Vragen over de lande­lijke uitbraak van een dodelijke konij­nen­ziekte 


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over de landelijke uitbraak van een dodelijke konijnenziekte.

  1. Kent u het bericht “Snuf krijgt prik, wild konijn is het haasje”, over de landelijke uitbraak van de dodelijke konijnenziekte veroorzaakt door het RHD2-virus? [1]
  2. Deelt u de zorgen van de dierenartsen in het artikel dat bijna alle wilde konijnen zullen sterven aan deze ziekte en dat herstel van de populatie op de getroffen plaatsen jaren kan duren? Zo nee, waarom niet?
  3. Deelt u de mening dat de jacht op konijnen gestopt moet worden, in ieder geval zolang de populatie door deze ziekte bedreigd wordt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid om de jacht op konijnen te stoppen, in ieder geval tijdelijk?

[1] AD 17 augustus 2016, Snuf krijgt prik, wild konijn is het haasje

Antwoorddatum: 18 aug. 2016

Geachte Voorzitter,

Hierbij ontvangt u de antwoorden op de vragen van mevrouw Thieme (PvdD) over de landelijke uitbraak van een dodelijke konijnenziekte (ingezonden 19 augustus 2016, kenmerk 2016Z15380).

1

Kent u het bericht 'Snuf krijgt prik, wild konijn is het haasje', over de landelijke uitbraak van de dodelijke konijnenziekte veroorzaakt door het RHD2-virus?[1]

Antwoord

Ja.

2

Deelt u de zorgen van de dierenartsen in het artikel dat bijna alle wilde konijnen zullen sterven aan deze ziekte en dat herstel van de populatie op de getroffen plaatsen jaren kan duren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Met enige regelmaat duiken nieuwe virusziekten, zoals Rabbit Haemorrhagic Disease Virus2 (RHDV2), op in de konijnenpopulatie. Eerdere virusziekten zijn myxomatose en RHD1. Deskundigen van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht verwachten dat tussen de 5 en 70% van de geïnfecteerde konijnen zullen sterven. Dit is lager dan de sterfte als gevolg van myxomatose en RDH1.

Bij nieuw optredende virussen is de impact in de beginfase het grootst. Dat komt doordat de dieren nog geen afweerstoffen tegen het virus hebben ontwikkeld en het virus in de beginfase meestal het meest agressief is. Naarmate de tijd vordert worden de dieren met weerstand geselecteerd (zij overleven) en worden er minder dieren ziek. Ook het virus selecteert zich meestal naar een mildere vorm.

Kortom, ik deel de zorgen over deze konijnenziekte, maar verwacht op basis van deskundigenoordeel dat de populatie wilde konijnen in staat zal zijn zich te herstellen.

3

Deelt u de mening dat de jacht op konijnen gestopt moet worden, in ieder geval zolang de populatie door deze ziekte bedreigd wordt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid om de jacht op konijnen te stoppen, in ieder geval tijdelijk?

Antwoord

Artikel 32, derde lid, van de Flora- en faunawet bepaalt dat de jacht niet wordt geopend op een diersoort voor zover de soort staat vermeld op een nationale lijst van met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende soorten. Dit zijn de zogenoemde rode lijsten. Plaatsing van het konijn op deze lijst is op dit moment niet aan de orde, omdat op dit moment niet feitelijk onderbouwd kan worden dat de duurzame staat van instandhouding van het konijn in het geding is. Dit ligt ook niet in verwachting, omdat vergelijkbare, meer ernstige virussen in voorgaande situaties niet hebben geleid tot een aantasting van de instandhouding van het konijn. Ik verwijs u hiervoor ook mijn antwoord op vraag 2.

Daar komt bij dat de jager, in wiens veld de konijnenstand ernstig is afgenomen, niet op konijnen zal kunnen jagen omdat hij wettelijk gehouden is een redelijke wildstand na te streven. Derhalve is er thans geen dringende reden over te gaan tot sluiting van de jacht op het konijn. Vanzelfsprekend zal mijn ministerie de ontwikkeling van de konijnenpopulatie blijven monitoren.

(w.g.) Martijn van Dam

Staatssecretaris van Economische Zaken

[1] Algemeen Dagblad, 17 augustus 2016.