Vragen aan de minister van LNV over versoe­peling regels Fauna­fonds


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over versoepeling regels Faunafonds

1. Kent u het bericht ‘Faunafonds versoepelt regels ganzenschade’1?

2. Hoe beoordeelt u de inschatting dat het aanschieten van ganzen er juist voor zorgt dat aangeschoten ganzen zich in Nederland vestigen en zich voortplanten? Deelt u de mening dat het afschot, waar het Faunafonds nu zo sterk de nadruk op legt, deze tendens verergert?

3. Wat is de reden dat er geen preventieve akoestische en visuele middelen meer ingezet hoeven worden? Kunt u uitleggen waarom ‘akoestische afschrikmethoden weinig tot niets meer uithalen wanneer het gewas, en dan met name granen, hoog groeit’?

4. Heeft het Faunafonds ooit laten onderzoeken wat het verschil in effectiviteit is tussen diverse actieve niet-dodelijke verjagingsmiddelen enerzijds en de effectiviteit van de inzet van het geweer anderzijds? Zo ja, bent u bereid de resultaten van dit onderzoek naar de Kamer te sturen? Zo neen, hoe kan het Faunafonds dan nu tot de conclusie komen dat de inzet van het geweer kennelijk effectiever is dan alternatieve preventieve middelen? Zo neen, is de minister bereid om op korte termijn een gedegen vergelijkend onderzoek te laten uitvoeren door een onafhankelijke instantie naar het verschil in effectiviteit van diverse maatregelen om ganzen te verjagen, en dan specifiek de effectiviteit van de inzet van diverse actieve niet-dodelijke preventieve middelen afgezet tegen de effectiviteit van het geweer? Zo neen, waarom bent u daar niet toe bereid?

5. Naar uw inschatting, hoeveel extra afschot zal deze verandering van de regels van het Faunafonds met zich meebrengen?

6. Is het juist dat frustratie van boeren over preventieve middelen de reden is om de regeling aan te passen ? Zo ja, deelt u de mening dat de afweging tussen frustratie van boeren enerzijds en de ganzen die nu extra afgeschoten zullen worden anderzijds, een politieke afweging is? Zo ja, waarom kan het Faunafonds zonder instemming van de kamer dit soort ingrijpende beleidswijzigingen zomaar doorvoeren? Zo neen, wat was dan op dit moment de reden om de regeling aan te passen 2?

1 http://www.agd.nl/1080664/Nieuws/Artikel/Faunafonds-versoepelt-regels-ganzenschade.htm
2 http://www.minlnv.nl/portal/page?_pageid=116,1640333&_dad=portal&_schema=PORTAL&p_news_item_id=24528

Antwoorddatum: 20 aug. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u mijn antwoorden toekomen op vragen van het lid Thieme (PvdD) over versoepeling regels Faunafonds (ingezonden 24 juli 2009).

Vraag 1
Bent u bekend met het bericht “Faunafonds versoepelt regels ganzenschade”?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Hoe beoordeelt u de inschatting dat het aanschieten van ganzen er juist voor zorgt dat aangeschoten ganzen zich in Nederland vestigen en zich voortplanten? Deelt u de mening dat het afschot, waar het Faunafonds nu zo sterk de nadruk op legt, deze tendens verergert?

Antwoord
Volgens het Beleidskader faunabeheer kan gedurende de overwinteringsperiode van ganzen aan verjaging ondersteunend afschot worden toegestaan op grauwe gans en kolgans. Beide soorten broeden ook in Nederland. De broedpopulatie van de grauwe gans is voor Nederland een natuurlijke populatie. De kolgans hoort als broedvogel niet in Nederland thuis. De omvang van beide broedpopulaties is inmiddels van dien aard dat in de winterperiode aangeschoten exemplaren van beide soorten, die als gevolg daarvan in Nederland tot broeden zouden overgaan, niet of nauwelijks enige invloed kunnen hebben op de omvang van beide broedpopulaties.


Vraag 3, 5 en 6
Wat is de reden dat er geen preventieve akoestische en visuele middelen meer ingezet hoeven te worden? Kunt u uitleggen waarom ´akoestische afschrikmethoden weinig tot niets meer uithalen wanneer het gewas, en dan met name granen, hoog groeit´?
Hoeveel extra afschot zal deze verandering van de regels van het Faunafonds, naar uw inschatting, met zich meebrengen?
Is het waar dat frustratie van boeren over preventieve middelen de reden is om de regeling aan te passen ? Zo ja, deelt u de mening dat de afweging tussen frustratie van boeren enerzijds en de ganzen die nu extra afgeschoten zullen worden anderzijds, een politieke afweging is? Zo ja, waarom kan het Faunafonds zonder instemming van de Kamer dit soort ingrijpende beleidswijzigingen doorvoeren? Zo nee, wat was op dit moment de reden om de regeling aan te passen?

Antwoorden 3, 5 en 6
De vraatschade door ganzen aan grasland en graan is zes maanden na inzaaien relatief gering. Visuele middelen lijken vanwege gewenning op percelen met deze gewassen weinig schadebeperkende effecten te hebben. Dat akoestische afschrikmethoden niets zouden uithalen, wanneer het gewas, en dan met name granen, hoog groeit is als stelling onjuist. Het gebruik van het geweer bij verjaging met ondersteunend afschot kan worden gezien als het inzetten van een akoestisch middel. Dat middel werkt.

Er is geen correlatie tussen de beleidswijziging van het Faunafonds en het aantal ganzen dat wordt geschoten. De beleidswijziging heeft betrekking op tegemoetkoming in geleden schade, niet op aantallen te schieten ganzen. Om voor tegemoetkoming in geleden schade in aanmerking te komen blijft de plicht om schade veroorzakende ganzen te verjagen bestaan. Dat verjagen kan met of zonder begeleidend afschot.
Het is niet het Faunafonds dat het schieten van ganzen toestaat en de voorwaarden waaronder dat is toegestaan bepaalt, maar de provincie. Gedeputeerde staten verlenen de ontheffing ex artikel 68 van de Flora- en faunawet, provinciale staten stellen de vrijstelling als bedoeld in artikel 65 van de Flora- en faunawet bij verordening vast.

Vraag 4
Heeft het Faunafonds ooit laten onderzoeken wat het verschil in effectiviteit is tussen diverse actieve niet-dodelijke verjagingsmiddelen enerzijds en de effectiviteit van de inzet van het geweer anderzijds? Zo ja, bent u bereid de resultaten van dit onderzoek naar de Kamer te sturen? Zo nee, hoe kan het Faunafonds tot de conclusie komen dat de inzet van het geweer kennelijk effectiever is dan alternatieve preventieve middelen en bent u bereid om op korte termijn een gedegen vergelijkend onderzoek te laten uitvoeren door een onafhankelijke instantie naar het verschil in effectiviteit van verschillende maatregelen om ganzen te verjagen, en dan specifiek de effectiviteit van de inzet van diverse actieve niet-dodelijke preventieve middelen afgezet tegen de effectiviteit van het geweer? Zo nee, waarom bent u daar niet toe bereid?

Antwoord
De resultaten van onderzoek naar methoden om ganzen te verjagen van voor ganzenvraat gevoelige percelen zijn mede aanleiding geweest voor het tot stand komen van het Beleidskader faunabeheer. Het beleidskader wordt thans geëvalueerd. Een tussenrapportage over de evaluatie heb ik in 2007 aan de Kamer gezonden. De eindrapportage zal ik nog aan de Kamer toezenden. Ik zal aan de hand van de evaluatie bepalen of en welk aanvullend onderzoek noodzakelijk is.
Het Faunafonds is als zelfstandig bestuursorgaan zelf een onafhankelijke instantie. De samenstelling van het bestuur draagt bij aan die onafhankelijkheid.
Het Faunafonds levert een bijdrage aan het evaluatieonderzoek en heeft daar ook budget voor beschikbaar gesteld. Daarnaast geeft het Faunafonds binnenkort een nieuwe uitgave van het Handboek Faunaschade uit. Daarin zijn ook andere verjaagmiddelen dan de tot nu toe gangbare visuele en akoestische middelen opgenomen.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg