Bijdrage Ouwehand aan het debat over het Coro­na­virus


18 maart 2020

Voorzitter, dank u wel. "Het coronavirus is onder ons", zei de minister-president in zijn toespraak aan Nederland. Ik denk dat dat een waarheid is als een koe. Het is wel een heel vervelende waarheid, maar we zullen eerlijk moeten zijn over de gevolgen van de uitbraak van dit virus. We zien dat een pandemie zorgt voor gemengde gevoelens. Angst, maar ook verbondenheid. Hamstergedrag, maar ook solidariteit. Blijdschap om wat gedaan wordt, maar boosheid om wat nagelaten wordt. Mijn fractie realiseert zich dat het nogal wat vergt om leiding te geven aan een land waarin hoop en onzekerheid elkaar afwisselen. In die zin dank ik het kabinet voor al zijn inspanningen en dank ik iedereen die meedenkt en adviseert over de maatregelen. Uiteraard spreek ik ook mijn medeleven uit met iedereen die nu al een dierbare verloren heeft, die zich grote zorgen maakt over mogelijk zelf ziek worden, of die zich zorgen maakt over verwanten die misschien ziek zijn of over geliefden die in de zorg moeten werken. Hulde aan iedereen die zijn uiterste best doet en sterkte voor de mensen die het virus nu al getroffen heeft.

Voorzitter. De inzet van de Partij voor de Dieren zal zijn en blijven dat wij ons baseren op adviezen van wetenschappers. Dat betekent dat we er, met de beste kennis die we nu hebben, alles aan moeten doen om de verspreiding te beperken en de zorg bereikbaar te houden voor wie zorg nodig heeft, dus niet alleen voor de mensen die getroffen worden door het coronavirus, maar ook voor de mensen die om andere redenen zorg en behandeling nodig hebben, ook op de intensivecareafdelingen. We moeten de zorg zo veel mogelijk ontlasten, zodat de mensen die daar werken, die ik daar nogmaals heel erg voor dank, het werk aankunnen. We zien dat dit ook de inzet van het kabinet is, het zogenaamde afvlakken van de curve, zodat je onder de kritische grens blijft van wat onze zorg aankan. Maar het lijkt er wel op dat het gebruik van de term "groepsimmuniteit" onhandig was. Veel mensen zijn daar bang door geworden. Internationaal is er ook wel veel kritiek over ons uitgestort.

De Partij voor de Dieren heeft zich ook zorgen gemaakt, maar heeft vervolgens gekeken wat de Wereldgezondheidsorganisatie nou precies heeft geadviseerd. Als we daar goed naar kijken, zien we dat het kabinet de maatregelen neemt die de WHO heeft geadviseerd. Onze oproep, onze voorwaarde eigenlijk, zou wel zijn dat alle vervolgstappen voortdurend worden gecontroleerd aan de hand van de laatste stand van de wetenschap, niet alleen die van het RIVM en ons eigen uitbraakteam, maar ook die van de WHO: is dit conform de adviezen van de Wereldgezondheidsorganisatie? Ook moeten er meteen extra maatregelen worden genomen als dat nodig is. Kan het kabinet dat toezeggen? Kan het kabinet bevestigen — want ik denk dat dat nodig is — dat het creëren van groepsimmuniteit niet de strategie is? We hebben vanmorgen in de hoorzitting ook gehoord dat er nog heel veel onduidelijkheid is over hoe die immuniteit ontstaat. Ontstaat die wel? Hoelang is die er dan? Houdt het kabinet daar de vinger aan de pols?

Voorzitter. De zorgen zijn eerder geuit: het gebrek aan beschermingsmaterialen, het gebrek aan testen. Kan het kabinet zeggen wat daar nu de laatste stand van zaken is? Want mensen hebben alle inzet nodig.

Voorzitter. Dan de economische maatregelen. De regering heeft tussen zondag en gisteren een razendsnelle draai gemaakt als het gaat om het financieel steunen van mensen die hun inkomen verliezen. De Partij voor de Dieren is daar blij om. Ik wijs nog even op de uitspraken van minister Wiebes, die bij veel mensen die als zzp'er werken, grote zorgen hebben veroorzaakt. En dan druk ik me voorzichtig uit. Als we nu zien waar het kabinet mee komt, dan is dat gelukkig rechtgezet, al vinden we het aanvullen van het inkomen voor zzp'ers tot het sociaal minimum wel een beetje mager. Kan de minister van Sociale Zaken aangeven of hij bereid is om te kijken of dat verhoogd kan worden tot het minimumloon? Is er inzicht in welke groepen toch tussen wal en schip dreigen te vallen? We zien dat bijvoorbeeld de voedselbanken de noodklok luiden over een gebrek aan eten en over een gebrek aan vrijwilligers.

De Partij voor de Dieren wil er ook de vinger op leggen dat de mensen die nu door moeten werken, de zogenaamde vitale beroepen, wel in grote meerderheid de beroepen zijn die laag worden betaald en doorgaans laag worden gewaardeerd. Dit zijn wel de mensen die nu de vitale belangen van Nederland overeind houden. Kunnen we daar niet alleen nu maar ook als deze crisis een beetje begint weg te ebben, waardering tegenover stellen door deze mensen beter te gaan betalen?

Voorzitter. Uitgangspunt van de Partij voor de Dieren is dat mensen geholpen moeten worden. En bedrijven overeind houden: ja, maar met een voorwaarde. Corona is niet de enige crisis waar we ons mee geconfronteerd zien. We hebben te maken met een klimaatcrisis, we hebben te maken met verlies aan biodiversiteit, die — zeg ik in dit debat heel even kort — samen ook weer zorgen voor een verhoging van de infectiedruk. Daar worden we voor gewaarschuwd. Dus dat betekent dat als het kabinet naast de zeer noodzakelijke steun aan mensen, individuen die hun inkomen kwijtraken en in de problemen komen, gaat bekijken welke bedrijven het overeind moet houden, dat dan niet los kan worden gezien van al die andere uitdagingen waar we voor staan. Dus bedrijven die wel passen in die nieuwe economie die binnen de grenzen van de aarde blijft, zeker overeind houden. Nieuwe investeringen in nieuwe economische activiteiten die daarin passen, zeker doen. Maar bedrijven die onmogelijk op de oude voet doorkunnen — ik noem Schiphol, ik noem KLM — die gaan we natuurlijk niet koste wat het kost in deze vorm overeind houden. Mensen zijn er ook echt verbaasd over dat die twee vooraan stonden om hun hand op te houden. En we kunnen geen herhaling van de bankencrisis krijgen, waarbij Nederland moet opdraaien voor onverantwoord gedrag en de mensen die heel veel geld verdienen.

Voorzitter. Tot slot. We weten heel veel dingen niet, maar één ding weten we wel: als de mens de dieren met rust had gelaten, hadden we nu geen coronacrisis gehad. Ik zei het zojuist al in een interruptiedebat met de PVV: die waarschuwingen zijn niet nieuw. Sterker nog, ze zijn indringend. We hoeven echt niet alleen maar naar China te wijzen om te zeggen: daar komen veel infecties vandaan. Nederland zit met zijn enorme veehouderij, met zijn enorme pluimveehouderij, boven op een tikkende tijdbom. Dus mijn vragen aan de minister-president luiden als volgt. Ten eerste, denkt hij dat we het erbij kunnen hebben als zo'n virus ook muteert? En ten tweede, is hij bereid om die risico's ook in de verdere uitwerking van deze maatregelen fors te beperken?