Bijdrage Ouwehand Debat Hedwi­ge­polder


30 juni 2011

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik ken uw opvattingen over twitteren, voorzitter. Toen ik echter de berichtgeving las en hoorde wat het kabinet van plan was met de Hedwigepolder, dacht en twitterde ik: je zult maar een Zeeuw zijn. Dan moet je je intelligentie laten beledigen door dit kabinet en er nog blij mee zijn ook.

Wie namelijk denkt dat de Hedwigepolder droog kan blijven en wie doet alsof dit kan, trekt zichzelf, zijn kiezers, de Zeeuwen en het hele land in een moeras waar je niet meer uitkomt. Het gooien met modder is dan wel begonnen, maar het is nu juist de modder waar het om gaat. De Partij voor de Dieren stoort zich ernstig aan de pogingen om het belang van dit natuurgebied te bagatelliseren. We hebben de SGP-fractie eerder al horen vragen of dit nou nodig is voor een paar vogeltjes. Het gaat niet om een paar vogeltjes. Het gaat om honderdduizenden trekvogels, die bij wijze van spreken uit Siberië komen vliegen om in een van de laatste, belangrijke, open zeearmen voedsel kunnen vinden. Het gaat om een natuurlijke riviermonding die is aangetast, omdat we wel heel graag de Westerschelde wilden verdiepen. Wie nu zegt dat ontpolderen niet nodig is, had ook zijn handtekening niet moeten zetten onder de verdragen die dit regelden.

In dat opzicht ben ik uiterst verbaasd over de uitlatingen van commissaris der Koningin Karla Peijs. Zij was nota bene minister in de tijd dat het verdrag werd getekend waarin expliciet staat dat de Hedwigepolder onder water moet om de grote schade die aan het natuurgebied is toegebracht, te herstellen. Nu zegt ze echter: als die natuur in de Westerschelde zo nodig hersteld moet worden, waarom gooien we die vaargeul dan niet dicht? De Partij voor de Dieren heeft eveneens al enkele malen gevraagd te stoppen met verdere aantasting van dit belangrijke estuarium, maar daar kwam nooit een positieve reactie op. Als ik nu hoor dat de commissaris der Koningin, die zelf verantwoordelijk was voor dit besluit, het meent te kunnen maken op deze nogal onwaarachtige wijze de Zeeuwen gerust te kunnen stellen en met stoere praat over de kwestie heen denkt te kunnen praten, dan vraag ik me af of de staatssecretaris daar niet een helder standpunt tegenover moet stellen. We vragen ons af wat de commissaris der Koningin bedoelt met de aanleg van een containerterminal waarvoor geen natuurcompensatie nodig zou zijn.

Bedoelt zij dan een containerterminal waar je alleen met een kano naartoe mag varen? Of gaat het toch echt om containerschepen en is dit wederom een nieuwe fabel om de Zeeuwen en de mensen in de rest van het land zand in de ogen te strooien? Graag krijg ik een heldere toezegging van de staatssecretaris dat de containerterminal er niet komt. Via de media bereiken ons geluiden over de eigenaar van het land van de Hedwigepolder. Is het waar dat deze eigenaar zelf belang heeft bij het uitbaggeren van de Westerschelde? Graag zouden wij daarover duidelijkheid krijgen.

Intussen tikt de teller maar door. De woordvoerder van de fractie van D66 heeft dit al benoemd: 75 mln. nu, daar komt nog 70 mln. bij als België niet gaat meewerken en bovendien de toekomstige natuurcompensatie die nog lang niet geregeld is. Ik hecht eraan om hier een toekomstbeeld te schetsen. Als dit plan doorgaat, weten wij precies wie er straks de zwartepiet krijgt toegespeeld, namelijk de natuurorganisaties die proberen om de overheid te houden aan de afspraken die zij zelf heeft gemaakt. Afspraak is afspraak. Ik zie de partijen die de Hedwigepolder willen behouden, al staan. Zodra er een procedure loopt, worden er oproepen gedaan om de Postcode Loterij niet meer te steunen, want die geeft misschien wel geld aan de Vogelbescherming. Dan wordt er gesproken over de groene leugen. De zwartepiet ligt dan eenzijdig bij de natuurorganisaties die nota bene kosten noch moeite hebben gespaard om tot een overleg te komen, het verdrag uit 2005. Het is niet meer dan redelijk dat dit kabinet en de Kamer die afspraken nakomen. Anders kan ik mij niet voorstellen wat je in de toekomst nog zou kunnen bedoelen met: wij moeten met elkaar om de tafel zitten.

Ik heb zeer veel waardering voor de inzet van natuurorganisaties die zich op dit dossier niet kapot laten intimideren. Ik hecht eraan, te laten zien waar het om gaat. Het gaat om belangrijke voedselgebieden. Het gaat om de modder. Daar begon ik ook mee. Met die modder moet je niet gooien. Je moet ervoor zorgen dat het estuarium voldoende voedsel blijft bieden voor de dieren die dat nodig hebben. Wij hebben belangrijke internationale verplichtingen. Zelfs al was dat niet zo, dan zou ik mij kapot schamen als ik in een land zou wonen waarin de meerderheid zegt: ach, laat maar uitsterven die dieren. Wat kan het ons schelen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Waarom strijdt de PVV zo hard voor een polder die grotendeels in handen is van een stinkend rijke Belg, waar aardappelen staan? Er wonen inderdaad ook dieren, maar die worden wel met veel plezier afgeschoten, in elk geval de hazen en wellicht ook de fazanten. Dat zijn toch allemaal dingen waar de PVV doorgaans niet heel enthousiast over is, of wel?

De heer De Mos (PVV): Ik vind het reuze knap dat hazen, schieten en allerlei andere dingen erbij worden gehaald, maar daar gaat het helemaal niet over. Kijk op de publieke tribune hoe het leeft in Zeeland! Die mensen willen gewoon geen ontpoldering. Wij moeten als volksvertegenwoordigers luisteren naar het volk. Het volk in Zeeland zegt met 85%, misschien wel 90%: we willen die hele malle ontpoldering niet, zeker niet ten faveure van een stukje zeesnot. Daar gaan we dus niet aan beginnen als het aan de PVV ligt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan is dat duidelijk. Wat het volk wil volgens een of andere opiniepeiling, is dus leidend voor de PVV. Dat kan zo zijn.
We stellen het maar vast.

Mevrouw Lodders (VVD): Al vanaf het eerste moment heeft de VVD een duidelijk standpunt in dezen ingenomen: geen ontpoldering van de Hedwigepolder. Om die reden heeft de VVD tegen de Scheldeverdragen gestemd. Zij stond hierin alleen, maar wist zich gesteund door de lokale bevolking.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zien we hier dan het bewijs dat mooie woorden van kabinetten niets betekenen? Het was een paars kabinet, met de VVD ook aan het roer, dat kwam met die langetermijnvisies waarin natuurherstel expliciet werd genoemd als het ging om het uitdiepen van de Westerschelde. Moet ik hieruit concluderen dat de VVD met dit kabinet wel spreekt over natuurherstel, compensatie en noem alle mooie woorden maar op, maar dan in een later stadium alsnog zegt natuurlijk geen ontpoldering te bedoelen?

Mevrouw Lodders (VVD): Volgens mij is de VVD van het begin af aan klip-en-klaar geweest over dit dossier. Helderder kan ik het niet maken. Om die reden heeft de VVD-fractie ook tegen de Scheldeverdragen gestemd.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, er is weliswaar een voorzitterswisseling geweest, maar de regels zijn niet gewisseld, dus ik vraag u om geen lange inleidingen te houden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zal het kort houden. Ik vind het ronduit goedkoop dat de VVD doet alsof zij altijd fervent heeft gestreden tegen die ontpoldering. Als zij echt een man of vrouw zou zijn, had zij ook gezegd dat dan het verdrag met België moet worden aangepakt en dat de Westerschelde niet moet worden verdiept. De VVD weet heel goed dat daar natuurherstel bij hoort waar ontpoldering voor nodig is.

De voorzitter: En de vraag is?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De vraag is of de VVD voortaan een beetje eerlijk wil zijn en gewoon wil uitkomen voor iets waar zij zelf een handtekening onder heeft gezet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Hoorde ik mevrouw Lodders zeggen dat wat de VVD betreft de Westerschelde voorlopig, en als het kan helemaal niet meer wordt verdiept?

Mevrouw Lodders (VVD): Volgens mij hebben wij dat met elkaar afgesproken in deze Kamer. De laatste verdieping zou de laatste verdieping zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mooi. Ik heb eerder een motie ingediend met dat verzoek. De VVD-fractie steunde die toen niet, maar dat gaat dan vandaag veranderen. Dank daarvoor.

Staatssecretaris Bleker: Geen plan voor de bühne. Het plan is niet op een achternamiddag bedacht. Er is uitgebreid onderzoek aan voorafgegaan. Dat heeft €402.00 gekost, zo heb ik gelezen. Wij hebben gezegd dat wij pas het echte overleg met de Europese Commissie en met Vlaanderen aangaan als we ook wat in handen hebben. Op een gegeven moment bleek dat we iets in handen hadden. Daarom heb ik twee weken voor het kabinetsbesluit de heer Peeters geïnformeerd over de contouren, zonder hem om instemming te vragen of wat dan ook, en de fasering van het plan. Daarom heb ik een week voor het kabinetsbesluit de eurocommissaris erover geïnformeerd. Overleggen zonder dat je wat te vertellen hebt, is een frustrerende bezigheid. Dat moet je niet doen.

Ik kom op de compensatie voor de WCT. Er was een plan en er was een initiatiefnemer, Zeeland Seaport, die een loswal van 2600 meter wilde aanleggen voor containerterminals. De provincie Zeeland heeft naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State die beperkt tot 2000 meter. Daar is een MER-startnotitie voor opgesteld, die ter inzage is gelegd. Belanghebbenden konden daarop reageren. In dat plan werd uitgegaan van natuurcompensatie in de Welzinge- en Schorerpolder als compensatie voor de verloren gegane ehs. De inzet van de provincie was destijds om het plan voor de WCT dusdanig vorm te geven dat er geen significante effecten zouden zijn die tot natuurcompensatie zouden leiden. Het gaat dus om provinciale ehs-compensatie. Op de dag dat de concept-MER verder in procedure zou worden gebracht, eind 2010, meldde Zeeland Seaports dat de initiatiefnemer was afgehaakt. Dit is aan de Staten gemeld. De besluitvorming over deze concept-MER is dan ook door de provincie Zeeland opgeschort. Dit houdt in dat er nu geen MER-procedure in werking is. Er is ook geen sprake van een vergunningaanvraag met een daarbij behorende initiatiefnemer en investeerder. Dat is de huidige situatie.

Op het moment dat dit proces weer in gang wordt gezet, zal moeten worden beoordeeld, kijkend naar de initiatiefnemer en de investeerder, welke investering en welke aantallen meters nodig zijn. Er zal tevens, gelet op het dan voorliggende plan tot ehs-compensatie, beoordeeld moeten worden of er enige noodzaak toe bestaat om opnieuw te beoordelen of sprake is van significante effecten. De inzet van de provincie Zeeland is om een zodanig plan te maken dat er geen significante effecten optreden. Mevrouw Ouwehand stelde een vraag over de belangen van een eigenaar in de Hedwigepolder. Daar kan ik niet in treden en dat weet ik ook niet. Ik heb aangegeven wat de kosten van Deltares zijn.

Er werd mij gevraagd hoe ik de meerkosten van het alternatief kan verantwoorden. Ik heb aangegeven wat de overwegingen zijn om het te doen zoals nu het plan is: op een goede manier aan natuurherstel werken op basis van een plan met draagvlak waarmee wij redelijk snel kunnen beginnen, zonder het oude plan, waar veel kritiek op was en weinig draagvlak voor bestond, te hoeven realiseren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb mijn vraag bewaard, omdat ik het betoog van de staatssecretaris wilde afwachten. Ik heb gevraagd wat maatschappelijk overleg nog waard is. Ik vind het tekenend dat de staatssecretaris niet één seconde is teruggekomen op het verdrag waarin natuurorganisaties afspraken hebben gemaakt met de overheid. Het is een klap in hun gezicht. Ik heb concreet gevraagd hoe wij de toekomst moeten zien. Dit kabinet zet nog steeds in op overleg. Ik wil de erkenning van de staatssecretaris dat er voor deze organisaties alleen maar de weg naar de rechter open ligt. Ik wil dat de staatssecretaris toezegt dat op geen enkele wijze de zwartepiet naar die organisaties wordt toegespeeld, nu niet en niet in de acht jaren waarin de staatssecretaris gaat proberen dit plannetje te realiseren.

Staatssecretaris Bleker: Wij zullen en willen met het nieuwe plan het natuurherstel in de Westerschelde recht doen. Wij zullen ons daar ook echt voor inzetten. Dat was ook beoogd, maar we doen dit op een andere manier. Dat is de essentie. Dat zullen wij de Europese Commissie, de Vlamingen en de Nederlandse natuurorganisaties duidelijk maken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat was geen antwoord op mijn vraag. Ik vroeg of de staatssecretaris bereid is om net als ik te erkennen dat de natuurorganisaties nu naar de rechter moeten stappen als zij zich daartoe genoodzaakt voelen. Ik kan mij goed voorstellen dat ze dat doen, want de afspraken die met hen zijn gemaakt, worden niet nagekomen. Erkent hij ook dat zij wat dat betreft nooit of te nimmer in een kwaad daglicht mogen worden gesteld?

Staatssecretaris Bleker: Dat is waar. Er zijn rechtsgangen en als organisaties daar gebruik van maken, moet de overheid een kerel zijn en met respect overleg voeren met de betreffende organisaties.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Hartelijk dank. Voor het vervolg van dit debat verwijs ik iedereen naar de website van de Vogelbescherming. Daarom dien ik de volgende motie in.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Jacobi, Van Tongeren en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Staatssecretaris Bleker: In de motie-Ouwehand c.s. op stuk nr. 52 wordt de regering verzocht, in overleg met België naar oplossingen te zoeken waardoor verdere verdiepingen van de Westerschelde niet meer aan de orde zullen zijn. In mijn eerste termijn heb ik aangegeven dat ik in de toekomst geen grootse verdiepingen, zoals die uit het verleden, voorzie. Het her en der wegnemen van een drempel om de normale toegang tot en bereikbaarheid van Antwerpen te continueren sluit ik niet uit. Daarom ontraad ik aanneming van deze motie.