Vragen Van Raan over de COP26-verklaring voor het in lijn brengen van inter­na­ti­onale over­heids­steun met de groene energie transitie


Indiendatum: 18 nov. 2021

Vragen van het lid Van Raan (PvdD) aan de Staatssecretaris van Financiën en minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de COP26-verklaring voor het in lijn brengen van internationale overheidssteun met de groene energie transitie (ingezonden op 18 november 2021)

  1. Gezien het feit dat het op dit moment vooral grotere exporteurs zijn die gebruik maken van overheidssteun bij internationale projecten, wat betekent deze verklaring voor de kansen voor kleinere ondernemingen om gebruik te maken van overheidssteun? In hoeverre onderscheiden de behoeften van het mkb zich van grote exporteurs als het gaat om de ondersteuning die zij nodig hebben om een succesvolle aanvraag te doen?
  2. Waar liggen kansen voor Nederlandse exporteurs in zon en wind? Waar loopt Nederland achter ten opzichte van andere landen?
  3. In hoeverre onderscheiden de behoeften van ondernemingen in de duurzame sector zich van fossiele bedrijven als het gaat om de ondersteuning die zij nodig hebben om succesvol te exporteren? Hoe kunnen deze ondernemingen gestimuleerd worden?
  4. Hoe gaat u, bijvoorbeeld in samenwerking met uw collega’s van Economische Zaken en Klimaat, ervoor zorgen dat Nederland deze omslag voor fossiel naar 100% duurzaam gebruikt om de energietransitie te versnellen?
  5. Gaat u in de omslag van fossiel naar 100% duurzaam ook zorg dragen voor een eerlijke energietransitie, met name in ontwikkelingslanden? Hoe gaat u zorgen dat zon- en windprojecten die de Nederlandse overheid verzekert geen mensenrechtenschendingen of negatieve milieu-impact hebben? Hoe borgt u betaalbare toegang tot duurzame energie voor lokale gemeenschappen?
  6. Wat zijn uw plannen voor het ondersteunen van werknemers die als gevolg van het stopzetten van exportsteun voor fossiele energieprojecten hun baan riskeren te verliezen? Biedt u deze mensen mogelijkheid tot herscholing of andere ondersteuning bij een overstap naar groene banen? In hoeverre dienen de bedrijven die nu profiteren van exportsteun voor fossiele brandstoffen projecten hun werknemers te ondersteunen in deze transitie?
  7. Het Verenigd Koninkrijk heeft al in december 2020 laten weten te stoppen met overheidssteun voor internationale fossiele projecten. Is u bekend wat de impact hiervan is geweest op de werkgelegenheid aldaar?
  8. Eind 2022 gaat de verklaring in. Voor welke projecten die volgens de verklaring na 2022 niet meer mogelijk zijn lopen er reeds aanvragen? Wat is de financiële omvang van deze projecten? Wat betekent de COP26-verklaring voor deze projecten?
  9. Zijn er (juridische) kosten verbonden aan het per direct niet verder in behandeling nemen van deze lopende fossiele aanvragen?
  10. Betekent het ondertekenen van de verklaring dat nieuwe aanvragen voor overheidssteun voor fossiele projecten, bijvoorbeeld via een exportkredietverzekering, per direct worden stopgezet?
  11. Kunt u de Kamer gedurende het jaar 2022 transparant en tijdig informeren over de toekenning van overheidssteun voor nieuwe fossiele projecten?
  12. Wat is het tijdspad van het kabinet om de afspraken gemaakt in de verklaring uit te werken?
  13. In de Kamerbrief ‘COP26 verklaring Aligning International Public Support for the Clean Energy Transition’ (31793-202)[1] wordt gesproken van uitzonderingen voor ‘activiteiten die indirect een relatie hebben met de fossiele energie sector, maar daar geen deel van uitmaken’. Als voorbeeld wordt een haven genoemd waar ook fossiele brandstoffen worden getransporteerd. Hoe maakt het kabinet dit onderscheid? In hoeverre vallen bijvoorbeeld vliegvelden hieronder?
  14. Op basis waarvan komt u tot de conclusie dat downstream projecten nog wel ondersteund zouden kunnen worden? Bent u het eens dat de overheid middels de exportkredietverzekering juist moet inzetten op het gebruik van duurzame brandstoffen in plaats van fossiel?
  15. Wat verstaat u onder unabated? Bent u het eens dat het onwenselijk is om projecten met CCS en CCUS vanuit de exportkredietverzekering te ondersteunen?
  16. Hoe bent u van plan om tot een begrip te komen van wat er onder ‘uitzonderingen, mits in lijn met 1,5C doelstelling’ verstaan moet worden? Hoe gaat u hier met het Verenigd Koninkrijk en de andere ondertekenaars over in gesprek?
  17. Wat is momenteel het aandeel exportkredietverzekeringen dat is verstrekt voor transacties die bijdragen aan de opbouw van de veehouderij in het buitenland? Kunt u hiervan een overzicht sturen?
  18. Bent u het ermee eens dat de recente ondertekening van het Glasgow Statement van grote relevantie is voor de E3F-groep, en omgekeerd? Bent u het ermee eens dat de Statement een expliciet onderdeel moet zijn van de E3F-bijeenkomst op 24 november? Hoe gaat u dat borgen? Welke stappen gaat u tijdens het E3F zetten om tot een uitfaseerplan te komen binnen nu en eind 2022?
  19. Kunt u deze vragen voor de E3F bijeenkomst van 24 november beantwoorden, en in elk geval voor het commissiedebat over de EKV op 25 november?


[1] COP26 verklaring Aligning International Public Support for the Clean Energy Transition | Tweede Kamer der Staten-Generaal