Bijdrage Ouwehand AO Program­ma­tische Aanpak Stikstof


7 oktober 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik word er treurig van om te zien gebeuren wat wij herhaaldelijk hebben gezegd in de discussie over Natura 2000, bij de aanpassing van de Natuurbeschermingswet, bij het legaliseren van bestaand gebruik, bij de Crisis- en herstelwet en bij het aankondigen van de PAS. Het is allemaal op verzoek van de partijen die nu aan het jammeren zijn dat er geen juridische zekerheid wordt geboden. Nee, ik had dat al lang gezegd: wij moeten toetsen aan de Habitatrichtlijn, toetsen aan het verslechteringsverbod. Als wij allerlei bureaucratische systemen optuigen om er maar omheen te draaien, komt er uiteindelijk een keer een muur waar je met je neus tegen aanloopt. Het moet mij van het hart dat ik het treurig vind, werkelijk treurig, dat dit spelletje al jarenlang rond en rond en rond gaat en dat er geen handen in eigen boezems worden gestoken.

Ik herhaal: de kritische depositiewaarde is een waarde die het gebied nog juist kan verdragen, wil het niet ten onder gaan. Het heeft geen zin om het te nuanceren. De kritische depositiewaarde is belangrijk, inderdaad met bandbreedtes. Er is een marathonsessie geweest van de Verenigde Naties. Internationale wetenschappers in Zwitserland hebben daarvoor algemene richtlijnen opgesteld. Er is een Nederlandse vertaling gekomen per gebied, waarbij rekening is gehouden met de staat van onze gebieden, met verdroging, met waterbeheer. Die Nederlandse vertaling is international gereviewd door internationale experts. Hier zitten echter mensen aan tafels die zeggen: ik weet het niet hoor, ik weet niet wat wij moeten doen. En ik zie de heer Dijkgraaf al zijn vinger in de lucht steken. Aan het voorzorgprincipe zou ik veel waarde willen toekennen. Ik snap de twijfels, maar dit is wat wij hebben. Ik begrijp niet dat iedereen daar omheen wil fietsen.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik ben het eens wat betreft al die internationale experts, reviews en methodieken. Maar als de uitkomst daarvan is dat er een onzekerheidsmarge van 50% tot 100% is rond zo'n kritische depositiewaarde in een specifiek gebied, dan kan ik wetenschappelijk maar één conclusie trekken: dank u voor alle moeite bij die methodieken, maar helaas hebben wij niet iets kunnen opleveren waar wij iets aan hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben het daar niet mee eens. Ik snap de vraagtekens bij de wetenschappelijke methodiek, maar ik snap niet dat die zo gemakkelijk worden aangegrepen om te zeggen dat wij er niets mee kunnen en dat wij dan maar vergunningen moeten gaan afgeven. Daar komt het verhaal eigenlijk op neer.

Voorzitter, ik ga door met mijn verhaal. Ik breng ook nog even in herinnering, geachte collega's, dat het goed is om te beseffen dat de Habitatrichtlijn als hogere regeling van belang blijft, ook voor een rechterlijke toetsing. Zo zal de rechter voor de vraag komen te staan of de wijzigingen als gevolg van bijvoorbeeld de Crisis- en herstelwet wel richtlijnconform zijn. Ik herhaal de waarschuwing nog maar even: wij kunnen hier optuigen wat wij willen en in Nederlandse wetgeving vastleggen wat wij willen, maar als wij niet toetsen aan de Habitatrichtlijn -- en ik doel op het verslechteringsverbod -- dan komen wij elkaar vroeg of laat een keer tegen. Ik vind het oneerlijk om dit maar uit te stellen en uit te stellen en vervolgens te jammeren dat het allemaal zo moeilijk is. De positie van de Partij voor de Dieren is bekend. Wij vinden dat met de ondertekening van de Habitatrichtlijn er een plan gemaakt had moeten worden over welke economische
activiteiten wel kunnen en welke niet. Op die manier kun je ecologie en economie hand in hand laten gaan. Maar wie kool en geit wil sparen, zal op een zeker moment de conclusie moeten trekken dat het zo niet werkt.

Ik heb een aantal vragen aan de minister. Ik schrok tijdens het rondetafelgesprek van de concrete uitspraken van LTO, van: ja, wij gaan investeren in technische maatregelen en aankloppen bij de overheid voor subsidie, want anders komt er niets van terecht. Wat zegt dit over de haalbaarheid van de PAS? Ik heb het IPO gevraagd hoe het gaat met de aanschrijvingsbevoegdheid, hoe provincies daarmee omgaan: wij gaan de zachte hand hanteren en trouwens, ook wij hebben geen geld. Wat zegt de minister daarop? Wat mag dit allemaal gaan kosten? Wordt de PAS onderworpen aan een passende beoordeling? Het zijn toepasselijke woorden in dit verband. Komt er een landelijke PAS of per provincie of per gebied? Wat zijn de beroepsmogelijkheden tegen de vaststelling? Ik denk geen, maar ik krijg graag een reactie van de minister daarop. Hoe moeten wij de betekenis van de PAS naast het beheerplan zien? Ik krijg graag een nadere toelichting hoe die zich tot elkaar verhouden. Hoe wordt geborgd dat de voorgestelde generieke maatregelen ook daadwerkelijk plaatsvinden en niet steeds worden uitgesteld?
Ik vraag de minister te reageren op de bestaande stikstofregelingen in Overijssel en Brabant. Hoe oordeelt de minister daarover en deelt hij de analyse van prof. Bruil dat de juridische basis twijfelachtig is? Er wordt veel aandacht besteed aan saldering als maatwerk, maar de Raad van State heeft geoordeeld dat deze techniek nader onderzoek behoeft voor hij daarover uitspraken kan doen. Denkt de minister dat salderen gezien de juridische twijfelachtigheid effectief kan zijn en, zo ja, hoe gaat het dan als gesaldeerd wordt met bestaand gebruik dat op nog geen enkele manier is getoetst aan de Natuurbeschermingswet, aan de depositie? Ik heb het dus niet over de emissie. In hoeverre zijn de effectgerichte maatregelen toepasbaar en nuttig, als de depositie continu te hoog is? Hoe langdurig is het effect van het toepassen van effectgerichte maatregelen bij een continue depositie? Waarom wordt alle emissiewinst door toepassing van de best beschikbare technieken gebruikt als ontwikkelingsruimte? Hoe wordt op deze manier gewaarborgd dat de veronderstelde depositiedaling daadwerkelijk plaatsvindt?

De voorzitter: Tot slot.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb nog veel meer vragen, maar ik zal gaan afronden. De belangrijkste opmerking waarmee ik wil afsluiten, is dat de suggestie dat wij aan de kritische depositiewaarde niet zoveel gewicht hoeven toe te kennen en de idee dat wij met nu investeren in een aantal depositie- of emissiereducerende maatregelen er wel zijn, volledig voorbijgaan aan de systeemeffecten die wij daarmee creëren, ook aan de omslagpunten die leven in de natuurgebieden, aan de system shifts. Voorzitter. Ik zal verder schriftelijk de nadere vragen toesturen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik sluit mij aan bij de laatste opmerking dat de aanwijzing natuurlijk gewoon moet doorgaan. Ik ben wel benieuwd naar de positie van GroenLinks hierin. De PAS lijkt duidelijk bedoeld om ontwikkelingsruimte te creëren, terwijl wij hopelijk nog steeds zij aan zij staan in de wens om de bio-industrie af te schaffen. Hoe ziet GroenLinks dat?

De heer El Fassed (GroenLinks): Het gaat natuurlijk uiteindelijk erom de stikstofdeposities te verlagen en de biodiversiteit in stand te houden. Mede gehoord de vragen van mevrouw Ouwehand denk ik dat wij zo snel mogelijk aan de slag moeten gaan, om juist die duidelijkheid te scheppen voor iedereen.