Vragen aan de ministers van VWS, LNV en VROM over EU promo­tie­fonds zuivel


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu over EU promotiefonds zuivel

1. Kent u het bericht 'Brussel wil meer hulp aan melkveehouders toestaan"1?

2. Is het juist dat de Europese Commissie een promotiefonds in het leven wil roepen van €19,5 miljoen, waarvan €8 miljoen beschikbaar gesteld zou worden door de EU, om het gebruik van zuivelproducten te stimuleren?

3. Deelt u de mening dat het stimuleren van het gebruik van milieubelastende producten zoals zuivelproducten haaks staat op het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen? Zo ja, bent u bereid af te zien van nationale steun aan een promotiecampagne voor zuivel en in Brussel te bepleiten het gebruik van zuivel niet te stimuleren maar veeleer te beprijzen volgens het principe 'de vervuiler betaalt'? Zo nee, waarom niet?

4. Deelt u de mening dat het gebruik van kaasvervangers op basis van zetmeel en plantaardige olie veeleer gestimuleerd zou moeten worden dan ontmoedigd, gelet op het streven van het kabinet om het gebruik van dierlijke eiwitten te vervangen door het gebruik van plantaardige eiwitten? Zo ja, op welke wijze wilt u de toepassing van plantaardige kaasvervangers stimuleren? Zo nee, waarom niet?

5. Kunt u aangeven welke gezondheidseffecten te verwachten zijn van het vervangen van kaas door kaasvervangers gelet op het feit dat het kabinet van mening is dat "te hoge consumptie van verzadigde vetzuren het risico op hart- en vaatziekten verhoogt"2?

6. Kunt u aangeven welke effect u verwacht op hart- en vaatziekten in ons land van het stimuleren van de zuivelconsumptie?

7. Kunt u aangeven welke klimaateffecten te verwachten zijn van het stimuleren van de zuivelconsumptie?

1 http://www.nrc.nl/economie/article2305497.ece/Brussel_wil_meer_hulp_aan_melkveehouders_toestaan
2 Antwoorden op Kamervragen van het lid Ouwehand, KS 2070827170. 2008/1674, 11-09-2008

Antwoorddatum: 8 sep. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u, mede namens de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de antwoorden toekomen op de vragen die zijn gesteld door het lid Thieme over een EU promotiefonds voor zuivel. (Ingezonden 23 juli 2009)

1
Kent u het bericht “Brussel wil meer hulp aan melkveehouders toestaan”1?

Ja.

2
Is het waar dat de Europese Commissie een promotiefonds in het leven wil roepen van € 19,5 miljoen, waarvan € 8 miljoen beschikbaar gesteld zou worden door de Europese Unie, om het gebruik van zuivelproducten te stimuleren?

Nee. Het gaat hier om de jaarlijkse goedkeuring door de Europese Commissie van voorlichtings- en afzetbevorderingsprogramma’s voor landbouwproducten op de Europese interne markt. In dit kader zijn vier programma’s voor zuivelproducten goedgekeurd, waaronder een Frans-Nederlands programma. Het totale bedrag dat met deze vier campagnes is gemoeid bedraagt 19,5 miljoen euro waarvan 8 miljoen euro communautaire cofinanciering.
Wel is het zo dat de Commissie inmiddels een extra openstelling voor indiening van promotieprogramma’s heeft goedgekeurd. Deze is specifiek gericht op zuivel. Via het stimuleren van de vraag moeten er betere producentenprijzen gehaald worden. Voor deze extra openstelling stelt de Europese Commissie 20 miljoen euro beschikbaar.

3
Deelt u de mening dat het stimuleren van het gebruik van milieubelastende producten zoals zuivelproducten haaks staat op het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen? Zo ja, bent u bereid af te zien van nationale steun aan een promotiecampagne voor zuivel en in Brussel te bepleiten het gebruik van zuivel niet te stimuleren maar veeleer te beprijzen volgens het principe “de vervuiler betaalt”? Zo nee, waarom niet?

De overheid werkt samen met de Nederlandse zuivelsector aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen door middel van het deelconvenant Schone en Zuinige Melkveehouderij. In het deelconvenant is de ambitie opgenomen om uiterlijk in 2020 de laagste uitstoot van methaan en lachgas per liter melk te hebben in Europa.
Mijn beleidsinzet op het vlak van maatschappelijke kosten is eerder aan de orde geweest in mijn brief aan uw Kamer over maatschappelijke kosten en baten van de intensieve veehouderij van 21 mei 2008 (TK 28973, nr. 28, vergaderjaar 2007-2008).
Overigens wil ik er nogmaals op wijzen dat met dit soort promotiecampagnes geen steun gemoeid is van de Nederlandse overheid. De nationale financiële middelen worden volledig opgebracht door het Nederlandse bedrijfsleven (zie onder andere de op 16 juli jongstleden naar uw Kamer gezonden antwoorden op de vragen van het lid Thieme betreffende de promotie van kalfsvlees).

4
Deelt u de mening dat het gebruik van kaasvervangers op basis van zetmeel en plantaardige olie eerder gestimuleerd zou moeten worden dan ontmoedigd, gelet op het streven van het kabinet om het gebruik van dierlijke eiwitten te vervangen door het gebruik van plantaardige eiwitten? Zo ja, op welke wijze wilt u de toepassing van plantaardige kaasvervangers stimuleren? Zo nee, waarom niet?

In de Beleidsagenda Duurzame Voedselsystemen (TK 31532, nr. 17, vergaderjaar 2008-2009), die op 2 juli naar uw Kamer is gezonden, heeft het kabinet aangegeven productie en consumptie van vleesvervangers en duurzame dierlijke en plantaardige producten te willen stimuleren.

5 en 6
Kunt u aangeven welke gezondheidseffecten te verwachten zijn van het vervangen van kaas door kaasvervangers, gelet op het feit dat het kabinet van mening is dat “te hoge consumptie van verzadigde vetzuren het risico op hart- en vaatziekten verhoogt”2?

Kunt u aangeven welk effect u verwacht op hart- en vaatziekten in ons land van het stimuleren van de zuivelconsumptie?


Het promotieprogramma zuivel is niet om reden van gezondheidsbevordering opgezet. De eventuele gezondheidseffecten die te verwachten zijn van het vervangen van kaas door kaasvervangers zijn moeilijk te voorspellen net als de effecten van het stimuleren van zuivelconsumptie. Het is onvoorspelbaar welk keuzegedrag consumenten zullen vertonen, wat waardoor wordt vervangen en in welke mate, en wat de productsamenstelling van vervangende producten is.
Het belangrijkste voor een gezond voedingspatroon zijn gevarieerde en evenwichtige keuzes. Het vervangen van volle zuivelproducten door magere of halfvolle varianten kan de consumptie van verzadigd vet verminderen. Overigens is één van de vereisten in de communautaire regeling voor voorlichting en afzetbevordering dat bij programma’s “gewezen moet worden op de beschikbaar­heid van zuivelproducten met een lager vetgehalte die geschikter zijn voor bepaalde consumenten”.

7
Kunt u aangeven welke klimaateffecten te verwachten zijn van het stimuleren van de zuivelconsumptie?

Het is niet mogelijk om exact in te schatten wat de klimaateffecten zouden zijn van het stimuleren van de zuivelconsumptie. Er zijn nog veel onzekerheden als het gaat om de precieze uitstoot van de verschillende eiwithoudende producten. Een toename van de broeikasgasemissies is daarbij wel denkbaar. Echter ook andere duurzaamheidsaspecten dan alleen broeikasgasemissies moeten bij een beoordeling worden meegenomen. Er wordt gewerkt aan het verminderen van de emmissies van broeikasgassen in de zuivelsector. Daarover zijn afspraken gemaakt in het sectorconvenant Schone en zuinige agrosectoren. Tevens wil ik wijzen op mijn beleid voor een in alle opzichten duurzame duurzame veehouderij in het jaar 2023.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg


1www.nrc.nl/economie/article2305497.ece/Brussel_wil_meer_hulp_aan_melkveehouders_toestaan
2Antwoorden op Kamervragen van het lid Ouwehand, 11 september 2008, 2008D03622