:
Goed, u heeft uw punt gemaakt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, daar wil ik graag iets op zeggen.

De voorzitter:
Kort graag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik vind "onbehoorlijk" echt … Tja, je mag zelf je woorden kiezen, maar ik houd er niet van. Het is het CDA geweest dat heeft gezegd: "Nee, we hoeven hier geen debat over te voeren. We doen het lekker schriftelijk." Dus hebben we het schriftelijk gedaan. En dan zegt het CDA nu: "Ja, schriftelijk? We weten toch helemaal niet wat er gewisseld is tussen de minister en de Partij voor de Dieren?" Hou nou op! We hebben in april al om dit debat gevraagd. Het CDA vond het niet nodig. Nu doen we het alsnog.

De voorzitter:
De heer Bisschop, een korte vraag of opmerking. Goedemorgen.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, ik zal mijn uiterste best doen mij te beperken. Ik wil toch al wel een beetje het debat aangaan met mevrouw Ouwehand. Bedoelt mevrouw Ouwehand met dat amendement alleen maar een tijdelijk verbod, of moet dat ook een latere en langere doorwerking krijgen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee. Het amendement regelt dat er een grond komt om omwille van dierenwelzijn, het voorkomen van dierenleed, fokbeperkingen in te stellen als de minister dat opportuun acht, of als de Kamer haar daarom vraagt. Het amendement regelt dus alleen maar dat die grond er komt, want we hebben nu van de minister gehoord dat ze op basis van allerlei overwegingen kan ingrijpen, maar niet op basis van dierenwelzijn. Wij vinden dat een beetje gek in de wet die er is om dierenleed in Nederland te voorkomen, om dieren een beetje bescherming te bieden.

De heer Bisschop (SGP):
Maar dat betekent dus dat het de bedoeling van mevrouw Ouwehand is om in de wet niet alleen een grond te leggen voor tijdelijke en noodsituaties, maar voor alle situaties. Als een minister maar tot de conclusie komt dat het dierenwelzijn ermee gediend is — stel, er zit een minister van de Partij voor de Dieren — dan wordt er een definitief fokverbod ingesteld. Is dat een juiste interpretatie, of ben ik dan wat te kort door de bocht?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
In grote lijnen klopt dat wel. Als dierenleed dreigt te ontstaan, moet de minister kunnen ingrijpen door fokbeperkingen in te stellen. Dat is de grond die wij proberen te regelen in de Wet dieren. Ik zeg het nog maar even: dat is de enige wet die wij hier hebben die dieren in de veehouderij een beetje moet beschermen. Ze vallen niet te beschermen, maar grijp dan in elk geval in als het dierenleed echt excessief wordt.

De voorzitter:
Tot slot op dit punt, de heer Bisschop.

De heer Bisschop (SGP):
Afrondend. We weten allemaal hoe de Partij voor de Dieren daarover denkt. Dat zou dus betekenen dat de Partij voor de Dieren nu eigenlijk via een binnenbocht probeert een definitieve basis te leggen voor het definitief terugdringen van het fokken van dieren. Ik vind het staatsrechtelijk een buitengewoon kwalijke manier van handelen — dat ben ik volledig eens met collega Geurts — als je er hier niet een fundamenteel debat over voert maar het even via een amendementje regelt. Sorry, voorzitter, een beetje hard. Daar bied ik ook mijn excuses voor aan, maar …

De voorzitter:
Nee hoor, het valt wel mee.

De heer Bisschop (SGP):
… zo kan dit dus niet.

De voorzitter:
Ik ben wel wat gewend.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ook de SGP heeft het voorstel van de Partij voor de Dieren … Ik heb in april gevraagd om hier een debat over te voeren. Toen werd er gezegd: nee joh, dat doen we allemaal wel schriftelijk. Als je de mogelijkheden van oppositiepartijen om op tijd een debat aan te gaan met iedereen de hele tijd zo inperkt, dan komt het hierop neer. Maar u kunt het amendement gewoon steunen. Dat beveel ik van harte aan.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik heb een vraag. In de aankondiging van de amendement zei de Partij voor de Dieren net dat ze iets wil vastleggen over de nertsen. En daarna …

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, het zijn twee verschillende amendementen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
O …

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat van de nertsen is er nog niet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Oké, want ik dacht net: ik hoor eerst iets over nertsen en dan over kalveren. Wij hebben op grond van de volksgezondheid de mogelijkheid om in te grijpen in het fokken, maar nog niet op andere gronden. Daar gaat het ene amendement over. Hoe ziet het andere amendement eruit? Dat heb ik ook niet gezien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat amendement komt er ook aan. Dat zal regelen dat de ingangsdatum van het verbod op het fokken van nertsen die nu 1 januari 2024 is, 1 januari 2021 wordt. Er is een motie die weliswaar uitspreekt dat nertsenhouders dit jaar allemaal moeten stoppen via een regeling die hen daartoe moet verleiden, maar dan denk ik dat je het ook moet dichttimmeren, want dan wil je niet dat er een nertsenhouder is die zich niet laat verleiden en toch doorgaat.

De voorzitter:
Maar dat amendement komt nog?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat amendement komt nog. Ja, gisteren lag er ineens dit voorstel. Ik vroeg me toen af hoe we het kunnen dichttimmeren, als dat het is en de Kamer het gaat steunen.

De voorzitter:
Gaat u verder, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel. Voorzitter. Het lijkt de Partij voor de Dieren dus volstrekt logisch om in elk geval een grond te hebben om op basis van dreigend excessief dierenleed te kunnen handelen. Dieren in de veehouderij lijden al iedere dag, laten we dat niet vergeten, maar ergens moet daar toch een grens aan zitten, zodat je op andere gronden kunt zeggen: even wat minder fokken. Ik noem nadrukkelijk de hitte, als omwille van dierenwelzijn een vervoersverbod wordt opgelegd. En terecht dat de minister besluit tot een temperatuur van 35 graden. Dat moet nog veel lager, maar goed, er wordt een grens gesteld. Als het warmer is dan 35 graden zet je dieren niet in een transportwagen naar het slachthuis. Maar als je niet ingrijpt in de fok … We weten het van de vleeskuikenhouders, die kunnen nergens heen. Dus die dieren moeten per se in de hitte toch naar de slacht, anders ontstaan er dierenwelzijnsproblemen in de stallen. Voor zulke situaties moet de minister een grond hebben om te kunnen zeggen dat er een hete zomer komt en dat ze met maatregelen komt. Het zou nog beter zijn als de minister structureel besluit tot een lagere stalbezetting, zodat je eventueel hitte of crises kunt opvangen zonder dat dit meteen tot excessieve dierenwelzijnsproblemen in de stallen leidt. Maar kijk de Partij voor de Dieren eens constructief zijn, dat voorstel doe ik hier vandaag niet eens. Ik roep de minister er wel toe op, maar dat zou pas een fundamenteel debat zijn. Het enige wat we met het amendement doen — en nogmaals, de collega's krijgen het zo meteen rondgedeeld — is de juridische grond voor de minister creëren zodat zij kan ingrijpen omwille van dierenwelzijn.

De Partij voor de Dieren was echt onaangenaam verrast door de manier waarop de minister is omgegaan met de problemen die wij konden zien aankomen. Op een gegeven moment begon het ook door te dringen in de rest van de samenleving. De minister werd door NOS Radio 1 Journaal gevraagd of het klopte dat er problemen in de slachthuizen waren, of het klopte dat als die stilvallen er problemen ontstaan in de stallen, en hoe het zat met het dierenwelzijn. Toen zei ze: het probleem mag niet op het bord komen van de boeren. De vraag ging over dierenwelzijn.

In zo'n reactie zitten precies de hoop en de wanhoop tegelijk. Dat de minister niet over dierenwelzijn wilde spreken, geeft aan dat de minister heel goed weet dat daar een groot probleem is. Iedereen die af en toe probeert zijn familieleden te laten zien wat er gebeurt in de veehouderij, kent dat: oei, dit vind ik te erg om naar te kijken, maar ja wel gewoon doorgaan met vlees eten. De wanhoop zit erin dat mensen, en de minister dus ook, zo makkelijk weg bewegen van het pijnlijke dat daadwerkelijk aan de gang is. Die dieren zitten in overvolle stallen. Daarnaar werd gevraagd. Het antwoord kan dan niet zijn dat het niet op het bordje van de boeren mag worden geschoven. Waar waren de boeren met op tijd ingrijpen om te zorgen dat deze problemen zich niet voordeden? De slachthuizen hebben zich niet aan de regels gehouden en dragen een belangrijk deel van de verantwoordelijkheid, ook simpelweg vanwege de regels waar ik in het begin al over sprak, namelijk de richtlijn dat je thuis moet blijven als je ziek bent. Je weet dat in een slachtproces dat toch al geen millimetertje lucht meer toelaat, problemen gaan ontstaan. Ook boeren hadden met hun sectororganisatie zelf op tijd moeten ingrijpen in plaats van er schande van te roepen dat de Partij voor de Dieren waarschuwde voor de toestanden die zouden ontstaan. Dus durf te kijken naar wat het betekent voor de dieren en durf maatregelen te nemen.

Ik heb een vraag over wat ik in de media las over de organisatie van varkenshouders, die het over noodvoorzieningen had. Ik weet niet zo goed hoe dat zit. Wat kan de minister daarover vertellen? Klopt het dat varkenshouders — want die indruk kreeg ik uit dat bericht — wel degelijk noodvoorzieningen hebben om dieren buiten hun stal te houden als het in de stal onhoudbaar wordt? Heeft iedere varkenshouder dat? Wat zijn de regels daarvoor? Kan de minister met de sector daarvan gebruikmaken door tegen de sector te zeggen: dat moet dan dus, als je noodvoorzieningen hebt, dan moet je die nu gebruiken om ervoor te zorgen dat de ellende in de stallen niet te veel oploopt. Het was voor mij nieuw. Dus ik ben heel benieuwd naar de mogelijkheden.

Ik maak ook een doorstapje naar de hete zomer die er nu aankomt. De minister heeft de Kamer na de vorige hittegolven gezegd met maatregelen te komen. We hebben nog geen wetsvoorstel gezien om het vervoer daadwerkelijk wettelijk te verbieden bij meer dan 35 graden. We hebben dus ook nog geen plannen gezien om ervoor te zorgen dat de overbezetting in de stallen wordt aangepakt, dan wel dat de slachttempo's in de slachterijen worden verlaagd om te zorgen dat je enige fluctuatie hebt en problemen kan opvangen.

Voorzitter. Dan de twee steunpakketten die voorliggen. Waar heel Nederland hard geraakt is — ik noem bijvoorbeeld de cultuursector — was er ineens het bericht dat er 650 miljoen aan steun komt voor de sierteeltsector en de aardappelteelt. De reacties in de agrarische media waren: "royale steun in coronacrisis van het eigen ministerie" en "een beloning voor effectief lobbywerk". Dat is best zuur voor de mensen in de cultuursector, die met hele grote tekorten zitten en die de helft kregen, na heel veel aandringen.

Maar dan de voorwaarden die daaraan gesteld moeten worden. Deze minister heeft toch ook gezegd dat we met het landbouwgif echt een omschakeling moeten maken? Nou zijn sierteelt en aardappelen goed voor 65% van het middelengebruik in Nederland. Die steun kan wat ons betreft niet los worden gezien van daadwerkelijke actie van de minister op dat terrein. Niet alleen maar ambitie, niet alleen maar "we willen naar de helft in 2030", maar ook echt iets doen. Ik noem ook de lelies en de mensen die in de buurt wonen van die velden, waarvan de Kamer heeft gezegd: doe dan minstens een afstandsnorm, zodat er een afstand zit tussen die velden die met heel zwaar gif worden bewerkt, en de plekken waar mensen wonen en waar kinderen buiten spelen. Ook dat — het is het minimale — is nog niet geregeld. Dus wij roepen de minister op om sowieso werk te maken van haar ambities en zéker in het licht van de royale steun die is uitgedeeld aan de sierteelt- en de aardappelsector.

Tot slot ligt er ook een steunpakket voor de visserij. Nou was het begin deze week Wereld Oceanen Dag. Als ze een dag voor je uitroepen, is dat meestal slecht nieuws. Dat betekent meestal dat we er aandacht voor moeten hebben omdat het niet goed gaat. De oceanen worden bevolkt met plastic. Een heel groot deel daarvan is afkomstig uit de visserij en de oceanen worden overbevist. Grijpt de minister ook dit moment aan om de overbevissing aan te pakken, om de vervuiling van de oceanen met plastic visnetten aan te pakken? We vinden het ongepast om wél sectorsteun op te tuigen en niets te doen voor die kwetsbare natuur die we te beschermen hebben.