Bijdrage Ouwehand AO IPPC en Mili­euraad


7 oktober 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dank u wel. Dank ook aan een heel aantal collega's bij wier opmerkingen ik me, net zoals de heer Samsom, kan aansluiten. Ik heb een aantal toevoegingen, die al dan niet zullen verbazen. Over de ggo's heeft mevrouw Wiegman het een en ander gezegd. Ik wil de minister meegeven dat er in de Tweede Kamer nog een AO staat geagendeerd en dat ook de Eerste Kamer bezig is met het dossier. Ik vraag dus of ze zich terughoudend zou willen opstellen. Er gebeurt in deze Kamer namelijk echt nog wel het een en ander. Ik krijg graag een reactie daarop.

Ik kom op het klimaat. Ik maak me zorgen, uiteraard, maar als ik me even focus op de Raadsconclusies die nu voorliggen, even los van de vraag of het zin heeft en of we in Cancún zullen zijn, dan valt me op dat in die conclusies landbouw niet wordt genoemd. Dat vind ik een gemiste kans. Als ik de minister van LNV in de afgelopen anderhalf jaar goed heb beluisterd, is dat ook wat haar betreft een gemiste kans. Als ik het mis heb, moet ze me maar corrigeren. Ik krijg echter graag de reactie van de minister van VROM. Als we het klimaatprobleem willen aanpakken, moeten we ook eerlijk de belangrijkste oorzaken en de belangrijkste factoren op zijn minst benoemen. Dan zouden we misschien ook nog eens kunnen kijken naar de manier waarop landbouw een oplossing zou kunnen zijn. Ik vraag de minister dus hoe zij het ziet dat in de Raadsconclusie landbouw niet wordt genoemd. Ik denk en ik hoop dat we in de klimaatonderhandelingen als Westerse natie, als Europa, afspraken kunnen maken om onze claim op landbouwgrond wereldwijd te verminderen. Dat zou een opening kunnen zijn van onze kant, om andere landen in beweging te krijgen. Ziet de minister dat hetzelfde of zegt ze: ik voel er helemaal niets voor en ik ga niet beginnen over de landbouwgrond die wij met onze Westerse productie en consumptie wereldwijd benutten, want ik durf het niet aan? Dat zou ik heel jammer vinden. Zij krijgt van de Partij voor de Dieren een aanmoediging om het vooral wel te proberen.

Dat brengt me op het onderwerp waaraan ik voor dit overleg veel belang hecht, namelijk de biodiversiteit. De regering schrijft dat Nederland een krachtige en tegelijkertijd realistische inzet van de EU steunt om de toestand van biodiversiteit en ecosystemen in Europa en mondiaal te verbeteren. Dat klinkt natuurlijk mooi. De voorgenomen maatregelen moeten echter, mede met het oog op de huidige financieel-economische situatie, wel haalbaar en betaalbaar zijn. En daar zit mijn zorg. Kijkt de minister, demissionair of niet, wel goed naar de kosten van het verlies van biodiversiteit? En hoe nauw wordt "haalbaar en betaalbaar" gedefinieerd? Ik maak me daar serieus zorgen om. Er liggen gelukkig intussen steeds meer rapporten die aangeven dat als we niets doen, of te smal kijken naar wat maatregelen kosten, we uiteindelijk zorgen voor miljardenverliezen. Ik krijg graag de toezegging dat ook op die schaal wordt gekeken naar haalbaar en betaalbaar.

Ten slotte wijs ik de minister op het deze week verschenen rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving, waarin -- het verbaast haar vast niet -- opnieuw wordt geconcludeerd dat veeteelt wereldwijd relatief veel bijdraagt aan de afname van biodiversiteit. Veeteelt wordt als oorzaak nummer één genoemd. Dat is één ding. Het andere is dat uit het rapport blijkt dat we weg moeten van de kaasschaafaanpak en van het proberen onze bestaande manieren van productie en consumptie een beetje beter te maken en een beetje minder belastend voor de biodiversiteit. De onderzoekers schrijven dat we toe moeten naar structurele veranderingen in productie en consumptie. Dat betekent dat we moeten inzetten op het eten van minder vlees. Daar kunnen we allerlei prikkels voor inzetten. Het heeft in elk geval een belangrijke plaats in de discussie over het Biodiversiteitsverdrag. Ik hoor graag van de minister op welke manier zij de aanbevelingen uit dit rapport meeneemt. Ik zou het een gemiste kans vinden als die aanbevelingen hier keurig in de Haagse bureaulades blijven liggen en we op de top over biodiversiteit onze mond erover houden. Ik zou er om te beginnen in de aanstaande Milieuraad alvast de discussie over willen openbreken.

Minister Huizinga-Heringa: Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar de landbouwsector. Partijen hebben erkend dat de landbouwsector een belangrijke rol speelt in de strijd tegen klimaatverandering. In Cancún zullen partijen zich verder buigen over de samenwerking op het gebied van onderzoek en technologieoverdracht in het kader van mitigatiemaatregelen, juist in de landbouwsector. Minister Verburg organiseert, zoals bekend, in de eerste week van november een mondiaal congres over landbouw, voedselzekerheid en klimaat. Dat zal zeker een uitwerking hebben, als het niet in Cancún is dan toch zeker in Zuid-Afrika.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Die inzet is mij bekend. Ik heb een vraag over de kwestie van het landgebruik. Is de minister bereid om niet alleen maar de zaken die zij zojuist genoemd heeft, die al voorliggen, te bespreken, maar de discussie ook te entameren over de gronden waar het Westen wereldwijd beslag op legt voor landbouw en vee-industrie? Ik denk dat daar een breekpunt ligt. Het lijkt mij goed als Nederland daar het voortouw in neemt.

Minister Huizinga-Heringa: Als u het goed vindt, kom ik op deze vraag in tweede termijn terug. Het zit een beetje tussen milieu en landbouw in. Ik ga niet voor de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij antwoorden geven. Ik moet dus even kortsluiten hoe dat precies zit en dan kom ik daar in tweede termijn op terug.

Minister Huizinga-Heringa: Mevrouw Ouwehand vraagt zich af of Nederland zich niet terughoudend zou moeten opstellen als het gaat over de ggo's. In de komende milieuraad is een gedachtewisseling voorzien. Er worden geen besluiten genomen. De Kamer krijgt het verslag van de Milieuraad toegezonden. Op een ander moment zal over besluitvorming gesproken worden.

De voorzitter: Dan is er nu gelegenheid voor een tweede termijn van de Kamer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb de minister gevraagd wat zij gaat doen met het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving dat is uitgebracht met het oog op de biodiversiteitstop. Zij heeft wel gereageerd op de vraag van mevrouw Van Veldhoven over de biodiversiteit en het meenemen van TEEB. Prachtig! Maar er ligt een prachtig rapport met oplossingsrichtingen. Ik zou graag zien dat de minister dat mee naar Brussel en mee naar Japan neemt. Graag een reactie van de minister.

In eerste termijn ben ik vergeten te vragen naar wat wel op de agenda van de EU staat maar niet op de geannoteerde agenda van de regering, namelijk de uitdagingen voor een goede toestand van het mariene milieu. Kan de minister zeggen wat daarmee gaat gebeuren op de Milieuraad?

Minister Huizinga-Heringa: Voorzitter. Op de vraag van mevrouw Ouwehand over het PBL waar mevrouw Wiegman zich bij aansloot, kan ik volmondig ja zeggen. Ook dat rapport zal meegenomen worden naar de Milieuraad en naar Japan. Op de vraag naar de toestand van het mariene milieu heb ik nu geen antwoord paraat. Daar wil ik graag schriftelijk op terugkomen.