Bijdrage Ouwehand Debat over de belas­ting­her­ziening


24 juni 2015

Bekijk de bijdrage hieronder en kijk het hele debat hier terug.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik vervang mevrouw Thieme die door omstandigheden helaas niet bij dit debat aanwezig kan zijn.

Terwijl wij hier staan heeft de rechtbank in Den Haag bepaald dat het Nederlandse klimaatbeleid zo belabberd is dat het een onrechtmatige daad betreft. In dat licht wil de Partij voor de Dieren haar visie op de plannen die voorliggen met betrekking tot het belastingstelsel duiden vandaag. De Partij voor de Dieren heeft er namelijk geen rechter voor nodig om te weten dat we te weinig doen om de toekomst van de aarde veilig te stellen in het belang van huidige en toekomstige generaties. Dat heet het niet-doorschuiven van de rekening.

De Partij voor de Dieren is altijd bereid tot praten. Dus toen de staatssecretaris van Financiën zijn eerste rondje maakte, hebben we hem hartelijk welkom geheten. We zeiden: ga zitten, wilt u wat koffie, dit is waar het heen moet, namelijk een vergaande vergroening van het belastingstelsel. Dat houdt in dat je belast wat schaars of vervuilend is. Niet arbeid, die willen we graag, maar de dingen die we niet willen of waar we zuinig op moeten zijn, te weten fossiele brandstoffen, schaarse metalen, vervuiling van water, lucht en bodem. En dus, nogmaals, niet het belasten van arbeid, waar we overvloed van hebben. En we zeiden tegen de staatssecretaris: economische groei is niet het doel maar het probleem; we putten de aarde uit, we warmen de aarde op door onze jacht naar almaar meer economische groei terwijl de baten van de groei helemaal niet daar neerkomen waar ze het hardst nodig zijn, namelijk bij de meest kwetsbaren van onze samenleving; dus stel economische groei niet langer tot doel maar een rechtvaardige samenleving die de aarde leefbaar houdt en waarin ruimte is voor zorg, voor leven, voor de dingen die er echt toe doen. En toen de staatsecretaris een beetje moeilijk keek, zeiden we ook nog: kijk, vereenvoudiging vooropstellen, is dus niet waarvoor we zijn aangenomen; waar we voor zijn aangenomen, is de structuren die we bedenken in dienst stellen van die hogere doelen van de samenleving.

De staatssecretaris hoorde dat beleefd aan, bedankte voor de koffie en ging vervolgens in onderhandeling met partijen die, zo denk ik dan maar, in zijn optiek wel bereid waren om te blijven denken in de bestaande denkkaders en die niet al te radicale voorstellen voor systeemverandering hadden. Mijn twijfel zit een beetje bij GroenLinks. Ik hoop dat die zich ook schaart in het kamp van de Partij voor de Dieren maar ik weet niet helemaal zeker of dat zo is; doe met ons mee, zou ik zeggen. Want wat er nu voorligt, een belastinghervorming voor een bedrag van 15 miljard, waarvan 5 miljard in de vorm van directe lastenverlichting, is een plan waarvoor het kabinet steun zoekt bij de daartoe zorgvuldig geselecteerde oppositiefracties. Maar is het de herziening die nodig is of gaat het om een tariefswijziging met een etiket van een stelselherziening? Waarom meent het kabinet cadeautjes uit te kunnen delen zonder dat er afspraken over gemaakt moeten worden met de nieuwe meest geliefde oppositie en waarom lijkt het overleg zich vooral toe te spitsen op de tariefswijziging op met name het gebied van de btw en de loonheffingen? We weten allemaal nog dat er posters hingen waarop iets stond als: Hoe brengen we de economie op gang? We ontzien gezinnen. We verhogen dus niet de btw. Waarom moeten we nu vrezen voor een hogere btw op cultuur, en op diensten als fiets-, schoen- en kledingreparaties? Dit zijn diensten die je graag wilt. Het is natuurlijk verleidelijk om de Partij van de Arbeid aan te spreken op de belofte over de btw. Ik kijk echter ook nadrukkelijk naar de VVD. De VVD weigert steeds te erkennen dat het doorschuiven van de rekening ook betekent dat je de klimaatverandering en de kosten die gepaard gaan met het blijven uitputten van de aarde doorschuift.

In 1972 schreef Jan Pen het volgende over het progressieve regeerakkoord. Ik citeer: "Alle kiezers wordt honing om de mond gesmeerd; Sinterklaas pakt uit of het niet op kan. De tekst wekt de indruk door gewetenloze reclamejongens bij elkaar te zijn geschreven; gewetenloos, ik zeg het na koele overweging, want hier wordt de democratie ondermijnd". Hans Wiegel, u allen wel bekend, fractievoorzitter van de VVD, citeerde professor Pen, en liet daarop volgen: ja, Sinterklaas bestaat, en daar zit hij, achter de tafel. Hij wees Joop den Uyl aan.

Wie had ooit kunnen denken dat de VVD en de Partij van de Arbeid samen de rol van Sinterklaas op zich zouden nemen en de zwartepiet aan de oppositie zouden laten? Dat is het meest voor de hand liggende scenario. De Partij van de Arbeid en de VVD delen samen 5 miljard aan meevallers uit. Deze zijn vooral afkomstig van het in de economie pompen van euro's, bijgedrukt door de ECB. Het is een poging om de kiezer alsnog gunstig te stemmen. De coalitie staat immers op niet al te veel zetels in de peilingen. Wat een minachting van de intelligentie van de kiezer! Het verhaal is: u krijgt wat centjes, zodat u straks weer op ons zult stemmen, maar we doen alsof het in het belang is van het land.

De Partij voor de Dieren vindt dat het kabinet moet doen wat nodig is. Er moet niet primair worden gedacht aan de eigen winst bij de volgende verkiezingen, maar er moet primair worden gedacht aan het leefbaar houden van de aarde, in het belang van al die mensen die het kabinet hebben gevraagd om te doen wat er gedaan moet worden.

Interrupties bij andere partijen:

De heer Pechtold (D66): (…)
Als de coalitie de smeerolie heeft laten weglekken, wordt aan de oppositie gevraagd om te praten over de echte hervormingen. Het is alsof je mensen uitnodigt om te komen eten, maar als de gasten dan arriveren, zijn de borden al leeggegeten en vraag je de gasten om de afwas te doen. Collega Krol kan erover meepraten. Hem was vorige week een buffet beloofd, maar er stonden slechts kleffe broodjes. En weg was Krol! Ik vraag de premier hoe we gaan voorkomen dat alle smeerolie weglekt zonder dat er echte banen komen. Kan pakket 1 toch nog anders worden ingezet, zodat het tot meer banen leidt?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
D66 behoort tot de lievelingsoppositiefracties van dit kabinet. De heer Pechtold zegt tegen het kabinet dat het hartstikke mooi is dat vereenvoudiging het doel is, maar hij vraagt zich ook af waar de vergroening blijft. Welke keuze zal D66 uiteindelijk maken? Toen wij de staatssecretaris spraken, ging hij wel heel erg moeilijk kijken op het moment dat wij onze vergroeningsplannen aan hem voorlegden. Hij zei: het is allemaal wel ingewikkeld. Wat er gebeurt …

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Er wordt gedacht vanuit de bestaande systemen. De vereenvoudiging staat voorop, maar over vergroening denkt men: als het kan, is het mooi. Dat lijkt mij toch niet de inzet van D66 bij de besprekingen die zij voert met het kabinet.

De heer Pechtold (D66):
Nee. Daar heeft mevrouw Ouwehand gelijk in. Wij hadden dezelfde ervaring. Wij keken naar de plaatjes en vervolgens naar de staatssecretaris. Naarmate wij meer kritiek hadden op met name dat deel, werd de staatssecretaris groener, maar de plaatjes niet. Het idee is nu om de staatssecretaris weer wat kleur op de wangen te geven en om de plannen wat groener te maken. Als mevrouw Ouwehand meer over de inhoud wil weten, zeg ik: kijk naar ons meest recente verkiezingsprogramma, namelijk dat van 2012.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb er alle vertrouwen in dat de heer Pechtold een heffing op vlees te vuur en te zwaard zal verdedigen bij de komende besprekingen. Dank voor het antwoord tot nu toe. Mijn vraag is echter concreet: als dat vereenvoudigen en dat vergroenen nou botsen, kiest D66 dan voor vergroenen, met de wetenschap dat de slimme jongens en meisjes op het ministerie van Financiën heus een uitdaging wel aankunnen?

De heer Pechtold (D66):
Ik durf mevrouw Ouwehand zelfs te verwijzen naar de afgelopen jaren. Bij bijvoorbeeld het herfstakkoord zat de magere vergroening er helemaal niet in en de teller stond op 500 miljoen toen GroenLinks wegliep. Uiteindelijk was het 700 miljoen toen de plannen door ook D66 gesteund werden. Als vergroening dus een duurzame economie en innovatieve banen betekent, dan zijn we daar zeer voor te porren. Dat geldt echter wat minder als vergroening in de sfeer blijft van mensen het gevoel geven dat ze gepest worden voor slecht gedrag. Laat ik zeggen dat dat wat minder toekomstbestendig is. Maar met D66 valt altijd te praten over echte vergroening, zoals op het gebied van energie, vervuiling en consumptie. Sterker nog: we boeken daar effect op.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De heer Zijlstra en ik zijn het niet heel vaak eens. We delen echter wel het beginsel dat je rekeningen niet moet doorschuiven naar volgende generaties. Erkent de VVD-fractie dat dit niet alleen geldt voor rekeningen in harde euro's, voor de centen, maar dat er ook sprake is van een ecologische schuld, waarvan we kunnen kiezen of we die wel of niet doorschuiven naar degenen die na ons komen?

De heer Zijlstra (VVD):
Regeren is vooruitzien en dus kijk je naar alle aspecten die dat met zich meebrengt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is een prachtig antwoord, maar geen antwoord op de vraag die ik stelde.

De heer Zijlstra (VVD):
Volgens mij wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De vraag is: erkent de VVD-fractie dat er ook sprake is van een ecologische schuld waar we verantwoordelijkheid voor moeten nemen? Over de kwestie of we dit moeten doen door middel van een belastingherziening maak ik me geen illusies. Daarover hebben we nog een behoorlijk robbertje te vechten. De simpele vraag is echter: erkent de VVD-fractie dat er ook sprake is van een ecologische schuld, die zelfs nog veel groter is dan de staatsschuld waar de VVD zich toch een beetje exclusief zorgen over lijkt te maken? Die ecologische schuld is er ook. Erkent de VVD dat?

De heer Zijlstra (VVD):
Nee. Dat zijn heel grote woorden, "het erkennen van een ecologische schuld", en daar heb ik niets mee. Ik vind wel — laat ik daar helder over zijn — dat we als partij en als parlement verantwoord moeten omgaan met het milieu en met onze planeet. Daarin zult u mij aan uw zijde vinden. Eerlijk gezegd vind ik echter dat de Partij voor de Dieren daarin totaal doorslaat. Dan ga je volgens mij ook niet goed om met het milieu en met de wijze waarop we dit land moeten regeren. Daar gaan we het dus niet over eens worden. We kunnen het wel eens worden over wat het CDA altijd "goed rentmeesterschap" noemt. Daar kan ik me goed in vinden. Je bekijkt wat nodig is om dit land goed achter te laten, in alle aspecten.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik benijd de heer Samsom niet. Hij staat terecht voor een rechtvaardigere inrichting van de samenleving, waaronder ook het belastingstelsel. Hij weet echter als geen ander wat de problemen van de klimaatverandering en de ecologische crisis zijn. Hij zit echter met een partner in de regering die volledig ontkent dat er sprake is van een ecologische schuld. Je zult er maar voor staan. De heer Samsom weet goed wat er nodig is, namelijk een verschuiving van de lasten op arbeid naar belasting van vervuiling en beprijzing van schaarste. Onze ervaring met de staatssecretaris is dat dit al heel snel als ingewikkeld en moeilijk wordt gezien. Het moet wel eenvoudiger. Als het doel van vergroening en het doel van vereenvoudiging wringen, waarvoor kiest de Partij van de Arbeid dan: de vergroening of de vereenvoudiging?

De heer Samsom (PvdA):
Wij kiezen dan voor een schuif van de lasten van arbeid naar consumptie die vrij eenvoudig is. Zo kom je dus bij voorstellen rondom de btw; dat is een verschuiving van de lasten van arbeid naar consumptie. Ik geloof dat de Partij voor de Dieren van tevoren heeft aangekondigd hier überhaupt niet aan te willen meedoen. Als zij dat anders had gezien, had zij naar deze maatregel kunnen kijken als iets van haar gading: lasten verschuiven van arbeid naar consumptie. Arbeid goedkoper maken en consumptie iets meer beprijzen; daar wordt de samenleving rechtvaardiger en ook groener van.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit vind ik nou een beetje naar van de heer Samsom. Dat hij dit bij de SP probeert, moeten ze samen maar uitvechten. De Partij voor de Dieren heeft de staatssecretaris echter gewoon welkom geheten, hem koffie gegeven, we hebben onze ideeën uiteengezet en vervolgens kwam hij niet meer terug. Hij wil alleen nog maar praten met partijen die meer in de bestaande kadertjes met hem mee willen.

De heer Samsom (PvdA):
Mijn welgemeende excuus aan mevrouw Ouwehand. Ik had dat van die koffie en zo gemist. Zij zoekt met de staatssecretaris maar uit wat daar is misgegaan.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand wilde een vraag stellen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Kiest de Partij voor de Arbeid voor vergroening of voor vereenvoudiging? De heer Samsom kan dan niet wegkomen met: wij gaan naar een verschuiving op consumptie. Dat is geen vergroening. Het is wel eenvoudig, maar het is geen vergroening. Vergroening zou zijn het belasten van de consumptie die daadwerkelijk vervuilend is. Dat zijn niet de fietsenmaker, de schoenmaker of de kleermaker, waar mensen met hun oude kloffie naartoe gaan om te laten herstellen zodat ze geen nieuwe zooi hoeven te kopen. Ik stel de vraag dus nog een keer: wordt het vergroening — eerlijk alstublieft — of vereenvoudiging?

De heer Samsom (PvdA):
Eenvoudige vergroening kan dus ook. In de voorstellen is ook opgenomen om iets meer te vragen voor het houden van dieren, het fokken van dieren of het slachten van dieren — als ik dat hardop hier mag uitspreken — en om de lasten op arbeid wat goedkoper te maken. Dat zijn precies de dingen waar het om gaat. Consumptie van energie is hoe dan ook een vervuilende activiteit. Als je daarop iets meer belasting zou heffen, zou je de samenleving iets groener maken. Ook dat soort voorstellen kun je dus doen. Bij energie is dat dankzij de historie die wij daarin hebben als land vrij eenvoudig te doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil de heer Samsom meegeven wat hij zelf ook best weet, je moet daarin differentiëren. De ene consumptie draagt bij aan een duurzame samenleving en de andere niet. De heer Samsom weet dat. Ik zou zeggen: hou daaraan vast.

Beantwoording door de minister-president

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik dank de minister-president ervoor dat hij net eerlijk toegaf dat het kabinet alleen maar wil praten met partijen met gevestigde politieke opvattingen. Het komt mij bekend voor dat het in debatten over bijvoorbeeld een belastingherziening alleen maar gaat over staatsschuld en euro's. Nu heeft de uitspraak die de rechter vanochtend over het klimaatbeleid heeft gedaan, de minister-president vast bereikt. Erkent het kabinet dat er ook sprake is van een ecologische schuld doordat we de aarde veel zwaarder belasten dan zij aankan en we zodoende een onverantwoorde rekening doorschuiven naar volgende generaties?

Mijn tweede vraag gaat over de wens tot vergroening. Die bestaat zeker, maar vereenvoudiging van het belastingstelsel staat voorop. Hoe moeilijk is het om die vergroening door te exerceren, om een aantal nijpende problemen op het gebied van natuur en milieu op te lossen en om na te gaan wat de kansen op houdbare financiën op de lange termijn zijn? Houdt het kabinet niet te gemakkelijk vast aan vereenvoudiging boven maatschappelijk veel waardevollere doelen zoals vergroening?

Minister Rutte:
Mij lijkt dat je daarin een goede balans moet vinden. Wij hebben er enkele genoemd op de lijst waarvan wij denken dat er draagvlak voor is. Ook hebben we gezegd dat we met partijen die willen doorpraten, nog eens goed moeten kijken of er dingen op dat terrein te verzinnen zijn die de economische groei niet al te zeer verstoren. Dat is ook een belangrijk doel van de belastingherziening. We hebben er dus een paar genoemd. Daar zit perspectief in, maar het is niet gemakkelijk. Een verschuiving van belasting op arbeid naar belasting op consumptie, die in veel voorstellen staat op de lijst die de Kamer lijkt te steunen, heeft natuurlijk ook een vergroeningseffect.

Mijn eerste punt was overigens niet dat ik alleen met gevestigde partijen wil praten. Iedereen die hier zit en een partij is, is onderdeel van het establishment. Zij staan los van de losse groepjes. De Partij voor de Dieren is een partij en is dus gevestigd. Het lijkt mij alleen niet zo waarschijnlijk dat we op dit vlak met de Partij voor de Dieren heel ver gaan komen. Dat heeft niets te maken met de vraag of de partij al dan niet gevestigd is. Ik bedoelde te zeggen dat we weten wat de opvatting van alle partijen is, voordat we ermee aan tafel gaan zitten. We kunnen wel heel vrolijk zeggen dat we bij nul gaan beginnen, maar al die partijen hebben natuurlijk gevestigde opvattingen. We moeten proberen om in het nieuwe belastingstelsel een mix te vinden waarin rekening is gehouden met die gevestigde opvattingen. Dan is het in al die politieke kringen draaglijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister-president dacht misschien dat hij ons ermee beledigde toen hij dat zei.

Minister Rutte:
Ik was al bang dat ik u niet beledigde!

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het was helemaal geen belediging. Het kabinet zegt alleen met partijen te praten die bereid zijn om binnen de bestaande kaders mee te denken. Daarop komt het neer. Dat is de lijn van het kabinet. Dit verklaart waarom de Partij voor de Dieren in de tweede ronde niet op bezoekjes mocht rekenen. Dat is gewoon een feit. Wij zijn inderdaad niet van de gevestigde opvattingen.

Mijn vraag blijft staan of het kabinet erkent dat we een ecologische schuld hebben doordat we de aarde zwaarder belasten dan zij aankan. De VVD zei duidelijk dat zij geen idee had waarover ik het had. De fractievoorzitter van de PvdA weet dat daarentegen heel goed. Dat is bekend. Waar staat het kabinet?

We hebben waarschijnlijk meer tijd nodig om te praten over de aanpak van de ecologische schuld, want het kabinet wil nu nog niet bewegen. Erkent het kabinet dat die ecologische schuld er is en dat we daarvoor verantwoordelijkheid moeten nemen? Zo ja, dan debatteren we nog over de manier waarop we die moeten aanpakken.

Minister Rutte:
Ik ben nooit zo'n voorstander van de wat strenge aanpak in het kader van schuld en boete. Ik ben meer van de aanpak waarbij je de vraag stelt hoe je iets gaat oplossen. Het kabinet werkt daar samen met een grote meerderheid in de Kamer hard aan en wel door een ambitieus klimaatbeleid met ambitieuze doelstellingen te voeren, door een Energieakkoord met zeer ambitieuze doelstellingen te sluiten en door ook in Europa binnen de randvoorwaarden van een level playing field te beijveren dat er zelfs wereldwijd ambitieuze klimaatafspraken worden gemaakt. Ik stel daarbij wel vast dat wat in Europa nog verder aan winst kan worden geboekt natuurlijk op enig moment begrensd raakt. De winst die je kunt boeken in de Tweede Wereld en de Derde Wereld, waarbij ik bijvoorbeeld denk aan Indonesië, Vietnam en delen van Afrika, is gigantisch. Je ziet ook steeds meer dat ons ontwikkelingshulpbeleid zich richt op zowel het bevorderen van handel als het realiseren van de grote klimaatopgaaf. Ik heb het wel eens vaker gezegd: het blussen van een van de veenbranden op Kalimantan doet meer voor het tegengaan van de opwarming van de aarde dan nog heel veel extra roetfilters aanbrengen in Nederland, hoewel we dat misschien ook moeten doen, of allebei; het is in ieder geval veel goedkoper. Ik denk dus dat je er een verstandige mix in moet vinden. Dat hoort ook bij het goede huisvaderschap dat je van de regering en de Tweede Kamer mag verwachten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik stel vast dat ik geen antwoord krijg op de vraag. Het verbaast mij. Juist deze minister-president is er heel goed in om mensen duidelijk te maken wat de ellende is van het hebben van een hoge staatsschuld. En dat ben ik op zichzelf met hem eens. Het valt mij dan wel echt tegen dat hij niet durft te erkennen dat we in termen van ons natuurlijk kapitaal een schuld opbouwen die vele malen hoger is, een factor 10 zelfs. Dat je het over de oplossingen niet eens bent, zou hem toch niet het excuus moeten verschaffen om niet eens de feiten te erkennen.

Minister Rutte:
Ik dacht dat we het over die oplossingen wel eens waren, zelfs met de Partij voor de Dieren. Misschen dat zij verder wil gaan, maar al die bewegingen die ik hier noem zijn toch allemaal richtingen die ook de Partij voor de Dieren kan steunen, nog even los van de vraag hoe groot je het probleem inschat en of je begint met de opwarming of dat je vertrekt vanuit de gedachte dat de fossiele brandstoffen opraken of dat je minder afhankelijk wilt worden van de leveranciers van die fossiele brandstoffen. Welke inspiratiebron je ook hebt om te werken aan het vraagstuk van klimaat en energie, je ziet toch een heel breed draagvlak voor het aanpakken van deze problemen. We zien ook in toenemende mate met elkaar de kansen om het te laten bijdragen aan onze economische groei omdat er veel innovatie uit voortkomt.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. De Partij voor de Dieren is tegen een begrotingstekort en wijst er daarom met nadruk op dat wij dat breed en goed moeten zien. Als het gaat om ons natuurlijk kapitaal, maken wij in augustus altijd op wat voor het hele jaar bedoeld was. Wij bouwen dus ieder jaar een ecologische schuld op van zo'n 30%. Daarbij valt een eventueel begrotingstekort van 3% in het niet. Dat moet wat ons betreft worden meegenomen bij een wijziging van het belastingstelsel, maar daar had het kabinet geen oren naar. Ik dien een aantal moties in om te kijken hoe ver wij alsnog kunnen komen.

Motie Ouwehand: herziening zonder vergroening van belastingen is geen optie

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Hoe doe je dat dan? Het CDA had gelijk: het verhogen van de btw op vlees is dé maatregel voor het milieu.

Motie Ouwehand: hoog btw op vlees als onderdeel van belastingherziening

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Hoe doe je dat niet? Door de btw op niet-vervuilende diensten te verhogen.

Motie Ouwehand: geen hoog btw op diensten en cultuur

Beantwoording door de minister-president

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister-president wijst alle voorstellen voor een concrete invulling af. Ik heb echter ook een motie ingediend die de positie bepaalt, namelijk de motie op stuk nr. 21, en die heeft hij afgewezen. Daarin spreken wij uit dat een herziening zonder een vergroening van het belastingstelsel geen optie is. Dit lijkt mij een startpunt. De minister-president zegt dat hij openstaat voor suggesties. Met deze motie vragen wij of wij fundamenteel kiezen voor vergroening of niet.

Minister Rutte:
Nee, ik sta dus ook open voor de suggestie van een partij die zegt dat zij juist niet wil vergroenen. Dan moet ik dat ook niet afwijzen, want ik moet wel consequent zijn. Die motie loopt dus ook vooruit.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Die schets, dat wij gaan vergroenen, kan dus ook nog gewoon van tafel verdwijnen. Dit kan ook alleen maar een cadeautje voor de kiezers van de VVD, het CDA en de Partij van de Arbeid zijn, en de vergroening laten wij achterwege.

Minister Rutte:
Het punt is dat ik nu betoog dat het onverstandig is om ergens begrenzingen aan te brengen. Stel dat de heer Klaver straks naar voren komt en zegt: ik heb er nog eens goed over nagedacht en ik ben eigenlijk tegen vergroening. Als ik deze motie dan niet heb ontraden, heb ik de discussie al op voorhand klemgezet en stuur ik GroenLinks van tafel. Dat wil ik niet en daarom ontraad ik de motie; zij is prematuur.