Bijdrage Ouwehand over onder­zoeks­re­sul­taten over COVID-19 bij nertsen


16 juni 2020

Debat over onderzoeksresultaten over COVID-19 bij nertsen

10-06-2020

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Toen de coronacrisis uitbrak in Nederland heeft het kabinet ingrijpende maatregelen genomen, met een ingrijpende inperking van vrijheden. Grondrechten gingen aan de kant en er werd ingegrepen in de ondernemersvrijheid. Sportscholen moesten dicht. Restaurants moesten dicht. Er werd zelfs ingegrepen in een directe levensbehoefte van mensen: de behoefte aan nabijheid en lichamelijk contact. Iedereen werkte eraan mee, omdat je niet alleen maar je eigen gezondheid probeerde te beschermen, maar vooral omdat je kwetsbare mensen niet in gevaar wilde brengen. We deden er allemaal aan mee.

En toen kwamen de luchtvaart, de slachthuizen en de nertsenfokkerij. Toen was het kabinet ineens helemaal niet meer zo streng. Dat is om te beginnen problematisch omdat je mensen zelf hebt gevraagd om vergaand mee te werken aan ingrijpende vrijheidsbeperkingen, ook economische vrijheidsbeperkingen. En het is moreel problematisch, omdat het nu erop lijkt dat het kabinet zelf los komt te staan van wat het de Kamer steeds heeft voorgehouden, namelijk dat de volksgezondheid vooropstaat.

Voorzitter. Allereerst de nertsenfokkerij. Eerst en vooral is het fokken van dieren voor bont een moreel probleem. Dat vindt Nederland al 25 jaar. Dieren in draadgazen kooitjes houden en ieder jaar gedwongen laten fokken, om de pups na een maand of zes, zeven, te vergassen voor hun bont: dat vinden we in Nederland moreel verwerpelijk. Het heeft veel te lang geduurd voordat dat verbod er kwam. Die overgangstermijn sluit niet aan bij de morele opvattingen van Nederland. Toen de berichten naar buiten kwamen dat er nertsenfokkerijen besmet waren, zag ik ongelofelijk veel stomverbaasde reacties van mensen die zeiden: doen wij dit in Nederland? Ja. Dat doen wij. Toen besloten is om de besmette bedrijven te ruimen, zoals dat dan heet — dat betekent dat de dieren vroegtijdig worden gedood — moesten we aanzien hoe de minister van LNV en de nertsenfokker zelf dat eigenlijk heel erg vonden. Dieren vergassen, wat een schande! Ja, alsof dat niet standaard gebeurt, in november en december, voor bont.

Maar alleen het nu doden van de dieren op de besmette bedrijven is natuurlijk niet genoeg voor het ingrijpen in de volksgezondheid. Daar gaat dit debat vandaag namelijk over. Het OMT heeft gewaarschuwd: een reservoir van dieren die bevattelijk zijn voor corona en dat vervolgens weer kunnen overdragen op de mens, moet je te allen tijde zien te voorkomen. Het OMT heeft gezegd: wij denken niet dat de hygiënemaatregelen op die nertsenbedrijven voldoende garantie bieden. Het kabinet zou dus nu vanwege de volksgezondheid moeten zeggen: je fokt niet met dieren waarvan we weten dat ze bevattelijk zijn voor corona, dat ze een reservoir kunnen vormen en dat ze het kunnen overdragen op mensen. Vanwege de volksgezondheid moet dat het besluit zijn van het kabinet. Omdat dat de grond is, gaat het dilemma ook niet op dat D66 hier schetst: óf er gaat een grote zak met geld naar de nertsenfokkers óf we laten ze doorgaan. Vanwege de volksgezondheid heeft het kabinet ook andere sectoren stilgelegd. Die worden wel gecompenseerd, maar niet volledig. Dus het gaat om een compensatie in de lijn van wat we ook de sportscholen bieden of de restauranthouders: niet te veel, een beetje. Het kabinet zegt ook: ja, er zullen bedrijven failliet gaan als die financieel-economisch niet gezond waren. Dat geldt voor een aantal nertsenfokkers, die hele goede jaren hebben gehad, maar blijkbaar niet hebben gespaard. Het kabinet moet daar dan dezelfde positie over innemen. Het kan niet anders. Die kooien moeten leeg. Die kooien moeten leeg blijven.

Voorzitter. Dan de slachthuizen. De Partij voor de Dieren heeft vanaf het begin gewaarschuwd. De minister van LNV zei: de NVWA is daar en op het moment dat zij ziet dat de richtlijnen niet worden nageleefd, trekt zij zich terug en per saldo komt het slachtproces dan stil te liggen. Dat is niet gebeurd. Die belofte die zij de Kamer heeft gedaan, is niet opgevolgd. Toen de boel uit de hand begon te lopen, wat je had kunnen zien aankomen, heeft het kabinet na een gesprekje met de slachthuizen de boel over de schutting bij de veiligheidsregio's gegooid. Wat we nu zien, is dat er veiligheidsregio's zijn die wel goed ingrijpen en veiligheidsregio's die zeggen: "Ja maar economische belangen; de grootste varkensslachterij van Nederland kan toch niet dicht?" Op basis van commerciële testen bij de slachterij in Helmond — het RIVM heeft toch gezegd dat die niet betrouwbaar zijn, vraag ik het kabinet — zeggen de GGD daar en de veiligheidsregio vast te kunnen stellen dat mensen gezond zijn, zodat ze gewoon weer aan het werk kunnen. Dat kan niet. Het kabinet moet de regie terugnemen. De bandsnelheid moet omlaag. Daar vragen de vakbonden ook om. De veiligheid van de mensen daar moet worden gewaarborgd en dat betekent dus ook dat de minister van LNV alsnog die fokbeperkingen in moet stellen, wat ze tot nu toe geweigerd heeft.

Interrupties bij andere partijen:

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Even over dat fokverbod. De Partij voor de Dieren heeft meteen aan het begin van de coronacrisis gewaarschuwd. Met die maatregelen kon je zien aankomen dat mensen ziek thuis zouden moeten gaan zitten, vanwege de richtlijnen. Dan weet je dat én slachterijmedewerkers én toezichthouders gaan uitvallen. Dan weet je ook dat dat gevolgen heeft voor het aantal dieren dat kan worden geslacht. Dus kom met fokbeperkingen. Toen heeft de minister gezegd "ik overleg dat wel met de sector". De sector zelf riep "schande, schande, schande", dus de boeren hebben zelf niks gedaan. En nu zegt D66 "we moeten dit probleem niet op het bordje van de boeren gaan schuiven". Waar is de verantwoordelijkheid van die sector zelf, die een oproep tot beperking van de fok wegzette als totaal schandalig, en nu zegt: "voor ons is het wel heel zielig als er een varkensslachterij dichtgaat".

De heer De Groot (D66):
Het waren de vertegenwoordigers van de varkenssector zelf die een paar weken geleden al zeiden "als dit zo doorgaat, hebben we binnen twee weken overvolle stallen". Voor D66 …

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, nú. Maar in het begin niet.

De heer De Groot (D66):
In het begin. U heeft volstrekt gelijk gehad dat er vanaf het begin in ieder geval een gesprek had moeten zijn over dit scenario. Als men half maart was begonnen hierover na te denken … Regeren is vooruitzien. Je kunt ook denken aan bijvoorbeeld een importverbod voor slachtvee; dan gaat het ten koste van de slachthuizen zelf. Op die manier had in ieder geval de bandsnelheid een beetje verlaagd kunnen worden, want uiteindelijk wil je ook dat de werknemers daar veilig kunnen werken. Maar ik pas ervoor om ook daarvoor de rekening weer bij de overheid neer te leggen. We moeten met elkaar goed beseffen dat het de slachthuizen zijn die zich niet aan de regels houden. We moeten met elkaar voorkomen dat de boeren daarvan de dupe worden, want die hebben niets verkeerd gedaan.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb nog een vraag over de compensatie voor de nertsenhouders. Kan de VVD bevestigen dat de nertsenhouders niet hebben bijgedragen aan het Diergezondheidsfonds, en dat ze daar nu wel uit worden gecompenseerd voor de ruiming?

Mijn tweede vraag is de volgende. Dat ruimen wordt als heel zwaar gezien, als iets wat je niet te lichtvaardig op moet nemen. Dat horen we van het kabinet, en we zien het ook bij de nertsenhouders zelf. Maar als je het kabinetsbeleid volgt, en wat die nertsenhouder daar zelf over zegt — hij zegt "ik ga gewoon mijn stallen weer vol zetten", met het risico dat je opnieuw besmet raakt en dat er opnieuw geruimd moet worden — laat dat zich toch niet helemaal met elkaar rijmen? Dus je moet alles doen om ruimingen te voorkomen, want dan zegt men "het is een zwaar middel, dat moet je niet doen". En dan wordt er gezegd "ik vind het heel erg, maar als het straks weer gebeurt, zie ik het dan wel weer". En dan gaat er weer belastinggeld heen uit dat Diergezondheidsfonds.

Mevrouw Lodders (VVD):

Volgens mij klopt het wat mevrouw Ouwehand zegt, dat het betaald wordt uit het Diergezondheidsfonds. Volgens mij is dat de lijn die we met elkaar hebben vastgesteld. Daar betalen nertsenhouders niet aan mee; er zijn een aantal specifieke groepen die daar wel aan bijdragen. We verwijzen graag naar de pluimveehouders, voor bijvoorbeeld de vogelgriep. Het geldt ook voor andere sectoren. Daar hebben we in het verleden geen afspraken over gemaakt, dus dat is een gegeven. Hoe de regeling er helemaal uitziet, weet ik ook niet. Dus misschien kan de minister daar straks op ingaan.

Het tweede punt. Ik begrijp de vraag van mevrouw Ouwehand niet zo goed. Zij heeft het over het herbevolken van de stallen. Ik heb uitgesproken dat ik dat liever niet zie, en dat is de reden waarom ik de minister en het kabinet uitdaag om werk te maken van de toezegging, of in ieder geval de aanleiding in de brief, dat ze daarmee aan de slag willen gaan.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dan is dat laatste een goed begin, dat de VVD ook zegt: liever niet. Maar ik denk dat we met elkaar moeten zorgen dat het ook echt niet gebeurt. Is de VVD daartoe bereid?

Mevrouw Lodders (VVD):

Dat hangt ervan af waar het kabinet mee komt. Ik heb aangegeven dat ik heel erg te doen heb met al die mensen die zich echt heel veel zorgen maken. Het zal het bedrijf van mevrouw Ouwehand maar zijn, en dat de overheid zegt "u mag uw bedrijf niet meer uitvoeren". Maar het is wel uw inkomen, uw gezin, de omgeving heeft daar een baan, het is uw pensioenvoorziening, en dan mag u dat niet meer doen. Ik heb niet geïnterrumpeerd, maar ik vond de lijn van mevrouw Bromet daarin heel erg te waarderen, om het eerst te vragen aan het kabinet. Dan moeten we daar met elkaar een afweging in maken. Ik zie ook liever niet dat de stallen herbevolkt worden, maar ik wil wel een fatsoenlijke regeling.

(…)

Minister Schouten:
Hierbij wil ik wel heel specifiek aanmerken dat de nertsenhouderij niet stilgelegd is vanwege covid of iets dergelijks. Er is hier een dierziekte geconstateerd. Die dierziekte is de basis voor de besluiten die we genomen hebben, samen met artikel c, waarin ook volksgezondheid een rol speelt. Dat is de reden geweest waarom wij tot ruiming zijn overgegaan. Dat is de wettelijke basis waarop we die maatregel konden nemen. Anders konden we ook al helemaal niet tot ruiming overgaan. Dat is natuurlijk de reden waarom je die ruiming doet. Dan zijn dat de wettelijke kaders die wij daarbij hanteren die daarbij horen. De nertsenhouderij is dus niet gestopt vanwege het algemene covidverhaal. Zij is gestopt omdat er een dierziekte is. Dat was de reden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit is dus het cruciale punt. Het lijkt in dit debat te gaan om de vraag hoe je moet compenseren. Dan wil ik het kabinet toch wel echt nadrukkelijk vragen om te kijken naar alle inperkingen die het de samenleving heeft opgelegd. Het kabinet heeft op zich ook geen grond om tegen mensen te zeggen: jij mag niet je moeder omarmen. Daar heb je geen grond voor. Het kabinet heeft het toch gedaan. Op basis van diezelfde preventieve houding die het kabinet zegt te hebben met betrekking tot het beschermen van de volksgezondheid, gelet op de uitbraak van corona, moet je ook op die manier naar de nertsenfokkers kijken. Dan denk ik dat de compensatie die daarbij hoort in de lijn ligt van de compensatie die je andere sectoren biedt. Je biedt wel wat, maar niet de hele omzet. Ik begrijp dus niet dat het kabinet bij de nertsen zegt dat het alleen maar die grond heeft omdat het een dierziekte is. Nee, er zijn allerlei andere maatregelen genomen waar ook geen grond voor was. In die context moeten we ook het ingrijpen in de nertsenfokkerijen zien.

Minister Schouten:
De andere gronden voor de maatregelen zijn er wel. Collega De Jonge weet daar meer over. Daar kan hij zelf zo meteen meer over zeggen.

De voorzitter:
Nou, dat is al uitgebreid een paar keer besproken.

Minister Schouten:
Over de juridische onderbouwing en hoe die beter geborgd kan worden is in deze Kamer al uitgebreid gesproken. Maar daar is dus wel een grond voor. Het is niet zo dat dat helemaal zomaar out of the blue allemaal gebeurt. Hier zit de onderbouwing in het feit dat er een dierziekte is die ook gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid. Daar is een wettelijk kader voor, namelijk de GWDD. In de artikelen waar ik het net over had, staan de uitgangspunten waarop je de ruiming en de vergoeding daarvoor baseert, en die zijn hier afgelopen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik had me wat genuanceerder moeten uitdrukken. Het gaat om een heel uitzonderlijke grond, die het kabinet heeft gevonden, voor het vergaand inperken van onze vrijheden. Mijn vraag is de volgende. Het beperken van de vrijheid van mensen, om elkaar te omhelzen, het beperken van de vrijheid van ondernemers, in de horeca, in de sportschoolbranche, het beperken van de grondrechten: daar is allemaal een grond voor gevonden. Dat is heel uitzonderlijk, maar we hebben het als Kamer wel gesteund. Maar als dat kan, waarom wordt die grond dan niet gebruikt om het volksgezondheidsrisico dat de nertsenhouderij in zich draagt ook op die manier in te perken? Nogmaals, dan kom je dus automatisch uit bij de compensatieregelingen die we voor die sectoren wel treffen, maar dat is niet de hoofdprijs. Dat zou ik graag met het kabinet willen afspreken: dat we het via deze gronden gaan doen. Daarbij hoort natuurlijk wel iets van compensatie, maar niet de hoofdprijs voor de nertsenfokkers.

Minister Schouten:
Die grond bestaat. Wij hebben die grond, die staat in de GWDD, en dat is hoe we deze altijd toepassen. Het feit dat er nu een dierziekte is die met covid te maken heeft, is in zichzelf geen reden om nu naar een andere grond te gaan zoeken. Het is een dierziekte en op basis van de GWDD hebben we daar de regels voor die we toepassen. Die zijn we ook afgelopen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar door het zo te spelen, zet de minister van LNV de deur open voor maximale compensatie voor de nertsenfokkers. Dat is heel vervelend, want daar is in deze Kamer geen meerderheid voor, heb ik gemerkt. Dat betekent dat die nertsenfokkers gewoon door kunnen gaan, terwijl dat een risico oplevert voor de volksgezondheid. Dus mijn vraag is nogmaals aan de minister van LNV en de minister van VWS, die straks ook nog moet opteren: waarom is er voor de nertsenfokkerij geen grond gezocht, waar al die andere maatregelen wel op gebaseerd zijn, dus de Wet publieke gezondheid en de Wet veiligheidsregio's? Op basis daarvan kan het kabinet ingrijpende beperkingen stellen aan de vrijheid van mensen in Nederland. Wij vonden dat gerechtvaardigd. Het is niet gerechtvaardigd om voor de nertsenfokkers een andere grond te zoeken.

De voorzitter:
Het is eigenlijk de derde keer dat mevrouw Ouwehand dezelfde vraag stelt.

Minister Schouten:
Ja, en ik ga hetzelfde antwoord geven. Die grondslag ligt al in de wet, en die heb ik toegepast. Dan moet u zeggen: u moet de GWDD hier buiten werking gaan stellen. Ik heb mij te houden aan de wet, die moet ik toepassen en dat heb ik hier ook gedaan. Dat is niet anders dan we het in andere gevallen doen. En dan moeten we onderscheid gaan maken in soorten dierziektes, in welk regime je gaat toepassen. Het is niet aan mij om daar die weging aan te geven.

(..)

Voorzitter. Dan de vraag van de heer Futselaar waarom gewacht is met ruimen. Volgens mij was dat ook een vraag van de heer De Groot. Dat heeft te maken met het feit dat geruimd is op grond van het risico voor de volksgezondheid. Dat risico voor de volksgezondheid moet natuurlijk wel worden onderbouwd voordat je kunt ruimen. Dat is dit element.

Ik heb nog een aantal andere vragen die gaan over nertsen en ruiming, maar misschien moeten we eerst even dit punt uitboren.

De voorzitter:
Ja, maar ik heb een lijst: meneer De Groot, mevrouw Ouwehand, mevrouw Ploumen en dan bent u aan de beurt. Mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De vraag kwam net al aan bod bij de minister van LNV, en de minister van VWS geeft er nu ook antwoord op. Het punt is natuurlijk het volgende. Ook de minister van VWS wijst erop dat dit een zoönose is, waarmee je een wettelijke grond hebt om te ruimen. We hadden geen wet waarin stond dat je aan die en die criteria moet voldoen als er een infectieziekte uitbreekt, en dat de overheid dan kan zeggen dat je je eigen moeder niet meer mag omhelzen. Op basis van een algemene grond in de Wet publieke gezondheid en de Wet veiligheidsregio's is besloten om in te grijpen. Mijn vraag is waarom het kabinet er niet voor kiest om vanuit die grond ook het risico van de nertsenhouderij in te perken. Nu is inderdaad besloten tot het doden van dieren op besmette bedrijven. Het fokken met die dieren, in het licht van de waarschuwing dat ze een reservoir kunnen vormen, is ook een preventieve maatregel. Die moet het kabinet op deze gronden nemen.

Minister De Jonge:
Waar het om gaat, is dat je bij maatregelen op grond van de WPG, de Wet publieke gezondheid, nog steeds gehouden bent aan het uitgangspunt van proportionaliteit. Toenmalig collega Bruins heeft eind januari nog besloten dat COVID-19 een A-ziekte zou worden. Vanaf dat moment is ook de mogelijkheid in het leven geroepen dat de voorzitters van de veiligheidsregio's een aanwijzing van de minister van Volksgezondheid kunnen krijgen om dingen wel of niet te doen. De maatregelen zoals die in de afgelopen periode genomen zijn, zijn eigenlijk allemaal op basis van de Wet publieke gezondheid genomen. Daarbij is telkens een aanwijzing gegeven aan de voorzitter van de veiligheidsregio. Die heeft ertoe geleid dat er een verordening is vastgesteld. Aanvankelijk was dat een modelverordening. Vervolgens gaat die overal gelden, met een aantal wijzigingen. Op basis van die verordening zijn de maatregelen in werking getreden. Dat is de minst vergaande wetgevende mogelijkheid in deze situatie. Nog steeds legt de minister van VWS daarbij via een aanwijzing een maatregel op aan de voorzitter van een veiligheidsregio.

Is daarmee alles geoorloofd, of hoeft het dan niet meer onderbouwd te worden vanuit de volksgezondheid? Natuurlijk wel. Iedere maatregel die vervolgens wordt gehandhaafd op basis van de noodverordening is afzonderlijk voor te leggen aan de rechter. Dat is ook een aantal keren gebeurd. Dan zal een rechter nog steeds beoordelen of hier sprake is van proportionaliteit. Stelt u zich nou eens voor dat er niet door het OMT was gezegd dat hier inderdaad een risico voor de volksgezondheid aan de orde was en je vervolgens wel via een aanwijzing van de minister aan de voorzitter van de Veiligheidsregio een besluit tot ruimen zou hebben gegeven. Dat zou natuurlijk absoluut vatbaar zijn voor beroep. We leven wel in een rechtsstaat en dat is maar goed ook.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voor het ruimen bestaat inderdaad al een wettelijk kader. Daar is corona bij nertsen aan toegevoegd als dierziekte. Daardoor heb je op basis van die wet nu een grond om te ruimen. Maar mijn punt is dat er ook allerlei maatregelen waren waar geen specifieke grond voor was, behalve die algemene grond. De minister van VWS moet gewoon zorgen dat een infectieziekte effectief bestreden wordt en hij moet ook preventief optreden. Naar die grond ben ik op zoek. Ik snap dat de minister zegt dat het wel proportioneel moet zijn, maar laten we even niet vergeten dat het verbod om je eigen moeder te omhelzen terwijl je allebei niet ziek was ook nogal wat was qua proportionaliteit. Als je ziet dat we die maatregelen wel hebben genomen, dan kun je niet de nertsenfokkers uitzonderen, als daar ook het gevaar bestaat van dat reservoir. Daar komt nog bij dat, als we het dan toch hebben over proportionaliteit hebben, alle dieren gedood worden als daar weer een besmetting uitbreekt. Het kabinet zegt daar zelf van dat dat heel heftig is. Dat moet dan dus ook worden meegewogen in de proportionaliteit.

Minister De Jonge:
Zeker. Het zijn zeer terechte juridische vragen. Ik begrijp ze ook echt heel erg goed. Zeker als u die vergelijking zo maakt, kun je natuurlijk zeggen: bij het een ging het toch ook over een heel sterke inperking van de vrijheden van mensen. Dat is waar. Maar ook dan heeft altijd proportionaliteit te gelden. Die is in het geval van de verpleeghuizen bij mijn weten niet voorgelegd aan een rechter. Het gevaar voor de volksgezondheid van besmetting in een verpleeghuis is natuurlijk wel vele malen groter dan het gevaar voor de volksgezondheid van een besmette nerts. Ik zou daar dus wel verschil tussen durven zien, hoewel je misschien dit type vergelijking moeilijk kunt maken.

Telkens gaat het erom — zo heeft het kabinet ook zijn werk willen doen in de afgelopen maanden — welke maatregel nou proportioneel en passend is. In het begin waren dat heel grofmazige maatregelen, want je wist eigenlijk nog heel erg weinig van dat virus. De VVD heeft er zojuist ook op gewezen. In het begin waren het dus grofmazige maatregelen. We proberen nu telkens die grofmazigheid telkens af te schalen en eigenlijk überhaupt de genomen maatregelen af te schalen tot het niveau dat je weet dat je een aantal maatregelen nog hebt vol te houden. In die hele discussie over die wet, die we nog uitgebreid gaan bespreken, gaat het over de juridische vormgeving die bij de volgende fase past. Bij maatregelen die je langer moet volhouden, opereer je niet meer vanuit de noodsituatie waar de WPG op doelt, maar kies je meer voor een langjarige juridische basis of een langere juridische basis. Je kiest een onderlegger om die maatregelen op te baseren. Telkens kijk je naar proportionaliteit. Die weging zal je elke keer opnieuw moeten maken.

(…)

Minister De Jonge:
Voorzitter, dank u wel. Twee moties. Op de motie-Ouwehand/Ploumen op stuk nr. 1108 heeft collega Schouten al inhoudelijk gereageerd als het gaat om een verbod op fokken. Maar ik wil omwille van de vorm die hier is gekozen daar nog aan toevoegen dat een aanwijzing het kabinet en ook voorzitters van de veiligheidsregio er niet van ontslaat om proportionaliteit in acht te nemen. Ook om die reden, met alles wat daarover gezegd is in de eerste termijn, zou ik deze motie willen ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 1109, ook van mevrouw Ouwehand. Die verzoekt de regering om landelijk de regie te nemen bij het tegengaan van verdere verspreiding van het coronavirus in de vleesindustrie. Alle constateringen en overwegingen zijn vervolgens geschrapt, om des tijds wille. Maar dan ga ik om des tijds wille de argumentatie van de heer Futselaar aangrijpen om deze motie te ontraden. Een motie die iets vraagt wat het kabinet toch al doet, schijnt voorbehouden te zijn aan de coalitie, dus in dit geval zou ik de motie willen ontraden. Wij doen het al. Wij nemen namelijk al de regie bij het komen tot een aanpak in de vleesindustrie. Dus deze motie is overbodig.

De voorzitter:
Een korte opmerking, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het zou mooi zijn als het waar was, maar we zien in de praktijk niet zo veel terug van die regie. Ik wil nog wel even ook aan deze minister een vraag stellen over de motie op stuk nr. 1108. We hebben het over een verbod op het fokken van dieren die aantoonbaar bevattelijk zijn voor het coronavirus en die een reservoir kunnen vormen. Kan hij bevestigen dat dat op dit moment de nertsen zijn en niet de katten? Daar leek minister Schouten over te vallen. Dit zijn de dingen waar het RIVM en het OMT voor hebben gewaarschuwd, toch?

Minister De Jonge:
Ja, en dat maakt ook dat de constatering die daarvóór staat, een beetje een merkwaardige is. Dan gaat het over het creëren van een reservoir van miljoenen dieren, waar het virus blijft rondwaren. Het OMT heeft gezegd dat ze dat op dit moment vooral bij de nertsen zien. Waar ik hier even over struikel ...

De voorzitter:
Nee, nee, nee, nee.

Minister De Jonge:
... is dat hier de juridische vorm van een aanwijzing wordt gekozen. Dat is een aanwijzing in de veiligheidsregio. Je moet niet een fokverbod via een aanwijzing in een veiligheidsregio willen regelen. Dat lijkt me een beetje raar.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, u mag kort toelichten wat u bedoelt en dan is het echt klaar, want u kunt gewoon uw motie in stemming brengen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister weet het misschien niet zo goed, maar er zitten op dit moment bijna 5 miljoen nertsen in de nertsenhouderij, dus het gaat wel degelijk om miljoenen dieren.

Minister De Jonge:
Jawel, maar het gaat over het aanwezig blijven van de infectie in het bedrijf. Volgens mij hebben we het daar echt uitvoerig over gehad.