Inbreng Schrif­telijk Overleg Gewas­be­scher­mings­mid­delen en Bijen­sterfte


29 juni 2011

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen graag enkele nadere vragen stellen over de brieven die onlangs binnen zijn gekomen over bestrijdingsmiddelen en bijensterfte.

Besluit schorsing van drie spuit- en aangiettoepassingen van neonicotinoïden voor niet-professioneel gebruik De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn verheugd dat door uitvoering van hun motie om neonicotinoiden opnieuw te toetsen op de effecten op bijen, er nu drie toepassingen van imidacloprid zijn geschorst. Dit moet wat de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren betreft echter het begin zijn van een stricter beleid inzake de (hernieuwde) toelating van neonicotinoiden. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren danken de staatssecretaris dat hij inziet dat van particulieren niet verwacht kan worden dat zij zich aan de gebruiksvoorschriften houden, en dat dit ook onmogelijk gecontroleerd kan worden. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren menen echter dat dit ook voor professionele gebruikers geldt. Immers, als iedereen zich aan de gebruiksvoorschriften zou houden zouden er onmogelijk dergelijke normoverschrijdingen in het oppervlaktewater geconstateerd kunnen worden zijn als helaas in de praktijk wel het geval is. Deelt de staatssecretaris deze mening, en op welke wijze gaat hij dit betrekken in zowel het vervolg van de herbeoordeling van de neonicotinoiden als bij toekomstige toelatingen van bestrijdingsmiddelen? Kan hij daarbij ook betrekken dat wanneer er normoverschrijdingen worden geconstateerd, het in de praktijk onmogelijk is om daar de dader van aan te wijzen, waardoor boeren er steeds mee wegkomen dat zij de gebruiksvoorschriften overduidelijk niet naleven? Op welke manier wil de staatssecretaris hier verandering in brengen? Deelt hij de mening dat het absolute noodzaak is, ook gezien de doelen van de KRW?
Ook willen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hun zorg over de opstelling van het Ctgb uiten. De wijze waarop het college de herbeoordeling uitvoert is werkelijk teleurstellend en geeft alle reden tot zorg over een zorgvuldige beoordeling van bestrijdingsmiddelen op de risico’s voor mens, dier en milieu, kan de staatssecretaris hier een oordeel over geven? Op welke wijze wil hij het oordeel dat hij nu heeft moeten vellen over het Ctgb door af te wijken van hun overduidelijk inadequate advies om geen enkele toelating in te trekken, ondanks de geconstateerde risico’s voor bijen en daarmee ook andere bestuivers, meenemen in de wijze waarop het Ctgb wordt beoordeeld in hun functioneren?

Reactie RIVM en Ctgb op promotie-onderzoek Radboud Universiteit
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn teleurgesteld over de reactie van de staatssecretaris op het onderzoek van de Radboud Universiteit dat blootstelling aan bestrijdingsmiddelen tot problemen bij de fysieke ontwikkeling van jongens kan leiden. Er wordt geconcludeerd dat “de bevindingen in dit onderzoek aanleiding zouden kunnen geven tot verder onderzoek, maar onvoldoende basis vormen voor preventieve ingrepen”. Er is dus verder onderzoek nodig, maar wordt er dan nu ook opdracht gegeven voor dit vervolgonderzoek? De aanwijzingen zijn dermate ernstig dat dit tot de bodem moet worden uitgezocht, deelt de staatssecretaris die mening? Zo ja, op welke wijze wil hij het vervolgonderzoek uitzetten en wanneer kunnen we daar de resultaten van verwachten? Zo nee, waarom niet en waarom wordt hier dan weer voorrang gegeven aan de economische belangen, ten koste van de volksgezondheid?

Wijzigingen toelatingen na herbeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb)
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen graag ingaan op de toepassing van imidacloprid in de fruitteelt. Uitgangspunt is toch dat imidacloprid een systemische insecticide is, dat niet op bloeiende planten mag worden toegepast, is dit juist? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren kunnen dan ook niet begrijpen dat de toepassing van imidacloprid in de fruitteelt is toegestaan. Immers, zonder bloemen geen fruit, en bloemen trekken bijen en andere bestuivers aan, die juist ernstige risico’s lopen door het gebruik van imidacloprid. Dit feit is onderkend, zowel door het Ctgb als door de staatssecretaris, en ook reden voor de staatssecretaris om die particuliere toepassingen wél in te trekken. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren krijgen dan ook graag inzicht in deze beslissing. Zij kunnen zich niet aan de indruk onttrekken dat ook hierbij de economische belangen weer voorrang krijgen, en willen erop wijzen dat het economisch belang van de bij enorm groot is. En zonder de bij, is er ook geen fruitteelt meer mogelijk. De sector schiet zichzelf hiermee in de voet, en de staatssecretaris helpt hen daarbij. Graag een reactie. Op welke wijze is dit een rationeel besluit te noemen?

Onderzoek naar de effecten van neonicotinoiden op de humane gezondheid
In reactie op een op een onderzoek van Li et al. (2011, in Journal of Neuroscience Research) naar de effecten van neonicotinoiden op de humane gezondheid, geeft de staatssecretaris aan dat hij het RIVM heb verzocht om in samenwerking met het College voor Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb) een reactie te geven op het bovenstaande onderzoek. Dit maakt naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren duidelijk dat er bij het Ctgb een duidelijke kennislacune bestaat wat betreft de effecten van bestrijdingsmiddelen op de menselijke gezondheid. Kennelijk wordt dit aspect dan ook niet voldoende meegenomen in de toelating van bestrijdingsmiddelen op de humane gezondheid. Uit de antwoorden op een eerder schriftelijk overleg blijkt ook dat er geen sprake is van een structurele samenwerking tussen het RIVM en het Ctgb. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de staatssecretaris hier zo snel mogelijk verandering in te brengen, graag een reactie. Ook willen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren weten wanneer zij de reactie van het RIVm en het Ctgb op het onderzoek van Li et al. tegemoet kunnen zien.

Bijensterfte. Resultaten eerste jaar bijenonderzoek en aanvullend onderzoek naar effecten neonicotinoïden
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen graag onderstrepen dat bijensterfte een multifactorieel probleem is. Het gebruik van neonicotinoiden draagt naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren in belangrijke mate bij aan de bijensterfte, ook door de bijen kwestbaarder te maken voor ziekten en plagen zoals de varroamijt, maar het is, zoals Wageningen terecht stelt, niet het enige probleem waar de bij last van heeft. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zien dat de intensieve landbouw niet alleen door het gifgebruik maar ook door andere aspecten in belangrijke mate de veroorzaker is van de achteruitgang van bijen. Door monoculturen en het verarmen van het platteland door het grote gebrek aan akkerranden en bloemen in de bermen, is de drachtmogelijkheid voor bijen ernstig achteruit gegaan. Tegenwoordig lijkt het voor bijen makkelijker om te overleven in de stad dan op het platteland. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden dit een zeer zorgelijke ontwikkeling, en vragen de staatssecretaris of hij deze mening deelt. Op welke wijze is hij van plan om zowel op het platteland als de steden de drachtmogelijkheden voor bijen weer te herstellen, zodat de bijen weer aan voldoende en voldoende gevarieerd voedsel kunnen komen? Ook de genetische versmalling van de bijenpopulatie is zorgelijk, deelt de staatssecretaris die mening? Op welke wijze wil hij hier oplossingen voor stimuleren?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn benieuwd naar de resultaten van de aanvullende onderzoeken naar de effecten van neonicotinoiden op bijensterfte. Wel willen zij opmerken dat het onderzoek in feite overbodig is. er is al meer dan genoeg bekend in de internationale literatuur over de effecten van neonicotinoiden op bijen, om de noodzaak in te zien om nu tot actie over te gaan. Het vitellogenine project van bijen@wur, dat de belastingbetaler 165.000 euro gaat kosten, is een erg late inhaalslag. Er wordt een poging gedaan met het voor bijen belangrijke lipoproteine vitellogenine te illustreren, dat imidacloprid een bijenvolk verzwakt, iets wat we allang weten. Dit onderzoek is overbodig. We weten nu al voldoende over de werking van imidacloprid op bijen om risico beperkende maatregelen niet langer uit te stellen. De feiten zijn duidelijk: het werkingsmechanisme, de dosis-werkingsrelatie en fundamenteel onderzoek leveren overduidelijke aanwijzingen dat neonicotinoiden in onvoorstelbaar geringe hoeveelheden op de lange termijn o.a. een ongewenste schadelijke werking op een voor het ecosysteem cruciaal organisme hebben. Met het oog op de onrustwekkende bijensterfte van de laatste jaren zou het nu toch voor de hand liggen maatregelen te nemen om chronische blootstelling van bijen aan welke hoeveelheid neonicotinoiden dan ook onder alle omstandigheden te verhinderen om zodoende risico’s te minimaliseren. Graag een reactie. Waarom ontkent de regering de feiten, en neemt zij de producenten en gebruikers van zeer schadelijke middelen in bescherming? Er zijn voldoende alternatieven aanwezig, het gebruik van neonicotinoiden heeft geen enkele noodzaak, en leidt op de lange termijn tot grote economische schade. Wat zullen de kosten zijn als er straks geen bestuivers meer over zijn, en wie gaat die betalen?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen er tevens op wijzen, dat bijen niet de enige insecten zijn die last hebben van het hoge gifgebruik in de landbouw, en vooral van de systemische insecticiden. Ook andere insecten ondervinden hier veel negatieve gevolgen van, en dit heeft weer effect op de vogels die van de insecten moeten leven. Op deze wijze maakt de intensieve landbouw zeer veel slachtoffers. Zij pleiten er dan ook voor ook breder te kijken naar de effecten van het zeer hoge gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw op de biodiversiteit. Hier is al veel onderzoek naar gedaan, en de uitkomsten van deze onderzoeken zijn zeer zorgwekkend. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen hier kortheidshalve verwijzen naar de onderzoeken van Henk Tennekes, zoals onder andere gepresenteerd in het boek ‘The Systemic insecticides: a Disaster in the making’ en naar het onderzoek van negen Europese universiteiten waaruit blijkt dat verdubbeling van de reguliere agrarische productie in een bepaald gebied leidt tot een halvering van het aantal wilde plantensoorten. Zij zien graag dat dit onderzoek ook tot verandering in beleid leidt, en merken op dat zonder biodiversiteit er ook geen landbouw meer mogelijk is. Graag een reactie.

Overig
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben in de behandeling van de wijziging van de wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden gevraagd naar het oordeel van de staatssecretaris op een reclame voor bestrijdingsmiddelen op basis van neonicotinoiden waarvan de producent claimt dat deze ‘bijvriendelijk’is. Wanneer kunnen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren deze reactie tegemoet zien? Tegen het gebruik van Merit Truf, een neonicotine middel dat veel gebruikt wordt op golfbanen en op deze wijze een groot gevaar vormt voor bijen, is een bezwaarprocedure ingesteld. Kan de staatssecretaris inzicht geven in de ontwikkelingen hieromtrent?