Vragen over doden ganzen met CO2


Vragen van het lid Thieme aan de staatssecretarissen van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over de Nederlandse toestemming voor het massaal doden van ganzen met behulp van CO2, terwijl dit in Europa is verboden.

1 Kunt u bevestigen dat u Duke Faunabeheer vrijstelling heeft verleend van het verbod op het gebruik van CO2 voor het vergassen van ganzen rondom Schiphol? [1]

2. Hoe verantwoordt u de toestemming om ganzen rondom Schiphol te laten vergassen met CO2, terwijl de Europese biociderichtlijn, waar de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden uitvoering aan geeft, dit verbiedt?

3. Hoe kan het dat het kabinet alles in het werk stelt financiële Europese afspraken koste wat kost na te komen, maar zodra het regelgeving betreft op het gebied van natuur en dieren deze gewoon aan de kant geschoven wordt omdat het het kabinet niet uitkomt hieraan te voldoen?

4. Kent u de specifieke voorwaarde voor het afwijken van de Europese biociderichtlijn conform artikel 15, die stelt dat een lidstaat alleen tijdelijk verboden biociden mag inzetten indien dit noodzakelijk blijkt wegens een onvoorzien, niet op andere wijze te bestrijden gevaar? Zo ja, kunt u uiteenzetten hoe deze voorwaarden zich verhouden tot de te voorziene situatie rondom Schiphol, gezien er al jaren signalen zijn dat de populatie ganzen toeneemt in de omgeving van Schiphol en algemeen bekend is dat de inrichting van het landschap rondom Schiphol vogelaantrekkelijk is en dit een vergrote kans op vogelaanvaringen met relatief grote zware vogels oplevert? Hoe kunt u in dit licht spreken van een onvoorzien gevaar, die niet op andere wijze te bestrijden is? Op basis waarvan negeert u de Europese voorschriften?

5. Heeft u de Europese Commissie geïnformeerd over uw beslissing hun besluit omtrent toelating van CO2 niet af te wachten? Zo ja, kunt u uiteenzetten of u de Commissie heeft laten weten dat het hier om een ‘onvoorzien, niet op andere wijze te bestrijden gevaar’ gaat en hoe precies uw onderbouwing hiervoor luidde? Zo nee, waarom heeft u de Europese Commissie niet ingelicht?

6. Kunt u bevestigen dat de Europese biociderichtlijn vereist dat middelen getoetst moeten worden op het niet veroorzaken van onnodig pijn en lijden, waarbij zal moeten worden onderzocht binnen hoeveel tijd de dood van het dier intreedt en onder welke omstandigheden dat gebeurd? Zo ja, op basis van welke wetenschappelijke onderzoeken omtrent de effecten van biociden op dieren meent u de vereiste toets door de EC niet te hoeven afwachten? Vindt u dat ganzen niet onnodig lijden als zij pas na minstens 1 minuut het bewustzijn verliezen nadat zij snakkend naar adem proberen te vluchten waarbij ze door de stress steeds verder buiten adem raken? Waarom ontbreekt de argumentatie over de dierenwelzijneffecten in uw besluit?

7. Kunt u uiteenzetten hoeveel de kosten bedragen van de grootschalige vergassing die u wilt toestaan en wie deze kosten betaalt? Zo nee, waarom niet?

8. Onderschrijft u dat de grote toename in het aantal ganzen in Nederland voornamelijk wordt veroorzaakt door het steeds groter wordende aanbod van zeer eiwitrijk grasland dat ontstaat door het grootschalig mestgebruik in de landbouw? Zo ja, deelt u de mening dat het niet gerechtvaardigd is om nu grootschalig ganzen te vergassen terwijl uw beleid daar zelf aan bijdraagt? Zo nee, waarom niet?

9. Wat vindt u er van dat diverse onderzoeken uitwijzen dat de waterpartijen en landbouwgewassen die nog steeds worden geteeld in de directe omgeving van de luchthaven, de omgeving erg vogelaantrekkelijke maken voor vogelsoorten die het luchtverkeer in gevaar kunnen brengen, terwijl internationale voorschriften [2] voorschrijven vogelaantrekkende bronnen op en in de omgeving van een luchthaven te voorkomen?

10. Waarom heeft u niet in een vroeger stadium internationale voorschriften en adviesrapporten in acht genomen en daaruit voortvloeiend preventieve maatregelen getroffen om de ganzen in de omgeving van Schiphol op een diervriendelijke wijze te weren, terwijl er wel degelijk al jaren signalen zijn dat de omgeving vogelaantrekkelijke werking had en de ganzenaantallen toenamen?

[1] http://www.groeneruimte.nl/nieuws/artikel.html?id=138065
[2] (ICAO Annex 14)

Antwoorddatum: 21 jun. 2012

1. Kunt u bevestigen dat u het bedrijf Duke Faunabeheer vrijstelling heeft verleend van het verbod op het gebruik van CO2 voor het vergassen van ganzen rondom Schiphol? 1)

Antwoord op vraag 1: Ja.

2. Hoe verantwoordt u uw besluit om toestemming te verlenen voor het vergassen van ganzen rondom Schiphol met CO2, terwijl de Europese biocidenrichtlijn 2), waar de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden uitvoering aan geeft, dit verbiedt?

Antwoord op vraag 2: Ik verwijs naar de toelichting bij de vrijstelling (Nr. IenMbsk-201269716) van 10 mei 2012 welke op 15 mei 2012 in de Staatscourant gepubliceerd is.
De Kamer heeft bij motie van 22 december (32372 nr. 77) gevraagd om een integrale aanpak van de ganzenproblematiek met een breed draagvlak.
Het bedwelmen en doden van ganzen rondom Schiphol met CO2 is één van de vier sporen in het convenant Reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol van 16 april 2012 dat invulling geeft aan die motie. De andere sporen zijn het voorkomen van nieuwe vogelaantrekkende bestemmingen in de omgeving Schiphol, het beperken van foerageermogelijkheden in de omgeving Schiphol en het ontwikkelen van vogeldetectie apparatuur. Alle partijen die het convenant hebben getekend zijn het erover eens dat je geen van de vier sporen kunt missen.

3. Hoe kan het dat het kabinet alles in het werk stelt om financiële Europese afspraken koste wat kost na te komen, maar dat - zodra het regelgeving betreft op het gebied van natuur en dieren - deze regelgeving gewoon aan de kant geschoven wordt omdat het dit kabinet niet uitkomt hieraan te voldoen?

Antwoord op vraag 3: De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden biedt de mogelijkheid van het afgeven van een vrijstelling. Er is dus geen sprake van “aan de kant schuiven”. Daarnaast is begin dit jaar het traject in gang gezet voor een aanvraag in Europa en een toelating in Nederland van de stof koolstofdioxide als avicide.

4. Kent u de specifieke voorwaarde voor het afwijken van de Europese biocidenrichtlijn conform artikel 15, die stelt dat een lidstaat alleen tijdelijk verboden biociden mag inzetten indien dit noodzakelijk blijkt wegens een onvoorzien, niet op andere wijze te bestrijden gevaar? Zo ja, kunt u uiteenzetten hoe deze voorwaarde zich verhoudt tot de te voorziene situatie rondom Schiphol, gezien er al jaren signalen zijn dat de populatie ganzen toeneemt in de omgeving van Schiphol en algemeen bekend is dat de inrichting van het landschap rondom Schiphol aantrekkelijk is voor vogels en dit een vergrote kans op vogelaanvaringen met relatief zware vogels oplevert? Hoe kunt u in dit licht spreken van een onvoorzien gevaar, dat niet op andere wijze te bestrijden is? Op basis waarvan negeert u de Europese voorschriften?

Antwoord op vraag 4: Ja. De verwachting was dat de genomen maatregelen afdoende zouden helpen om de risico’s op aanvaringen tussen ganzen en vliegtuigen tot een minimum terug te brengen. Dat het risico toch zo sterk is toegenomen, ondanks de genomen maatregelen, was niet te voorzien.

5. Heeft u de Europese Commissie geïnformeerd over uw beslissing om hun
besluit omtrent toelating van CO2 als biocide niet af te wachten? Zo ja, kunt u uiteenzetten of u de Commissie heeft laten weten dat het hier om een ‘onvoorzien, niet op andere wijze te bestrijden gevaar’ gaat en hoe precies uw onderbouwing hiervoor luidde? Zo nee, waarom heeft u de Europese Commissie niet ingelicht?

Antwoord op vraag 5: Ja. De Europese Commissie is geïnformeerd over het besluit en de onderliggende redenen om dit besluit te nemen.

6. Kunt u bevestigen dat de Europese biocidenrichtlijn vereist dat middelen getoetst moeten worden op het niet veroorzaken van onnodig pijn en lijden, waarbij zal moeten worden onderzocht binnen hoeveel tijd de dood van het dier intreedt en onder welke omstandigheden dat gebeurt? Zo ja, op basis van welke wetenschappelijke onderzoeken omtrent de effecten van biociden op dieren meent u de vereiste toets door de Europese Commissie niet te hoeven afwachten? Vindt u dat ganzen niet onnodig lijden als zij pas na minstens één minuut het bewustzijn verliezen nadat zij snakkend naar adem proberen te vluchten waarbij ze door de stress steeds verder buiten adem raken? Waarom ontbreekt de argumentatie over de dierenwelzijneffecten in uw besluit?

Antwoord op vraag 6: De Europese biocidenrichtlijn geeft in artikel 5 aan dat biociden slechts toegelaten mogen worden als getoetst is of dergelijke middelen geen onaanvaardbare effecten hebben op de doelorganismen, zoals onaanvaardbare resistentie of kruisresistentie of onnodig lijden en pijn voor gewervelde dieren. De toelating van biociden gebeurt door lidstaten na toetsing door die lidstaten, niet door de Europese Commissie. Voor de dierenwelzijneffecten verwijs ik naar het rapport “Het doden van wilde ganzen met CO2 en argon” van de Wageningen Universiteit (nr. 338a). Daarop is mijn besluit gebaseerd. Uit deze studie blijkt dat de methode van doden met oplopende CO2-concentraties (van 0 tot 80% in 1 minuut) als acceptabel wordt bevonden. Mogelijkheden tot verminderen van de dierenwelzijnrisico’s bij het doden van wilde ganzen worden niet gevonden in de toepassing van andere dodingmethoden.

7. Kunt u uiteenzetten wat de kosten bedragen van de grootschalige vergassing die u wilt toestaan en wie deze kosten betaalt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 7: Deze bedragen € 4.000 per vangdag inclusief vervoer naar een poelier. De kosten worden door het ministerie van Infrastructuur en Milieu betaald. Er zijn in de eerste fase van 8 dagen ongeveer 5.000 grauwe ganzen gevangen.

8. Onderschrijft u dat de grote toename in het aantal ganzen in Nederland voornamelijk wordt veroorzaakt door het steeds groter wordende aanbod van zeer eiwitrijk grasland, dat ontstaat door het grootschalig mestgebruik in de landbouw? Zo ja, deelt u de mening dat het niet gerechtvaardigd is om nu grootschalig ganzen te vergassen terwijl uw beleid zelf bijdraagt aan groei van de populatie? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 8: Zoals in het antwoord op vraag 2 is aangegeven, kent het convenant Reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol een vier sporenaanpak. Eén van de sporen is het beperken van de foerageermogelijkheden voor risicovolle vogelsoorten in de omgeving van Schiphol. Ook erkennen zeven maatschappelijk organisaties met hun ganzenakkoord dat ingrijpen in de zomerpopulaties ganzen noodzakelijk is en dat daartoe het streven is om de schade terug te brengen naar het niveau van 2005. De urgentie van het risico op vogelaanvaringen maakt dat ik deze maatregel moet nemen.

9. Wat vindt u er van dat diverse onderzoeken uitwijzen dat de waterpartijen en landbouwgewassen die nog steeds worden geteeld in de directe omgeving van de luchthaven, de omgeving erg aantrekkelijk maken voor vogelsoorten die het luchtverkeer in gevaar kunnen brengen, terwijl internationale voorschriften 3) voorschrijven dat vogelaantrekkende bronnen op en in de omgeving van een luchthaven dienen te worden voorkomen?

Antwoord op vraag 9: Binnen 6 kilometer van het banenstelsel van Schiphol wordt al jaren getoetst op vogelaantrekkende bronnen. Mede daardoor zijn er geen grote waterpartijen aangelegd sinds de aanbevelingen van de Internationale burgerluchtvaartorganisatie in relatie tot het vogelbeperkingsgebied voor het eerst werden gepubliceerd (1991).
In het convenant Reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol is afgesproken dat onderzocht moet worden of de vogelbeperkingszone rondom Schiphol uitgebreid moet worden tot 10 of 13 km en met welke criteria deze zone het beste uitgebreid kan worden.
Daarnaast wordt in het convenant ook ingezet op het beperken van foerageermogelijkheden in de directe nabijheid van de start- en landingsbanen rondom Schiphol.

10. Waarom heeft u niet in een vroeger stadium internationale voorschriften en adviesrapporten in acht genomen en daaruit voortvloeiend preventieve maatregelen getroffen om de ganzen in de omgeving van Schiphol op een diervriendelijke wijze te weren, terwijl er wel degelijk al jaren signalen zijn dat de omgeving een aantrekkende werking op vogels had en de ganzenaantallen toenamen?

Antwoord op vraag 10: Zonder veranderingen in de omgeving heeft in vijf jaar tijd een vertienvoudiging van de populatie grauwe ganzen in de 20km zone rondom Schiphol plaatsgevonden. Dit vergt dat ik nu met betrokken partijen deze maatregelen moet nemen.

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
Joop Atsma