Bijdrage Ouwehand AO PAS-Natura 2000


21 december 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De staatssecretaris vond het vorige keer niet zo leuk, maar toen heb ik over de Programmatische Aanpak Stikstof het volgende gezegd. Als ik goed in zijn ogen kijk, begin ik twijfel te zien en zie ik dat de staatssecretaris denkt: wat heb ik op mijn bord getrokken, wat word ik onderuitgehaald door mensen die mij zouden moeten steunen. Hij zei toen nog: ik heb wel eens een lijsttrekker tegen een interviewster horen zeggen "wat lacht u leuk" en dat is niet zo goed bevallen. Ik kan zeggen dat de PAS niets met lachen te maken heeft. Ik had ook hierheen kunnen komen met een grote stapel zakdoekjes voor alle krokodillentranen die geplengd zijn door de VVD, de SGP en natuurlijk de aanvoerder van deze partijen, Ger Koopmans; ere wie ere toekomt. Ik kijk naar de voorstellen en de uitvoering, waar de staatssecretaris zich vol enthousiasme in heeft laten slepen. Dat zijn allemaal plannetjes geweest van het CDA. Dat is precies datgene waarom het CDA heeft gevraagd. De VVD wilde altijd precies dit, maar nu is ze boos. Hoe kan dat? Het zou toch allemaal zo makkelijk zijn om die vergunningverlening even vlot te trekken? Niks is minder waar. Er is een kastvol dooie mussen op de stoep van de boeren bezorgd en met deze PAS komen er gewoon nog een paar bij. Hoe de Partij voor de Dieren wil omgaan met de natuur is genoegzaam bekend. Ik wil mijn bijdrage dan ook graag houden over het Russische roulette dat dit kabinet speelt onder aanvoering van de heer Koopmans met de rechtspositie van de ondernemers, want er is voor hen niks geregeld.

Als wij vragen of die nationale koppen er misschien uit kunnen, neem dan eens afscheid van het zelfverzonnen instrument van bestaand gebruik. De SGP zegt daarover dat wij er wel voor moeten zorgen dat de ondernemers niet met terugwerkende kracht alsnog illegaal worden verklaard, maar wij zijn er uitgebreid voor gewaarschuwd. Dat geldt ook nu met de uitvoering van de motie-Koopmans dat bestaand gebruik wel even goedgekeurd en weggewassen kan worden tot 31 maart 2010. Als je op 29 februari 2010 bent begonnen met een activiteit die niet getoetst is in zijn brede samenhang op de effecten op de natuur, heb je je gewoon aan de Vogel- en Habitatrichtlijn te houden. Die zeggen dat verslechtering niet is toegestaan. Dus als ik het pleidooi van de heer Koopmans zo mag uitleggen dat hij een hekel heeft aan de Nederlandse vertaling van de Vogel- en Habitatrichtlijn, prima. Laten wij maar rechtstreeks gaan toetsen. Eens kijken wat er overblijft. Het is een groot lachertje.

Gelukkig hebben andere woordvoerders ook al gewezen op de hiaten -- dan zeg ik het heel voorzichtig -- die er nog zitten in het natuurakkoord. Het IPO zegt: wij hebben meegedacht over de aanwijzing, maar denk maar niet dat het betekent dat wij instemmen met de voorgenomen aanwijzing van de Natura 2000-gebieden. Wij zien een staatssecretaris die bij de verdediging van een natuurakkoord durft te zeggen "wij focussen nu op Natura 2000, dus maakt u zich maar nergens zorgen over" en die dan met zo'n brief komt en niet eens de aanwijzing voor elkaar heeft terwijl dit het jaar van de waarheid zou zijn. Je zou je, als je een eerlijk mens bent, een beetje moeten schamen voor zulk gedrag. Er is al een inbreukprocedure geweest op de gebrekkige aanwijzing door Nederland van Natura 2000- gebieden. Toen hadden wij te weinig gebieden aangewezen. Nu doe je weer alsof je neus bloedt.

Over het bestaand gebruik heb ik het al gehad. Je zult moeten toetsen op de effecten. Of je dat nu in nationale wetgeving tijdelijk probeert uit te stellen of niet, uiteindelijk worden ondernemers daarmee geconfronteerd. Wie gaat alle maatregelen in de beheerplannen betalen? Ik heb er al om gevraagd. De staatssecretaris heeft toen met zoveel woorden beloofd: ik kom daarop terug in de PAS. Wij zien de kosten niet. Kan de Kamer er inzicht in krijgen wat wij de komende jaren gaan doen om de natuurdoelen een beetje te halen, wat dat zal kosten en wat de alternatieven zijn, bijvoorbeeld een goede sanering van de veehouderij? Wat gebeurt er als de beheerplannen na zes jaar aflopen, ondernemers hebben geïnvesteerd en de natuurdoelen niet worden gehaald? Wie gaat die boeren dan vertellen dat er nog een zak met geld bij moet? Of gaat de staatsbeurs open en mag de belastingbetaler ervoor opdraaien?

De PAS stelt de beschikbare ontwikkelingsruimte vast voor een planperiode van zes jaar, zo lezen wij, dus tot aan 2018. Mijn conclusie uit dit stuk tekst is dat wij de komende drie jaar meer dan de helft van de ontwikkelingsruimte gebruiken. Ondertussen neemt de landbouw pas over drie jaar maatregelen en wordt er 75% op het natuurbudget bezuinigd. Wij gaan overal herstelstrategieën doen en de generieke maatregelen moeten nog worden vastgesteld en uitgevoerd, maar intussen zouden ondernemers wel mogen uitbreiden. Hoe hard blijft dat staan, als het Europees Hof oordeelt dat Nederland er een potje van heeft gemaakt?

[…]

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Aan het eind van dit jaar moet in ieder geval de vraag beantwoord worden: is er zicht op een Programmatische Aanpak Stikstof die tot houdbare vergunningen kan leiden, waarmee wij aan de ene kant de bescherming en instandhouding van Natura 2000-gebieden en aan de andere kant uitbreiding van activiteiten in de omgeving van Natura 2000-gebieden kunnen waarborgen? Mijn conclusie is dat wij -- dat zijn de provincies met beide ministeries samen -- inderdaad een systematiek hebben ontwikkeld met onderliggende programmatuur en met een logica en redeneertrant die per gebied, niet voor alle gebieden maar voor een groot aantal gebieden, kan leiden tot houdbare vergunningen. Dat is niet alleen een conclusie van mij en van de heer Atsma, maar ook van het IPO, de Unie van Waterschappen en LTO. Het belang van deze systematiek is vandaag ook weer door de organisatie Natuur en Milieu benadrukt.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Het is duidelijk dat er een aantal plannen is waarvoor de provincie primair verantwoordelijk is en een aantal plannen waarvoor de rijksoverheid primair verantwoordelijk is. Wij hebben deze analyse gemaakt en de provincies sterk aanbevolen om het zo te doen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): De provincie kan zelf kiezen?

Staatssecretaris Bleker: Ja. En misschien doet Friesland het wel weer anders dan Overijssel op dat punt, om redenen waarvan wij niet weten hoe het precies in elkaar steekt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben benieuwd of de staatssecretaris hiermee erkent dat hij dat niet kan schrappen met zijn decentralisatieplannen. Ik wil ook graag weten wat de staatssecretaris, in het hypothetische geval dat hij dan nog staatssecretaris is, gaat doen als er klachten komen: deze ondernemer in die omstandigheden krijgt in die provincie geen vergunning en dat is oneerlijk, want in een andere provincie krijgt hij die wel. Dat voel ik namelijk al aankomen. Wat gaat hij dan zeggen?

Staatssecretaris Bleker: De staatssecretaris die er dan zit zal daar ongetwijfeld een verstandige reactie op hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Als het een verstandige reactie wordt, is het niet deze staatssecretaris. Ik wil weten hoe hij daarnaar vooruitkijkt.

Staatssecretaris Bleker: Dat heb ik begrepen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Hij geeft er geen antwoord op. Dat noteren wij dan maar eventjes.

Staatssecretaris Bleker: Ik heb begrepen dat u er in het algemeen van uitgaat dat deze staatssecretaris geen verstandige antwoorden kan geven, zeker niet op uw vragen. Dat is een vaststelling. Het stimuleert in het algemeen niet om de poging te wagen, dus ik laat het maar even voor wat het is. Op de complementaire doelen ben ik ingegaan, in uw richting tenminste.

[…]

Staatssecretaris Atsma: […]
Wat de ammoniakuitstoot betreft, is de landbouw als grootste "toeleverancier" teruggegaan van 255 kiloton in 1990 naar dik 120 in 2010. Er is nadrukkelijk gevraagd naar de relatie tussen de emissie vanuit de verschillende sectoren, verkeer, industrie en landbouw, in relatie tot de 130 km/u. Ik heb met dit antwoord eigenlijk al iets gezegd over de onderlinge verhoudingen. Mevrouw Snijder gaf eigenlijk al het antwoord dat ik had kunnen geven. Zij gaf in hoofdlijnen aan wat er aan de hand is. Dankzij de maatregelen in het wegverkeer wordt een reductie van circa 30% bereikt. Die reductie wordt inderdaad vooral bereikt doordat binnen het verkeer sprake is van gerichte bronmaatregelen. U kent de maatregelen die wij hebben doorgevoerd voor de motoren. Ik kan daaraan toevoegen Euro 5/6. Kortom, de emissiereductie in het verkeer nu en in de komende jaren is zeer fors. Er staat inderdaad een kleine toename van 4% tegenover als gevolg van de aanpassing van de snelheden. Per saldo houd je een reductie van pak 'm beet 25, 26% over die overigens weer ten goede komt aan andere sectoren. Je zou zelfs kunnen zeggen dat je dankzij datgene wat van rijkswege wordt gedaan en wat het bedrijfsleven doet meer ontwikkelruimte krijgt in de meest ruime zin. Ik vind het goed om dat nog eens te benadrukken. Overigens hebben wij dat de afgelopen dagen zowel in de discussie over de 130 km/u als in andere debatten al naar voren gebracht, maar het is wel de realiteit.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ik ben er getuige van dat deze cijfers herhaaldelijk naar voren zijn gebracht. Maar keer op keer moeten wij erop wijzen dat dit verwachtingen zijn die verbonden zijn aan bepaalde randvoorwaarden, namelijk een bepaalde hoeveelheid schone auto's en andere maatregelen. Dat zijn stuk voor stuk randvoorwaarden waarvan het maar zeer de vraag is of wij ze halen in tijden van crisis. Stel je voor dat alles meezit, dan hebben wij het over 2020. Het gaat nu om nu, om de situatie dat er geen ontwikkelruimte is en dat het heel risicovol is om te anticiperen op verwachtingen waarbij zeer grote vraagtekens te plaatsen zijn. Nogmaals, wij hebben het over de ontwikkelruimte die er nu niet is voor boeren, maar die met deze voorspellingen en cijfers al wel wordt opgesoupeerd door de 130 km/u-rijders.

Staatssecretaris Atsma: Ik spreek over de periode tot 2018. Ook dat jaartal is meerdere keren genoemd. Er is een koppeling gelegd met de crisis. Ik wil niet flauw zijn, maar wij weten welk effect de crisis heeft gehad op het autoverkeer. Wij weten wat het effect in 2008 en 2009 was van een dip in de economie. In plaats van meer zal er door de crisis juist minder worden gereden. Als u dat als argument aanvoert, wil ik nog wel met iets andere cijfers proberen te komen. Het gaat nu om de generieke verwachting op basis van het beleid dat is uitgezet door ons en door Europa. In die 30% en in het totaal aan verwachtingen zitten natuurlijk ook de MIRT-projecten, die voor een klein deel daaraan bijdragen. Ik zeg volstrekt eerlijk dat een aantal van de MIRT-projecten ook nog moet worden gerealiseerd, maar generiek gaat het om deze teruggang en om de 4% die ik zojuist noemde als gevolg van de verhoging van de maximumsnelheid. Per saldo is de ontwikkelruimte 26% en die komt ten goede aan iedereen. Dat heeft niet zoveel te maken met de crisis. Veel specifieker kan ik er overigens niet over zijn.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): De verwachting is dat het aantal schone auto's en vrachtauto's in 2020 niet wordt gehaald vanwege de crisis waarin wij nu zitten. Dat zijn de gegevens. Wij fixeren ons behoorlijk op die 130 km/u en terecht, maar laten wij ook niet uit het oog verliezen wat het betekent om de 80 km/u op de buitenringen van de steden te verhogen naar 100 km/u. Dat is absoluut niet goed
doorgerekend. Is deze staatssecretaris bereid om een milieueffectrapportage te laten uitvoeren? Volgens mij kan hij er geen nee tegen zeggen, omdat hij zo overtuigd is dat dit allemaal koek en ei is. Laat dat dan maar bevestigd worden door een m.e.r. Anders zou ik toch zeggen: voer het uit en dan weten wij echt precies waar wij aan toe zijn in plaats van voortdurend dit gegoochel met cijfers.

Staatssecretaris Atsma: Ik bestrijd toch wat mevrouw Wiegman zegt door de koppeling met de crisis te maken. Er zit gewoon een grote reeks bronmaatregelen aan te komen en er is al een reeks bronmaatregelen genomen in de afgelopen jaren. Een aantal afgevaardigden weet ook welke maatregelen dat de afgelopen jaren zijn geweest. Niet alleen de komende jaren is sprake van een teruggang van de uitstoot. Ook de afgelopen jaren hebben wij dat gezien. Ik heb dat generiek al aangetoond aan de hand van de cijfers die ik zojuist noemde sinds 1990.

[…]

De voorzitter: Voordat wij kijken hoe wij het debat voortzetten of afronden, wil ik u eerst iets ter overpeinzing meegeven. Wij kunnen de tweede termijn later doen, maar dat zou betekenen dat die tweede termijn eind januari zal plaatsvinden. De eerste week na het reces is helemaal dicht gepland. Realiseert u zich dat u dan kiest voor een maand uitstel, terwijl ik dacht dat iedereen haast had. Wij zouden het debat ook iets kunnen laten uitlopen. Dan geef ik u een termijn van anderhalve minuut en hebben wij nog net de tijd om het debat vandaag te kunnen afmaken.

[…]

De voorzitter: Ik constateer dat een meerderheid voor uitstel van de tweede termijn tot eind januari.