Vragen over vermin­dering van het anti­bi­o­ti­ca­ge­bruik in de veehou­derij


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over vermindering van het antibioticagebruik in de veehouderij

1. Kent u het bericht ‘Hogere prijs voor vlees zonder antibiotica’ [1]?
2. Vindt u het rechtvaardig dat de consument moet betalen voor de vermindering van het antibioticagebruik?
3. Deelt u de mening dat goed gedrag in dit geval bestraft wordt met een boete op de consumentenprijs?
4. Deelt u de mening dat met name het gebruik van antibiotica in de veehouderij minder aantrekkelijk gemaakt zou moeten worden, bijvoorbeeld via een heffing? Zo neen, waarom niet?
5. Onderschrijft u de stelling van de kwaliteitsmanager van Plukon dat de vermindering van het antibioticagebruik teveel wordt overgelaten aan de sector? Zo ja, op welke wijze wilt u daar verandering in brengen? Zo neen, waarom niet?
6. Bent u bereid de levering van antibiotica uitsluitend toe te staan aan onafhankelijk apotheken? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?
7. Bent u bereid de regie van de bestrijding van MRSA en ESBL geheel in handen te leggen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, analoog aan de unanieme wens van de Eerste Kamer [2]? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

[1]http://www.trouw.nl/groen/nieuws/article3365201.ece/Hogere_prijs_voor_vlees_zonder_antibiotica_.html
[2] Motie EK 32 500, P

Antwoorddatum: 5 jan. 2011

1. Kent u het bericht ‘Hogere prijs voor vlees zonder antibiotica’? [1]

Ja.


2. Vindt u het rechtvaardig dat de consument moet betalen voor de vermindering van het antibioticagebruik in vlees?

3. Deelt u de mening dat goed consumentengedrag in dit geval bestraft wordt met een boete op de consumentenprijs?

Het artikel waarnaar u verwijst, bericht over vleeskippen met het zogenaamde Beter Leven-kenmerk (tussensegment). Deze kippen krijgen met name meer licht en ruimte aangeboden dan reguliere vleeskippen. Een gunstig bijeffect is dat in deze vorm van pluimveehouderij significant minder antibiotica worden gebruikt. Een eventuele hogere consumentenprijs wordt met name veroorzaakt door verbeterde houderijomstandigheden en niet door het gebruik van minder antibiotica.

4. Deelt u de mening dat met name het gebruik van antibiotica in de veehouderij minder aantrekkelijk gemaakt zou moeten worden, bijvoorbeeld via een heffing? Zo nee, waarom niet?

5. Onderschrijft u de stelling van de kwaliteitsmanager van Plukon dat de vermindering van het antibioticagebruik teveel wordt overgelaten aan de sector? Zo ja, op welke wijze wilt u daar verandering in brengen? Zo nee, waarom niet?

6. Bent u bereid de levering van antibiotica uitsluitend toe te staan aan onafhankelijke apotheken? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Op 8 maart 2010 stuurde minister Verburg het rapport van Berenschot aan uw Kamer (Kamerstukken 29683-42)[1]. Op basis van dit rapport is het niet aannemelijk dat een heffing op antibiotica effectief zal zijn. “De totale impact van antibiotica voor de kostprijs van de intensieve veehouderij is beperkt, terwijl het economische belang zeer groot is. Dit heeft er vooral mee te maken dat door het gebruik van antibiotica grote bedrijfsrisico’s voorkomen kunnen worden”, aldus Berenschot. Bovendien verwacht Berenschot dat een heffing het ontstaan van illegale handelscircuits of internethandel in de hand werkt.

Overigens stelt de kwaliteitsmanager van Plukon uitsluitend dat de dierenarts geen apotheekfunctie meer zou moeten hebben. In de begeleidende brief bij het rapport ging minister Verburg al specifiek in op de wenselijkheid van het ontkoppelen van voorschrijven en verhandelen door de dierenarts. Ik onderschrijf haar stellingname dat de aanpak die de veehouderij zelf voorstelt op dit moment kansrijker is.

In onze brief van 8 december 2010 (Kamerstukken 29683-65) geven de minister van VWS en ik een reactie op de plannen van de sector om het gebruik van antibiotica in de veehouderij terug te dringen en beschrijven wij het ingezette beleid. Tegenvallende (tussentijdse) reductieresultaten kunnen aanleiding zijn voor aanpassing van dit beleid.

7. Bent u bereid de regie van de bestrijding van MRSA- en ESBL-bacteriën geheel in handen te leggen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport conform de unanieme wens van de Eerste Kamer? 2) Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

De minister van VWS en ik zijn van mening dat de bestrijding van antibioticaresistentie een gezamenlijke beleidsverantwoordelijkheid is van zowel het ministerie van VWS als van EL&I.

De minister van VWS is beleidsverantwoordelijk voor de aanpak van antibioticaresistentie in de humane zorg en voor de bescherming van de volksgezondheid in het algemeen.

Het terugdringen van het antibioticagebruik in de veehouderij vraagt om aanpassingen in de huisvesting en het diermanagement veehouderijbedrijven. Deze vraagstukken liggen op het terrein van het ministerie van EL&I. Het bepalen van de doelstellingen en de monitoring van de vermindering gebeurt vanuit onze beide departementen gezamenlijk. Het belang van de volksgezondheid staat hierbij voorop.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
dr. Henk Bleker

[1]http://www.trouw.nl/groen/nieuws/article3365201.ece/Hogere_prijs_voor_vlees_zonder_antibiotica_.html
[2] Motie EK 32 500, P