Vragen aan de ministers van LNV, Buiten­landse Zaken en Ontwik­ke­lings­sa­men­werking over de dieren­crisis


Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de ministers van LNV, Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking over de dierencrisis

1. Kent u het bericht ‘Dierencrisis groter dan kredietcrisis’ 1?

2. Bent u het eens met de IUCN conclusie dat regeringen evenveel of zelfs meer zouden moeten doen om de natuur te redden dan om de financiële sector er weer bovenop te helpen? Zo ja, op welke wijze geeft de Nederlandse regering hier invulling aan? Zo neen, waarom niet?

3. Kunt u aangeven hoe de uitgaven van de Nederlandse regering om financiële instellingen te helpen zich verhouden tot uitgaven van de Nederlandse regering op het gebied van natuur en biodiversiteit?

4. Kunt u aangeven welke inspanningen de Nederlandse regering in internationaal verband heeft gedaan en voornemens is te doen om het redden van natuur en biodiversiteit te bepleiten?

5. Kunt u aangeven welk gedeelte van de Nederlandse uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking in direct verband staat met het redden van natuur en biodiversiteit? Ziet u reden dit aandeel in uw bestedingen te vergroten? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

6. Bent u met ons van mening dat het stimuleren van de consumptie van dierlijke eiwitten uit de intensieve veehouderij contraproductief is aan de doelstelling om natuur en biodiversiteit te sparen? Zo ja, op welke wijze wilt u deze contraproductiviteit in toekomstig beleid indammen? Zo neen, waarom niet?

1http://www.telegraaf.nl/buitenland/4302769/___Dierencrisis_groter_dan_kredietcrisis___.html?cid=rss

Antwoorddatum: 23 sep. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u, mede namens de minister voor Ontwikkelingssamenwerking, de antwoorden toekomen op de vragen van het lid Thieme over de dierencrisis.

Vraag 1
Kent u het bericht “Dierencrisis groter dan kredietcrisis”?

Antwoord
Ja.

Vraag 2
Deelt u de IUCN-conclusie dat regeringen evenveel of zelfs meer zouden moeten doen om de natuur te redden dan om de financiële sector er weer bovenop te helpen? Zo ja, op welke wijze geeft de Nederlandse regering hieraan invulling? Zo nee, waarom niet?

Vraag 3
Kunt u uiteenzetten hoe de uitgaven van de Nederlandse regering om financiële instellingen te helpen zich verhouden tot uitgaven van de Nederlandse regering op het gebied van natuur en biodiversiteit?

Antwoorden vraag 2 en 3
Zowel de bedreigingen voor de natuur als de problemen in de financiële sector betreffen een maatschappelijk vraagstuk waar de Nederlandse regering een verantwoordelijkheid in heeft. De regering geeft daaraan invulling, zonder het oplossen van het ene vraagstuk boven het oplossen van het andere vraagstuk te stellen.

In het Beleidsprogramma Biodiversiteit 2008-2011 is aangegeven dat het uitgavenniveau voor maatregelen die mede gericht zijn op het behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit ligt op gemiddeld circa 320 miljoen euro per jaar. De exacte bedragen worden opgenomen in de begroting 2010. De uitgaven van de Nederlandse regering om financiële instellingen te helpen staan hier los van.

Vraag 4
Kunt u toelichten welke inspanningen de Nederlandse regering in internationaal verband heeft gedaan, en voornemens is te doen, om het redden van natuur en biodiversiteit te bepleiten?

Antwoord
Nederland is actief lid van diverse internationale verdragen die het behoud van natuur en biodiversiteit ten doel hebben, bijvoorbeeld het Ramsarverdrag, het Biodiversiteitsverdrag (CBD) en CITES. Op de conferenties van deze verdragen alsook in EU-verband bepleit de Nederlandse regering het behoud van natuur en biodiversiteit. Voor de inbreng van de Nederlandse regering en de resultaten van deze bijeenkomsten verwijs ik u naar de Nederlandse inzet en de conferentie­verslagen die ik regelmatig naar de Tweede Kamer stuur.

Vraag 5
Kunt u uiteenzetten welk gedeelte van de Nederlandse uitgaven voor ontwikkelings­samenwerking in direct verband staat met het redden van natuur en biodiversiteit? Ziet u reden dit aandeel in uw bestedingen te vergroten? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Het kabinet stelt voor ontwikkelingssamenwerking (ODA) jaarlijks 0,8% van het BNP beschikbaar. Nederland is het enige land dat daarbinnen een vast percentage (0,1 % van het BNP) reserveert voor het internationale natuur- en milieubeleid gerelateerd aan armoedebestrijding. Daarvan is ongeveer 90 miljoen euro bestemd voor activiteiten die in direct verband staan met duurzaam beheer en behoud van biodiversiteit.

Ook in het schone energieprogramma, ter waarde van 500 miljoen euro, is geld gereserveerd voor onder meer de duurzame productie van hout als brandstof, de verduurzaming van de biomassaproductie en het aanmoedigen van het gebruik van biogas om ontbossing in ontwikkelingslanden te voorkomen. Tenslotte gaat de aandacht uit naar capaciteitsopbouw en institutionele versterking van vakministeries in ontwikkelingslanden.

Vraag 6
Deelt u de mening dat het stimuleren van de consumptie van dierlijke eiwitten uit de intensieve veehouderij contraproductief is aan de doelstelling om natuur en biodiversiteit te sparen? Zo ja, op welke wijze wilt u deze contraproductiviteit in toekomstig beleid indammen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord
Nee, de intensieve veehouderij leidt niet per definitie tot een verminderde biodiversiteit of aantasting van de natuur. Door meer gebruik te maken van innovatieve milieutechnieken in houderijsystemen (onder andere luchtwassers, productie van hernieuwbare energie) worden natuur en milieu minder belast. Bovendien wordt duurzaamheid bij de productie van dierlijke eiwitten steeds belangrijker. Daarbij wordt uiteraard de hele keten in beschouwing genomen.

In dit verband wil ik verwijzen naar de nota Duurzaam Voedsel die recentelijk is uitgebracht, samen met de Beleidsagenda Duurzame Voedselsystemen.


DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg